geen blinde vlek, geen dode hoek.

de nek wil ik schroeven tot ik de cirkel zie

met vaste ogen die de schedel vullen.

in de nacht gaat de  waaier open.

 

stil vliegen wil ik,

met dons aan de vleugels sluipen

tot de duik, niet langer zolen slijten

maar de klauwen om een kans vouwen,

 

een kaart maken van de minste geluiden.

hier geen muis in de humus, geen lemming in de sneeuw

maar een ritselend blad verraadt de storm.

 

zoals een twijg knakt op het pad, het scharnier piept,

de sleutelbos als je thuiskomt, weer een dag lichter

na de braakbal van wat ik missen kan.

Geschreven door Wim Vandeleene op 21/01/2018 - laatst aangepast op 21/01/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home