Thuishaven: gedichten op, over en onder plekken - 2 delig gedicht

Terug naar het overzicht

1

Want waar je je graag bewust bent

maar je uitzweten in bestaan wil terugverdienen

(dubbel en dik: in emotie, spanwijdte: genoeg)

Daar: een ijzeren wil, over dit staren zegt ze

‘Jij daar met mij, jij weet wel?’

 

Waar ik voor sta? Maar ik gedraag me ernaar.
Bijgevolg ik die is wie ik wil zijn, niet wie ik kan.

Als een unieke metropool van je bosje huistoeristen.
(Iedereen is hier altijd thuis)

 

Polshoogte nemen, maar, geen zorgen, het is hier

dat ik nog zitten zal. En liefst alles transparant houden,

niet vergeten denken aan morgen en staren tot je erin

zou kunnen verdrinken.

Woorden rollend bijschaven als een amorfe taal

waarin iets in steekt: namelijk een boodschap

die mijn taken in zich opneemt.
Ziet u me hier nu zitten’ (dit was mijn antwoord)

 

Doorlopen om er onderdoor te kunnen gaan

en orde te scheppen, het kan alleen maar hier,

waar gewenning een pars pro toto zou kunnen zijn.

 

Het zit me ook zo lekker dit laagje voedsel voor kwatongen.
Vandaar, er kan nooit genoeg van zijn, een nooit genoeg

is zeker op zijn plaats en luistert nooit genoeg.

 

Subliem wordt pas gezien als de dagen vormen wat ze zijn.

Noemen bij naam en liefst vandaag, omdat wij je goed genoeg

kunnen zijn voor wie je zou willen zijn.

 

 

 

2

Schrijven wat ik al ben zou me gezond

kunnen houden.

Mijn plaats ver weg of lang geleden.

Nu ben ik ontheemd geraakt.

 

Gent? Ze zou kunnen dienen.
Tussen mij en dat verre oord enkel

dat rondvliegende gevaarte Teleurstelling,

die krachtpatser, maar waar van aard.

 

Zwaarte. Hefboom. Daar ga ik.

Schrijven waar? Niet weer, het is

een kwestie van geduld en geloof in se.

 

Een essayist met een doel willen worden

en dan dat grote doel najagen: geloofwaardigheid.

 

Bezig nu het nog kan en daar werd ik geboren.
Madensuyu de oren in, Gent de wereld uit, het had gekund.

Ook mogelijk: Madensuyu te hoog inschatten (nooit!),

en mezelf vrijpleiten van het dwangschrijven.
Tot ongeloof van de lezer, bedankt consument.

 

Grote woorden in steden die zich als dorp vermommen

maar met een nog grotere rol te vervullen:
staan voor wat ze zijn.

Zwaaien want: de tijd valt als een persoon.

Daartussen komt alles dat we denken dat we schrijven.

 

(Eronder een stukje tekst: niet aanraken, bijna gevaarlijk!)

Tabula rasa, gelukkig!

 

Gezellige betwetersfeer onder de radeloze uitgevers

die ook geen ander leven zouden willen,

het heeft niet veel gescheeld.

 

 

Geschreven door Dries Verhaegen op 11/07/2019 - laatst aangepast op 11/07/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home