Lezen

Afscheid

Ik dacht dat je terug zou komen… Ochtend - vroeg Ik kwam de trap af en liep de keuken in. Slaperig nog. Op de tafel bij het raam zag ik je favoriete mok, die met de gele tulpen die we kochten in zo’n protserige souvenirwinkel aan het station van Amsterdam - Centraal. Ze was nog half gevuld met koffie die kleine wolkjes dampte. Dat je nog niet lang weg kon zijn, bedacht ik. Misschien zat je gewoon op het toilet. Misschien was je aan het bellen in de tuin. Snel at ik een kom inspiratieloze cornflakes met melk, dronk een glas water. Ongewassen, zonder mijn tanden te poetsen en in jogging ging ik boodschappen doen. Na amper een halfuur was ik weer thuis.  Jij was er nog steeds niet. De koffie was intussen koud geworden. Ochtend – later Ik maakte me klaar om te gaan werken. De beker koffie liet ik staan, vlak naast de sanseveria. Het bruine randje in het witte porselein liet zien tot waar je voor jezelf had ingeschonken. Het palet van groen, geel, bruin en wit bood een troosteloos stilleven.  Middag Ik kon me niet concentreren, zag quasi elke minuut passeren op de klok van mijn laptop. Zou je al terug zijn? Vooravond Vroeger dan gewoonlijk vertrok ik van kantoor, wendde het excuus van hoofdpijn aan. Het huis was leeg. Avond Gedachteloos at ik een diepvriespizza op de bank. Iets in de stijl van Dr Oetker met vier kazen. De tv stond op stil. Mijn hersenen registreerden de bewegende beelden niet. Nog steeds hoopte ik dat je terug zou komen, dat je de deur zou openen en naast me zou komen zitten. Dat je mijn hand zou nemen. Dat we samen tv zouden kijken. Dat ik mijn hoofd op je schouder zou leggen. Dat we af en toe naar elkaar zouden glimlachen. Dat we vooral niet zouden praten. Ik hoefde geen uitleg. Nacht Slapen kon ik niet. Vooral voor mezelf deed ik alsof. Eigenlijk lag ik wezenloos naar het plafond te staren, maar dan met mijn ogen dicht.  Af en toe tastte ik naast me. Je lag er niet. Pas toen ik de kerkklok middernacht hoorde slaan, gaf ik het op. Ik realiseerde me dat het echt was. Je kwam nooit meer terug.

Melanie Huyghe
20 0

Een nieuwe sport

Ik heb een nieuwe sport ontdekt. U zal denken, de aanhoudende hitte heeft hem geen goed gedaan. Hij heeft een zonnesteek en hij kan voortaan best een petje dragen. Het klopt, het was warm de afgelopen weken, maar dat van die nieuwe sport is ook niet gelogen. Ik zeg nu wel dat ik ze heb uitgevonden, maar dat is slechts gedeeltelijk waar, want een man in Brussel bracht me op het idee. We wandelden op een bloedhete dag door de hoofdstad en passeerden een tweedehandsmarktje. Mijn vrouw hield me stevig vast, zodat ik niet naar een boekenkraampje kon gaan. Een beetje zoals een hond die ze tegenhouden om ergens te gaan snuffelen.  Maar terug naar de man. Aan een fietsenrek was hij fitnessoefeningen aan het doen. U kent het wel, aan van die fietsbeugels. Ze stonden op een ideale afstand van elkaar. Vergelijk het met een brug met gelijke leggers bij het turnen. Telkens de armen buigen en terug strekken.  “Ik snap het”, zei ik tegen mijn vrouw. “Fitness kost handenvol geld. Terwijl je die toestellen ook in de openbare ruimte vindt. In de stad is er geen fit-o-meter. Maar wat een mogelijkheden biedt dat. Als er een goede afstand tussen de fietsrekken zit kan je ze gebruiken voor hordelopen. Combineer het met trappenlopen die je overal in de stad vindt en je hebt een volledig parcours. Zoals de 3000 meter steeple in de atletiek. Er ligt altijd wel ergens een plas of een fontein. Kijk eens aan, we hebben een nieuwe sport ontdekt. Nu nog een naam bedenken.”  We hadden de man en het marktje ondertussen achter ons gelaten en kwamen in een winkelstraat terecht. Mijn vrouw stopte bij een winkel waar ze in de vitrine naar een collectie met petten keek. “Is dat niets voor jou?”, zei ze.

Rudi Lavreysen
6 1