Tip van de week

18/02: 'Erwtensoep' van Fien SB

Helena Buckinx is historica van opleiding en schrijfster van twee romans. Met 'Reizigers op doorreis', dat ook in het Engels verscheen als 'Travellers in Transit', won ze de Indie Awards Publieksprijs 2021. In 2025 publiceerde ze 'Gebroken wit' dat richtlijnen voor een succesvol huwelijk bevat, en als dat niet lukt, voor een gelukkige scheiding.
Na een lange carrière als eventmanager in de financiële sector, verhuisde ze met haar man naar Panama, waar ze zich vandaag volledig toelegt op haar literaire werk. Naast schrijven is schilderen haar grote passie.


Helena Buckinx
tipt deze week 'Erwtensoep' van Fien SB.

"De titel 'Erwtensoep' wekte meteen nostalgie op en deed me denken aan het lied 'Waar ik woon' van Boudewijn de Groot, met dat grappig absurde einde waarin sprake is van “een vage geur van erwtensoep”. En dan was er die derde zin: “Ik ben hier al geweest,” zegt ze. Meteen dacht ik aan de openingsscène van mijn lievelingsroman Brideshead Revisited: “I had been there before; I knew all about it.”

Nostalgie duikt op wanneer je haar het minst verwacht, maar soms zoeken we haar ook bewust op. Dat is wat dit jonge koppel doet tijdens hun wandelweekend. Hun relatie is pril, al weten we dat ze elk een verleden hebben. Zij heeft immers kinderen uit een eerdere relatie. Net daarom is het zo herkenbaar: jonge geliefden willen, ook op latere leeftijd, elkaar de fijne plekken uit hun zorgeloze kindertijd tonen. Alsof het samen bezoeken van die locaties hun band zal versterken en een grotere verbondenheid creëren. Wanneer blijkt dat zij zelf al eerder in die abdij is geweest, is dat voor haar een bewijs dat ze voor elkaar zijn voorbestemd.

In het fijnzinnige ineenvloeien van nostalgie, herinnering, heden en hoop schuilt de kracht van deze tekst.

Niet alleen de herkenbaarheid boeide mij, ook de subtiele manier waarop de auteur nieuwsgierigheid wekt. Ik wil meer te weten komen over de personages. Over hun verleden en over hun toekomst - samen of niet... Daarom is 'Erwtensoep', dat deel uitmaakt van een trilogie, mijn tip van de week."

 

copy foto: Frank Toussaint

Gerelateerd

Tip

Erwtensoep

Wandelweekend tweede dag Ze zijn op één kilometer van hun vertrekplaats. Zij herkent plots de baan. Ik ben hier al geweest, zegt ze. Gisteren had ze op kaart zitten kijken welke wandeling ze vandaag konden doen. Ze toonde welke haar interessant leek. Een wandeling van 15 kilometer, een stukje bos, een stukje langs de rivier en ook langs een abdij. Zijn interesse was meteen gewekt. Toon eens, had hij gevraagd. Ze toonde hem de foto's van de abdij en las de beschrijving: “In de abdij van Mariawald kan je nog steeds de welbefaamde erwtensoep eten.” Hij veerde enthousiast op achter zijn stuur “Het is die, het is die abdij!”. Zij voelde vuurvonkjes in haar binnenste. Ze had de abdij uit zijn jeugd waar hij vorige maand naar zocht gevonden. En hoe fijn vond ze het om hem blij te maken. Kon ze dit maar alle dagen doen! Ze komen aan op de parking. Zij gelooft haar ogen niet. Ze trilt. Haar buik voelt warm. Ik ben hier al geweest, zegt ze nog eens. Ze loopt in de richting van de abdij, als betoverd. Ze was er inderdaad al geweest, 2 zomers ervoor. Ze had haar toenmalige partner doen stoppen langs de baan omdat ze een mooie witte muur had gezien en wou weten wat daarachter zat. Hij had gereageerd dat de stopplaats niet ideaal was, maar zij wou absoluut uitstappen. Ze was langs de muur gelopen en had getrild. Ze wist niet waarom, maar ze wou hier even rondlopen. Haar partner en kinderen waren gevolgd. Ze liepen langs de abdijmuur naar boven. Daar was zij op het bankje gaan zitten. Ze was stil. Ze voelde iets maar kon dat niet delen. Ze zou wel weer horen “ben je daar weer met je rare gewaarwordingen”. Dus was ze stil en genoot van het gevoel te zweven, langs de abdij, over de uitgestrekte velden, in de zon, naar het verleden. Ze voelde liefde, de liefde die ze vaak miste. Ze lachtte naar haar kinderen. Wat was het leven mooi zo. Ze wou dat gevoel zo lang mogelijk vasthouden. Ze was thuis en ze wist niet waarom. Voor ze de plek weer verliet ging ze nog eens binnen in de kerk en keek door het raam van de cafetaria. Er was niemand. Alles was verlaten. Hij komt naast haar staan. Jouw abdij is mijn abdij, zegt ze en vertelt haar verhaal al wandelend. Er is veel zon, maar ze moeten eerst door het bos en zitten daarna aan de verkeerde kant van de vallei. Toch geniet ze. Hij is speelser vandaag. Ze kruisen een Vlaams koppel met hond. Ze praten wat over het ras en dan over de streek. Hij en de dame hebben vooral het woord. Haar introverte man kan wel heel gemakkelijk met vreemden praatjes maken en dat vindt ze fijn. Na een zin of drie doet hij het weer: hij brengt tijdens het gesprek zo subtiel zijn liefde voor haar naar boven dat ze gloeit. Hoe kan hij toch zo zacht duidelijk maken dat ze de vrouw is waarmee hij oud wil worden? Het laatste stukje is een ommegang, een klim naar boven. De zon recht in het gezicht. Ze zweten. Een zestiger komt naar beneden met een paternoster, strak gezicht. Hij zegt dat ze helemaal toe zit, madam paternoster. Zij lacht dat hij dat net moet zeggen met zijn blokkades. Dan lacht hij: “ik had die reactie zien aankomen”. Ze bekent dat zij ook zou toe zitten als hun relatie zou kapot gaan. Jij bent het, zegt ze, jij en niemand anders meer. Eindelijk zijn ze er. Hij gaat met de hond een plaatsje zoeken in de cafetaria, zij schuift aan voor zijn erwtensoep met worst. Hij zit in de zon. Ze zet de soepkom voor zijn neus, maar hij schuift hem naar het midden om met haar te delen. Zijn ogen spreken liefde en weemoed, hij neemt haar hand, zij wrijft over zijn vingers, kijkt hem in de ogen. Ze delen het abdijbier en de kaastaart. Ze voelt een gelukzalige vermoeidheid opkomen. De emoties van het goddelijke. Zijn abdij is haar abdij. Het was voorbestemd. Ze passen bij elkaar als twee erwtjes in één peul.

Fien SB
50 2

Gepubliceerd op

18 feb 2026