Lezen

Twijfel

Ik wandel vaak over straat, dat is voor mij een manier om mijn hoofd te lichten als het net iets te zwaar aanvoelt.Waar ik ooit over twijfelde en hoe ik me destijds heb gevoeld, daar begin ik nu over na te denken. Ik was niet in staat om het in woorden te omschrijven omdat ik niet wist of het onzekerheid of twijfel was. Maar ik ben nooit onzeker geweest over wat ik kan.Ik twijfelde alleen hoe goed ik het zou kunnen en daarmee is alles begonnen. Ik herinnerde mij dat ik wel eens wat over hem hoorde. Twijfel heette hij.Die ging bij een ieder langs, dat was normaal, maar bij mij kwam hij steeds vaker voor de dag. Ik probeerde hem te ontwijken want men zei: “Als je twijfelt dan moet je het niet doen.”Maar Twijfel, overtuigde mij hem niet te zien als iets dat slecht was.Twijfel moest er soms zijn, zo dacht ik. Maar daar bleef het niet bij, want Twijfel begon zich in alles wat ik deed of wilde doen te openbaren. Niks was zeker en niks was goed genoeg.Twijfel liet me nooit in de steek en ik liet Twijfel ook niet gaan. Ik kon mij niet naar behoren gedragen als Twijfel er was. Maar gek genoeg kon ik dat ook niet zonder zijn aanwezigheid.Ik was gewend aan Twijfel en elke keer als het net goed bleek te gaan, begon ik me af te vragen waar Twijfel bleef. Het duurde niet lang of hij zocht me op, ik ging terug maar helaas ook achteruit. Twijfel vormde zich tot iets wat velen een talent zouden noemen, mijn passie voor schrijven.Datgene wat mij meer liet dromen, mijn gevoelens verwoordde en mijn gedachten grenzeloos maakte heb ik jarenlang laten zitten. Gewoon om het simpel feit dat ik met Twijfel om heb leren gaan. Geen tijd is geen excuus, maar zelfs die nam ik niet. Ik voelde de passie wel, maar had noch het lef noch de motivatie. Twijfel was zo aanwezig in mijn leven waardoor alle zekerheid die ik had vervaagde. Twijfel zorgde ervoor dat ik de mensen, inclusief mezelf, liet gaan die ik nodig had. Als ik naar mezelf keek, twijfelde ik aan elk woord die ik gebruikte om mezelf te overtuigen van mijn gevoel. Ik verwaarloosde het geloof en bad niet meer, Ik voelde me onzeker dus sloot ik me af. Ik werd hopeloos en gaf veel op. Twijfel liet me niet onbewogen, bij alles wat er gebeurde zag ik de afkeuring in mijn moeders ogen. Haar angst gaf me de woorden die ik besprak met mijn twijfels, maar haar niet wisten te bedaren. Liefde kwam mij tegemoet en ik was niet eens halverwege. Maar hij wist mijn nieuwsgierigheid te stillen en mijn verlangens te vervullen. Het ging te goed er ging niks fout en alles waar hij zeker over was, was alles waar ik over begon te twijfelen. Hij vroeg teveel, ik antwoordde te weinig. Zonde van de tijd die voorbij ging, maar de tijd zal het beter maken en je weer bij me brengen. De tijd zal ons bij elkaar houden door alles wat ons nog te wachten staat. Geen twijfel daarover, dat is wat ik geloof. Over mijn vriendschappen twijfel ik niet meer, dat kan ik niet eens want hun daden hebben mijn twijfels weten te overtreffen.Bovendien spraken zij mij moed in en benoemden zij mijn kwaliteiten.Elke keer als ik zei: “Ik kan niet meer” antwoordden zij: “Pak een spiegel dan weet je het weer.” Twijfel maakte beetje bij beetje plek voor zekerheid en zijn aanwezigheid doet me bloeien in alles wat ik doe en wil doen.Soms, ja soms kom ik Twijfel nog tegen. Meestal negeer ik hem, maar af en toe laat ik hem even binnen. Soms blijft hij hangen tot ik echt aandring dat het nu wel tijd is om te gaan en dat het niet meer zoals vroeger is. Twijfel had nooit gedacht dat ik hier zou staan want het feit dat ik hier sta voelt als een nominatie en dat jullie hier staan voelt als een prijs.Een nominatie laat je harder werken en een prijs maakt je trotser, daar bestaat geen twijfel over.  

