Lezen

Time Management

‘Vierentwintig uren in een dag vind ik toch écht te weinig. Ik kom er alleszins niet mee toe.’ Ze kijkt me aan alsof ik de minuten-fee ben die haar tekort aan tijd voorgoed uit de wereld kan helpen. Anastasia, ik ken ze al van toen ze nog Staasje was. ‘Dàt is lang geleden,’ kirde ze toen ik net de koffiebar binnenwandelde. De tijd waar zij steeds te weinig van heeft, heeft weinig vat op haar gehad, want ze is nog niets veranderd. ‘Waarmee ben jij tegenwoordig allemaal bezig?’ Staasje kijkt me oprecht geïnteresseerd aan met haar grote, zwart omlijnde ogen.‘Ik werk in de media en in mijn vrije tijd schrijf ik zo een beetje.’ zeg ik met enige fierheid.‘Wat leuk! Ik ben zelf ook echt een creatieve duizendpoot. Organiseren, filosoferen, acteren en creëren: ik combineer het het liefst allemaal.’ kraait ze net iets te luid.Normaal heb ik een hekel aan dit soort immer opgewekte mensen, maar om de één of andere reden intrigeert dit exemplaar me. Ik ben zelfs een beetje jaloers op haar tomeloze energie. Ze geeft me het vreemde gevoel dat het licht iets feller gaat schijnen wanneer ze praat. ‘Sinds drie jaar heb ik een blog,’ ratelt ze ongestoord verder. ‘Het loopt goed hoor! Al twijfel ik tegenwoordig of ik nog wel op het juiste spoor zit. Een blog is dat nu niet echt iets uit 2013? Misschien moet ik wel iets met tutorials gaan doen? Of vloggen? Maar ja, daar kruipt allemaal ook weer zo veel tijd in.’ Er valt een stilte, iets wat ongewoon is in haar aanwezigheid. Ze bijt op haar lip en begint nonchalant door het trendy magazine dat voor haar ligt te bladeren. ‘Ja, dat ga ik doen!’ zegt ze dan ineens beslist. ‘Ik start een vlog en dan interview ik elke week een inspirerend iemand. Dat is toch een goed idee?’Staasje verwacht geen antwoord op die laatste vraag. In haar hoofd maakt ze al een lijst van BV’s die ze wil strikken voor haar nieuwe plan. Ze tokkelt genadeloos met haar gelnagels tegen haar koffiemok en tuit haar lippen even. Ik zit haar gebiologeerd aan te staren, overweldigd door haar aanstekelijk enthousiasme. ‘Heb je al eens iets gelezen op mijn pagina?’ vraagt ze dan ineens. Helaas wacht ze deze keer wel op mijn antwoord.‘Nog niet, maar ik ben het zeker wel van plan.’‘Het is wel iets voor jou denk ik! Ik richt me vooral op jonge, hippe vogels die het graag op hun manier doen. Zoals ik in feite. Ik bewandel ook nooit de platgetreden paden. Een ordinair geschenk uit de winkel dat is bij mij uit den boze! Neen, ik geef altijd iets zelfgemaakt en origineel.’‘Klinkt leuk allemaal!’ glimlach ik schaapachtig. ‘Als ik straks thuis ben, ga ik zeker eens snuisteren op die blog van jou.’ Dat laatste lieg ik. Ik heb wel degelijk de intentie om haar blog te lezen, maar helaas zijn mijn dagen met hun vierentwintig uur soms ook gewoon te kort.

Ans DB
0 0

Vogelverhaal

Beduusd staren we met zijn twee naar het natgeregende terras.‘Zielig hé,’ zegt mijn vriendin. Ze laat haar vingers pathetisch langs het raam naar beneden glijden. Ik tuur meewarig naar de dode witte duif op de donkerblauwe tegels voor ons. Ze ligt er vredig bij, met haar oogjes dicht en haar beide pootjes in de lucht. ‘Hoe is ze daar terechtgekomen?’ vraag ik.Mijn vriendin trekt haar schouders op en loopt naar de bank waar ze neerploft.‘Tegen het raam gevlogen denk ik. Ze lag er al toen we vanmiddag van het boodschappen doen thuiskwamen.’‘Een tragische dood,’ zeg ik en duw mijn neus tegen het raam.‘Sht!’ sist mijn vriendin en wijst naar haar twee peuters die ongestoord op de mat aan het spelen zijn. ‘Ik heb hen verteld dat ze vast een vredesduif is, die moe is van al het vrede brengen in de wereld. Dat ze gewoon even een dutje doet en morgen wel weer vertrokken zal zijn om haar zware taak verder te zetten.’Ik kijk mijn vriendin met grote ogen aan. Fascinerend hoe ze steeds weer de meest van de pot gerukte verhalen aan haar kinderen wijsmaakt om hen het leed des levens te besparen. ‘Tegen morgenochtend moet ik dat ding dus op de één of andere manier weg zien te krijgen.’ fluistert ze samenzweerderig in mijn richting. ‘Zo lang het er ligt, mogen de kinderen niet buiten. Stel je voor dat ze het vieze ding zouden aaien, ik moet er niet aan denken.’Ik knik begrijpend. Wat doe je in godsnaam met een dode duif die je terras bezoedeld? ‘Misschien kan je ze in de tuin begraven?’ probeer ik.‘Ben je gek? Ik kom daar niet aan hoor! Dat beest zit vast vol met enge bacteriën.’Mijn vriendin zwijgt even en zegt dan beslist: ‘Ik weet wat ik ga doen! Ik ga ze met een schop over de haag gooien bij de buren, dan kunnen zij er maar een oplossing voor vinden.’‘Ga je daar geen last mee krijgen?’ frons ik mijn wenkbrauwen.Mijn vriendin grijnst. ‘De tuin van die marginalen hiernaast is sowieso een stort, een dode vogel meer of minder zal heus het verschil niet maken.’ Tevreden met haar plan staat mijn vriendin op en loopt naar het aanrecht.‘Koffie?’ vraagt ze vrolijk.‘Ja graag,’ knik ik. Ik denk even na over het net gesmede plan, mijn blik nog steeds op de dode vogel gericht. ‘Misschien is het nog zo geen gek idee,’ zeg ik dan en trek kort mijn schouders op. Ik draai me om en ga aan de keukentafel zitten, klaar voor mijn kop koffie. Mijn vriendin leunt glunderend tegen het aanrecht en zet tevreden haar handen in haar zij. ‘Vanavond, als het donker is, dan ga ik de tuin in en dan sodemieter ik dat dooie ding met een schop over de haag. Dan ben ik er vanaf en de kinderen kunnen weer buiten. Probleem opgelost!’‘Ideaal!’ beaam ik met een glimlach.‘Er is wel één probleem,’ zegt mijn vriendin dan ineens zacht, ‘we hebben geen schop.’

