Wij schoven naast elkaar de dag tegemoet

als twee vreemden, onverschillig onderweg.

Jij was nog onwetend toen je mijn ochtendspits verstilde

en ik een voyeur werd die ons leven bespiedde.

Ik zag me naast je zitten, op mijn plaats.

Nog nooit was ik er mij zo van bewust:

dit is het geluk aan je zijde hebben.

Ik toeterde en zwaaide, schoof het raam naar beneden

want zolang jij niets besefte, bleef ik een vreemde.

 

Geschreven door Antony Samson op 07/05/2015 - laatst aangepast op 13/05/2015

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home