Gabriëlle Rosebel
56 0
Tip

Een dag als een ander.

Marcel keek ongeduldig naar de oude klok. Hij wachtte tot zijn moment komen zou om op te staan en een publiek toilet op te zoeken. Dat deed hij iedere dag sinds hij weduwnaar werd. Vandaag was het publiek toilet van Station Kortrijk de gelukkige winnaar. Gisteren liep hij toevallig langs en merkte op dat het rechter urinoir buiten werking gesteld was. Mannen konden enkel nog drie urinoirs gebruiken. Een ideale opportuniteit om het station van Kortrijk nog eens aan te doen, moest Marcel gedacht hebben.   Hij wachtte tot de kleine wijzer bijna op zes en de grote wijzer op negen stond. Zo zou hij net voor de grote massa pendelaars aankomen. De gedachte aan al die mannen in het openbare toilet deden zijn penis verharden. De seconden tikten tergend traag verder. Hij zette een allerlaatste kop koffie, terwijl zijn gedachten nog eens naar zijn overleden vrouw flitsten. Het waren niet bepaalde mooie herinneringen. Het was geen goed huwelijk, ze had nu eenmaal een vagina en geen penis. Scheiden was echter ondenkbaar, hij zou ontmaskerd worden en dat idee kon hij niet verdragen. Hij was een product van de katholieke maatschappij waardoor hij beperkt was tot passieve homoseksualiteit.   Nog twee minuten en het was kwart voor zes. Marcel stond op, dronk zijn kop koffie in één teug leeg en plaatste het vuile kopje op het aanrecht. Hij zou zich niet op zijn taak kunnen concentreren indien het kopje nog op de tafel zou staan. Zijn gedachten zouden overmeesterd worden door de vuile tas. Dat was niet de bedoeling hij moest vrij kunnen fantaseren over de mannen die naast hem urineerden. Hij nam zijn jas van de kapstok, knoopte zijn jas toe en liet het onderste knoopje openstaan, zo meer ruimte biedend voor de harde bobbel in zijn broek.   Het station van Kortrijk naderend, pompte zijn hart steeds meer adrenaline in zijn bloed. Hij hoopte vurig dat er enkele mooie mannelijke exemplaren hun volle blaas zouden legen in de sanitaire voorzieningen van het station. Zijn enthousiasme werd meteen getemperd bij het aankomen. Een groep jongeren bezetten het toilet. Hij schatte ze 14 jaar, waarschijnlijk ontbrak het hen nog aan een weelderige bos schaamhaar in hun onderbroek. Veel te jong om te begluren, het neigde te veel naar pedofilie. Zo diep wou hij niet zakken.   Hij keek op zijn uurwerk. Vijf voor zes, de Gentse en Brusselse pendelaars zouden weldra arriveren. Hopelijk vergallen ze zijn avond niet, dacht Marcel. Zijn geduld werd maar van korte duur op proef gesteld. Het groepje verliet het station zodat ze tijdig hun voeten onder moeders tafel konden schuiven. Hij kon zijn heiligdom, het openbaar toilet, eindelijk betreden. Op de drempel sloeg hij een kruisteken en plaatste zich voor het middelste urinoir. Hij ritste zijn broek open, haalde zijn lid uit zijn gulp en de show kon beginnen.   Het duurde niet lang voor een eerste man van middelbare leeftijd het toilet binnenstrompelde. Een knikje en een glimlach. De man zou eens moeten weten. Niets vermoedend begon hij te urineren. Nu, was het Marcel zijn beurt om te glimlachen, waarna hij zijn blik op de penis van de andere man richtte. Het was een welgevormd exemplaar dat Marcels fantasie onmiddellijk op volle toeren deed draaien. Hij zag zichzelf op zijn knieën hurken waarna zijn lippen het lid van de man omsloot. Zijn hoofd ging omhoog en omlaag steeds sneller terwijl de man kreunde. Marcel nam zijn kont vast en krabde met zijn nagels het vel van de man open. De man kon het niet meer houden en spoot Marcels mond al kreunend vol. Marcel hield van het warme zaad in zijn mond Hij ging zo op in zijn fantasie, dat hij niet door had dat de man niets vermoedend het toilet verlaten had.   Vele mensen zouden hem gek verklaard hebben moesten ze weten hoe Marcel hen begluurde tijdens het plassen. Marcel vond het volstrekt normaal. Het gluren in openbare toiletten was een goed alternatief voor porno. Hij durfde geen dvd’s te kopen in de winkel en van de computer had hij helemaal geen kaas gegeten. Hij had geen ander alternatief om mannen anoniem te begluren in stations, musea, stadiontoiletten, … .   