Lezen

Chopsticks en een warme plas

Een enkele rij bomen scheidt de kaarsrechte weg van de velden, af en toe onderbroken door een verbodsteken als opgestoken vinger. Er is nog een beetje clementie, tractoren mag je inhalen. Het lijkt Amerika wel, maar we zijn in Zeeuws-Vlaanderen, op weg van Cadzand naar Antwerpen. De puber heeft net voor vertrek een fles San Pellegrino gedronken, zelf hield ik het bij één glas witte wijn en een thee. De winterse regenlucht hangt laag, en we nemen het zekere voor het onzekere. Eén boom, één man. Onze plas dampt en ik snuif de zoete geur van verse urine op, wanneer die de grond raakt en zich mengt met de klei. Ze stinkt niet zoals in de stad, waar ze in de kieren van beton en asfalt kruipt om eeuwig te rotten. Hier verschilt de wilde mensenplas in niets van de eeuwige plas van de koeien, wat verderop in de wei. Onze straal wordt door de wind wat opzij gebogen en druppels scheiden zich af. We zijn één met de natuur. Terug in de warme machine met zijn zacht trillende motor voelen we ons echt mens, heersers van het universum. De puber, een verwoed stedelijk fietser, kijkt bewonderend naar het fietspad, bijna even breed en beter onderhouden dan de weg. Ik doe een poging om uit te leggen hoe de ruimtelijke ordening in Nederland zo anders is kunnen worden dan in België.  Onze verkavelingen en langgerekte dorpen vindt hij maar niks, maar de dichtbebouwde kernen met de kleine, lage huizen die hij hier ziet, zijn hem ook te kneuterig. Alleen de ruimte bevalt hem, en het eindeloze strand van Cadzand, niet begrensd door aangespoelde en opgehoopte stenen. Je moet keuzes maken, leg ik uit. Ook verkeerde redenen kunnen de goede blijken te zijn, en andersom. Jouw besluit is er maar één tussen de vele, en de tegenstemmers hebben hun invloed gehad. Hoe het uitpakt weet je nooit, maar onbeslistheid vermoeit. Ik blijf in de stad, zegt hij. Dat is toch waar mensen zouden moeten wonen? Wat doe je in godsnaam in een dorp, de hele dag? Hij hoeft er niet bij na te denken, zijn biotoop ligt onwrikbaar vast, hij ziet zich eeuwig slalommen door het uitgekookte en ingedikte verkeer. We maken een tussenstop bij een design winkel. Hij houdt van tafels met marmeren blad en een strak design, en ik maak me zorgen over de hardheid van zo'n voorkeur. Ze hebben iets troostend, zegt hij, die tafels. Marmer toont hoe elegant het leven kan zijn. Er komen eerst grote machines aan te pas, en brute kracht. En dan is er verfijning. Meer kan je toch niet verwachten? In koken hebben we geen zin, en net voor Antwerpen bellen we een Japanner. Geen mes en vork, zeg ik. Sushi's en sashimi's eet je met chopsticks. Als elegantie zo belangrijk is voor jou, dan moet je ook dat leren. Hij doet zijn best, leert snel. Al prikt hij, wanneer ik even niet kijk, een sushi aan zijn stokje. Ik laat hem. Gedrag en oorzaak vallen niet altijd samen. En gevolgen niet met je keuze. Dat zeg ik wel. Ze bestaan wel, momenten waarop wie je bent samenvalt met wat je doet, en je keuzes niet lijden onder de onhandigheid van je daden. Ze blijven niet duren, tenzij in je herinnering, waar ze verkleuren en van smaak veranderen. Ze dienen zich aan, altijd onverwacht. Je kan er niet vals mee spelen, er enkel hardnekkig blind voor zijn. Zo moet het ook gaan in de protserige verkavelingshuizen in pastorie stijl, waar ik mij veel marmer bij voorstel. Ik weet dat ik me vergis, zoals wel vaker, en dat ook de would-be kasteelheren daar schoonheid en oprechtheid verbergen in een ruimtelijke ordening die ze niet zelf hebben gekozen. Hoezo, zegt hij, hoe kan ik anders dan afgaan op het gedrag dat ik zie? Wanneer een auto me de pas afsnijdt, interesseert het me niet waarom hij dat doet, ik ben gewoon boos. En toch, zeg ik, is dat ook wat jij wil. Dat ik begrijp waarom een marmeren tafel voor jou mooi is, terwijl dat voor mij niet zo is. Niet dat ik er één koop, we hoeven het niet eens te zijn. Maar ze blijven gevaarlijk, zegt hij, die chauffeurs. De laatste sushi ligt tussen ons in, ééntje met makreel. De strijd tussen intentie en gedrag barst los. We hebben allebei nog zin en honger, vier chopsticks zweven boven het stukje vis. We kijken mekaar aan, ik lach, en hij slaat toe. Dirk Van Boxem meer op www.bijgekleurd.wordpress.com

