Daar verdwijnt je groene jas

in de zee van veelkleurigheid

die deze gang eigen is.

Ik zie je lip trillen op de arm

van een vreemde vrouw.

Je ogen zoeken het rood van mijn jas,

dat langzaam uitvloeit

in de achtergrond.

Het is die verdomde muur,

die harde stenen,

die iedere dag aan me trekken

tot er enkel nog afstand is

waar daarnet een knuffel zat.

Dat is mijn lot.

Nog lang niet dood, maar toch verdwenen,

als jij bent wat je wordt:

groot.

 

 

 

 

 

Geschreven door Gitta VR op 09/01/2017 - laatst aangepast op 09/01/2017

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home