De lotgevallen van de snoodaards

Terug naar het overzicht

Wanneer ik ga, neemt de dood me mee naar zijn onderwaterpenoze.

Een wereld met ondersteboven hangende groene kastelen,

tempels van vermist goud en

schedels, opgestapeld als een berg appels.

Mijn lichaam was niet meer dan de drager van mijn ziel.

Nu ze mij hebben meegenomen,

is het slechts een flakkerend lampje

ter grote van een fruitvlieg.

Toen er nog lucht zat in mijn plastieken longen

en mijn stenen hart klopte,

had ik een kapot gekerfde kerfstok.

Ik was een immoreel individu.

Droeg haat als een hanger om mijn hals.

Branden mijn vleugels als heilige kaarsen aan zondes.

Door mijn aderen stroomde onrein water.

Als ik moest kroop ik als een laf roofdier in mijn harnas van krantenpapier.

Maar ze scheurden hem open.

Nu hang ik net zoals alle andere snoodaards

in vogelkooi, midden een kasteel ondersteboven.

 

Beeld: Gustave Klimt- Phylopsophy

Geschreven door Andrea Derese op 27/07/2018 - laatst aangepast op 28/07/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home