Een man met gevoel voor stijl kwam het toilet binnen. Hij droeg paarse schoenen, een donkerblauwe jeansbroek en een paarse trui. Het donker blazertje en het paarse pochet maakten zijn outfit af. Marcel glunderde, zo’n man die zijn outfit tot in detail kiest moet heel verzorgd zijn daar beneden. Hij zou zijn ogen dan ook de volle kost kunnen geven. Iets te gretig keek hij over het tussenschot. De man glimlachte flauwtjes en kuchte als teken dat Marcel beter naar zijn eigen urinoir moest kijken. Marcel knikte verontschuldigend maar zijn glunderende ogen gleden nu en dan nog over de rand. In het naar buiten gaan klopte de man op Marcel zijn schouders. “Het is grappig geweest Meneer, hou er maar mee op”. Marcel voelde zich betrapt en bleef naar de grond staren tot de man weg was.   Twee mannen in rood uniform kwamen het toilet binnen. Marcel had het kunnen weten, hij had tegen beter weten in het toilet niet verlaten. Nu, kwamen de mannen van Securail hem oppakken. Het was de eerste keer in al die jaren dat hij doorzien was. Hij moest zijn stukje theater opvoeren dat hij al jaren in zijn hoofd geoefend had. Kijk verward, vraag waar je bent, ken je eigen naam niet meer en nog veel meer dan dat. Het zou niet zo onlogisch zijn dat dementie op zijn leeftijd zich lichtjes manifesteert.   “Meneer, zou u zo vriendelijk willen zijn ons te volgen naar het bureau? We zouden u enkele vragen willen stellen”. Marcel knikte, “Euhm, oké, wie zijn jullie? Waar ben ik?” “We zullen alles op het bureau uitleggen meneer, maar wilt u ons eerst volgen alstublieft?” Marcel knikte verdwaasd, draaide zich om en begon de mannen te volgen. De eerste stap van zijn theater was gezet. Hij had opzettelijk zijn broek vergeten dicht te doen en volgde hen met zijn geslacht hangend uit zijn broek. “Meneer, zou u willen uw broek dichtdoen? We zijn hier niet thuis.” “Mijn broek?” antwoorde Marcel, zich van de domme gebarend. Ze wezen naar zijn broek, hem er attent op makend dat die nog steeds openstond. “Ooooh die moet ik vergeten dichtritsen zijn na het plassen. Overkomt me wel vaker de laatste tijd.” “Dat kan gebeuren meneer, zeker wanneer men een dagje ouder wordt.” De twee mannen keken elkaar met vragende ogen aan. “Toch niet opnieuw zo’n verwarde man waar we totaal niets mee kunnen aanvangen?” zij de één fluisterend tegen de ander, alsof Marcel er niet meer was. Marcel had alles natuurlijk verstaan en glunderde in zichzelf. Zijn opgevoerd toneelstuk leek te slagen. Met zijn drieën wandelen ze naar het bureau van Securail. Marcel kreeg het toch wat benauwd. Zouden er camera’s hangen in de toiletten? Is dementie naspelen wel een goed idee? Zou hij in de psychiatrie opgenomen worden omwille van dementie? Hoe ver mocht hij gaan om nog geloofwaardig over te komen? Marcel begon lichtjes te transpireren. Dat ging niet onopgemerkt voor bij. “Voelt u zich wel goed meneer?” vroeg de man met het rode uniform zorgzaam. “Nee meneer. Kunt u me vertellen waar ik ben meneer?”. “U bevindt zich in het station van Kortrijk.” “Thuis, ik wil naar huis, mama heeft viskes gebakken.” De twee mannen staarden Marcel met opengesperde ogen aan. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. Ze stonden met hun mond vol tanden. Wanneer men de oproep aannam leek het om een pervers bejaarde man te gaan die andere mannen bespiedde in het toilet. Nu, stond hier een verwarde man voor hen die alle gevoel voor realiteit kwijt leek te zijn. Hun shift zat er binnen vijf minuten op. Ze zouden de ambulance kunnen bellen maar dat betekende overuren. “Ga gij maar viskes gaan eten bij de mama, weet ge de weg nog.” Ze zeiden het haast op een moederlijk vernederende manier, alsof Marcel een klein kind was. Marcel trok zich er niets van aan, opgelucht als hij was.   Marcel keek op zijn horloge. Het was kwart voor zeven, binnen vijf minuten ging de trein richting Gent-Sint-Pieters vetrekken. Hij wandelde naar spoor 3 zonder dat de mannen het van Securail opmerkten. Hij stapte op de trein en begaf zich richting openbare toiletten v

