Lezen

De boktor is een beest

  In het vuur van een wezen daar brandt het vaak.  De maan die bij nacht hun lusten eindeloos aanschouwen moet, zij kijkt nooit weg omdat men met haar fijne licht het spel bekijken wil. Toch sluit het beest in de man zeer vaak de ogen als het denkt zich weer te hebben voortgeplant. De vrouw die op haar knieën zat om zich als een mals konijn opnieuw te laten pakken, slaapt nu op haar zijde. Met een blik die zoet leek als een wespennest dat zich verborg, had zij hem de ogen ingekeken. Zijn berusting in de zinloosheid werd nog een keertje omgebogen in verlangen.  Ze zouden het liefde kunnen noemen. Dat hadden ze ooit op een donderdag besproken om dan een vrijdag zijn genot te geven. Was de lakens proper op een zaterdag om zondag al zijn witte onschuld schoon terug te geven. Zo leven zij. Ze neuken op maandag, als dat hemellichaam weer wat licht wil geven, doen het dan opnieuw op vrijdag. Hoe zielig. Hij lijkt een luie boktor die niet elke dag het hout doorboren mag. Zij is dan weer een spons die tijdens dat gedoe zijn klein verdriet met lust vermengen mag. Intussen braakt een baby in zijn wieg en liegt het leven schaamteloos over oprecht geluk. Sprokkel dan wat hout, gij koudelingen, om de haard op kille dagen langzaam met wat tintelingen op te warmen. Het is, ocharme, lang geleden dat de schoonheid nog haar heupen echt mocht aaien. Het is gelijk een zon die nooit echt zeer dicht mag komen om de bloemen en hun pracht niet zomaar te verschroeien. Misschien bloeit in de lente nog een keer de kerselaar en valt die witte bloesem op het lichaam van een zuiver kutje dat alleen maar naar een tong verlangt.     uit de reeks 'Hormonoloog'

Bernd Vanderbilt
0 0

De dood van rood en wit

  Ik ken geen rood meer, voel enkel nog mijn hartslag, weet dat aderen die kleur verdragen. Ondanks alle wreedheid van de wereld die met vuile ijver bovenop een laag met oorlogspuin gebouwd werd, eet men daar gewoon tomaten in de tinten van verscheurd erbarmen. Wie zonnebloemen schildert die men rond een kerkhof heeft gezaaid, gebruikt een geel dat grijs een deklaag poogt te geven. Liefste, weten de flamingo's wel in welk bruin hun poten staan? Hebben eieren die kleur gestolen van een zalm die zich wat bleekjes voelde op een zieke dag? Wat mijn ogen vrede geeft wanneer de maan zich leeggezogen heeft, is zonder twijfel zwart waarin de ogen van de uil niet reflecteren durven. Ik ben gerust dat ik zelfs zonder beelden die mijn kijk verzamelde, nog dromen maken kan waarin jij weer verschijnt. Er ging genoeg vooraf. Zo denk ik soms verkeerd. Ik kon de regenbogen niet negeren toen er zonnestralen blinde druppels een toneeltje deden spelen. De oorlogen die in jouw wereld woeden, weten zonder twijfel dat het wit van vrede nooit in deze regenbogen leeft. Zelfs wolken de zijn nooit helemaal gezuiverd van de grijze tinten die een schaduw altijd in zich draagt. Vandaag is de sinaasappel niet eens verdrietig omdat het oranje plots bezoedeld werd met veel onzichtbaar rood. Daarom heb ik nog hoop, dat wegen zonder richting mij ooit vinden zullen, groene aren spreken willen tegen stemmen die om uitleg vragen over nut en reisdoelen. Wacht wel geen eeuwigheid, mijn lieveling, want de moerassen breiden zich voortdurend uit. Ze reiken haast tot aan de lippen van de moed die ik nog heb.     uit de reeks 'Waanhoop'  

Bernd Vanderbilt
0 0

Lang leven

blije monden  trekken mochi aan stukken - winter ozōni *   Ozōni: Meer dan een Nieuwjaarssoep Ozōni is een traditionele Japanse soep met mochi (kleefrijstcake), die tijdens Nieuwjaar wordt gegeten. Dit gerecht is niet alleen een culinaire traditie, maar ook een symbool van geluk, voorspoed en familiebanden. De soep varieert per regio: in Kanto gebruikt men meestal een heldere dashi-bouillon met sojasaus, terwijl in Kansai een witte miso-basis populair is. Naast mochi bevat ozōni vaak ingrediënten zoals kip, vis, daikon, wortel en komatsuna, afhankelijk van de streek en familietradities. Mochi, het belangrijkste ingrediënt , staat symbool voor kracht, doorzettingsvermogen en een lang leven. Omdat het plakkerig en rekbaar is, wordt het gezien als een teken van een langdurig en voorspoedig leven. Het samen eten van ozōni op Nieuwjaarsdag versterkt de familiebanden en markeert het begin van een nieuw jaar vol goede wensen. Daarnaast weerspiegelt het gerecht de waardering voor de natuur en de oogst, omdat veel ingrediënten afkomstig zijn uit de regio waarin de soep wordt bereid. Oorspronkelijk werd ozōni zelfs beschouwd als een offermaal aan de goden, waarbij de eerste hap een spirituele betekenis had. De geschiedenis van ozōni gaat terug tot de Muromachi-periode (14e-16e eeuw), toen samoerai het aten als een voedzame maaltijd tijdens veldslagen. Later werd het een feestelijk gerecht voor de adel en uiteindelijk een vast onderdeel van de Japanse Nieuwjaarstradities. Tegenwoordig is ozōni een gerecht vol symboliek, dat niet alleen de regionale diversiteit van Japan weerspiegelt, maar ook de waarden van het land: respect voor traditie, familie en de natuur.    

Margaretha Juta
0 0

Brieven aan Layla (6)

  Een roodborstje valt echt nooit zomaar uit de lucht. Neen. Dat gebeurt alleen met vliegtuigen waarvan de bouten veel te moe werden, verborgen bergen te laat zagen. Liefste Layla, het is moedig van klimop. De boomtop is bijna bereikt maar verder zal hij niet geraken. Alle takken onderweg hebben nochtans uitleg willen geven over onnut en de blinde tocht. Zelf praat ik zelden nog. Mijn stembanden vergaten hoe de klanken zich verloren en de woorden werden tekens op een holle wand, de rots weet niet waarom. Onrust twijfel uitwegen, zij hadden mij gevonden. Stadsgeluiden konden mij verjagen omdat zieke torenwachters dag en nacht het orgel bleven geselen. Je bent me niet gevolgd, mijn schat, de vader van het grijze welzijn sloot je op in rijke kamers. Mussen zonder armen tikten op het raam. Het glas brak niet, er stak geen wegbeschrijving in de brievenbus, sterren zonder pijlen hielden slechts de wacht hoog in de zwarte lucht. Ik staar nog wel, mijn ogen lopen over alle bloemen, dove vruchten zuchten als ik niet echt bijten durf. Het roodborstje geeft mij nog hoop op warmte in mijn hart. Hij is alleen, laat zich probleemloos tellen. Ondertussen vliegen witte wolken schoon voorbij. Blijdschap stralingen, de zon probeert het nog om iets te doen, wil duisternissen onderbreken, wekenlang mijn huid een zomerkleurtje geven, wat ik lankmoedig laat gebeuren. Er is hoop, mijn lieveling, want in de gangen van de mol wordt er gefluistert over tederheid, de zachte pels van bange uren, jaren, in de tussentijd zal ik je zien, je huid eens mogen kussen, schoenen kousen voeten vinden die mij zullen brengen, dichterbij.     uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'      

Bernd Vanderbilt
0 0

Varken op vrijdag

Ik kom hier niet meer. De muren zijn wit, de kust is gebetoneerd. De draaideuren kennen maar één richting en de receptioniste zegt dat ik echt niet op de wanden schrijven mag. Bovendien is dokter Olaf Valckenburgh een valsaard. Het varkenshart dat ik kreeg, heeft wel gevoelens. Mijn blik is roze geworden en hij zegt dat zoiets niet kan. Het broze ijs dat in de nacht mijn voorruit vond, het is niet meer. Met dergelijke verliezen moet ik elke dag leven. Hoe moet dit verder, wilde het glas gisteren weten. Ik zat in een kroeg met vroege mensen die koffie dronken terwijl het binnen warm genoeg was. Ik las op mijn gemak de brief die ik bij het ontslag kreeg. De receptioniste had fijn uiteengezet hoe ik littekens best behandel, dat ik beter niet te ver wandel als de zon me niet verleidt naar bloemenperken. Het is winter, schat, heb ik gedacht. Ik zoek echt niet wat niet wil zijn, in mijn gedachten bloeit er wel een kerselaar soms ongestoord, dat hoort gewoon, dat mag. Ik voel aan het papier dat ze de brief zelfs heeft gekust. Intussen streelt een nimfenhand mijn oogleden. Die rust wordt mij gegund omdat zij alles weet. Het spijt mij niet dat ik mijn hart verkocht heb aan een lome droom die stilaan stierf. In die kliniek heeft eerst een apparaat mij snel gered, het ding is dom. Terwijl ik het niet wist, kreeg ik toen dit zwijnenhart. Dat is genoeg voor de paar jaren die mij resten, sprak dokter Valckenburgh. Kom vrijdag weer terug!   uit de reeks 'Ignace Somers'

Bernd Vanderbilt
3 0

Stil lawaai

Zijn ogen gaan langzaam open Het licht dendert langs de kieren van het raam De zon staat al hoog te paraderen, zijn ogen kunnen het niet aan Snel gaan ze nog even dicht, nog even niet, nu nog niet Straks zal het beter gaan, straks zal het beter voelen Toch nog weer in slaap gevallen Haastig opent hij zijn ogen Met een bonkend hart, denkend aan de tijd De tijd die voorbij gevlogen zal zijn maar voelt als een minuutje Niet op de klok kijken, niet op de klok kijken   Straks is nu geworden, het gaan en voelen is niet verbeterd Toch eruit en kleren aan Ellendeling, misbaksel, ongegrond stuk wortel Verkwister van tijd, verloedering van kwaliteit, van menselijkheid Af leiding nemen over hetgeen, moeilijk vooruit te komen Naar beneden kijken, hoofd gebogen, diep beschaamd Zoveel lawaai in zoveel stilte   Ogen weten niet waar ze heen moeten, welke gruwel is waarlijk te zien Oren klepperen in de oorverdovende stilte, weten niet meer wat ze horen Neus ruikt niets, geen geur van bloemen, warme thee of een zoetig broodje Mond houdt zich stil, omdat het niet meer weet wat te zeggen Zoekend naar moed, lef en zingeving bewegen ze door de ruimte De ruimte die zo immens groot is en tegelijk zich op nog geen vierkante meter afspeelt Plots heeft de avond hem ingehaald, het donker klampt zich aan hem vast Eindelijk bevrijd van de dagelijkse strijd De wereld om hem heen beweegt zich nu op zijn tempo, richting het einde   Zijn ogen gaan langzaam sluiten Het donker verwelkomt hem als een oude vriend Snel gaan ze nog even open, nog even niet, nu nog niet Straks is het weer ochtend, dan is er weer een dag gemist Toch nog wakker blijven Haastig sluit hij zijn ogen Met een bonkend hart, denkend aan de tijd De tijd die vliegensvlug voorbij is gegaan, al kroop het overdag Morgen zal het anders zijn

JosLuchtenburg
4 1