Robert de Roek

Gebruikersnaam Robert de Roek

Teksten

Zestien op een rij (lente)

Ik heb alweer mijn rij van zestien bomen op het kerkhof opgezocht. Het noorderpad bevat eerst geen grind en slingert zacht een lichte helling op. Kiezels laten graven links liggen, rechts zomen Japanse kersen het grindpad af. Aan de andere zijde van de dodenakker geen pad, geen kersen, enkel pijnbomen.   Drie wachters lagen na de winter om. Jongens sloegen zwavelhoeden weg. Onthoofde schimmel, wit en bros, lag in pulver op het pad. Op stammenbulten prijken resten grijs, eronder zwellen, opnieuw en plakkerig, geel-oranje kommen en schelpen.   De dertien overlevers heeft een dienst met een peloton prunussen versterkt. Nu staan er in de lente vierentwintig in 't gelid, een wittebloesemzee die kale boomgenoten en verlaten grijze graven afschermt. Lager bieden rechte stammen en kromme knoesten doorkijkjes naar ingezakte grafstenen, neergestorte platen, abstract beeldhouwwerk.   Staan deze wachters op de grens van dood en leven? Neen, ze staan er middenin: bruinrot lepelt kernhout van bonkige stammen uit, sap stroomt opwaarts in het spint. Getordeerde zuilen torsen overdadig wit, bordeauxe blaadjes stemmen op frêle roze kronen van prunussen af, oud en nieuw schudden witte schilfers naar hun voet.   Ik heb opnieuw mijn Japanse kersen opgezocht en zing: 'Old man, look at my life, I'm a lot like you were.' Hier worden rijken niet gescheiden, grenzen niet bewaakt. Geen tips van sluiers. Hier vloeit alles in elkaar. Dood en leven hier verbonden, wat ontbonden wordt, gaat er ook in op.    

Robert de Roek
6 1