Vrijheid. Zo voelt het als ik ’s ochtend op de fiets de berg afsnel. Kinderen op school gedropt, planning nipt gehaald. Oef! De wind wappert de stress van de ochtend van me af.
Wanneer ik uitgewaaid ben, zo halverwege de berg, dwaalt mijn blik rond. Ik laat me verrassen: reflectie van lichtjes in de regen, de zonsopgang, een wolk. De belofte van een mooie dag.
Dan ben ik blij dat ik fiets. Geen autodak, spiegel of vuile voorruit belemmert me het zicht. Ik voel de ochtendkou. De vochtige herfstlucht kriebelt aan mijn neus, strijkt me langs het gezicht. Op de fiets ruik, hoor, voel en zie je dingen die je mist als je in de auto rijdt.
Op de fiets ben je onafhankelijk. Vooral in de stad is het een gemakkelijke manier om je te verplaatsen. Geen gevloek in de file, of gekreun terwijl je wanhopig zoekt naar dat ene parkeerplekje. Mijn auto, mijn vrijheid? Het dagelijkse fileleed in België is niet wat je wordt beloofd als je de reclame voor auto’s bekijkt.
Fietsen is gezond. Dat weet jij ook. Maar het is meer dan dat: fietsen ontspant. Na een lange werkdag, zwoeg op de fiets ik naar boven. En de stress? Die adem ik weg. De chaos verdwijnt. Sterker nog, als ik alleen fiets, dan word ik ik. Dan mediteer ik.
Of het kind in mij komt naar boven. De vrolijkheid. Soms ril ik van plezier.
De fiets wordt één van de vrijheden van deze eeuw. Het symbool voor de leefbaarheid van een stad. Daar geloof ik in.
Al hebben we nog een lange weg af te leggen. Een weg waar je nu als fietser geregeld agressief je plaats moet opeisen. Omdat er onvoldoende infrastructuur is. Omdat niet elke autobestuurder hoffelijk is. Omdat niet iedere bestuurder in de achteruitkijkspiegel blikt voor hij rechtsaf slaat.
Maar, ik geef het toe. Als niemand kijkt... negeer ik ook wel eens de verkeersregels. Ook dat is vrijheid op de fiets.