14/01: 'Warmer (tanka)' van Robert de Roek
Eveline Coppin werkte lang als journaliste en schreef ook enkele biografieën. Sinds 2018 geeft ze workshops, weekends, retreats en online trajecten helend schrijven. Daarin combineert ze haar twee grote passies: schrijven en persoonlijke groei. In mei 2025 kwam haar eerste boek uit: 'Schrijvend op weg met jezelf'. Dat is een schrijfwerkboek met twaalf uitgebreide schrijfopdrachten die je helpen om naar binnen te keren en al schrijvend antwoorden te zoeken. In haar ‘schrijfclub’ komt ze elke maand samen met gelijkgeschrijfden om samen een oefening te maken uit haar boek.
Eveline Coppin tipt deze week 'Warmer (tanka)' van Robert de Roek.
"Dit gedicht is een tanka. Die van oorsprong Japanse dichtvorm lijkt sterk op de ook al uit datzelfde land afkomstige haiku. De tanka is een iets minder gekende vorm, dus fijn dat de auteur deze koos! Bij een tanka worden er nog twee versregels van zeven lettergrepen toegevoegd aan een haiku (5-7-5 lettergrepen). De eerste drie regels zijn een observatie uit de natuur en de laatste twee een meer persoonlijke reflectie. Die reflectie zit niet in het gedicht. De auteur voegt als regel vier en vijf nog een indruk toe, namelijk over het verschil in de duur van ‘standhouden’. Een reflectie over de eindigheid van de mens had misschien nog een extra laag aan het gedicht toegevoegd?
Warmer herinnert aan de sneeuwval van het begin van het jaar. Maar niet aan de vreugde van versvallende vlokken, maar aan het moment waarop die sneeuw begint te vergaan. Naar het moment waarop sneeuw weer water wordt door regen. Mooi verwoord door ‘geplens’. Een woord met wat meer gevoel dan ‘regenen’ en als je de ‘p’ extra benadrukt bij het uitspreken, hoor je ’t bij wijze van spreken plenzen. De auteur beschrijft ook raak de kleur. Niet meer mooi wit, maar ‘grijze ijsresten’. De keuze van de herhaling van de tweeklank ‘ij’ – vaak gebruikt door mensen om afkeer aan te duiden – zet dat gevoel van lelijkheid extra kracht bij.
Origineel gevonden is de waterwoordenschat die Robert de Roek met ‘golven’ hanteert in de eerste regel (‘Op ‘t gazon golven’). Die ‘golven’ associeer je met water, maar niet met ijs en sneeuw. Mooi is ook de alliteratie ‘gazon golven grijze’ en wat verderop nog ‘geplens’. En de ‘tors op ’t tuinpad’. En dan het onthoofden. Een gruwelijk werkwoord. En dat gelinkt aan een sneeuwpop die geen verweer heeft tegen de regen. Eenmaal de dooi is ingezet, moet hij eraan geloven. Verdwijnen zal hij. De oorzaak ‘warmer’ wordt benoemd in de titel.
Tot slot: slim dat de schrijver ook het meer inclusieve ‘sneeuwpop’ gebruikt. Ik werd me pas vorige week bewust van de mannelijkheid van het woord ‘sneeuwman’, toen mijn kinderen twee kleine sneeuwpoppen creëerden naast hun grotere sneeuwpop. ‘De sneeuwman heeft twee kinderen gebaard’, orakelde mijn echtgenoot. Ik voelde meteen weerstand. Een man kan toch geen kinderen op de wereld zetten? Blij dus met deze neutralere ‘sneeuwpop’. Ook al moeten mijn mondspieren het nog wat gewoon worden…"
