Tip van de week

24/04: 'Obstakel' van Fien

Robin Hagemans nam vroeger een hele Albert Heijn tas vol bibliotheekboeken mee op vakantie naar Italië. Nu is ze mede-eigenaar van boekhandel en koffiebar Cosimo en de gelijknamige uitgeverij (voorheen uitgeverij Karakters) in Antwerpen, waar ze sinds het afronden van haar Master Museum Studies aan de UvA woont, en zetelt ze in de adviescommissie auteurslezingen van Literatuur Vlaanderen.


Robin Hagemans
tipt deze week 'Obstakel' van Fien

"Samen met de eerste zinnen fietst de lezer zo het verhaal binnen, dat van begin tot einde tot de verbeelding spreekt. De schrijver weet treffend een situatie te schetsen zonder onnodig te beschrijven, zonder te veel uit te leggen. Zo blijft er genoeg ruimte om zelf invulling te geven (Waar gaat onze protagonist heen? Waarom is hij/zij te laat?) en wordt het verhaal niet voorgekauwd. 

Tegelijkertijd zet de schrijver met de details die wel benoemd worden een herkenbare protagonist op papier. Het zweten onder de regenjas, de platte banden, de stress op het chaotische station brengen voor mij de ik-figuur tot leven. De lezer krijgt een inkijkje in de gedachten van de protagonist die daardoor menselijk wordt, driedimensionaal.

Hoewel ik de ruimte die de schrijver de lezer geeft voor eigen interpretatie een sterkte van het verhaal vind, zou de schrijver van mij toch nét iets meer tijd mogen pakken om de verschillende scènes vorm te geven. Hier en daar is de gelaten ruimte eerder vaag en onduidelijk. Zeker de scène op het ontregelde station zou nog strakker in de verf gezet kunnen worden, maar hiertoe is de schrijver lijkt mij zeker in staat.

De zin “…en nu lijkt alles opeens een optie in plaats van een plan” sprak me aan. De humor en de beeldspraak (de platgereden duiven, het plakken van de niet-opgedroogde regenjassen in de mensenmassa) maken het verhaal geestig."

Gerelateerd

Tip

Obstakel

Het is zaterdagochtend en het is vroeg. Ik trap me een weg doorheen de regen naar wat het verkeerde treinstation zal blijken. Ik ben te laat, denk ik, en zet nog wat kracht bij. Gelukkig zweet ik niet al te hard onder deze regenjas, dat is dan toch iets. Als ik mijn fiets op slot zet aan het verkeerde station, sijpelt het besef samen met het uitgestelde zweet binnen.Fak. Zonder echt nog te weten waarom, haast ik me naar het spoor voor een stoptrein die me toelaat om over te stappen in Dampoort. Tussen de twee stations in lees ik een verhaal over een vrouw die tekens ziet in de platgereden duiven die ze passeert en ik denk aan het exemplaar dat ik daarnet nipt wist te ontwijken toen ik met een rotvaart op mijn semi-platte banden langs de Coupure stoof. Als ik op het station van mijn overstap aankom is er chaos. De helft van de sporen is afgezet en de andere helft kan je enkel bereiken via dezelfde twee trappen. Het is opgehouden met regenen en de temperatuur stijgt. De regenjassen van de door elkaar lopende reizigers dampen en de lucht voelt klam binnen en buiten mijn mondmasker. Als het zweten al gestopt was onderweg naar hier, dan is die pauze nu definitief voorbij. Het komt met golven van misselijkheid. Er ligt een obstakel op het spoor, hoor ik rondom me. Ik vraag me af wat er classificeert als een obstakel en voel me wat ongemakkelijk in de menigte. Iedereen komt te dicht. Iedereen is een obstakel. Ik wil tegelijkertijd geen en dertig mondmaskers opzetten, wild om me heen beginnen sprayen met ontsmettingsmiddel en mensen herinneren aan die ene pandemie. Geen enkel bord in het station geeft nog treinuren aan, dus ik loop doelloos heen en weer, weg van de mensen en dan weer met de stroom mee, richting de treinen. Door mijn initiële fout – het station van vertrek – had ik mijn overstap toch al gemist, en nu lijkt alles opeens een optie in plaats van een plan. Ik heb te veel en te weinig keuzemogelijkheden. Dan krijg ik op mijn gsm plots een pushmelding over de nieuwe covid-maatregelen in Nederland. De clubs gaan open, zegt de app. Ik denk aan de platgereden duif in Gent en zie de massa mensen rond me in gedachten dansen. Hun plakkerige regenjassen tegen elkaar ritselend, de warmte van mensenlijven een stinkende stoom de ruimte inwalmend. Ik kan de geur bijna ruiken als ik beslis het station uit te lopen. Achter mij hoor ik de trein naar Amsterdam aankomen, volstromen en vertrekken. Ik neem mijn gsm en tik dat ik er niet zal geraken. Obstakel op het spoor, zeg ik, terwijl ik in gedachten een aangereden reuzenduif, poten omhoog, in de treinhal van Antwerpen Centraal verbeeld.

Fien
156 3

Gepubliceerd op

24 apr. 2024