Tip van de week

28/10: 'Mijn gezicht' van Rudi Lavreysen

Van Gas (Kurt Van Gasse) geeft in zijn bovenkamer gratis onderdak aan een ingenieur en een jeugdauteur die het wonderwel met elkaar kunnen vinden. Onvermijdelijk sijpelt er een vleugje wetenschap in zijn verhalen door. Met zijn debuut 'Wille' werd hij meteen genomineerd voor de Leesjury. Onlangs verscheen zijn 'Ridder Wankelmoed', een hilarische whodunnit in een sprookjesachtige setting. Van Gas begeleidt binnenkort de cursus 'Schrijven met een knal', waarin je ontdekt hoe je wetenschap op een verrassende manier verweeft in je verhaal.

 

Van Gas tipt deze week 'Mijn gezicht' van Rudi Lavreysen. 

"Het vergt moed om met een resting grumpy face door het leven te gaan. Ook al ben je de huppelende vrolijkheid zelve, na één blik op je gelaat steekt je medemens haastig de straat over. Het is een kronkel van de natuur die waarschijnlijk best wel handig is voor buitenwippers, maar als je geen koffiekoeken kan gaan kopen zonder dat de bibberende bakker je spontaan de kassa overhandigt, is het gewoonweg lastig.

Alleen humor kan hier redding brengen en dat heeft Rudy Lavreysen heel goed begrepen. In een heldere scène voert hij Jeanke op, die overal met een aanstekelijke glimlach verschijnt. De lijder aan de grompotblik krijgt van Jeanke goedbedoeld advies, waaruit blijkt dat Jeankes glimlach allesbehalve spontaan is. Achter zijn stralende voorgevel verbergt zich misschien een huichelaar.

Rudy Lavreysen heeft niet meer dan een handvol woorden nodig om een sterke scène neer te zetten. Met veel zelfspot en een vleugje slapstick weet hij helder te schetsen wat er gebeurt wanneer je de spontaniteit overboord gooit, onweersgezicht of niet."

 

Gerelateerd

Tip

Mijn gezicht

Ik weet proefondervindelijk dat ik geen spontaan lachend gezicht heb.  Opmerkingen als 'Lach toch eens' of 'Kijk niet zo lelijk' komen hard aan, geloof me. Maar hoe krijg je dat, zonder op een uitgebluste clown te gelijken? Het toeval wil dat ik iemand met een uitgesproken lachend gezicht ken. Jeanke. Als hij een café binnenkomt, is hij zoals een magneet. Heel wat mensen toveren spontaan dezelfde lach als die van Jeanke op hun gezicht. “Hoe doe je dat toch?”, vroeg ik hem. “Simpel, de regel van drie”, zei hij. “Kent ge die? Nee, niet die van wiskunde. Wacht, ik zal het je tonen.” Hij kwam naast me staan en nam mijn schouders vast. “Laat je schouders zakken”, zei hij. “Je moet ontspannen, anders krijg je een geforceerde glimlach.” “Doe nu je ogen even dicht”, ging hij verder. “Ja, nu openen en naar mij kijken.” Ik deed wat hij me vroeg. “Zie je wel, je begint automatisch te glimlachen. Je moet op het juiste moment naar iemand kijken.” “Dan de laatste regel. Ook je kin mag niet te stijf staan. Dan kan je oplossen door je tong een beetje op je gehemelte te leggen. Zo gaat je mond wat openstaan en krijg je automatisch een glimlach. Je zal die regels overal terugvinden.” Na ze voor de spiegel te hebben geoefend (mijn huisgenoten hadden ei zo na geestelijke spoedgevallenzorg ingeschakeld) trok ik de straat op. Het liep al snel mis. Mijn buurman vroeg me wat er scheelde. Door de stress had ik regels door elkaar gehaald. Ik wist niet meer wat ik met mijn tong moest doen. Ik had ze ietwat uitgestoken. Mijn schouders had ik opgetrokken en ik had naar hem geknipoogd. Och, ik moet het ermee doen, met dat gezicht van mij. We hebben onszelf niet gemaakt, zei vader altijd.

Rudi Lavreysen
52 2

Gepubliceerd op

28 okt 2026