Dirk Van Boxem
0 0

Geweldige plek in Delhi

Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Waar het hart is (uit liederen van een kapseizend paard) doorsta je (uit wij zijn evenwijdig) voor het vergeten. Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Een kleine kras engel leg een nieuw lichaam voor me klaar blijf bang. Er komt een vrouw naar mij toe. Ze zegt zolang we niet vergeten, gaat niets verloren. Ik had gecontoleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. In het hartweefsel gevoed door een verschroeiende kogel in mijn slaap blijf bang en blijf bij je. "Wij zijn evenwijdig, raken elkaar in het oneindige, laten we rennen." Laten we dus vergeten, maar alleen. Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Verder niets gedragen door sneeuw maar blijf van nature gedwongen zullen we wachten? Zullen we wachten zoals we door te praten iets uiterst traag kunnen laten verdwijnen - daar; Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station.

De Keyser Gèry
0 0

Geweldige plek in Delhi

Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Waar het hart is (uit liederen van een kapseizend paard) doorsta je (uit wij zijn evenwijdig) voor het vergeten. Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Een kleine kras engel leg een nieuw lichaam voor me klaar blijf bang. Er komt een vrouw naar mij toe. Ze zegt zolang we niet vergeten, gaat niets verloren. Ik had gecontoleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. In het hartweefsel gevoed door een verschroeiende kogel in mijn slaap blijf bang en blijf bij je. "Wij zijn evenwijdig, raken elkaar in het oneindige, laten we rennen." Laten we dus vergeten, maar alleen. Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station. Verder niets gedragen door sneeuw maar blijf van nature gedwongen zullen we wachten? Zullen we wachten zoals we door te praten iets uiterst traag kunnen laten verdwijnen - daar; Ik had gecontroleerd voor 3 maanden, de kamer was goed en diensten was uitstekend, speciaal bedankt voor mister Nitin front desk manager die corporate zeer goed en zeer behulpzaam nu. Hotel dicht bij de belangrijkste gemarkeerd and train station.

De Keyser Gèry
3 0
Tip

Het ongeluk

Zie ons hier zitten. Jij en ik samen, dichter bij elkaar dan ooit. Je hoofd leunt tegen mijn schouder, mijn kin op je blonde haren. Je bent mooi. Met mijn ene arm hou ik je vast, de andere streelt beverig je gezicht, je wang, je ogen, je lippen. Je bent zacht. Ik heb het warm. Je t-shirt is vuil, je rok hoger dan hij zou moeten zijn, je schoenen liggen wat verderop. Wat ik zie van je benen, ontneemt me de adem. Ik wil je geen pijn doen. Ik kus je en fluister lieve woorden. Je bent stil.     Het is niet goed. Je zou hier niet moeten zijn met mij, niet op deze manier, niet hier. Je bent te jong. Je bent hier niet klaar voor, dit is niet wat je wil. En wacht maar tot je ouders ervan horen, vroeg of laat gebeurt het, ze zullen niet juichen. Ze zullen het niet begrijpen, ze zullen kwaad zijn, op jou, maar vooral op mij, ook al treft mij geen schuld. Ik ga ervan uit dat je weet wat je doet, daarvoor ben je toch niet te jong.    De mensen kijken. Velen lijken gechoqueerd, allemaal gapen ze ons zonder gêne aan. Heimelijk gefluister. In andere omstandigheden zou ik hen de les hebben gespeld, maar nu maakt het me niets uit. Laat ze maar praten, laat ze maar staren. Je kan het ze niet kwalijk nemen. Je bent te jong, nog niet klaar, net wat ik al zei. Dat vinden de mensen ook, ik zie het, hoe sommigen stil het hoofd schudden en dan mij, vooral mij, verwijtend aankijken, alsof ik er iets aan kan doen en, ook, alsof het hen nooit kan overkomen. Ze houden afstand, de mensen. Sommigen wijzen, naar ons, naar jou, je t-shirt, je benen. Een kind wijst naar je fiets.    Hij ligt daar, je fiets, op de grond, zo ongeveer halverwege onszelf en de starende mensen. Een mooie fiets. Maar met dat wiel is iets niet goed. Gebogen, in een vreemde hoek. Kapot. Net zoals je been. En je hoofd. Naar mijn auto heb ik nog niet gekeken. Het heeft ook geen belang. Wat telt, ben jij. Ik wil je niet loslaten, niet nu, niet hier. Wat de mensen denken, interesseert me niet. Ik wil bij jou zijn, meegaan met jou, maar dat gaat niet, je bent er niet, je bent al weg.   Zeg toch iets.

