Wanneer komt mijn vader thuis?

Terug naar het overzicht

 

Zonder woorden sta ik naast het bed waar mijn vader ligt. Een slapende man verbonden aan zakjes, draadjes en piepende monitoren. Witte muren, een bed van gelakt staal dat dezelfde kleur benaderd als het gezicht van mijn vader.

Nee je moet niet langskomen had hij gezegd. Kom maar als ik in het ziekenhuis lig daar kan ik niet weglopen. Een bulderlach zette de woorden kracht bij.

Ja zo ken ik hem, alles weglachen en bevochtigen met een pilsje.

 

Voorzichtig raak ik zijn vingers aan, kruis de blik van de verpleegster die me goedkeurend toeknikt. Zachtjes knijp ik in zijn hand, zijn lichaam waar het leven langzaam verdwijnt in plastiek zakjes. Hij wordt gerecycleerd. Plasma in het zakje links naast het bed. Rode bloedlichaampjes in het zakje ernaast. Urine wordt aan de andere kant opgevangen.

Tranen heb ik niet, nee waarom zou ik ook. Dit is gewoon een droom, ja een slechte geef ik toe, ik wordt straks gewoon wakker in mijn eigen bed. Wakker wordt mijn vader niet meer, al lijkt hij nu gewoon te slapen.

Het stinkt hier naar ontsmettingsmiddel en leven dat vervliegt, belicht met het groenwitte licht dat uit het systeemplafond iedereen een ongezonde aanblik geeft.

Ik sluit mijn ogen, voel de warmte van zijn hand, nog even. Papa niet weggaan, ik heb je nodig, niet weer weggaan.

 

Niet weggaan. Het kleine meisje zit op de grond naar Sesamstraat te kijken, kleurloos. Haar vader is naast haar komen staan met een kartonnen doos die hij tussen hen inzet. Een voor een selecteert hij de boeken, sommige zet hij meteen terug, andere belanden in de doos. Hij gaat zo op in zijn bezigheden dat hij zich niet bewust is van het meisje naast hem op de grond. Koekiemonster krijgt geen aandacht meer. ‘Papa, wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ga ergens anders wonen’. Hij draait zich om en loopt met de volle doos naar buiten. Het meisje staat met lood in haar benen onbeweeglijk stil. ‘Papa niet weggaan, ik heb je nodig’. Maar er is niemand die het hoort.

 

PIEP PIEP PIEP, allerlei apparaten beginnen hysterisch te piepen. Klapdeuren zwaaien open gevolgd door vier personen in het groen waarvan enkel de ogen zichtbaar zijn. Net als mijn vader stop ik met ademen en zet een stap naar achteren. Het is begonnen, daar gaan we dan. Lakens worden naar achteren getrokken, het operatiehemd naar boven. De kaalgeschoren borst van mijn vader gaat niet meer op en neer. Twee man staan aan weerzijde van het bed waarvan de zijkanten met een klap naar beneden geschoven zijn. Iemand draait aan de knoppen van apparaten die aangeven dat mijn vader het opgeeft. ‘NU’ , zijn neus wordt dichtgeknepen en een rode mond bedekt de zijne. Hij moest eens weten, zo’n jong ding dat hem vol op de lippen,  Jezus zeg waar zit ik met mijn gedachten, mijn vader is aan het sterven. ‘NU’, mijn stiefmoeder zakt onderuit. In een reflex schuif ik een stoel onder het slapgeworden lichaam. Focus, alsof ik door zo’n spionnetje in een deur kijk zie ik enkel mijn vader en de rest is flu.

De dokters in het groen kijken naar de klok, nog een keer, NU, met wanhoop op hun gezicht. ‘Laat maar mannen, dit is enkel nog show’, heb ik dat echt gezegd?

 

Negen uur, het uur van overlijden van mijn vader, slechts 54 jaar jong.

We rijden naar huis, de ene huilt, een ander druk pratend, elk punt opnieuw overlopen, waarom?

Ik kijk naar buiten, raar, ik voel niks. Geen verdriet, geen spijt, geen berouw, geen had ik maar. Enkel leegte.

 

Huilen dat is me afgeleerd. Huilen is iets voor hysterica,s en dat ben ik niet. Nee ik ben een flink meisje.

‘En?’ ‘Is de chagrijnige bui over?’ Met dikke ogen ga ik tegenover mijn vader aan tafel zitten. Hij kijkt me streng aan met die donkere ogen van hem. Ik draai mijn hoofd weg maar zeg niks. Ik had me laten gaan, gisteren, gehuild en gegild dat hij niet van me hield. Drama Queen, gaat wel over, meisjes van zestien zijn zooooooooooo, to much.

 

Er moet van alles geregeld worden. Hoe moet het kaartje eruit zien, en de muziek, wie nog koffie?

Ik zorg, zoek, denk, loop, ren maar voelen doe ik nog steeds niet. ‘Jij hebt nog helemaal niet gehuild?’ Mijn schoonzus houdt haar hoofd een beetje scheef terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Betrapt, krampachtig probeer ik wat tranen uit mij ooghoeken te persen. Ik begin me toch ook wat zorgen te maken over mijn gevoelloze staat van zijn.

De zeven dagen vliegen voorbij. Teksten zijn geschreven, muziek uitgezocht, een mooie diareeks van allemaal lachende gezichten van haar vader. Het leven, een groot feest, dat is toch wat haar vader hier laat zien.

Ik geloof het niet, ik geloof er helemaal niks van, dat feestelijk leven van hem.

Mensen stromen naar buiten, naar de koffie en de broodjes en de verhalen die boven komen, lachen man.

Ik schud handen, ontvang medeleven,mensen met tranen in de ogen kijken me vragend aan. Ik lach maar wat, zeg troostende woorden en sla mijn armen om schouders van mensen die ik nog nooit gezien heb en weet me totaal geen raad. Op een crematie wordt je geacht te huilen, overmand te zijn door emoties. Mensen willen graag troosten, dan wel, dat is gepast.

 

Waar zou hij nu zijn mijn vader.

Als vanzelfsprekend zet het kleine meisje vier borden op tafel, vier messen en ook vier bekers. Mama negeert het vierde bord, weg is weg. Zou hij nu in een tentje hebben geslapen vannacht, dat oranje tentje van op zolder? Zouden er geen wilde beesten zijn in het bos, of is hij naar het park gegaan? Hij heeft zijn tandenborstel toch wel meegenomen? Misschien was hij wel bang vannacht. Ze kijkt naar het witte bord tegenover haar. Wit glanzend porselein zonder kruimels. Mama klinkt opgewekt, dus het is goed, het moet goed zijn. Papa, komt hij nog terug?

 

Warme soep verwarmt mijn koude handen. Langzaam laat ik het warme vocht door mijn keel glijden. Over naar de orde van de dag, het leven gaat onherroepelijk door. Weer naar huis, waar alles gewoon gebleven is hoe het was. Rare week. Wanneer komt mijn vader thuis.

 

 

 

 (C) tekst en beeld Hanneke

 

 

 

 

 

 

 

Geschreven door Hanneke op 21/01/2016 - laatst aangepast op 21/01/2016

  • autobiografisch schrijven
  • non-fictie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home