Ans DB
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 15-einde)

Vrijdag, 23 maart 2012   Ik heb gemerkt dat mijn l.ptop (van Chinese makelij) het niet lang meer zal tr.kken, want tijdens het t.pen verdwijnen er soms l.tt.rtj.s. Hopelijk is dit een t..delijk probleem, en kan ik versl.gen blijven schrijv.n.   Mo.e .od mi. .enadi. z..n.   .oeri Prim.kov, kosmonau.   Zaterd.g, 24 maart 2012   Ik ben vanmorgen de atmosfeer van plan..t N°05 binnengedrongen en heb de Doerak (moeizaam maar veilig) op een tropisch strand geland. Toen ik daaropvolgend de streek verkende, botste ik vrijwel meteen op het Sirius Star Hotel, waar mij prompt de duurste kamer werd opgedrongen; in dat opzicht lijkt deze plaats alvast een beetje op de .arde. De zee is hier echter goudkleurig en kent geen golven of getijden, een beetje vergelijkbaar m.t een gigantische honingbrei! Ik ben van plan er straks een goeie duik in te nemen, want ik sta echt te p.pelen om mijn nieuwste KGB-zwembroekje eens uit te proberen!   In de verte, achter enkele reusachtige palmbomen, bekleden honderden witgekalkte huisjes een grillige rotswand. Dit bevreemdend geheel wor.t broederlijk beschenen door een duo van roze zonnen, waarbij de ene -haastig als een hitsige minnaar- de and.re onophoudelijk opjaagt. Uiteindelijk is het een aangename ver.assing om te constateren dat deze plek iets weg heeft van een exclusief vakantieoord, dat daarenboven enkel door jonge deernes bevolkt wor.t! Het is kennelijk mijn geluksdag, want het zijn alle-maal enorm g..le m..den en ze hebben drie ......!!! De drankpralines, die ik hen als welkomstgeschenk gaf, werden alvast enthousiast onthaald! Ze wisten me te vertellen dat de vier andere planeten door mannen bewoond worden, maar dat die zich nog op een primitief bes.havingsniveau bevinden. Ze zijn er tot op heden dan ook nog niet in geslaagd om een verbinding met deze vruchtbare vrouwenplaneet te realiseren.   Ik ben echt op een ongerept paradijs terecht gekomen, alleen is het hier niet goedkoop. Het Siriusspeenvarken en de Sirius Slash (een plaatselijke cocktail op basis van k.k.sn.t.n en rum) hebben me reeds een fortuin gekost, en zelfs voor de bijhorende borrelno.tjes moest betaald worden! Helaas leed ik daarnet ook nog zware verliezen in het casino, wat inhoudt dat mijn VISA-rekening al férm geslonken is; gelukkig is de coc.ïne hier wel gratis! Binnen een uurtje krijg ik trouwens een grondige gezichtsverzorging, want vana-vond ben ik als eregast op het jaarlijkse g.l.b.l uitgenodigd. Het is vandaag immers de feestdag van hun patroonheilige Sint-Sirius, een vleermuisa.htige figuur die in 1452 (na een bloedige veldslag tegen de katholieken), de onafhankelijkheid uitriep. Hopelijk ver-warren ze mij niet met hem, want ik vergat mijn Spock-or.n af te zetten toen ik landde!   Naar het schijnt heeft kosmonaut Flimout deze locatie ook bezocht, maar hebben ze hem verjaagd omdat hij tegen het standbeeld van Sint-Sirius stond te p.ssen. In tegenstelling tot hem, ben ik niet zinnens deze droomwereld onmid.el.ijk te verlaten; mijn Doerak is reeds voor een Siriusskoda 4X4 cabriolet ingeruild, en ik kreeg er nog een gratis Siriusswatch bovenop ook!   Zo'n service doet de geda.hte aan thuis natuurlijk zéér snel in het niets verdamp.n; eigenlijk kunnen ze daar allemaal eens f.rm mi.n .ak ..bl.z.n!   .od was mij genadig.   Joeri Prima..., .........     (vrij vertaald uit het Russisch door Vince, mei 2006)  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 13)

