Ze zijn sneller uitverkocht dan andere jaren. De reden? Ze liggen een paar weken vroeger in de krantenwinkel. Net van kalenders zou je verwachten dat ze op een vast tijdstip verschijnen. We hadden het zelfs op de kalender van dit jaar (die dus vorig jaar bij het boekje zat) genoteerd. Ik krijg de opdracht om bij enkele lokale en bovenlokale krantenventers te informeren. Of er geen exemplaar onder de toonbank ligt. Helaas. Lichte paniek in huis, want geen enkele kalender is beter geschikt om werk- en schooluren op te noteren. De vakantie, afspraken bij de kapper of dokter en wat weet ik allemaal. De vakjes hebben de ideale grootte. Vier regels. Meer kan of mag er op een dag niet gebeuren. De dagen krijgen al een beetje vorm dankzij de kalender aan de keukenmuur. Ik moet toegeven dat het mezelf rust geeft. De dingen zijn geregeld. Het is goed zo. 

Dat gaat dit jaar dus niet gebeuren. Ik heb al een andere kalender gekocht, maar die blijkt niet hetzelfde te kunnen. Tot er plots het verlossende bericht komt. Er is een uitgave van twee tijdschriften gespot, in een plastiekje, inclusief kalender. Wat een geluk. Het eindejaar kan niet meer stuk. Excuseer me voor de rijmelarij, maar dat is het gevoel.

Wat ik me afvraag. Wij noteren op de kalender bij elke dag onze eigen kleine wereld. Zouden de mensen met een iets grotere wereld dit ook doen? Hangt er bij Donald en Vladimir ook eentje in de keuken? Stel dat Melania en Ljoedmila in een vakje bij een bepaalde dag iets noteren als “Babbelen met Assad. De mensen hebben er honger.” Och nee. Wat zou het.

Maar kijk. Onze kalender hangt. Voorlopig nog onder die van het oude jaar. Maar hij hangt. Het nieuwe jaar staat klaar. Nu wij nog. 

 

Geschreven door Rudi Lavreysen op 31/12/2018 - laatst aangepast op 31/12/2018

  • column

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home