Zo veel, zo lang, was je een wensdroom
een schim die maar nooit écht leek te worden
Te weinig, te kort, was je mijn alles
mijn droom, waar geworden, dan uiteengespat
Ik miste je van bij elke afscheidskus
tot bij elke tederwarme welkomblik
Nu weet ik van het lot, en dat niet ík beschik...
Wat ik verloor in jou klapte mij ontroostbaar dicht
Nu staar ik eenzaam naar het sterrenbeeld
Nu droom ‘k van toen, als ‘k je nog missen mocht
Je bent mijn ervaringsdroom geworden
en ontwaken werd mijn nachtmerrie
