“Zwarte Veer, Afrit Nergens”
De raaf zit op een lekke vrachtwagenband
naast een verlaten sexshop met geblinddoekte etalages.
Hij rookt geen peuken meer.
Hij rookt tijd.
En spuugt seconden uit als brandende sintels
op het dashboard van wie te lang blijft hangen.
Langs de autostrade van het leven
staan parkings die nooit sluiten.
Veel niemandsland, met groen onkruid aangeplant.
Vol met koffiemachines die bloed tappen
en snacks achter glas die je enkel krijgt
als je je eigen naam fout intoetst.
Er zijn wc’s zonder deuren
en spiegels die je laten zien
zoals je vader je zag,
toen je loog dat het goed met je ging.
De wind praat in morscode.
De bomen langs de snelweg zijn krom
alsof ze iets wilden vasthouden
maar te laat beseften dat ze armen misten.
En altijd is daar die raaf.
Soms op het dak van je auto.
Soms in je achteruitkijkspiegel
met ogen als vergeelde faxen uit het hiernamaals.
Drie roepen bij valavond.
Niet hard — maar snijdend.
Alsof de hemel een kras op de plaat werd.
Het universum dat even stottert.
De raaf kantelt zijn kop,
spreekt met een keel vol grind:
“Wat je niet gezegd hebt,
wordt straks een echo die je blijft volgen
in elke verlaten gang van je dromen.”
Dan dwarrelt er een zwarte veer.
Zacht.
Geruisloos.
Alsof de zwaartekracht zelf rouwt.
En je kijkt naar de parkeerplaats:
een niemandsland vol stemmen zonder monden,
peuken zonder lippen,
geluiden zonder oorsprong.
Een bord flikkert:
“GEEN BESTEMMING. GEEN TERUGWEG. KIES IETS.”
En jij?
Je draait de sleutel niet om.
Want diep vanbinnen weet je:
de raaf rijdt mee.
Altijd.
Tekst : Manfred 19 april 2025
Foto : Manfred

