al jaren kom ik in dit kapsalon

de kapster kent mij (en ik haar )

verstaat mij met een half gebaar  

 

hoe is het

zit je goed

mooi weer nietwaar

hoe kort mag het

heel kort

ik lach en knik

maar niet te diep

want anders stoor ik haar  

 

ze woelt en kamt

wel goed gegroeid

en spreekt beleefd

niet over grijs of dun

wat stug toch hier en daar  

 

een heel klein schaartje knipt

en knispert kleineschaartjestaal

haar hoofd gaat schuin

kijkt naar de krullen daar

de lippen lichtjes open

 

wat hou ik toch

van haar gespannen blik

niet vangen nee nu niet

zwijg en kijk

en droom maar

van het puntje van haar tong

 

voor ik een woord

over mijn lippen krijg

trekt ze de handdoek weg

geeft mij een spiegel 

 

kust mij op mijn mond  

 

het is gedaan zegt ze

doe maar je benen toe

en leg je neer

ik kom naast jou

want ik ben moe

Geschreven door Christine Van den Hove op 08/09/2014 - laatst aangepast op 08/07/2015

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home