Lezen

De Passie van het verzamelen.

Ik kan tegenwoordig mezelf niet genoeg uiten van mijn duizenden tot honderdduizenden, hoe rijk ik eigenlijk wel ben, met al dat verzamelwerk van media-materiaal. :) xd :$En alhoewel het einde nog lang niet in zicht blijkt te zijn daarvan, koester ik of anders gezegd heb ik altijd een boontje voor al wat nostalgie is, wat zich vooral situeert in de jaren '80 en '90. Ik ben er zelfs vrij zeker van dat moest ik in een ander generatie geboren zijn, dat dit zeker ook het geval zou geweest zijn!Want ik ben iemand die zich niet laat beïnvloeden door keuzes van programma's en muziekstijlen van zenders, terwijl de rest van de jeugd van tegenwoordig precies niet anders doet tegenwoordig! Terwijl als je geen meeloper bent met de nieuwste trends, je buiten het uitgesloten gevoel, je ook wel steeds een euforisch gevoel met je krijgt van vrijheid. Alsof je bij een aparte groep hoort die weet wat dit tenminste echt is allemaal! prod Dus wanneer men zich verzet tegen de mainstream, en dus uit eigen keuze totaal niet graag naar Lady Gaga luistert, en er dus ook totaal niet naar luistert, realiseert men zich de gemanipuleerde kracht die de media uit oefent op andere mensen! Maar stel je voor dat alles wat underground is ( waarvan ik dus wel erg veel graag van hoor ), met veel inspanning eens mainstream zou worden? In wat en waar zou die ultieme euforie van vrijheid zich dan uiten?? Maar volgens andere kenners maakt net dit, het gekoesterde werk kapot. Omdat commercialisering van producten, blijkbaar steeds leid tot het uitbuiten van het product... Kijk maar naar bv. New Beat! Hierop zeg ik zelf "Maar waarom?!"Waarom hoeft het zo te zijn (gebeurd)? Terwijl ik zelf toch ook een deel van die commerciëele dingen ( ten zeerste ) waardeer!!! Ja het is ook niet zo dat alles wat commerciëel word, rotzooi is of zal zijn hé, en dat weet iedere mediakenner in hart en nieren toch ook wel ergens, als hij/zij diep in zichzelf kijkt! Even terugkeren naar waar 'ten zeerste' tussen haakjes staat.... Dit is omwille van het ene vergeleken met het andere, uiteraard afhankelijk van de echte kwaliteit, meer of minder gewardeerd wordt dan het andere door de kenners. Pure Nostalgie!!

RaverMike
0 0

Koningskind (deel 1)

De slanke, bleke vingers van de magistraat tikten zenuwachtig op de houten balustrade. De oude man staarde voor zich uit, zijn blik ging over het grijzige landschap, maar zijn gedachten waren elders. Hij was zeer ontevreden over een reeks recente gebeurtenissen.  Snelle passen weerklonken in de rustieke gang, een man uitgerust in harnas spoedde zich naar de magistraat toe. De magistraat keurde de man geen blik waardig.“Een zoon”, hijgde hij. “De koning heeft een zoon!”Pas nu keek de magistraat op. De koning heeft een zoon, natuurlijk. De informatie die een week geleden nog zo belangrijk geweest zou zijn, drong langzaam tot hem door.“De koning…”, mompelde hij voor zich uit, waarna hij zuchtte. Het enige pluspunt in zijn ogen in het hele gebeuren was dat die oude dwaas van een koning er het leven had bij gelaten.“Het wordt tijd dat we het kind van de rebellenleider teruggeven aan de rebellen.” De man, die inmiddels weer op adem was gekomen, keek verbaasd op.“U wilt haar teruggeven?” Het was enkel door zijn verbazing dat de man de vraag luidop had uitgesproken, enkel hoge lieden waagden het de magistraat directe vragen te stellen.De magistraat draaide zich weer naar het landschap toe en glimlachte voor zich uit. Als hij de dingen wat goed plande, hoefde het nog niet eens zo slecht af te lopen, misschien kon hij er wel wat voordeel uit halen.“Nee, niet haar. De rebellen mogen de jongen hebben. Morgen delen we het land mee dat de koning een dochter heeft gekregen.”“Maar…de koningin…Ze weet al dat ze een zoon heeft gebaard! We kunnen haar niet…”“De koning heeft gefaald, de koningin is nutteloos voor ons. Ga!”, beval de magistraat.Ietwat aarzelend verliet de man de gang. De magistraat neuriede  een liedje voor zich uit. Het was lang geleden dat hij zo hoopvol was geweest. Hoopvol voor het land welteverstaan, de magistraat was niet overdreven ambitieus en wellicht te oud om het land zelf te besturen. Toen hij jonger was, had hij met het idee gespeeld, maar nu de ouderdom langzaam bezit van zijn lichaam begon te nemen, had hij andere plannen.   Het meisje aan de macht brengen was perfect. In één klap had hij zich ontdaan van de hele koninklijke familie. Een familie die naar zijn mening bestond uit arrogante dwazen. De gedachte dat het de koning zelf was geweest die het meisje binnen de muren van het paleis had gehaald, bracht een nieuwe glimlach op zijn lippen. De koning had geweten dat de vrouw van de rebellenleider aan het bevallen was en had van dat zwakke moment gebruik gemaakt om aan te vallen. Zijn plan was niet geweest de rebellen in hun eigen kamp te verslaan, maar de vrouw en het kind gevangen te nemen.  De vrouw overleed tijdens de bevalling, maar het leger van de koning had wel de dochter kunnen bemachtigen. Hoewel de koning alle touwtjes in handen had gehad, was zijn hoogmoed hem fataal geworden. Hij eiste een glorieuze overwinning, hij zou de rebellen verslaan op zo’n manier dat er nog duizenden jaren over zijn moed gesproken werd. Hij wou geschiedenis schrijven. In plaats daarvan was hij gesneuveld in zijn eigen paleis. En nog voordat één druppel bloed van de koning de stenen tegels had bedropen, had de wacht de rebellenleider gedood. Hoe meer de magistraat erover nadacht, hoe beter het plan klonk. In deze periode van verwarring zou niemand de dood van de koningin als verdacht beschouwen. Niemand zou de verwisseling van de kinderen opmerken.

