Over Antony Samson

Antony Samson werkt als zelfstandig copywriter en dicht uit noodzaak. Hij publiceerde bij o.a. Het Liegend Konijn, Poëziekrant, Kluger Hans, Meander, Roer, Het Gezeefde gedicht en diverse bloemlezingen waaronder de top 100 van de Gedichtenwedstrijd en de A!manak van De Sprekende Ezels. Hij haalde eervolle vermeldingen bij o.a. de Poemtata Poëziewedstrijd in 2021 en Flirt Flamand in 2022. Antony is alumnus van de Antwerpse SchrijversAcademie.

In november 2023 kwam zijn debuutbundel uit bij Uitgeverij De Zeef.

Opleiding

Basisjaar Literair Schrijven (2012-2013) van Creatief Schrijven vzw.
SchrijversAcademie (poëzie) (2019-2021) van Creatief Schrijven vzw.

'Schrijven met AI' (2023) via Creatief Schrijven vzw.

Publicaties

Het Liegend Konijn, de Poëziekrant, Kluger Hans, Meander Online, roer, Het Gezeefde Gedicht, Femma ...

Prijzen

Co-winnaar van een gedichtenwedstrijd van het Agentschap voor Natuur en Bos, eervolle vermeldingen bij de Poemtata-poëzieprijs en Flirt Flamand, top 100 noteringen bij de Gedichtenwedstrijd. 

Co-winnaar voorronde en top 5 notering in de finale van DichtSlamRap, podium voor poëzie. 

Teksten

August van Putlei

Ik fietste van mijn huisarts in Deurne naar huis via de August van Putlei. Het was jeugdsentiment dat mij daartoe had aangezet. Twintig jaar na mijn middelbareschoolcarrière ben ik harder veranderd dan het gelaat van deze straat. Huid is vergankelijker dan steen. Ik keek rond, snoof de lucht van melancholie op en probeerde het gevoel van toen te herbeleven. Even zat ik weer op mijn stoere citybike. Ik dacht terug aan het meisje met de mysterieuze blik en blonde krullenbol. Ik fietste, zij wandelde en soms keken we mekaar secondenlang aan tijdens het kruisen. Maar misschien fietsen mijn herinneringen in slow-motion. Ik zie ze naar me glimlachen, spaarzaam zoals de Mona Lisa. Tijdens die momentjes ging mijn hart wild tekeer en domineerde deze schoonheid mijn gedachten tijdens de rest van de rit. Nooit had ik het lef om haar aan te spreken. Er moet een moment geweest zijn dat we elkaar voor het laatst zagen zonder het te weten. Ik dacht ook terug aan toen ik mijn middelvinger uitstak naar een roekeloze chauffeur die toeterde en mij rakelings voorbij vlamde terwijl ik naast een vriendje fietste. De chauffeur stopte abrupt, stapte uit en wachtte mij met gekruiste armen op. Toen ik hem naderde, slingerde hij verwensingen naar mijn puberhoofd. Dat is wat ik mij herinner, maar het geheugen neemt je voortdurend in de maling. Ik dacht ook terug aan het nabijgelegen voetbalpleintje waar ik na schooltijd tot een afgesproken uur tegen een bal trapte en joints doorgaf zonder er zelf aan te trekken. Voor het overige herinner ik me bitter weinig van de August van Putlei. Het is ook maar een banale straat. En toch: waar zat ik aan te denken, al die jaren met de wind in de haren? Ik zou eens terug in dat dromerige hoofd willen kruipen. Dacht ik soms aan later?

