Winterkind (opdracht 3)

14 feb 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Het huwelijksfeest moest een feest met kerstbomen worden. En dat is het ook geworden. Ze droeg een donkerbruin kleed en donkerbruine schoenen, bekleed met zijde. Het kleed deed haar denken aan Russische verhalen van winters en paleizen in de sneeuw. Dit was hun feest.

 

Ze was een winterkind, geboren in december. Ze was nog maar enkele maanden oud en mocht al met de sneeuwman op de foto. Haar vader, de sneeuwman en zij, in de tuin van het oude huis. De sneeuwman droeg een zwarte hoed. Binnen stond een grote kerstboom. De kerstboom was een beetje kaal, maar dat was niet erg. In de kerstboom brandden kaarsjes. Haar vader hield niet van kaarsjes in de kerstboom. Kaarsjes in kerstbomen zijn gevaarlijk, zei haar vader.

 

Het was koud en het regende, de ochtend van het huwelijk. Haar tante Madeleine was uitgegleden, vlak voor het stadhuis. De vrienden hadden rijst gegooid en door de regen was de rijst nat en glibberig geworden. Na de plechtigheid gingen ze iets drinken, in het café vlakbij het stadhuis. Haar man trakteerde het hele gezelschap en dan moesten ze weg, voor de foto’s. De fotograaf stelde voor om naar een oude spoorweg te gaan, dichtbij de Schelde. Ze wilden niet naar de Schelde. Ze hadden zo lang gehunkerd naar een eigen plek, een eigen huis. Nu ze dat huis gevonden hadden, gingen ze niet naar ergens anders voor foto’s. Vlakbij hun huis was een spoorweg met watertorens. Daar zijn de foto’s gemaakt, onder de spoorwegbrug en bij de watertorens.

 

Het was stil in het oude huis met de sneeuwman. Buiten was het winter en binnen speelde ze met haar winkeltje. Het winkeltje had schuifjes en vakjes en doosjes. Soms kwam er iemand winkelen. Als er niemand kwam winkelen, dan schreef ze in een boekje. Na de winter kwam de zomer met een broertje. En nog twee winters later kwam de lente met een zusje. Kort voor het kerstfeest kwam Sinterklaas.

 

Het huwelijksfeest was in een oranjerie, midden in een bos. Binnen stonden de kerstbomen. Haar man had voorgelezen uit een tekst die hij voor haar had geschreven. Nog nooit had iemand zo’n lieve dingen over haar gezegd. De huwelijksreis ging naar de grote kerstboom op Rockefeller Plaza. Het leek wel of de hele stad daar was samengekomen om te zingen. Over hoe heilig de nacht was. En over Rudolf, het rendier met de rode neus.

 

Soms gingen ze met z’n allen naar het nieuwe huis met de grote tuin. Het nieuwe huis was nog niet af en de tuin ook nog niet. Haar vader gaf les en in het weekend bouwde hij aan het nieuwe huis. Zo duurt het wel een tijdje. In de grote tuin waren hoge bergen zand. Haar vader plukte bloemetjes en plantte die op de bergen. Hij zette haar en haar kleine broer boven op een berg en dan gleden ze naar beneden.

 

Hoe stil was het in die grote stad in de dagen na kerstmis. Ze gingen met de boot naar Ellis Island, zochten naar het Joodse deel van Williamsburg dat ze kenden van de foto’s van de grote Elliott Erwitt en ze waren bijna helemaal alleen in El Museo del Barrio. De Puerto Ricaanse suppoost vertelde hen over het bed met de poppetjes, een kunstwerk ter ere van een Puerto Ricaanse kinderoppas.

 

En toen was het nieuwe huis met de grote tuin klaar. Achter de grote tuin lag een pad en velden en een grote weide. In de weide woonde een ezel. De ezel kon heel luid zijn. Misschien was de ezel een beetje eenzaam. Als je het pad volgde en dan ook nog de rivier, dan was je heel ver weg van huis. Veel liever bouwde ze een kamp in de hoek van de tuin, onder de eiken naast de Weymouthden. Ze plukte madeliefjes en knoopte ze aan elkaar tot een halssnoer. In de zomer was er elk jaar een groot pannenkoekenfeest in de tuin van het nieuwe huis, met alle neefjes en nichtjes. De tantes bakten pannenkoeken en de nonkels maakten een groot kampvuur.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

14 feb 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket