‘Ik denk dat er meer seks in moet, Yves’ zei de redacteur.
‘Seks? Ik schrijf nooit over seks. Waarom vraag je dat nu ineens?’
'Wel, het zou eens een andere invalshoek zijn, met een breder palet de persoonlijkheid van je personages belichten. Het zou ook…’
‘De verkoop doen stijgen bedoel je?’ onderbrak de schrijver hem. Hij had al voor deze interventie gevreesd. Na zijn derde boek was het heel flauwtjes geworden, en zijn vierde lag al na zes maanden afgeprijsd bij de koopjes in de kelder van de boekhandel. Het werd stil, en het manuscript op tafel lag nu plots als een zorgenkind tussen hen.
‘Ik wist dat je er zo over zou denken, maar luister Yves, als vriend en redacteur vraag ik je er eens over na te denken. Het is in hoor, iedereen doet het.’
‘Ja, hallo ! Neuspeuteren en onder je stoel uitwrijven is ook altijd in geweest, maar moet dat ook op papier staan ?’ klonk het geërgerd.
Er viel een nog grotere en ongemakkelijke stilte. De afstand tussen de twee mannen was nu bijna te voelen. De schrijver keek ongemakkelijk overal en nergens naar, en zag dat de redacteur een grote polshorloge droeg. Veel te opzichtig waren die dingen tegenwoordig. ‘Nog een beetje en ze zijn zo groot als een wandklok’ dacht hij.
‘Jouw personages doen het toch ook?’ doorbrak de redacteur onbeholpen het stilzwijgen, alsof hij aan een les voorlichting begonnen was.
‘Natuurlijk doen ze het, het zijn mensen godnogaantoe, maar daarom moet ik er toch nog niet over schrijven?’
‘Je kan zo’n belangrijk menselijk aspect toch niet naast je neerleggen? Het hoort er toch gewoon bij? Opnieuw stierven de geluiden tegen het wandrek vol boeken uit. Ergens in het huis klonk een mobieltje met een ringtone van balkende ezels.
 ‘Trouwens, heb je er anders iets op tegen dat je boekenverkoop de hoogte in zou gaan?’
‘Nee, natuurlijk niet’ zei de schrijver, ‘Alleen, je begrijpt het niet, het is…’
‘Beste Yves, jij met al je talent, schrijf over het leven zoals het in zijn volledige breedte bestaat. Dat is toch geen schande? Het zal je werk ten goede komen, echt. Geef het een nieuwe impuls!’
De schrijver keek de altijd enthousiaste redacteur vanonder zijn blonde voorhangende haren aan en vroeg cynisch:  ‘En terwijl ik daarmee bezig ben, moet ik dan ook over voetschimmels schrijven, over roos op schouders van een maatpak, over darmpoliepen die langs je–weet-wel- waar worden verwijderd, over steenpuisten die 's nachts openspringen? Is het dat wat je wil? Een mond die ruikt naar de laadbak van een vuilniswagen?’
‘Alleen de prettige dingen Yves, de lezer wil alleen prettige dingen, dat weet je toch. Maak het hem niet te moeilijk. Geef het een kans, en wie weet komt misschien die langverwachte literatuurprijs er dan wel aan.’
Die had de schrijver meteen door. Het klonk als een beloofd ijsje na een tandartsbezoek. ‘Ik betwijfel het’ zei hij kort, en liet het lokkertje onaangeroerd. De redacteur zag zijn vertwijfeling en gaf het nog niet op.
‘Denk nu gewoon eens buiten de lijntjes Yves, out of the box’. Plots begon hij samenzweerderig te lachen. De redacteur overdreef altijd wanneer hij Engels sprak vond Yves, een weinig overtuigend en bekakt soort Cockney, alsof hij jaren in Londen had gewoond en nog maar net terug was.
‘Wat zit je nu zo domweg te lachen?’ vroeg de schrijver.
‘Ik wist niet dat ik er zoëven eentje scoorde Yves. De doos, begrijp je?’ en hij knipoogde. ‘Maar goed, serieus nu, laat ons zo afspreken : herwerk een en ander, en volgende maand zien we elkaar hier terug en bekijken we het nog eens rustig, goed?’ De redacteur stak zijn hand uit, strak en hard als een kaasplankje.