Fuaran
0 0

Vunzigheden

  Deel uit mijn manuscript ‘Tiny en de schippershoer’   ‘’Het moet gedaan zijn met dat gedraai met je kont , gedaan met je geparadeer! ‘En dat jij al die venten aan je lijf laat zitten!’ Geschokt staar ik hem aan. Al die venten? Over wie heeft hij het? Nu pas merk ik de grijze vuilniszak die hij in zijn handen houdt. Zijn ogen glinsterden boosaardig, zijn lippen vormen een onverbiddelijke streep. Met woest zwaaiende armen slaat hij alles waar ik zo dol op ben van mijn commode. Als een bezetene houdt hij lelijk huis in mijn heiligdom, mijn slaapkamer vol spiegels en talloze posters van Madonna, Kim Wilde , Duran Duran die mijn ouderwetse kamer met lelijke bruine meubeltjes toch wat kleur bezorgen. Heel mijn verzameling van oogschaduwpaletjes, ontelbare rood – en roos getinte lippenstiften, penseeltjes, kleurige mascara , fond de teint stopt hij grimmig in de zak. Twee lippenstiften rollen onder mijn bed. Ik durf me niet te bewegen. Verslagen laat ik me in de hoek tegen mijn radiator, die net aanslaat, zakken. ‘Zeg nu niet dat je niet gemerkt hebt hoe Frans je gisteren zat te begluren!’blaft hij. Frans? Zijn collega die hier gisteren hooguit tien minuutjes bij ons in de keuken had gezeten, zijn lippen gulzig slobberend aan een Jupiler? Koortsachtig dacht ik na? Had ik iets verkeerd gezegd of gedaan? Ik had enkel hallo gezegd en was gewoon verdergegaan met mijn taak voor Nederlands. Frans had terloops opgemerkt dat ik toch al een groot meisje werd. Vader stampt nu tegen mijn leeggeroofde commode waardoor de enorme spiegel die er pal boven hangt vervaarlijk begint te schudden. Stop! Alsjeblieft! Jammer en smeek ik hem. ‘Smerige teef!’ sist hij. Frans zou jou ook wel ’s willen knippen! Jouw moeder, die denkt dat haar muis alleen maar dient om te zeiken! Mijn dochter is een hoer!’ schreeuwt hij. Doodsbang kruis ik mijn handen boven mijn hoofd en zet mij schrap. Twee blauw versleten pantoffels maken een kwartslag en bonken naar mij toe .

inez
0 0

Spelevaren

(Fragment uit een nog niet gepubliceerde roman ”Thermiekvliegers”. Om het te situeren: Xandra is een zeventienjarig meisje dat er veertien lijkt, het vriendinnetje van Loïc. Lamp is een wat wereldvreemde veertigjarige werfleider, die zijn middagpauze neemt aan de rand van een vijver, gelegen tussen drie woonblokken.)   Het loopt tegen de middag en Lamp zit in F. aan de oever van de vijver en eet een broodje. Het is behoorlijk warm en er is niemand in de buurt. De bewoners van de woonblokken schuilen voor de zon of zitten aan hun middagmaal. Zijn T-shirt heeft hij uitgetrokken om zijn bovenlijf een kleurtje te geven. Hij kijkt dromend naar het spel van de zon op het water, de minuscule golfjes, een loom briesje, dat nauwelijks verkoeling geeft. Hij leunt achterover en wil nog een kwartiertje genieten voor hij weer aan de slag moet. Hij is lichtjes ingedommeld en hoort een zacht geschuifel. Hij knippert met zijn ogen, is een beetje verblind door de zon. Dan pas ziet hij op een halve meter afstand twee lichtgrijze gympen met rode nestels en daarboven twee lange blote benen. Xandra is stilletjes dichterbij gekomen en kijkt lachend op hem neer. Ze is gehuld in een jeansblauw microrokje en een oranje topje zonder rug, een slabbetje, dat bij iedere beweging over haar tepeltjes schuurt, zodat die vrolijk hard staan te wezen. ‘Hoy’, zegt ze en ze lacht, ’wil je mij niet naar de overkant roeien.’ Ze knikt naar een gammele roeiboot, die wat verderop ligt. Lamp zit erg verveeld met haar vrijpostigheid. Zij verstoort zijn rust en hij wil haar het liefst zo snel mogelijk weg: ‘Die boot is niet van mij.’ Het klinkt heel kortaf en bepaald niet vriendelijk. Het vaartuig ziet er oud en totaal verwaarloosd uit. De witte en blauwe verf is afgebladderd, de roeispanen zijn met houten stroken gerepareerd en ogen bijzonder zwaar. Er is niets idyllisch aan. ‘Hij is ook niet van mij. Maar je mag hem gerust eventjes gebruiken, hoor’. Zo vlug laat ze zich niet afschepen. Ze heeft haar blonde haar opgestoken en er staat een veel te grote zonnebril boven op haar hoofd. Daardoor en vooral door het perspectief van die lange benen ziet zij er nu iets ouder uit, laat ons zeggen: bijna zestien. Ze kijkt hem met grote onschuldige ogen recht in het gezicht. ‘Ik heb geen tijd. Ik moet zo terug aan het werk. Je kunt toch gewoon rond de vijver wandelen. Dat is och arme vijf minuutjes lopen’. De toon en de klank van zijn stem zijn veel milder dan de inhoud van zijn boodschap. Dat merkt hij zelf ook. ‘Wat ben jij saai, zeg. Loïc doet dat altijd voor mij, maar hij is naar de stad. En het is nu net mooi weer.’ Ze bijt op een pruillip. Dan krijgt de nieuwe Lamp het overwicht. De man, die niet meer passief wil wachten, maar actie onderneemt. Ach, waarom niet denkt hij. Hij heeft nog wel recht op een kwartiertje middagpauze. Ze wandelen tot aan de boot en hij helpt haar galant instappen. Hij maakt het rafelige touw los en gaat tegenover haar zitten. Hij haalt zijn hand open aan een roestige spijker op de rand van de boot. Bloed, hij bindt er een zakdoek om. Haar blik vertelt dat ze hem een kluns vindt. Hij klungelt eerst met de roeispanen om het bootje in de goede richting te sturen, krijgt een kleur als een tiener, draait een keer in het rond op het water, terwijl zij gidderend lacht. Ten slotte heeft hij het bootje onder controle en roeit met lome slagen tot het midden van de vijver. ‘Wacht hier eventjes’, zegt ze. ‘Het is hier zalig.’ Hij gehoorzaamt onmiddellijk, laat de roeispanen stil in het water liggen. Het bootje dobbert op eigen kracht en tolt heel traag om zijn as. ‘Hoe romantisch’, fluistert zij. Ze rekt zich uit in de zon als een krols katje en in een wip is het topje uit. Ze ziet natuurlijk ook dat hij gegeneerd is maar zijn blik niet afwendt. Ze laat het moment even inwerken. Twee knopen later ligt ook het rokje open. Geen spoor van een slipje. Haar poesje is mooi in model geknipt en geschoren en heeft een donkerblond Hitlersnorretje. Ze schuift nog wat onderuit, zet haar gympen vast tegen de zijkant van de boot. ‘Ik lig het liefst helemaal in mijn blootje in de zon,’ lacht ze, ‘anders krijg je van die lelijke bleke strepen.’ Ze heeft de grote zonnebril op haar neus gezet. Hij kan haar ogen niet zien. Maar hij vermoedt spotlichtjes. Hij zit onbeweeglijk, blijft een lange minuut kijken. Zijn verstand wil niet mee, maar hij ziet voldoende naakte vrouwelijkheid om een lichte opstuwing in zijn kruis te voelen. Hij kan niet zien of zij het merkt. Ze blijft glimlachen en glijdt naar voor om languit achterover te gaan liggen. Het enige waar hij aan denkt is: pas op meisje voor de splinters in je blote kont. Het bootje is nu half gedraaid en ze ligt helemaal in het stralend zonnelicht, dat haar lichtbruine huid aait. Een hele tijd verroert hij niet. Dan, in een flits is hij zich bewust van de groteske situatie. Hij, in het midden van de vijver in dit aftandse roeibootje, met voor zich in al haar glorie een poedelnaakte lolita. Alle bewoners van de woonblokken rond de vijver hebben, als ze dat willen, een ongehinderd zicht op het tafereel. Eén geluk: de hefsteiger met zijn medewerkers staat aan de achterkant van het woonblok. Het duurt schijnbaar nog een eeuwigheid voor hij de riemen vastgrijpt en zenuwachtig weer naar de aanlegsteiger roeit. Zij negeert hem volledig. Vlak voor ze aan de oever zijn knoopt ze haar rokje toe. Met het topje in haar hand en voor haar borstjes springt ze schaterend aan wal en wandelt ze loom naar een bank en vlijt zich neer. Ze werpt hem nog een kushandje toe. Hij blijft nog even in de boot zitten, wachtend tot zijn aandacht en zijn zwellichamen weer verslappen.  

Kapitein
14 0

werktekst 2 toneelstuk Kaat

don’t leave me in the steek de stakes are high steek in mijn zij, steek onder water you drop a lot of steken maar dat is niet erg steekt een steksken aan voor    de maagd er is een plexiglas tussen mij en de anderen, ik hoor gedempt hun stemmen, weet ge als ge maagd zijt is dat uw gevoel, zij horen elkaar zuiver en weten waarover het gaat, ik zie wat ze doen maar ik kan alleen maar raden wat de echte betekenis is als ik de daad daadwerkelijk heb ervaren. Ik schaam mij en toch ergens ben ik trots voor bij dat clubke te horen, mijn ouders zijn trots en god waarschijnlijk ook. Ontmaagd worden is ontwijd worden, het cadeau is dan uitgepakt, de nieuwsgierigheid en de spanning ook, hoe langer ik wacht, hoe groter het cadeau, maar het is niet gemakkelijk om zoiets dan nog uit te pakken, snapt ge? laaik a veurgen, touch touch touch touch touch me for the very first taaaim   de vechter wat een klotemuziek, yihaa, knots mot, woesjjjj, banzai, bruce lee   het kind mamaaaaaaaaa ik wil naar huis, ik wil niet meer naar marcelle, marcelle stinkt naar pipi en ik lust haar snoepjes niet,  k krijg ze niet uit het papierke dan ziet ze dat dan zuigt ze dat los geeft ze die snoep en moet ik hem opeten en haar adem riekt naar het kanaal of het putteke van de wc van het café die bol smaakt dan naar overgeef, ik wil naar huis!   de weduwe ik stap naar huis waar ik weer in een koud bed kruip, waar mijne man naast mij is koudgeworden, het verdriet het staarde in zijn ogen die ingezakt waren, dat is het eerste dat op valt aan nen dode, als ne gast op den tram naast mij zit te dommelen en zijn ogen sluit, dan kijk ik naar dat leven dat er nog inzit, dat vocht en dat warm pulserend bloed. Die warmte mis ik. wil tegen zo’n lijf liggen waar het bloed nog stroomt en het hart nog kan galopperen en met die gloed ben ik terug in hem en met hem en door hem en is niks weg. Zou diene gast mij willen? Mijn koud bed is te akelig en het ruikt nog naar afscheid.    de profeet  heb zo hard nagedacht, denk dat ik bijna een oplossing voor het wereldprobleem zie   de thuisloze ziet ge het zitten van weg te lopen van waardat ge vandaan komt? is ‘t moeilijk om terug te kijken? kunt ge tonen wie dat ge zijt als ge teruggaat of moet ge liegen? hebt ge wel al door dat ge weg zijt gegaan? en ziet ge wel waardat ge naartoe zijt gelopen? is dat nu wat ge hebt gewild, of is’t niet bewust gebeurd? deed mijn intrede door brussel zat in nen bocal keek naar de mensen en ‘t was erger dan de maskers van ensor de mensen dicht bij mij waren uitgerokken, gesmolten rubber de mensen verder waren doorschijnende gel kon door hun zien, ik zag hun zielen, van waar ze kwamen van sommigen was ik zo bang en ik verstijfde in het midden van een kruispunt Alle auto’s kwamen op mij af als speren, toeters scheldend hoongelach, dat is normaal, zei ik tegen mijn eigen, ze moeten u hebben, ge voelt de wereld echt, dit is uw kern. ‘t was ofdat ik in de matrix zat iedereen rondom mij was niet hoe hij of zij zich voordeed, en ik was één of andere Harry Potter Christus die de wereld begreep en doorzag maar het kwaad had mij door en zat achter mij aan. Na de doodangst kwam een rust groter dan dit universum k legde mij neer in het midden van dat kruispunt, ben toch al ontelbare keren gegaan, al dat kwaad is een deel van mij, ben zelf meer dan de hel,ik hoor niet bij de hemel, ben diegene die ze heeft bedacht,                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        die mezelf heeft gecodeerd en gevraagd van te splitsen om hier op straat te liggen en mijn vuiligheid in honderden mensen te steken; ge kent mij, ge wilt mij negeren maar ge ziet gewoon wat het is een stukske viezigheid kiezigheid dat is wat de wereld is          en den artiest ik heb een liedje voor jullie gemaakt, ik heb ook een gedichtje gemaakt, ‘t is eigenlijk meer ne roman, ik heb ook voor jullie iets geschilderd, ik heb ook iets gekookt, Noordzeetong Gevuld als zeetongrolletje, asperges, kwarteleitje en waterkers. In schuimende boter gebakken, asperges, tuinbonen Fluwelen soepje van kreeft met selder, tomaat en dilleen tomaat met basilicumolie Gebraden parelhoenfilet,mosterdroom met koningskrab, tomaat en dragon. Asperges en lenteknolletjes met romanescobloemkool Aardappeltaartje met asperges, pancetta, broccoli en parmezaan Aardbeien, frambozen en mangomascarponemousse en vanilleijs ik heb ook een dansje bedacht, ik heb ook gedacht aan het decor, aan een toneeltje, ik heb ook een kostuum gemaakt en rekwisieten geknutseld, we hebben niet meer zoveel tijd, zal ik dan alles in ene keer tonen, of op nen andere keer als ge u wat meer op uw gemak voelt bij mij, en ik bij u want ja dat bepaald wel veel voor het effect misschien had ik mijn ouders niet moeten uitnodigen   maar goed ik begin en ik steek een steksken aan