Dinsdag, 20 maart 2012   Morgenochtend vertrek ik naar Sirius, dus dit is mijn laatste verslag vanuit ons zonne-stelsel. Ik weet absoluut niet of het leven zich daar reeds gemanifesteerd heeft, maar ik hoef me eigenlijk geen zorgen te maken; er zijn genoeg sterrenstelsels om te verkennen en de champagne is nog lang niet op!   Ik kan niet ontkennen dat een definitief afscheid van de aarde me toch vrij zwaar valt. Het blijft mijn natuurlijke habitat en mijn persoonlijke levensgeschiedenis is er onlos-makelijk mee verbonden. Alleen is het zinloos mezelf met melancholische mijmeringen te martelen, per slot van rekening ben ik nu een pionier van de mensheid, net zoals kosmonaut Flimout. Klaarblijkelijk gebruikte hij dit toestel om het hele Andromeda-stelsel te gaan platneuken, althans, dat heeft hij zélf in de marge van dat Chinese instructieboekje geschreven. Er zit zelfs een kaart bij, die expliciet aangeeft waar de beste bordelen zijn. Ik ben niet van plan die route te volgen, want mijn vertrouwen in hem werd al meermaals beschaamd en bovendien is mijn VISA-kaart daar niet meer geldig. Het is wel hoopgevend te weten dat er vele plaatsen in het universum bestaan, waar de mens nog van bil kan gaan.   Het organische materiaal, dat ik donderdag laatstlede neerknalde, werd door het lab geanalyseerd en de conclusie luidt dat de restanten afkomstig zijn van Laika, het Rus-sische ruimtehondje. Het arme beest zat blijkbaar nog altijd braafjes achter het stuur van zijn Spoetnik op hulp te wachten, en dat heeft het in zeker opzicht dan ook gekre-gen. Die mannen van Gaia zullen hier ongetwijfeld wel weer een vette kluif aan hebben; het schrikbeeld van een nieuwe dagvaarding, doemt me nu reeds voor de ogen op!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Woensdag, 21 maart 2012   Geen verslag wegens WARP.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 12)

Zaterdag, 17 maart 2012               Feest aan boord van de Doerak, dus geen verslag vandaag!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Zondag, 18 maart 2012   Gisteren was ik ladderzat, en ben ik (bekleed met het Enterprise-kostuum en de Spock-oren) per ongeluk in het bubbelbad gesukkeld. Ik weet niet meer precies wat ik alle-maal uitgestoken heb, maar die CD van Laura Flynn valt best wel te pruimen als je ferm gezopen hebt! Volgens de gegevens op mijn boordcomputer loste ik enkele schoten met mijn laser-kanon en blijkbaar heb ik iets organisch geraakt, want er kleven kleine bloedklonters aan mijn koplampen. Gebruik makend van de mechanische grijparm nam ik er een staaltje van, dat ik voor verdere analyse aan het automatische lab van de Doerak gegeven heb; de resultaten volgen eerstdaags.   Uiteraard is het niet mijn bedoeling hier ter plaatse te blijven treuzelen en denk ik er sterk aan om binnenkort koers te zetten naar Sirius. De aarde is jammer genoeg geen optie, want daar word ik toch maar door een horde advocaten opgewacht en ik heb absoluut geen zin in een publieke vernedering! Het is jammer voor mijn moeder, maar het zij zo.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Maandag, 19 maart 2012   Ik heb vanmorgen de onverstandige beslissing genomen om enkele van die drank-pralines als ontbijt te nuttigen, waardoor ik opnieuw strontzat ben! Telkens ik gedronken heb, ontstaat bij mij de onweerstaanbare drang om met mijn laserkanon te gaan schieten. Ik heb daarnet nog een paar nierstenen verpulverd, en ook het porseleinen zeeppompje (dat hier plots voorbijvloog) kende al beter tijden. Dit is natuurlijk niet gunstig met betrekking tot mijn overlevingskansen en ik zal me dringend moeten herpakken, als ik heelhuids in het Siriusstelsel wil geraken. Interstellaire ruimtereizen op automatische piloot lijken op het eerste zicht misschien makkelijk, maar er wordt wel degelijk een grote concentratie vereist bij het invoeren van de juiste coördinaten; ik wil immers niet in een zwart gat belanden!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 1

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 11)

Donderdag, 15 maart 2012   Vanmorgen heb ik iets heel merkwaardigs onder mijn stoel gevonden. Het ging om een metalen koffertje (waarschijnlijk achtergelaten door kosmonaut Flimout), waarin drie dingen zaten: een CD van een zekere Laura Flynn, een grote doos drankpralines (die de vorm van een plassend ventje hebben!) en een klein Chinees instructieboekje met be-trekking tot de Doerak. Dit houdt in dat deze capsule misschien wel tot meer in staat is, dan ik voor mogelijk hield. Gelukkig heb ik een zeer gedegen kennis van het Chinees, dat trouwens véél makkelijker is dan het Nederlands!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Vrijdag, 16 maart 2012   Dat Chinese boekje is erg leerrijk en doet me vermoeden dat de maker van deze Doerak een hele grote Star Trek-fan was. Het bevat namelijk een klein sleuteltje, dat toegang verschaft tot de verborgen vestiaire met het exclusieve Enterprise-kostuum. Bovendien zitten er twee valse Spock-oren als bladwijzers tussen de pagina's geklemd, wat ook kan tellen als hint! Volgens de info waar ik momenteel over beschik, kan deze mini-capsule de interstellaire ruimte razendsnel verkennen en ook planeetlandingen liggen binnen haar mogelijkheden. Vooral de automatische piloot op WARP-snelheid biedt heel wat perspectieven, schijnbaar komt er dan een heuse draaiende discobol vanuit het plafond naar beneden; van hoogtechnologie gesproken, zeg! De constructeur heeft zich bij de bekleding van deze mini-capsule werkelijk overtroffen. Niet alleen is er een controlepaneel aanwezig waarmee ik het laserkanon/de home cinema kan activeren, onder het vibrerende bed blijkt ook een heet bubbelbad te zitten, en achter het staatsportret van Poetin zou er zich zelfs een luxueuze champagnebar be-vinden! Te zien aan de inventaris van de aanwezige stock, hebben we het hier duidelijk niet over die goedkope brol van den Oldi!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

4

Ik drink niet omdat ik niet drink. 4 jaar al. Geen alcohol meer.  Om het even wat de omstandigheden zijn.  Om het even hoe ik me voel. Vrolijk, verdrietig, opgejaagd of net rustig. Ik doe het zonder. Al 4 jaar lang. Sommige mensen drinken ook niet. Uit principe, omdat ze het niet lekker vinden. Omdat ze te veel dronken en niet meer mogen van hun vrouw of dokter of omdat ze al dood zijn. Andere mensen drinken wel. Omdat het gezellig en lekker is. Of uit gewoonte, of om er bij te horen of omdat ze denken dat het erbij hoort om er bij te horen. Sommige drinken bij de juiste gelegenheid. Anderen hebben zoals ik vroeger geen gelegenheid nodig. En dat is allemaal ok. Maar ik doe het al eventjes op een andere manier, in mijn ogen een betere. Voor mij maakt het allemaal niet zo veel meer uit. Ik ben er niet meer zo mee bezig. Al is dat in het begin wel anders geweest. Soms floept dat kwelmannetje op een onbewaakt moment nog wel eens binnen. Hevig! Als een duivel uit een doosje maar dat duurt nooit lang. Ik weet al een tijdje dat hij snel opgeeft omdat ik slimmer geworden ben dan hem omdat ik het gevecht niet meer aanga.  Hij mag winnen zonder wedstrijd… Ik blijf uit de boksring. Er is veel veranderd. Ik ben veranderd. Bewuster, denk ik dat het woord is dat het meeste de lading dekt. Ik ben meer bezig met mezelf. Niet uit egoïsme maar uit zelfbehoud. Ik moet goed voor mezelf zorgen om gefocust te blijven. En dan doe ik dat maar omdat het met vooruit helpt. Alles is beter dan de donkere duisternis van afhankelijkheid toen drank de keuzes maakte. “Vrienden” van vroeger vinden me soms saai en denken dat ik een kluizenaar ben geworden omdat ik nu meer dan een armlengte verwijderd ben van de toog die ons indertijd dagelijks bij elkaar hield. En af en toe vind ik dat wel jammer maar dan besef ik dat in vele gevallen het enkel de pint was die we als gemeenschappelijke beste vriend hadden en die is al een tijdje dood en begraven.   Soms wordt het wel eens donkerder omdat de gemakkelijke vluchtweg er niet meer is.  Dan neem ik een pauze. Een bewuste time-out om overzicht te krijgen en te beslissen of ik de zaken aanpak of ze beter laat voor wat ze zijn. Die beslissing kunnen nemen zonder te vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard dat ik het hier wil getuigen.  Een beetje fier maar vooral rustig en nederig en niet te overmoedig. Vandaag ben ik ok en morgen? Misschien komt die wel niet en dan is het tijdverlies om me daar vandaag al zorgen over te maken. Rustig verder doen dat is wat ik ga doen. Zeker en vastberaden …  

jan pultau
14 0

Emmerlijst

Is het door de grijze herfst en de dreigende wolken dat de mensen een beetje somberder kleuren en is het dat dan dat hen aan het plannen zet? Steekt die plotse allesoverheersende bewustwording ineens de kop op als iemand dierbaar ons ontvalt? Is het louter een modeverschijnsel of gewoon bon ton om ermee te kunnen illustreren hoe interessant druk we nu wel bezig zijn? Het blijkt in elk geval het uitgelezen instrument om essentiële beslissingen of zaken die we willen doen uit te stellen en voor ons uit te duwen. Tot straks, tot morgen of tot volgend jaar, als de kinderen uit het huis zijn. Als we met pensioen zijn en de lotto gewonnen hebben, dan? Dan beginnen we aan onze ultieme bucketlist en 69 dingen die we moeten gedaan hebben alvorens dit tranendal te verlaten. Misschien komt hij maar pas voor de pinnen nadat we onze eerste ouderdomsvlekjes opmerkten. Wanneer we beslisten dat het leven niet voor altijd zal duren en zo gedwongen worden na denken over zaken die we zeker nog willen gedaan hebben alvorens we de pijp aan Maarten geven. Taj-Mahal in het echt zien en naakt rondlopen op de Galapagoseilanden zijn kanshebbers, hoewel tango’s beluisteren in Cuzco of Machu Pitcchu bezoeken ook een toppertje is als je dat te voet doet, tenminste. Het leven lijkt soms niet de moeite waard geweest als je niet eens met een rekker aan je voeten van de hoogste brug gesprongen hebt. Als je ooit gepast hebt voor die duo-sprong die je een paar minuten deed bengelen onder een parachute of als je niet badend in het poolijs naar het noorderlicht getuurd hebt. Zelf houd ik niet zo van lijstjes. Zeker niet als daar zorgvuldig op geschreven staat wat ik moet doen. Doen en kopen wat op lijstjes staat betekent voor mij in lange rijen staan wachten.  Vergeten wat er op stond om dan thuis te komen en te zien dat ik het belangrijkste liet liggen om dan opnieuw in de rij te gaan staan om mijn lijstje helemaal af te vinken. Neen, ik hoef echt geen lijstjes.  Ik heb lijstjes genoeg afgewerkt. Lijstjes met boodschappen, met moetjes en magjes, met huiswerk en doelstellingen, lijstjes met genodigden… lijstjes met lijstjes. Toen die obligate bucketlijst een hype werd die me opzadelde met al die verplichte opdrachten die ik zeker nog moet doen voor ik de pijp uit ga, werd ik daar niet vrolijk van. Levenslijsten zijn overschat. Met het kattenbelletje dat gebonden is aan de to do list die me er aan herinnert dat er nog een knoop in mijn zakdoek ligt omdat ik niet mag vergeten een reisboek te kopen over de reis die we nog moeten inplannen na onze volgende reis. Neen dank u, voor mij geen zulke wachtlijsten meer. Voor mij mag het allemaal vandaag. De enige lijst die ik nauwgezet bijhoud is die van mijn dagelijks assortiment buitengewone en eenvoudige speciale momenten. Kleine, niet geplande gebeurtenissen aan elkaar geregen door speciale mensen die opeens onverwacht op mijn pad terecht kwamen en die me als ik daar zin voor heb er iets doen over opschrijven. Maar niet nadat ik eerst heel goed geluisterd heb naar wat ze me te vertellen hebben. Liefst rustig met een koffie en een chocolaatje. Als ik me bij het krieken van de dag, op de levensvragen, Kan ik uit bed? Heb ik grote Kak? Weet ik nog hoe ik heet en waar ik ben?, een positief antwoord kan geven, mag ik me gerust stellen dat ik mijn bucketlist voor ben geweest en hoop ik echt dat mijn persoonlijke emmerlijst er morgen ook nog zo mag uit zien.  

jan pultau
0 0

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?” Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze. Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.” Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp. Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg. Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.  

jan pultau
0 0

Anders

Hoe gevulder ik mijn dag inplande des te minder ik gereed kreeg. Of hoe minder tevreden ik was met het resultaat van de dingen die ik half zijn gathad geaan. “Kiezen is verliezen”: hadden ze me gezegd. Daarom wou ik altijd alles doen. Desnoods alles tegelijk om niets te missen. En dan was ik dikwijls nog niet eens voor mezelf aan de slag. Ik was zo begaan met mijn drukdoenerij en met ingebeelde verwachtingen tegenover anderen dat ik gedubbeld werd in de race tegen mezelf. Kinderen, lief, werk, familie en vrienden. Alle dagen en uren zorgvuldig ingepland om de beschikbare aandacht netjes te verdelen. Ieder om beurt. Gelijke deeltjes, afgewogen met de apotheekbalans. Behalve voor mezelf. Ik werd uitgesteld naar de volgende planning. Naar een volgend rantsoen. Niet goed. Ik moest het omkeren. Het moest veranderen. Niet uit egoïsme of omdat het me opgelegd werd of omdat ik me tegenover iemand verplicht voelde. Neen, mijn instinct en zelfbehoud spelden me de les: “dit moet anders, dit moet beter kunnen of het loopt slecht af.” Maar mezelf op de eerste plaats? Hoe moet dat? Hoe pak ik dat vast? Ik kwam er snel achter dat sommige zaken gewoon niet tegelijk kunnen. Voor belangrijke dingen neem je beter de nodige tijd, met focus. En wat afstand, om het goed te doen en om goed te doen. Juist. Voor jezelf. Andes loopt het mis. Vroeg of laat. Voor anderen bedenken hoe ze kunnen veranderen is niet moeilijk. Daar heb je geen gedragstherapie voor van doen. Dat lukt zo wel.  Oordelen, is niet zo moeilijk. Preken ook niet. Dat kunnen we allemaal gelijk de besten. Gecompliceerder wordt het wel als je zelf eens goed in de spiegel naar jezelf kijkt.  En tracht uit te vissen hoe je jezelf kan corrigeren op dingen die minder goed lopen. Als je probeert te achterhalen hoe het anders of beter kan. Daar is net iets meer lef, durf en moed voor nodig maar het kan… als je het doet! Maar begin er niet aan als het je wordt opgedrongen. Begin niet aan als je denkt dat je het moet doen om er bij te horen. Doe het alleen puur en authentiek. Wanneer het veranderd is moet het beter zijn. Als je beter wil, moet het veranderen. Maar als het veranderd is en je werd er zelf niet beter van, doe het dan opnieuw. Je leven is van jou. Doe wat je wil en doe het goed en veel. En gedreven. Met een groot hart. En wil je het niet meer? Verander het dan. Van aanpak, van werk.  Van huis. Van lief of van land. Het leven is te kort om te wachten tot het vanzelf komt. Doe het gewoon! Voor jezelf. Vandaag. Alle anderen worden er vanzelf ook beter van. Dit delen:    

jan pultau
0 0

Mijn trouwe compagnon

Lang, lang geleden kocht ik een olijfkleurige tas in de H&M. Ik naaide er wat oude knopen op die ik vond in mijn moeders naaikoffer en BAM, mijn lievelingstas was geboren.   De eerste keer dat ik ze om mijn schouder sloeg trapte ik mijn blauwgeel geschilderde fiets richting Blandijnberg – waarschijnlijk voor een les sociale en politieke leerstelsels of inleiding tot de communicatiewetenschap. Ze zou me volgen in al wat ik deed – mijn trouwe compagnon die in elke situatie bij me paste.   Ik zeulde ze mee naar het Latijnse kwartier in Parijs, drapeerde ze op de barkruk terwijl ik Guinness achteroversloeg in een pub in Dublin, slenterde ermee over de Ramblas en gooide ze in het zand aan het strand van Antalya. Ik versjouwde er beduimelde cursussen mee, romans uit de bibliotheek en volgekriebelde notitieboekjes.   Maar eens afgestudeerd, ruilde ik ze in voor andere exemplaren. Een minuscule clutch in rood lakleer. Een oversized exemplaar in zwart suède. Een allrounder van cognac leder. Een muisgrijze laptoptas. Al die tijd lag ze eenzaam te wachten in een doos op zolder, hopend dat ik haar op een dag terug mee op pad zou nemen. Het is een regenachtige zomerdag en ik sta op zolder nog wat vergeten verhuisdozen uit te pakken. Ik vis een beduimelde plastic zak van de Aldi uit een doos. Twaalf jaar nadat ik er de Blandijnberg mee op fietste is ze nog steeds intact. De motten hebben geen vat op haar gekregen. Zelfs de voering en rits zijn nog zo goed als nieuw.   Twaalf jaar nadat ik haar knopen aannaaide gaat ze weer met mij op pad. Inclusief volgekriebelde notitieboekjes en romans uit de bib. Niet meer naar Europese steden, wel naar de bakker om de hoek en de school van De Zoon.   Want ze is onverwoestbaar.  

het stille meisje
0 0

Parijs

Ik weet hoe je stem klinkt. Een warm timbre, met een Oost-Vlaamse tongval gemaskeerd door je vele omzwervingen naar Noorwegen, Nederland, Antwerpen, Parijs. Geperfectioneerd door dictielessen, voordrachten en practica. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Het enige wat ik ooit over mijn lippen kreeg was de vraag om een blaadje papier, toen ik eindelijk naast je durfde te zitten tijdens de les Communicatiewetenschap in de Universiteitsstraat. Je zit voor het eerst in weken alleen en ik zie mijn kans schoon. In een nagenoeg volle aula zou het niet opvallen hoe hartstochtelijk ik had uitgekeken naar dit moment. Ik recht mijn voorovergebogen schouders, wandel tien treden naar beneden, klap gezwind het houten stoeltje naar beneden en zet mijn okerkleurige tas erop, die ik nog zelf bestikte met knopen uit mijn moeders naaikoffer. Het stoeltje schiet terug naar boven en mijn tas blijft steken tussen de rugleuning en het zitgedeelte. Onhandig frunnik ik aan de tas. Jij glimlacht meewarrig en trekt het klapstoeltje naar beneden. “Dank je,” prevel ik. Het hoofd van onze vakgroep daalt over de trappen naar beneden en neemt plaats op het verhoogje vooraan. De prof met kort, blond gemècht haar draagt een knalgeel broekpak waar ze zelf om lacht. Haar stem klinkt strak, haar humor vals en ze trekt haar neus op wanneer ze je persoonlijk aanspreekt. Ik mag haar niet, maar ben dankbaar dat ze de les aanvat. Mijn zelfvertrouwen is samen met mijn olijfkleurige tas blijven steken tussen de klapstoel. Ik noteer naarstig wat de prof declameert. Verdwijn tussen mijn pen en notitieblok. Ik pen zo ijverig dat ik de laatste drie velletjes van mijn notablok volledig volkrabbel. Ik twijfel. Hoor niet meer wat ze reciteert. Wanneer het woord “examen” valt en heel de aula ritselt van pen en papier, staat mijn hoofd op ontploffen. Mijn laatste hoopje moed bijeenscharrelen en je aanspreken, of zo miniscuul mogelijk proberen schrijven in de marge van mijn overvolle blad. Jij ziet mijn pen boven mijn blad dansen en draait je hoofd een kwartslag. Kijkt me met je reebruine ogen ontwapenend aan. Die reebruine ogen waarin ik verdrink en die mijn tong zo droog als leer maken; mijn tenen doen tintelen. Het is nog erger dan in de boekjes. “Mag ik een blad van je lenen?”, fluister ik. Ik ben twintig, maar mijn stem klinkt als een vijftienjarig puberjongetje. Jij scheurt een bruinig ecovelletje van je notablok. Onze vingertoppen raken elkaar wanneer je me het blad overhandigt. Mijn maag krimpt, mijn hart ontploft, mijn longen barsten. De les loopt naar zijn einde en ik gris mijn spullen bij elkaar. Ik kan niet snel genoeg weglopen. De aula uit, de trappen af, mijn fiets op. Beukend op de pedalen jakker ik de Veldstraat in en knal ei zo na een shoppende voetganger omver. Zweet en tranen glimmen op mijn wangen. Ze proeven zout. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Ik ken ze van de promofilmpjes voor je doctoraat en je filmbesprekingen voor Canvas, waarin je met zachte woorden passioneel je liefde voor film uiteenzet. Ik ken ze van je voordracht voor De Buren, waar je trots je zelfgeschreven tekst over Parijs en de jaarlijkse reis met je ouders over de Route de Soleil voorleest. Ik ken ze van je boekvoorstelling, waar ik, spiedend over de fluweelrode zetels, je lippen minutieus in de gaten hield. Ik weet hoe je stem klinkt. Maar jij, weet jij nog wie ik ben?

het stille meisje
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 10)

Maandag, 12 maart 2012   Vandaag sprak ik voor de laatste keer met de basis. Ze hebben me ontslagen en wat hen betreft mag ik hier wegrotten. In tijden van nood kent men zijn vrienden! Gelukkig heb ik recht op een uitkering en moet ik daar (dankzij die communistische trut) geen stempeltje meer voor gaan halen!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Dinsdag, 13 maart 2012   Niets noemenswaardigs te vermelden, buiten het feit dat ik (net voorbij de maan) geflitst ben.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Woensdag, 14 maart 2012   Ik heb opnieuw een érg saaie dag achter de rug, laat staan dat ik nog weet welke dag het precies is. Vanmorgen zag ik een handdoek met het KGB-logo rondvliegen en ook mijn GSM moet hier ergens in de buurt zijn, want daarnet hoorde ik mijn ringtone (een huilende Chewbacca) doorheen het heelal weerklinken. Bij de aankoop van die Nokia werd me verteld dat je de maximale geluidsstand tot ver buiten de aardse sferen zou kunnen horen, wat ik nu enkel maar bevestigen kan.   Misschien was het Mariska, of mijn moeder ... Het valt te betwijfelen, want de eerste ligt in de armen van mijn baas en de tweede draait altijd het verkeerde nummer als ze me wil telefoneren. Ik heb tot op één cijfer hetzelfde nummer als Madame Blavatski, en als die wordt opgebeld, ben je gegaran-deerd enkele uren, dagen of zelfs weken kwijt!   Mij lijkt de tijd bijna rijp om het hier af te trappen, want de Doerak wordt constant door zware zonnewinden bestookt. Niet echt onoverkomelijk, ware het niet dat die heel erg kunnen stinken! Dit rudimentaire toestel naar aromatischere oorden loodsen, wordt (gezien mijn beperkte technische kennis) hoogstwaarschijnlijk een helse karwei. Mijn enige hoop ligt erin een inactief ruimtestation tegen te komen, dat deze capsule kan herbergen; niet zo onrealistisch, aangezien we hier de laatste jaren toch immens veel schroot gedumpt hebben!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 9)

Zondag, 11 maart 2012   De laatste dagen ben ik door een heuse mentale hel gegaan, waardoor het voor mij onmogelijk was om verslagen te schrijven.   Ik bevind me nog altijd aan boord van de Doerak en ben op weg naar de asteroïden-gordel; een hachelijke onderneming, met een onvoorspelbaar resultaat! De basis heeft me de voorbije dagen enkele keren opgebeld, maar tot op heden is daar nog niets uit voortgekomen. Ik ben zelfs geschokt, vast te moeten stellen dat er nog geen enkele hulpactie opgezet is en het ziet er niet naar uit dat daar direct verandering in zal komen! Vooral omtrent de schuldvraag met betrekking tot het falen van deze missie, is een hartig woordje gesproken. De internationale pers heeft nu immers ook zijn tanden in deze zaak gezet, dus moet er een zondebok gevonden worden! Het lijkt er sterk op dat ik die twijfelachtige eer toebedeeld zal krijgen, aangezien gebleken is dat mijn perceptie van de feiten niet helemaal met de werkelijkheid overeenstemde ...   Die dreigende rode gaswolk boven Rusland, was eigenlijk niets meer dan een ongeluk-kig voorval tijdens de wedstrijd van Lokomotiv tegen Zoelte (die we trouwens zwaar verloren hebben). Het bagage-compartiment van de Belgische supportersbus (vooral met kranige oudjes gevuld) bevatte blijkbaar een immense hoeveelheid Bengaals vuur-werk en uiteindelijk is het hele boeltje de lucht in gevlogen! Naar het schijnt heeft het daarna nog dagen oude wijven geregend in Moskou!   De aanvaring met de satelliet is ook ter sprake gekomen en ik zal daar (binnen niet afzienbare tijd) schijnbaar drie dagvaardingen voor ontvangen; enerzijds van Proxirus, voor intentionele beschadiging van privé-eigendom (zijnde hun satelliet), anderzijds van de Russische staat, voor opzettelijke vernietiging van staatseigendom (zijnde de MIR) en tenslotte ook nog één van Poetin himself, voor het sluikstorten van een urinoir met zijn portret in de kosmos.   De pre-selecties van Eurosong zijn eveneens achter de rug, en uiteindelijk niet door Tattoe gewonnen. Bovendien bemannen die twee meiden nu mijn kamer in de militaire academie van Siberië, omdat ze het gewaagd hebben elkaar te tongzoenen op het po-dium (wat de jury kennelijk niet zinde).   De storing in de elektronische systemen van de MIR, waar alle ellende mee begon, werd eigenlijk veroorzaakt op de basis; een gegeven dat gegarandeerd in KGB-archieven zal verdwijnen! De nieuwe poetsvrouw (en tevens maîtresse van de baas) heeft per ongeluk enkel vitale kabels beschadigd met haar KGB-boenmachine. Het is echt betreurenswaardig dat ik door de stommiteit van een poetsvrouw zo goed als zeker ten dode ben opgeschreven, maar het werkelijke drama voltrok zich toen ik haar naam vernam: Mariska Poljakov.   Mijn Mariska!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

S/M FANS. a

  Ik ken de T-shirtman al lang. We waren allebei veertien toen ik hem voor het eerst ontmoette. In die tijd had je Dylan-fans en Andy Warhol-fans. De Dylan-fans troepten samen in de jeugdclub waar de studenten van het college de hoofdmoot vormden. Ze hadden de jeugdwerking schitterend uitgebouwd, voortkomend uit een jeugdbeweging die nogal Vlaams-nationaal geïnspireerd was. De jeugdclub werd het nieuwe avontuur. Destijds werden de jeugdsubsidies naar aloude Vlaamse traditie geïnvesteerd in beton, maar niet in ons stadje. Daar ging de subsidie voornamelijk naar optredens, gesprekken en feestjes. In die kleine ruimte, waar veertig man al een vol huis betekende, zag ik artiesten die in grote steden in enorme zalen stonden: van Filip Van Luchene en de piepjonge Johan Verminnen tot Alfred den Ouden. Op die plek werden de intellectuelen van ons stadje gevormd. Daarnaast was er nog een andere club, waar de Andy Warhol-adepten zich verzamelden. En daar liep hij: in glitter, op hoge plateauschoenen en met een schare bewonderaars om zich heen. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar ik verhuisde. We gingen elk onze eigen weg, elk onze eigen demonen bestrijden. Enkele jaren later zagen we elkaar terug op de trein. In die oertijd van de rock-'n-roll was hij tot de conclusie gekomen dat de Engelse teksten begrijpelijk gemaakt moesten worden. Hij had de teksten vertaald, massaal gekopieerd en verkocht tijdens optredens – met enorm succes. Ik vond het geniaal. Maar opnieuw gingen onze wegen uiteen; we zagen elkaar slechts sporadisch. De vertaalde teksten werden posters. Na een tijdje werd hij lid van de groepjes jongeren die over het Europese vasteland naar de grote optredens in de steden trokken, in het kielzog van een troep marktkramers. Ik ging mee naar David Bowie in Ahoy Rotterdam, naar Genesis in Göteborg… Jarenlang zag ik hem daarna niet meer. Op een zeker moment verruilde hij zijn zwerversbestaan voor een winkeltje. Dat werden er twee, drie, en uiteindelijk een keten van supermarkten. Soms nam hij me mee op restaurant en dan betaalde hij mijn drankjes. Op een dag stond hij voor de deur van de galerie van Theo. Theo was 25 jaar lang mede-eigenaar geweest van een hotel waar zowel gekroonde als ongekroonde hoofden logeerden. Op een gegeven moment was hij al die luxe beu en wilde hij een buurtgalerie runnen. Ik werd zijn hulpje. Theo was een zeer boeiend man, maar ook bijzonder koppig. Toen mijn vroegere vriend me vroeg of zijn huidige vriendje een kans kon krijgen in de galerie, wist ik dat er onweer op komst was. "Ik zal zien wat ik kan doen," mompelde ik. Theo kon mij die gunst niet weigeren, omdat ik hem al die tijd belangeloos had geholpen. Zwaar tegen zijn zin ging hij akkoord. "Laten we alles bespreken op restaurant," zei mijn vroegere vriend. "Ik wil je wel op enkele moeilijkheden wijzen," zei ik hem. "De vriend van de galeriehouder heeft de laatste tijd de neiging om straalbezopen op recepties te verschijnen; hij gaat zelfs geregeld op de vuist. Ze hebben zware ruzies. Bovendien is er een probleem met de verlichting; de kans bestaat dat de stroom uitvalt."Hij keek me wanhopig aan. Zijn vriendje zou niet tevreden zijn. "Heb je dan geen oplossing? Maar zeg er niets over tegen hem.""Voor het eerste probleem heb ik een ex-Belgisch kampioen gevechtssporten," zei ik. "Hij ziet er frêle uit en probeert ieder conflict eerst met woorden op te lossen, maar wanneer woorden tekortschieten, kan hij elk probleem aan. Wat het tweede punt betreft: huur een generator, die kan iedere stroompanne aan.""Je doet maar," zei hij, "na het evenement neem je contact op. Ik zal alle onkosten terugbetalen. En bovendien: als je goesting hebt, open ik een galerie in Gent. Een appartementje met uitzicht op het water en zestig duizend 'frankskes' in de maand... als je wilt?"Het evenement werd niet verstoord door het zatte vriendje, noch viel de stroom uit. Iedereen tevreden.Trrrrrrrring…….."Kan ik mijn vroegere vriend spreken?" "Die is er niet. Kan ik u helpen?""Euh… nee, wanneer is hij er wel?""Volgende week misschien. Kan ik echt niets doen?""Tja, tot volgende week dan."Mijn hersenen draaiden razendsnel. Was hij het vergeten? Was dit een van zijn spelletjes? Nog een week wachten… Ik had de helft van mijn leefgeld in de kosten gestoken, maar ik mocht niets aan zijn vriendje vertellen. Het bleek de grote verdwijntruc. Pas maanden later zag ik hem heel even, daarna jarenlang niet meer.Op een dag zag ik hem terug op een begrafenis. Hij had inmiddels de hele wereld afgereisd. Een paar weken later schreef ik hem een brief waarin ik hem vroeg op te houden iedereen te vertellen dat hij me ooit had geholpen. Ik vertelde hem dat ik nog steeds van een leefloon moest rondkomen en dat ik – midden in de zwaarste depressie van mijn leven – iedere euro goed kon gebruiken.Ik kreeg een BRIEF terug:PLEEG ZELFMOORD."Roddelen over jou, Verf? Tegen je collega-clochards? Zijn die dan geïnteresseerd? Zuip je leefloon op en zet dat maar op je site. Je bent altijd een gemene adder geweest. Ciao!"Nou moe! Wat zullen zijn fans dáár van denken?    © verf.Lambermontplaats A'pen 2004 FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
21 0

Iedereen moet naar de dokter. a

    "Iedereen moet naar de dokter.""Wat?""Iedereen moet naar de dokter."Een ongemakkelijke stilte viel over de doorgaans zo rumoerige vergaderkamer boven de King Kong."Waarom dan?""Theo is bij de studentencontrole betrapt op syfilis. Uit voorzorg moet iedereen zich laten testen en krijgen we een les over geslachtsziekten."Enthousiast waren we niet, maar op de afgesproken dag waren we present. Solidariteit kent zijn prijs.En ja hoor: bingo. Acht van ons bleken besmet.Echt zwaar was het gelukkig niet; één stevige injectie en de ellende was voorbij. De vijand was vernietigd.Maar al die poespas eromheen... Wanneer houden we op geslachtsziekten als iets duivels te beschouwen? We werken ons te pletter met hoofd en hand, maar zodra het over seks gaat, lijken we wel aliens. We zijn vervreemd geraakt van ons eigen lichaam; het is een verboden zone geworden.De dokter die ons toen behandelde, zou later de drijvende kracht worden achter de wereldwijde strijd tegen aids. Ons geval had hem geïnspireerd         De dokter in dit verhaal is Peter Piot.Dit incident vond plaats in de jaren '70 in de kring rond het legendarische alternatieve kunstencentrum King Kong in de Leopoldstraat in Antwerpen. De tekst beschrijft een vormend moment in de carrière van Piot.Peter Piot werd later wereldberoemd als:Mede-ontdekker van het ebolavirus in 1976.Directeur van UNAIDS: Hij was van 1995 tot 2008 de drijvende kracht achter de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen aids bij de Verenigde Naties.In zijn memoires en interviews refereert hij vaker aan zijn tijd in de Antwerpse underground, waar hij leerde dat de strijd tegen ziektes niet alleen een medische, maar vooral ook een sociale strijd tegen stigma en taboes is. _____________________________________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ ______________________________________________________________________________________ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
13 0