Gesprekken tijdens het hard worden –DEEL DRIE

Terug naar het overzicht

Gesprekken tijdens het hard worden –DEEL DRIE

 

Zij: “Ik wil overal van proeven. Nee- ik wil niet proeven. Ik wil overal van happen. Het leven is de grootste patisseriezaak die je je kunt voorstellen. Het aanbod is eeuwig en magisch. Ik wil elke plaats op de menukaart ontdekken.”

 

Ik: “Het leven is een patisseriezaak en dat baart mij zorgen. Er zit een massaproductie achter. Je wilt dan van alles proeven, maar je kent geen grens. Wanneer je slaapt wordt elke ervaring aangevuld, zodat je opnieuw en opnieuw kan proeven en je wilt dan te veel. Je proeft opnieuw. En steeds bestel je meer, tot je tong rauw is en je maag barst.”

 

Hij: “Ooit is mijn maag in gedachten gebarsten. Uit angst had ik mezelf geleerd niet meer te eten en ik voel nog steeds de gevolgen daarvan in mijn hart. De gevangenis die ik bouwde voor mezelf in mijn gedachten en waarin ik vast kwam te zitten. Mijn hoofd als een kompas voor de weg die ik ellenlang volgde. Toen ik aankwam realiseerde ik mij dat ik fout zat. Daar ben ik over de afgrond gegaan. Jaren later, realiseer ik mij dat ik niet fout was, maar dat het kompas in mijn hoofd de foute weg aangaf. Ik was het noorden kwijt en het oosten en het westen en het zuiden. Maar ik bleef een realist.”

 

Ik: “jij bent geen realist, jij bent een nihilist en je doet daar niets mee, het doet je allemaal niets. Je leeft in een wereld waar mensen enkel bestaan wanneer ze je raken. Jij deelt de gehele populatie op in fragmenten van je eigen ziel. Stop met bewegen. Je beweegt mij niet.”

 

Zij: “Laat mij dan tenminste binnenkomen.”

 

Hij: “Je denkt dat ik boos ben. Ik ben niet boos, maar bang. Ik sta te trillen en te rillen van het zweet op mijn voorhoofd. Als ik zou weten hoe de mens te controleren zou ik zeker zijn en gaan naar de bestemming van mijn leven, maar er zijn zoveel bulten in het landschap. Ik kan niet ver meer zien.”

 

Ik: “Zou je mijn hand willen vastnemen? Zou je mij in vertrouwen nemen? Ik –die zo fel is en van het leven een gele vlek maakt met wit licht en stralen en ik die dus oogverblind brandt. En jij, die zo zacht kan zijn, wanneer je even je masker laat vallen. Controle is zoals verdraagzaamheid, ik zou graag op een van de twee nog kunnen hopen. Je bent al wie je wilt zijn. Ik zeg het je nu. Degene die je wil zijn, huist al wat langer in je hoofd, maar je hebt hem ingemetseld. Laat hem vrijkomen. Laat hem breken en dan weer zacht worden. Dan zal het leven je in de ogen hebben gekeken. En je zal altijd priemende ogen in je rug voelen. Maar je draait je nooit meer om. Je rent tot de adem in je haarwortels zit en het blauw in je schenen.”

Geschreven door Camilla Peeters op 06/11/2017 - laatst aangepast op 02/03/2018

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home