Antony Samson
22 2

Animal Encounter

Soms beland je in een scène waarvan je weet dat je kinderen het zich nog lang zullen herinneren. Neem nu zondag één september. Het was middernacht. Moe maar voldaan kwam ik thuis van het optreden van Amenra in het OLT. Ik doe mij sneakers uit en hoor mijn vrouw fluisteren: 'Schattie, er zit een beest vast in het zolderluik.' Ze fluistert zo luid dat ze evengoed niet had kunnen fluisteren. 'Een beest?', antwoord ik, waarna ik voorzichtig de trap opwandel met mijn blik strak op het luik gericht. 'Shiiiiiiit … Wadisdavooriet!?', reageer ik op het ondefinieerbare wezen. Mijn vrouw haalt haar schouders op en zegt dat ik het moet wegdoen. Dat is nu eenmaal het lot van de man in huis. Die moet ongewenste, ondefinieerbare wezens verwijderen. Ondertussen plakt onze zoon aan haar been. Hij voelt de spanning waarin zijn ouders zich hebben gewenteld. Om mezelf uitstel te geven van deze penibele taak, zeg ik dat ik even 'grote insecten in België' ga googelen. Wie weet herken ik het beest in de afbeeldingen die Google mij voorschotelt. Kennis heeft iets geruststellends, vind ik. Terwijl ik de insecten met afschuw bekijk, hoor ik plots gegil. Het beest heeft zich losgemaakt. 'EEN VLEERMUIS!', krijst mijn vrouw. Geen insect dus, maar een zoogdier. Het diertje vliegt de kamer van mijn dochter in die haar oogjes net had geopend door de paniek in huis en plots een vleermuis boven haar ziet fladderen. Nog meer gegil. Vrouw, zoon en dochter verschansen zich in onze slaapkamer. Ik ben ondertussen naar mijn zoon zijn kamer geglipt. Van daaruit kan ik de vleermuis gadeslaan. Ik roep naar mijn vrouw: 'IK GA EVEN GOOGELEN WAT JE MOET DOEN ALS ER EEN VLEERMUIS IN HUIS ZIT.' Mijn vrouw doet hetzelfde. Oké, we weten snel wat ons te doen staat: het licht in de kamer waar de vleermuis zit, aansteken en in een donkere kamer het raam openzetten. Na mezelf moed in te spreken, schiet ik in actie. Door de spleet van de deur zie ik de vleermuis schichtig fladderen in mijn dochter haar kamer. Ik spurt naar de badkamer en smijt de deur achter me dicht. Daar open ik het raam en doe ik het licht uit. Ik spurt terug naar de veilige basis, de kamer van mijn zoon, om op adem te komen. Mijn vrouw roept dat ik niet te lang moet talmen want er zou een tweede vleermuis binnen kunnen vliegen. Als een ninja sluip ik naar de kamer des onheils. De vleermuis fladdert op ooghoogte, dus instinctief ga ik diep door de benen. Ik passeer onze slaapkamer en door de deurspleet zie ik de ogen van mijn vrouw. Zij en onze kinderen giechelen omwille van mijn rare gedrag. Ik voel me tamelijk belachelijk, dat moet gezegd. Ik slaag erin om het licht aan te steken in de vleermuiskamer en spurt naar mijn gezin. Vrouw en kinderen liggen ondertussen in een deuk. Enkele minuten later lijkt de kust veilig, maar niemand heeft de vleermuis naar buiten zien vliegen. Mijn vrouw – die ondertussen een hoofddoek heeft gemaakt van een roze sjaal ter bescherming van haar haren voor een potentieel klauwende vleermuis - en ik sluipen samen naar de vleermuiskamer. We speuren het plafond af maar er hangt niets. Ook achter deuren en kasten is geen vleermuis te vinden. Missie volbracht. Ondertussen is het kwart na één. Enkele dagen later in de klas zit mijn zoon in een kring. De juf vraagt aan de kinderen of ze deze zomer spannende dingen hebben meegemaakt. Mijn zoon vat het als volgt samen: 'Er zat een vleermuis binnen en mijn papa vluchtte naar het toilet.' Los van het feit dat dit een flagrante leugen is, vergat hij erbij te vermelden dat ik die vleermuis heb bevrijd! Eigenlijk ben ik de held van het verhaal. Ook al is het maar een pantoffelheld.  