lucia Rozenkin
10 0

werktekst toneel voor Kaat

Onze vader was ons dierbaar en de hem geschonken aanbetrouwde kinderen, -wij dus- waren hem dierbaarder als zijn eigen. Hij zag zijn zoon, de kassier, vluchten met alle gelden, welke de goedgelovige oudere dochters hem toevertrouwd hadden. “Goed waar prijst zichzelf aan” zei de zoon, en hij weette de dochters zo netjes aan te preken dat men wel moest in dienst van zijn overtuiging alles van hebben en huizen en houden afstaan. Het was zijn stem, zijn gave huid, zijn ongeschonden tanden, zijn filantropie, eigenlijk was alles zo idealistisch en sexy, de dochters waren trots op hun broer. “Ik beveel u mijn huis aan” zei de oudste dochter, “ik heb hier jarenlang geleefd in warmte en geluk en mijn kinderen houden van uw aanbiddenswaardige wijsheid, de opgaande zon en al wat in dit huis gevierd is van het schoone, ook ik was eens een gevierde schoone die tal van aanbidders had. Niemand heeft God ooit aanschouwd, maar nu sta ik sprakeloos mijn broer, een krijgsheld aan te schouwen en aanschouwen is dichterlijk, en wordt daarom alleen gebezigd van voorwerpen van verhevener aard, het is gemeenzaam bezien, sterker als wat men aanzien noemt ten gevolge van een onweerstaanbaar gevoel van verwondering of begeerte. Ik zeg u ik begeer mijn broer niet maar was hij mijn broer niet geweest ik had meer dan aan een schrijn aanbeden. Een vriendin trof me en iemand treffen is sterker dan iemand iets aandoen, ze zei: een domme menigte dicht hen die als hervormers der maatschappij optreden altijd zelfzuchtige bedoelingen toe, wat ge uw broer ook ten laste legt, het is zeker geen gierigheid, het is angst. En angst is sterker dan kracht want het moordt, het doodt, het roept schande, het zaait twist en rukt elke band los, het geeft een kick. Ik geloofde haar niet, hij was ontastbaar. Dat kon niet anders. De tweede oudste dochter zei: Ik ben niet helemaal naar dit vaak over het hoofd geziene land gereisd om namaak gsm’s, plastieken sandalen en gekopieerde dvd’s te kopen. ik ben hier voor u gekomen. Ze kwam van Amerika, het beloofde land, dat haar grootvader had geknecht en haar grootmoeder had verkocht, waarvan haar zucht naar schoonheid bevestigd werd in Kenneth Cole en Cole Haan. Ze was als enigste gebleven want luxe was in haar ogen zachter leven.   - Ik wist dat ge een fetisheur waart, broer. Ge sist als ge uw geloof verkoopt en die roestige schalen vol rottende kadavers van kikkers en kraaien naast half gescalpeerde koppen van knaagdieren, apen vol maden en hompen nijlpaard; de ingrediënten voor uw offers bedwelmen mij meer van de ontbinding dan van de vroomheid. Alle mensen zijn zondaars, maar goddelozen zijn gelukkig een uitzondering. Ge leest in de tanden van slaven den blauwdruk van wat ge gedaan hebt met uw volk en wat ge kunt doen met een volk. Onze voorvaderen werden verscheept omdat ze zaten op de schedels van hun eigen volk en zo’n volk dat moet overwonnen worden en het bloed dat vloeit moet gemengd worden want zo’n gruwelijk ras, dat moet vermenigvuldigen. onze oudste zus heeft het bloed vermengd met leem en er een huis van gebouwd,  ik niet ik maak niet graag de dingen zelf, ik spendeer mijn tijd daar niet aan. Ik hou niet van tijd verspillen. Als ge aan mij vraagt wat komt ge hier dan doen. Ewel hetgeen waar ik goed in ben: shoppen, relativeren en uitgaan en van mijn sociale contacten genieten. A jaa, en ook wat genieten van mijn broer, want ja, ge hebt een plan en ik ben wel benieuwd. En zo geschiedde: hij schoot de duiven van de oudste uit de oksels van haar dak, hij gooide zaad en trok voren in het stukje land dat rond haar huis lag, zo werd haar voedsel schaarster en haar huis was een baken. ze kon nergens naartoe want waar zij ging en de aarde bewerkte, smoorde hij de planten met biodynamische compost om zijn duurzame tirannie uit te bouwen       de zweter   america is a business, china is a factory and europe is den brilsmurf ik zit op den tram ‘s morgens en ‘s avonds en ‘s vrijdags zuip ik mij lam bij nen boomstam als ge hem omlegt ziet ge aan de ringen hoe oud hem is bij mij ziet ge aan mijn zweetringen van mijn kostuum hoe lang dat ik al ambtenaar ben ambetantenaar riep er ooit enen op den tram dat zweet geeft mij altijd ruimte als ik mij was dan is’t om zeep   de gevoelloze   ‘t is om zeep, après moi le déluge, kapt diene beton vol solventen, maakt de weereld manisch depressief, in bali bestaat dat niet, misschien enkel wat tsunami tussen de loverboys en kinderhoeren, en al dat ecologisch gewauwel, ik kap liever diesel in mijn tank, ik heb op alles al gezeten behalven op den tram loopt er maar onder   de gelovige . een laken een lijkwade met het gezicht van den heiligste een fleske gewijd water van Lourdes, ne paternoster, vier kristallen en de juiste tarotkaart, de gehangene, dat ben ik altijd ondersteboven, mijne kop zwaar als ne watermeloen maar licht van de schone gedachten over karma en den hemel, over planeten vol liefde en goden die mij opnemen in hun heilige tempels ik stap nooit met mijn rechtervoet eerst uit bed want dan gebeuren er slechte dingen die dag, maar als ik dan met solfer mijn kamer reinig dan kan ik naar buiten dan zien de engelen mij weer, ik ben dan zo blij dat mijnen bewaarengel gloria zingt als ik vijf weesgegroeten prevel, den dag is goed

lucia Rozenkin
8 0