‘Wil je even kijken?’

 

Hij kijkt me aan met grote vragende ogen, glimmend van trots. Onbevangenheid, dat
is misschien nog wat ik het meeste mis. Blij zijn om het hier en nu, zonder zorgen om
de toekomst of bitterheid door het verleden. Hij kan het nog, ik zie het aan zijn open
lach. Maar vast niet lang meer, want het valt me op hoe groot hij wordt. En hoezeer
hij op mij lijkt. Ze zeggen dat al lang, mijn moeder, mijn tantes. Ik vond het altijd
onzin, maar nu zie ik dat ze gelijk hebben: hij lijkt op mij, heel erg zelfs.
Ik lach en buig me naar hem toe, natuurlijk wil ik kijken.
Hij geeft me de schoendoos en wijst me de uitsnijding aan, in het midden bovenaan:
‘Hier moet je door kijken.’ 

 

Ik verwacht me aan dino’s, of ridders, een maanlandschap vol kraters en buitenaardse
wezens. Maar ik schrik wanneer ik in de kijkdoos gluur. Ik herken mijn eigen
woonkamer, nagebouwd tot in het kleinste detail. Alles staat er zoals het er al jaren
staat: de tafel in het midden met de zes stoelen, de televisie, de sofa, de kamerplant in
de hoek, het dressoir compleet met de twee Ming vazen, het aquarium met de guppy’s
en de zebravisjes. Op de sofa zitten een man en een vrouw, zijn hand op haar dij. De
vrouw herken ik, wie de man is weet ik niet. Ik weet alleen dat ik het niet ben. Aan
het deksel van de schoendoos heeft hij een jongen geplakt, hoofd naar beneden. Een
zweem van surrealisme in de anders zo perfecte kopie.

 

‘Het is prachtig, ik herken het helemaal. Je hebt er vast lang aan gewerkt?’
Hij knikt.
‘Heb je mij gezien?’
‘De jongen aan het plafond? Waarom heb je jezelf zo erin geplakt?’
‘Omdat ik altijd gek doe, toch? Gek doen is grappig.’
Ik glimlach. ‘Dat is het zeker, er wordt te weinig gelachen in het leven.’
Ik aarzel even maar zeg het dan toch: ‘Het is een mooi tafereel. Mama ziet er ook
gelukkig uit.’
Zijn gezicht betrekt, zijn ogen kijken langs me heen.
‘Ze huilt ook vaak. Niet alles is wat het lijkt, papa.’
Ik schrik, van wat hij zegt maar nog meer van hoe hij het zegt. Tot zover de
onbevangenheid. Negen is hij, en toch voel ik me plots het kind.

 

De hele tijd heb ik hun ogen door het glas op mijn rug voelen prikken. Nu gaat de
deur open.
‘Het bezoekuur zit er op, meneer Leo. Neemt u afscheid van uw zoon?’

Geschreven door Lennaert Leo op 04/11/2014 - laatst aangepast op 29/05/2015

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home