joris
27 5

als de piano ... deel 1

ALS DE PIANO …  deel 1 . Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de geboortedatum van onze PA : een eerbetoon aan hem . In 1977 schreef Nelly Byl een tekst op muziek van Will Tura . dit lied kreeg als titel : “ Als de muren konden praten .” Will zong dit lied reeds duizend maal , het heeft een vaste waarde in zijn concerten . Hij brengt het telkens met volle overtuiging en wordt door de fans laaiend enthousiast onthaald met een daverend applaus . We zijn ondertussen in het jaar 2012 .Honderd jaar geleden , meer bepaald op 26 februari 1912 , werd onze “Pa Dorke” geboren . Naar aanleiding van deze herdenking wens ik dit volgend verhaal te brengen met als titel : “ Als de piano van onze Pa kon praten ! “ Bij het bekijken van foto’s en het ophalen van herinneringen aan onze familie komen dikwijls de piano en het pianospel van onze Pa naar boven en dan volgen de verhalen . Onze Pa bespeelde de piano bij elke gelegenheid en gebeurtenis , bij vreugde , angsten ,verdriet ,geluk ,amusement en gewoon uit plezier . Onze Pa was begaafd met een muzikaal gehoor en eigen stijl van uitvoering . Ik herinner mij elk jaar het Eurovisiesongfestival op t.v. .Zodra het winnende liedje bekend was zette onze Pa zich aan de piano en speelde vrolijk het gekozen wijsje lustig mee . Tijdens zijn jeugd was hij lid van de kajotters . Er werden bonte avonden georganiseerd in zaal Patria . De piano werd dan met de stootkar naar de zaal gebracht waar onze Pa menige sterren voor één avond begeleidde . Meermaals is dit verhaal verteld tijdens zeer aangename ontmoetingen en gesprekken , over vroeger , dan borrelde de verhalen op over onze Pa en zijn begeleiding op de piano en welke capriolen hij daarbij uithaalde. Bij de bevrijding in 1944 werd de piano buiten gesleurd ,Pa speelde populaire deuntjes en de buren en omstaanders dansten en zongen op de noten van de muziek . Gelukkig , de oorlog was ten einde !!! Het moet een hele karwei van heffen zijn geweest om die piano op straat te krijgen want dat meubelinstrument is immers loodzwaar . Bij elk familie – en vriendenbezoek werd er duchtig piano gespeeld en uit volle borst meegezongen . Door de kleinkinderen werd onze Pa ‘ bompa Dorke ‘ genoemd . Hij was geliefd door jong en oud . De vriendinnetjes van ons dochter wilden gegarandeerd mee naar bompa Dorke om hem te zien en te horen pianospelen ,om te luisteren naar zijn verhaaltjes en hun krom lachten met zijn grapjes , terwijl ze ondertussen smulden van de lekkere wafels , gebakken door bomma Stina . Ons Ma zag het levenslicht ook in 1912 en wel op 7 januari . In 1935 huwde Dorke met zijn geliefde Stina . We stellen ons dikwijls de vraag : hoeveel muzikale liefdesverklaringen ons Ma ooit  gekregen heeft van Pa , in een sfeer vol van oprechte gevoelens en tederheid ? We zijn er zeker van dat ze ontelbaar keren door het huis weerklonken . De piano thuis staat in ons familiaal collectief geheugen met zijn prachtige klanken eeuwig verbonden met en door het leven van onze Pa Dorke . Fijn voor mij want Pa zijn piano staat al jaren bij ons thuis , hij wordt gekoesterd , doet ons dagdromen en geregeld bespeeld door onze kleinzoon . Naar aanleiding van deze herdenking over Pa en Ma ,100 jaar geleden geboren , laat ik ook mijn broers en zussen aan het woord , zij wisten niet wat de andere geschreven had . Voor hun medewerking ’n dikke merci en hartelijke knuffel . G .

g.a.she
140 0