in de lente kruipen de rupsen over mij

ze vreten mij kaal, ademend door poriën

vermenigvuldigen ze hun gewicht aan de dis

hun klieren spinnen de draad van een mijl

 

ze draaien hun kop in achten

bouwen een cocon die mijn kiemkracht verpakt

een handvol mag zich tot vleugels ontpoppen

de rest brengt het offer voor het kleed

dat je koel en zacht houdt

 

 in warm water heb ik de draad 

uit hun cocon geweekt, de glans geweven

veel rupsen zijn op jouw huid gestorven

Geschreven door Wim Vandeleene op 06/07/2019 - laatst aangepast op 07/07/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home