Antony Samson
6 0

Hoofdrol

Er was eens een wc-rol genaamd Scotty die de hoofdrol wou spelen in een schijtfilm. Het was niet de eerste keer dat hij zich voor zo'n film kandidaat stelde. Maar voorlopig bleef de doorbraak uit. 'Er zit een geurtje aan de selectieprocedure.', had hij eens gezegd tegen zijn agent. Door alle afwijzingen die hij te verduren kreeg, was hij van pure miserie fel vermagerd. Laagje per laagje verloor hij aan zelfvertrouwen. Gelukkig had Scotty een dikke huid, anders had hij de filmindustrie al jaren geleden ingeruild voor een supermarktketen, waar hij waarschijnlijk wél op het bovenste schap zou liggen. Maar Scotty was een volhouder met een missie: de Golden Drop winnen als beste wc-rol in een film. Hij wilde beroemde konten vegen zoals zijn illustere voorgangers die onvergetelijke rollen speelden in geweldige schijtfilms als Dumb & Dumber, American Pie, There's Something About Mary en The Big Lebowski (waar wc-rol Lotus speciaal voor zijn rol vel over karton was). Maar je moet klein durven beginnen, dacht Scotty, die niet te beroerd was om een rol aan te nemen in een b-film. Uiteindelijk had hij meer kans dat er in de undergroundscene een schijtfilm zou gemaakt worden. Scotty had wel een probleem in zijn queeste naar eeuwige roem. Zijn vel was bedrukt met hartjes en hij geurde naar roosjes. De filmindustrie – en de meeste acteurs en actrices – waren meer te vinden voor geurloze, onbedrukte toiletrollen. Toch leek het Scotty een kwestie van tijd eer een superster een wc-rol zoals hij op zijn of haar wishlist zou zetten. En dan was hij vertrokken. Zijn uniciteit in de filmbusiness zou zijn sterkte blijken. Daar was hij heilig van overtuigd. Hij werd beloond voor zijn geduld en vastberadenheid toen zijn agent op een druilerige dag in Los Angeles heugelijk nieuws had. 'Scotty!''Ja?''Je mag meedoen aan de audities van de nieuwste Bondfilm!''Shit! Serieus?''Yep, het zou een geweldige schijtfilm zijn.''Wow. Speelt Daniel Craig nog steeds James Bond?''Yep. Er komen gouden tijden aan makker. We worden morgen op de set verwacht.' Scotty voelde zich gelukkiger dan ooit. Hij blonk zijn hartjes op en spoot nog wat rozengeur op zijn zachte huid. The smell of success, dacht hij. Hij voelde tot in het diepst van zijn vezels dat hij op het punt stond beroemd te worden. Hij keek naar de badkamerkast en wist exact waar hij de Golden Drop zou zetten. Vierentwintig uur later hing hij aan een gouden hanger in een fancy hotelkamer toen James Bond op de pot ging zitten. Scotty voelde geen camera's op hem gericht, maar hij was allang blij dat hij hier mocht hangen. En hij hing hoe hij het liefst hing, rollend met de wijzers van de klok. Dit was zonder twijfel het spannendste moment uit zijn leven. Toen de regisseur 'Actie!' riep, begon Bond zijn gevoeg te doen. Scotty zag hem even schudden met zijn gespierde poep en dacht: shaken, not stirred. De superster begon te rollen aan Scotty en nam maar liefst vijf blaadjes die hij op elkaar vouwde. Met mijn vel moet twee volstaan, wist Scotty, maar hij had al opgevangen dat filmsterren graag leven in overdaad. 'Cut!', riep de regisseur. En dus werd een nieuwe take opgenomen, met dat verschil natuurlijk dat Daniel Craig nu deed alsof hij moest kakken. Weer nam hij vijf velletjes. En dat voor een poep die al proper is! Scotty voelde zich verkwist. En zo ging het door, cut na cut, tot er van Scotty niets meer overbleef dan een lege rol. En zo voelde hij zich ook. Hij werd door de propsmaster in een vuilbak gesmeten waar hij terechtkwam tussen een hoop andere mislukte wc-rollen. Er hing een schrale rozengeur van gemiste kansen. Nu restte Scotty en de andere wc-rollen niets meer dan wachten tot ze vermalen zouden worden in een papierverwerkingsbedrijf. Na een slapeloze nacht waarin hij woelde en rolde, ging plots het deksel van de vuilbak open. Hij zag een man speuren die duidelijk naar iets specifiek op zoek was. Op zijn T-shirt stond cleaning services geschreven. Hij haalde de vuilniszak uit de bak, plofte hem neer en haalde er dan met zijn blauwe, doorschijnende handschoentjes de ene na de andere wc-rol uit. Scotty en zijn lotgenoten werden overgeladen in een kleiner plastic zakje dat vervolgens werd dichtgeknoopt. Hij was op van de stress. Wat stond er hem te gebeuren? Toen hij even later in een bestelwagen zat, kon hij alleen maar raden waar hij samen met de andere toiletrollen gedumpt zou worden. Na een uurtje schoof de deur van de bestelwagen open waardoor Scotty plots verblind werd door het felle zonlicht. Hij hoorde in de verte twee kindjes 'Daddy! Daddy!' roepen. De oudste van de twee meisjes ritste het zakje uit de man zijn handen, liep ermee naar de woonkamer en scheurde het gretig open. Scotty en de andere rollen tuimelden op de vloer. Grijpgrage handjes namen Scotty mee naar een kindertafeltje, waar hij tussen verfborstels en ander knutselgerei terechtkwam. Vrijwel meteen werd hij onder handen genomen voor een complete, ongewilde make-over. Ook enkele andere rollen ondergingen een wonderbaarlijke metamorfose. Toen het jongste meisje Scotty trots de lucht in stak om aan haar vader te tonen, zag hij in de spiegel van de woonkamer dat hij de Superman onder de wc-rollen was geworden. Met de S van Scotty op zijn buik geschilderd! Hij kreeg een plaatsje op de wandkast tussen enkele andere rollen, maar hij was dé ster. Hij had zijn hoofdrol te pakken en hij leefde nog lang en gelukkig.*   *tot de hond des huizes hem te pakken kreeg, in het toilet dropte en de poetsman besloot Scotty door te spoelen.

