De Smilodon bestaat al lang niet meer zegt ze.

Bedenkelijk kijk ik naar het bakje met instrumenten op mijn buik

dat telkens ik adem omhoog gaat.

Net een doosje mikado, maar van een merk dat ik niet ken.

Ik zeg niets terug, probeer de spiegel en het haakje stil te houden door

niet meer in te ademen.

Gelukkig was er toen geen chocolade gaat ze verder en haalt wat witte draad tussen de instrumenten vandaan, draait die rond haar wijsvingers.

Doe je mond nu maar open lacht ze. Dan kan ik kijken of er op jouw sabeltanden

suiker kleeft.

De Stimorol bestaat wel zeg ik. Mijn favoriet is de max splash strawberry lime.

Ik kan het zien zegt ze. Je hoektanden zijn cariës vrij. Zijn er nog andere dingen buiten kauwgom die je eet?

Vlees, want dat vind ik lekker, en soms frietjes. Ook aardbeien, maar die hebben ze niet altijd in de winkel. En koekjes. Plus de spruitjes van mama. Die vind ik superlekker!

Jij zou elke Smilodon hebben doen watertanden zegt ze en haalt het spiegeltje uit mijn mond. Zo’n gaaf gebit. Doe zo voort!

Het mikado doosje mag van mijn buik. Er loopt wat water in een plastic bekertje.

Ik spoel mijn mond, slik het door. Het smaakt een beetje naar ijzer. 

Wat is een Smilodon vraag ik?

Een tijger met grote hoektanden die verzot was op vlees. Maar de Sabeltandtijger

bestaat al lang niet meer zegt ze.

Poetste die ook zijn tanden vraag ik bedenkelijk?

Misschien. In de prehistorie was er nog geen tandpasta zegt ze, maar een

stoere tijger als jij mag gerust af en toe een koekje eten.

Ik krijg tandpasta met rode lijntjes en een groene tandenborstel.

Tot volgend jaar zegt ze. En goed blijven poetsen.

In de auto vraag ik mama wat voor vlees we straks eten.

Worst. Met spruitjes zegt ze.

 

Geschreven door Sascha Beernaert op 27/11/2018 - laatst aangepast op 27/11/2018

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home