Wat ik nog wil vergeten

Terug naar het overzicht

'Haar stemmetje’, schrijf ik. Mijn pen hangt even besluiteloos boven het blad, duikt naar het papier en neemt snelheid.

‘Hoe Fenne alle toonaarden aankon, behalve die van normaal praten.’

Ik bijt op de dop van mijn pen en hoor haar stem. ‘Niet bijten, schat. Dat was een dure pen.’

Even voel ik een kleine glimlach. Ik schrijf verder.

‘Mijn lief en hoe ze haar voeten altijd op mijn schoot legde. Zonder woorden wist ik dat ik het stukje onder de grote teen van haar linkervoet moest masseren. Het puntje van Joppes tong. Altijd een stukje uit zijn mond als hij met zijn nintendo speelde.’

 

Ik kijk naar de oplijsting. Het zijn slechts fracties van wie ze zijn. Kleine snippers die ik in de kom van mijn hart bewaar, maar het is een begin.

 

De stilte in de kamer weegt. Ik zou de radio kunnen aanzetten. Of de televisie een eind weg laten kwetteren. De ruimte in de kamer schuift om me heen. Als een trui die ooit als gegoten zat, maar nu een paar maten te groot om me heen lubbert. Misschien moet ik de meubels verzetten en een andere kleur op de muur gooien.

Maar het voelt nutteloos. Elke verandering, is er eentje die ik gemaakt heb. Nooit staat de radio plots op een zender die ik niet kan uitstaan. Wanneer spoog de televisie nog de hysterische klanken van kindertelevisie?  Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst op zoek was naar mijn boek of jas. Onvindbaar opgeruimd door een huisgenoot. Alles ligt altijd net daar waar ik het achterliet. Nooit rommelt nog iemand ongevraagd met mijn spullen.

 

Er was een tijd dat ik deze stilte wenste. Niet zo lang geleden smeekte ik om wat rust om mijn eigen hoofd weer te kunnen horen. Een leeg blad papier en de tijd om dit te vullen. Maar stilte strookte niet met ons vier. Er was geen bubbel om me in terug te trekken. Altijd was het papa hier of lief daar. Een zoekgeraakte knuffel, een akkefietje tussen zus en broer om niets, een losgeraakte dakgoot en tijd om samen in de zetel te zitten.

Het leven denderde aan een razend tempo over ons heen. Ik denderde mee, met een groot gemis onder mijn arm. Ik wou de tijd om te schrijven. Geen gestolen kwartier op de trein of een half uurtje in de vroege ochtend wanneer de kindertelevisie mijn kroost entertainde. Gewoon zoveel tijd als ik wou op het moment dat ik voelde dat de woorden er klaar voor waren.

 

Wees voorzichtig met wat je wenst. Dat heb ik ondertussen geleerd.

Het leven maakt wrede kronkels. In één klap veranderde ons huis van een drukke vogelkooi in een lege schoenendoos. Ik ben de enige die hier nog ronddwaalt.

 

Ik had hen en wou tijd.

Nu heb ik tijd en wil ik enkel nog hen.

 

Ik heb wat ik wil. Er is geen weg terug.

De tijd, de woorden en de verhalen. Ze zijn er in overvloed.

Maar in mijn hoofd is het nog steeds niet stil. Fenne, Joppe, mijn Lief. Ze dansen voor mijn ogen. Voor altijd onbereikbaar. Ze bestaan slechts zo lang ik ze adem geef op de pagina’s. Ik schrijf ze zo goed mogelijk neer. Ik roep ze opnieuw tot leven op witte pagina’s, strooi rijkelijk letters over hun uit. Ik boetseer ze met letters en woorden. Ik vang elk sprankeltje van hen dat nog ronddwaalt in zinnen en pin ze vast op het papier.  

 

Mijn pen hangt boven de eerste regel van het blad.

Bovenaan schrijf ik:  ‘wat ik (n)ooit wil vergeten’.





Geschreven door KiM op 14/03/2017 - laatst aangepast op 29/11/2017

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home