Antony Samson
34 0

Princekoeken

Je loopt tussen de rayons als een model op de catwalk. Je draagt rode stiletto’s met matching lippenstift en een zwarte trenchcoat. De zonnebril op je hoofd doet dienst als diadeem. Je wordt aangestaard door ontbijtgranen, droge beschuiten, een beveiligingscamera en mezelf. Ik zou nochtans liever niet naar je kijken. Want dat is net wat je wil, wat je verwacht. En je bent mijn type niet eens. Je houdt halt bij de koekjes. Kijk eens aan. Hand in de zij en de poep naar achter. Je speurt de schappen af van boven naar onder tot je in een hoek van negentig graden voorovergebogen staat. Je weet dat ik naar je kijk, is het niet? Ook al probeer ik de illusie te wekken dat ik alleen oog heb voor beschuiten. Ik bestudeer een pak meergranen Cracottes alsof ik de achterflap van een boek lees. Jij neemt Princekoeken met witte vulling van het schap en loopt dan met je winkelmandje heupwiegend mijn richting uit. Zal ik even vriendelijk knikken als we elkaar kruisen? Dat doe ik altijd tussen de rayons. Ik hoef mijn gedrag niet aan te passen omdat ik denk dat jij ervan uitgaat dat ik je beloer. Ga je oogcontact zoeken op het moment dat je me passeert? Ja, en dat doe je langer dan gebruikelijk is tussen vreemden. Je lacht zelfs je gebleekte tanden bloot. Wat een stoute blik! Ik lach verlegen terug en kijk je achterna terwijl je van me weg flaneert. Je vastberaden tred lijkt gestuwd door een drang om bekeken te worden. Of is dit gewoon wie jij écht bent? Een vrouw die trots is op haar schoonheid. Een vrouw die ervan overtuigd is dat het probleem ligt bij mannen zoals ik. Maar ik ben niet zo’n man. Het is niet je schoonheid maar je verpletterend zelfvertrouwen dat mij intrigeert. Ik zet de beschuiten terug, neem een rol Princekoeken met chocoladevulling en reken af aan de kassa. Ik wandel naar mijn volgende bestemming: de slager. Het is er druk. Ik kijk naar binnen en ik zie hoe levend vlees happig wijst naar dood vlees. Hier wordt gehakt gemaakt van vegetarische voornemens. In de weerspiegeling van het raam zie ik ook twee roze vlekjes. Ik beweeg mijn hoofd en de vlekjes bewegen mee. Instinctief grijp ik verschrikt naar mijn haren. Het zijn de roze speldjes van mijn dochter. Die was ik thuis blijkbaar vergeten uit te doen. Nu weet ik het wel zeker. Je keek niet stout of uitdagend. Je keek spottend, met de gebleekte tanden op elkaar geklemd om de hilariteit binnensmonds te houden. En ik kan je geen ongelijk geven.

Antony Samson
0 0