Die dag was voor Yves Hurckmans goed begonnen, maar de redacteur had hem grondig weten te verpesten.  Thuis las hij balorig en met tegenzin zijn heel voorlopig manuscript na en zocht naar een geschikte plaats om een erotische scene in te voegen. Hij probeerde.
‘Zijn hand voelde de zwaartekracht en gleed langzaam volgens de natuurwet van de liefde naar beneden…’ Dat sloeg nergens op. ‘Hoe belachelijk, net natuurkunde op maandagmorgen' dacht hij. Hij schrapte de zin onmiddellijk. Hij probeerde iets anders.
“Hij haalde een bus slagroom uit de berging, deed er een kanten tafelnapje rond en presenteerde het vlak voor haar neus als een exclusieve fles wijn. Hij had een sjaaltje rond hem geslagen en bootste een zwoel Frans accent na dat hem een beetje op inspector Clouseau deed lijken en haar deed gieren van het lachen. ‘Een uitstekend jaar madame, vraiment, UHT behandeld.’  Ze kwam niet meer bij en keek hem enigszins onbegrijpend aan, en toen zei hij zinnelijk en plagerig in haar oor: ‘Ultra Hoge Temperatuur madame, très très haut.’ Hij dimde het licht, en…”
Hij hield op met schrijven, leek over het vervolg na te denken maar scheurde het blad in één ruk van zijn schrijfblok af en gooide de prop naar de andere kant van de kamer. Daar lagen er al een tiental. Hij probeerde nog iets met een achterbank van een auto, schuilen voor een zomeronweer onder een brug, maar tevergeefs. Het draaide elke keer uit op erbarmelijk schrijven, op slechte seks. Goed om honderd jaar geen zin meer te hebben.
Uit onmacht om al die stompzinnige onzin die hij op papier had gezet ging hij voor het raam gaan staan, blonk met de onderkant van zijn trui zijn bril op en staarde in de verte. Hij was niet goed in dit soort dingen en was er ook niet ambiteus in. Niet dat hij preuts of puriteins was, of leed aan een of andere vorm van bigotterie, maar hij had het altijd een beetje onkies gevonden om over het seksleven van iemand te schrijven, ook al waren het fictieve personen uit zijn romans. Bovendien was het niet essentieel voor de kwaliteit van zijn werk vond hij. ‘Er zijn ontelbaar veel meesterwerken waar geen seks aan te pas komt en toch tijdloos blijven?’ zei hij tegen zichzelf. Hij gaf ook toe dat het aartsmoeilijk was om zoiets tot stand te brengen, er waren er die het heel goed konden en bewonderde hen daar ook voor, maar zelf voelde hij plaatsvervangende schaamte en voelde zich als een voyeur die een slaapkamer binnenkijkt.  Hij zag zichzelf in het raam weerspiegeld staan en hield spottend een verdedigingsrede: ‘Kijkt u goed, zie naar me, ik ben Yves Hurckmans, aangenaam! Ik ben schrijver, probeer een vakman te zijn, en kan dat alleen maar zijn als ik het op mijn manier kan doen en niet zoals anderen dat graag zouden willen. Ik heb zo m'n dingetjes. Ik hou van uitslapen, lang schrijven, roompatatjes en een goed toneelstuk.’ Boven zijn hoofd trok hij een denkbeeldige kolom en beeldde aan de linkerzijde enkele plusjes uit. Dan trok hij traag enkele horizontale streepjes met zijn vinger op het raam waar het een spoor achterliet. ‘Maar ik hou niet van spruiten, van kakelende mensen, van snel rijden en ook niet van schrijven over seks. Zo, en daar moeten jullie het maar mee doen’ zei hij tegen het  spiegelbeeld. Daarna nam hij een postkaart en schreef in een opwelling van zoete wraak een kort bericht naar zijn redacteur.
‘Beste Guido, ik heb een ijzersterke seksscène op papier gezet, je zal trots op me zijn ! Mijn tekst is nu veel beter, het corpus dieper uitgewerkt, vier billen geven immers redelijk veel overwicht. Die prijs is nu wel binnen, daar kun je nu wel zeker van zijn ! Zie hier wat er rond elf uur ’s avonds op bladzijde 14 – ze zetten net hun glas wijn op de salontafel-  gebeurt:

 

Zij ging open.
Hij ging,
zag en kwam.

 

Met een grimmig lachje en een overheersend gevoel van een overwinnaar zette hij zijn naam eronder, stak het in een envelop, smeerde er een postzegel bovenop en deed hem dezelfde avond nog op de bus. Zijn besluit stond nu meer dan ooit vast: zijn manuscript moest onaangeroerd en onbezoedeld blijven, en zoals steeds bleef hij vertrouwen op zijn innerlijke stem. De uitgeverij kreeg het aangeboden op de manier dat hij altijd al had gedaan. Hij weigerde mee te doen met welke stroming of modegril dan ook, want in zijn ogen kwam het gewoon weer eens neer op geld, altijd maar geld. Het enige wat hij nog besloot te doen was een verhelderend voorwoord aan zijn roman toe te voegen:

 

 

Voorwoord van de auteur

 

Beste lezer,

De eerste keer is altijd moeilijk, dat is nagenoeg bekend. Misschien had u gehoopt dat ik dit voorwoord de titel ‘voorspel’ had meegegeven. Sommige mensen dromen er immers van dit soort dingen in boeken te zien staan, wat natuurlijk uw goed recht is. Ik wil u gewoon laten weten - mocht u het belangrijk vinden alvorens u de eerste zinnen gaat aanvatten - dat er geen seks in dit werk te vinden is. U vindt daar ook niets van terug in mijn vorige boeken, en het zal ook niet aanwezig zijn in mijn volgend boek, als die er komt. Ik laat u een kus zien, een omhelzing, hoogstens een leeg bed waar de warmte nog niet helemaal uit verdwenen  is, maar meer ook niet. Personages mogen dan fictief zijn, ik verkies hun slaapkamer (of gelijk welk vertrek, de trap inbegrepen) niet binnenstebuiten te keren. De privacywetgeving beschermt iedereen. Als u meer verwacht zijn er genoeg bekwame collega’s die u een meer rampetamperig ritme kunnen aanbieden, waar broekknopen wild in het rond vliegen en een hand Kate Winsletgewijs tegen de binnenkant van een bewasemd autoraam aanploft. In uw plaatselijke bibliotheek herkent u dit soort boeken aan het pictogram op de rugzijde : twee paar in elkaar verstrengelde voetjes (niet te verwarren met het hoekje voor de wandelclubs).  Maar voor mij, neem me niet kwalijk, is hitsig veel te heet, ik die zelfs m’n koffie bijna koud drink. En volgens mij zijn er ook niet zoveel tinten grijs als men beweert (hoewel nooit getest zou het kunnen dat ik licht kleurenblind ben). Maar goed, dit gezegd zijnde, hoop ik dat woorden genoeg vervangend zaad voor u moge zijn. Dit was mijn voorwoord, voor het addendum zorgt u beter zelf. Want wat u zelf doet, doet u meestal beter. Dan volgt nu de roman. Veel leesgenot.

 

Geschreven door Lode Van Wabeke op 25/11/2018 - laatst aangepast op 25/11/2018

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home