Andrea Derese

Gebruikersnaam Andrea Derese

Teksten

Proef mijn gif

Tussen de lava van onrust en euforie bevind ik me   samengesmolten en verhard. Met een mantel van een of andere bejaarde steensoort.   Ik ben het zoet. Dus bijt me in twee.   Proef me.   Verscheur en vermaal me.   Slik me door.   Ik beland in een lauwe brokkensoep.   Wat sneeuw valt op je huid. Smeltbaar grof zout uit een kreeftenzwembad in plaats van uit een steenkleurige hemel. Mijn dagdromen, mijn verbeelding.   In Het toilet van Venus houding lig ik op je onverteerde chocokoeken verder weg te doberen als een badeend.   In een donkere kamer zonder ramen of deuren, achter je verzilverde navel, waar ik van waterpijp (met bonbonsmaak) geniet, hoor ik een kreunversie van Die Königin der Nacht.   Een explosieve jaloezie, dat ben ik nu. Je loopt achter semi-plastieken slangenvrouwen aan, hun contouren gevuld met egale pigmenten: melasse, speculaas en kaneel + de glitters op hun ogen, lippen en wangen.   Mozarts werk stopt en mijn lust lust naar het  zoet ook.   Mijn regenboogdromen zijn nu niet meer dan ontplofte wolken van illusies.   Ik scheur je vanbinnen uit open   en verlaat je   als een verliefde vlinder.   Je zakt in een bordeaux plas verder  weg met fluorescerende pillen in je ene hand en een andere in die van je erotische pop.   Ik ben nu het zuur, een taaie snack en later een bittere pil.   En op het einde... een toxische cocktail  wat zelfs Sneeuwwitje zou strikken.   Het verleden is nu een schaduw in het heden. Soms komt er weer een aria in mijn dromen waarin ik terug een jonge merrie ben.   Want kijk nu: ik leef in een ziekenhuisbed op een zwarte regenboog achter tralies.   Mijn antieke lichaam verstopt in een kimono met aronskelken erop.   Het is mijn geweten.   Ik had beter moeten zijn. Want nu eindig ik als een eenzame rimpelkop.

