laat mij diegene zijn die de dop eruit trekt, jij
de aangekondigde storm, geen ramen of deuren
dichtgespijkerd
waar is het water gebleven, hoe
is het ons gelukt de golven af te schudden
met schuim de hoeken van ons huis te vullen
later gooien we achteloos een handdoek
over een schouder, weet je nog toen
eb, nee vloed begon
aan de dop hangt log de ketting
in reflecties van bubbels en schuim
die wij in elkaars gezicht blazen