Andrea Derese
10 0

De vlecht

Al jaren kom ik in dit kapsalon. Het kapsalon geurt naar brandend wierrook en de houten deur is half vermolmd door het vocht en de schimmel. De barsten van de ruiten zijn beplakt met stukjes tape. En toch siert dit kapsalon van alle huizen het meest de straat. Iedereen komt hier ook graag. Gekwelde huisvrouwen, patsers, straatboksers, jonge boefje, vrijpostige jonge dames, botterikken en werklui. Vroeger kwam er een jongen op zijn bakfiets rijst verkopen. De kappers gaven hem een fooi voor de boodschappen en zoals altijd wat grammen tabak voor in zijn pijp. Het kind was te jong voor te roken. Het was een broodmager schepsel dat elke dag door weer en wind moest fietsen. Uiteindelijk stierf hij aan de koorts in een kartonnen doos in de grijze schaduw van een container. Maar zoiets is hier geen nieuws meer. Hoewel er toch tranen gevloeid zijn.   In het kapsalon is een jong meisje mijn haar aan het wassen. Ze is zo'n jaar of zestien, ruikt naar alles wat in deze tubes en flesjes zit, haar handen zijn bleker geworden van de producten en ze draagt een kruisje om haar hals. Erg jeugdig ziet ze er niet uit. Van het harde werken is ze veel te vroeg rijp geworden. Ik zie het aan haar ogen, de eelt op haar handen en haar verhard gelaat. Alsof het uit graniet was gehouwen.    Ik wil niet zoals dat meisje worden. Ik wil niet zoals die jongen van de rijst eindigen. Ik ben even oud als hen maar heb het geluk dat ik niet van deze straat kom. Niet van deze buurt, waar het me verboden is te komen van mijn voogd. Want overal is het hier plakkerig en de plak houd je vast als de zuignap van een inktvis.   Het meisje brengt me naar de kaptafel en doet me een inktzwarte schort aan. Opeens besef ik dat, als iedereen op internaat mijn geknipte haren ziet, ze weten dat ik weggelopen ben. Mijn voogd zal me dan niet meer "beschermen". Ik ben maar een stuk bezit in haar ogen. Mijn haar is daar een van. Ze dreigt me kaal te scheren als ik ongehoorzaam ben.   'Wat kan ik voor u doen?' vraagt het meisje. 'Maak van mijn haren één vlecht en knip die af. Scheer de rest weg.' 'Meent u dat?' Het meisje kijkt haar ogen uit, net als iedereen die achter mij zit te wachten op een knipbeurt. Maar ze begint. "Zo'n mooi haar'. mompelt ze. Er gaat een warme gloed door me heen, alsof ik nu echt leef.   'Wilt u ook mijn vlecht in een plastiek zakje doen?' En ik geef haar de fooi. Ze pakt het langzaam aan. Haar ogen staan wijd open als dat van een dier. Als ik de deur achter mij toe klap komt er een glimlach op mijn mond. Er ging een gloeiende elektrische lading door me heen en nog meer door het meisje. Het meisje heeft een kind gezien dat niet alleen een einde maakte aan haar lange haren, maar zo ook van haar meesteres.    Door de lange straten van de stad die geurt naar zwarte magie en wierrook, wandel je nooit veilig. Daarom ben ik hiervan weggehaald, en daarom hebben ze mij, in een internaat voor wezen of moeilijk opvoedbare meisjes gestoken.   Eenmaal ik aankom bij de poort van het internaat, begin ik onder het hek te kruipen zoals op de heenweg. Het oude gebouw met zijn witgekalkte muren, lange ramen met gemonteerde spijlen en een kast van een deur. Ik klop tweemaal op de deur. Mijn meesteres doet open en half slaperig kijkt ze mij aan. Ik smijt het plastieken zakje naar haar en zeg: 'het wordt tijd dat je leert dat ik nooit je werktuig ben geweest, en de andere meisjes ook niet. En daarom zal ik voorgoed weggaan.' Mijn meesteres geeft mij een rake klap. 'Jij ondankbaar schepsel! Na alles wat ik voor je deed. Ik heb je gevoed, jij vrat me op.' siste ze. 'Neen,' antwoorde ik. 'Ik was slechts een meid.' Ik keerde haar de rug toe en loop richting de poort, de vrijheid en wreedheid tegemoet die ik zowel bemin als vrees.

Andrea Derese
0 0

Persephone

De ontmoeting   De liefde is een bijna onvindbare plaats. Ze ketent je vast aan een ijzeren kabel in de leegte van de tijd. Waar je zwierde als de aardbol aan de sterkste ketting in een ruimte van zwaartekracht en onuitputtelijke schoonheid. Het stond in de Griekse sterren geschreven:dat twee liefdes zich zouden vermenigvuldigen in de eenzaamheid van de ruimte die tussen hen in zat.Zij was godin van de gewassen en zijn zoveelste minnares.Hij een oppergod die heerste vanaf de berg Olympus.Samen brachten zijn een perfecte uitkomst op aarde: Persephone.   De ontvoering   Bloedlijnen vermenigvuldigen zich tot een eindeloze zee van intriges en chaos.De eenzaamheid knaagde aan de god van de onderwereld, Hades.Hij zonk dieper weg in zijn hebzucht en zijn trots, maar verloor de lust van macht.Hij wou vrouwenvlees tussen zijn handen.De warmte van hun bloed.Hun huid kneden en hun lippen voelen tussen zijn tanden. Dus zat hij daar in zijn schimmenrijk onderhuids te rotten.Maar heel hoog hoorde hij gezang. Zijn nichtje danste op goudgele zonnestralen.Hij werd verliefd op haar fluwelen stem en wachten op dit moment al zo lang.Toen ze een pioenroos plukte liet hij de aarde openscheuren en trok haar mee.Daar maakte hij haar tot zijn vrouw die niets kon zeggen.Vooral geen nee.Want zij was de onschuld die bemind werd door de keizer van de hel.    De schoonheid van de gruwwel    Demeter huilde tranen van kristal. Hades tranen van ijzer.Zij droomde van het weerzien van haar dochter.Hij van het vrouwenvlees.Liefde is een vindbare plaats, maar het houd je vast en verzwelgt je.Het stond overal geschreven dat hij de drager zou zijn van haar onuitputtelijke schoonheid.Dat zij zich zouden vermenigvuldigen als priemgetallen, omdat er teveel plaats tussen hen in zat.Zij was de godin geworden van het dodenrijk, en hij haar man.   De vogelkooi   Haar moeder smeekte en bad. De flora stierf, de fauna leed.Haar vader ging praten. En Hades gaf de voorwaarde, dat als ze de granaatappel die hij als geschenk gaf niet zou eten, dat ze nooit terug zou keren boven aarde en bij hem zou blijven in het paleis met zuilen van Basalt, bedienden als halfmenselijke reptielen en een leger van ratten soldaten. En dus at ze als een beest snel de hele vrucht en zijn sappige vruchtenvlees. Maar het was een list.De vrucht was betoverd.Nu zat ze vast als een naiëve vogel in een vogelkooi.Want nu was ze door Hades veroverd.   De gevangenschap van terugkeren   Wanneer de pioenrozen weer groeiden, de aarde weer kneedbaar was en wanneer je terug onder de hemel kon slapen van de hitte was de tijd van de lente aangebroken.Het was nu tijd voor moeder en dochter, want die hadden elkaar al lang niet meer gezien of gesproken.De lente en zomermaanden waren voor hen, maar wanneer de bladeren verkleuren en neerdaalden op de donkerkleurige aarde van ijzer moest ze terug.En elke keer wanneer Demeter huilde, regende het op aarde harder.En soms tussen het geruis van de kletterende regen hoorde je haar wenen.

Andrea Derese
0 0

Opleiding

Ik ben zodanig geïnteresseerd over de diepgang van het verhaal en de personages, dat ik zoveel mogelijk kennis wil absorberen van anderen. Ik ben leergierig van aard, dat lees je in mijn werken. Whisper, Jeugd & Poëzie, De Bendeweek (Kunstbende) en andere schrijforganisaties betekenen veel voor me. Dankzij hen kan ik alles beter verwoorden en zeggen wat ik wil zeggen. Ik kan ze mijn gedichten als dank teruggeven.

Publicaties

Huger Klans Nr. #31 (Jeugd en Poëzie, 2016)

Reveil #18 "dag van de vergeten verhalen" (14/11/2018)

Bij de wedstrijd Nieuwjaarswensen (13/12/18) werden er 1200 nieuwjaarskaarten met mijn tekst "tussen sneeuw en inkt" erop afgedrukt.

Ik heb in "Eerste zeef poëzieprijs, bloemlezing geselecteerde dichters" gestaan met de wedstrijd "Uitgeverij Zeef". 16/02/2019

Prijzen

Ik heb de hoofdprijs van de Voorronde van de Kunstbende Gent gewonnen in 2016 met categorie TXT (tekst). "Over waarom het gras groener is aan de overkant" en "De schoonheid die nooit van de tijd verliest".

Ik heb de hoofdprijs van de wedstrijd "Nieuwjaars wensen" gewonnen met het gedicht "Tussen sneeuw en inkt". 13/12/2018


Nominaties:
Ik ben ook in 2016 genomineerd geweest voor de prijsuitreiking van Jeugd & Poëzie. (Catogorie 18+).

Ik was genomineerd voor de wedstrijd "Uitgeverij Zeef" (hun eerste wedstrijd trouwens). Gekozen uit de 20 beste van 95 ingestuurde gedichtenbundels. (16/02/19)


Tips:
"Het zoet dat geboren is om te sterven", gekozen door stadsdichteres van Brugge, Tania Verhelst. 5/09/2018

Optredens:
Kunstbende Performance 2015
Zomerkamping (Jeugd & Poëzie) 2016