Thomas Jacques
61 2

Fictief verleden van een celebrity

Hij was altijd al klein van gestalte geweest, vooral in de leeftijd tussen 0 en 13 jaar. Maar ook daarna wilde het niet lukken. Hij kreeg nochtans schoppen tegen zijn achterste - meer als dat hem lief was, eerst van zijn vader en na diens mysterieus overlijden ook van het lief van zijn moeder, hoewel die zo lief was ook al eens zijn hoofd als mikpunt te gebruiken. Meermaals probeerde hij zich uit te rekken door zich vast te klampen aan de raamdorpels van het justitiepaleis, die niet eens hoog boven de begane grond uitstaken - maar ja zo klein was hij. Soms bleef hij minutenlang aan een laaghangende tak van een eikenboom hangen, in de hoop dat de aarde minder aantrekkingskracht op hem zou uitoefenen en hij uiteindelijk wat groter zou zijn, of lijken. Maar dat gebeurde niet. Hij kreeg er wel lange armen van. Dat zou hem later nog van pas komen. Hij werd dertien op 15 augustus 1782. De dag dat de katholieke kerk de hemelvaart vierde van Maria. Opstijgen in de lucht, weg met die verdomde gravitatie, dat had hij ook wel eens willen doen. Dom was hij niet, dus begon hij zijn plan te smeden.Tweehonderddrieënnegentig dagen later was hij klaar met zijn uitvinding. Hij maakte een heteluchtballon van doek en voerde hem met wit papier, dat bestreken was met aluin als brandwerende laag. Alles werd bijeengehouden met achttienhonderd knopen. Over de ballon bevestigde hij dertien aan elkaar geknoopte visnetten. Op 4 juni 1783 was de maidentrip gepland. Op het marktplein vergaapten de toevallige toeschouwers zich aan het schouwspel. Tien minuten later en twee kilometer verder kwam de ballon veilig terecht tussen de velden. Het was een onverhoopt succes. Alles was dus klaar om de volgende keer passagiers te laten meevliegen. Bij de plaatselijke schapenhoeder haalde hij Montauciel op. Op de stadsvijver had hij een eend zomaar voor het grijpen en de haan, die hem elke ochtend uit zijn slaap wekte, was de derde reiziger. Op 19 september 1783 was het zover. In het illustere gezelschap, dat vanaf de trappen van Versailles de tweede tenhemelopneming gadesloeg, werden Lodewijk de Zestiende en Marie Antoinette opgemerkt.‘Misschien kan ik deze twee varkens een volgende keer ook meesturen’ dacht hij nog.Tien jaar later werden ze op het plein van de Revolutie terechtgesteld. De uitvinder van de ‘Ballonaparte’ kroonde zichzelf tot keizer der Fransen op 2 december 1804.

Marc M. Aerts
0 0

Karma

Je zit alleen tussen de olieverfjes. De deur waait open en de tocht duwt een doos pastelkrijt in een emmer lijm. Je laat de kleuren stollen, snijdt de emmer los en legt je vermoeide voeten op het nieuwe krukje.   Je was op zoek naar het naaischaartje dat nog van je moeder is geweest. Verguld, perfect op maat van je vingers en vlijmscherp. Nergens was het te vinden. Je ziet bewegingloos toe op de chaos in de kamer. Je denkt terug aan de workshop van vorige week. Zou het kunnen? Was iemand met je schaar aan de haal gegaan terwijl jij genoot van een stuk kriekentaart?  Alle materialen heb je in overvloed, alleen dat schaartje is uniek.   Je weet niet wie te verdenken. Alice heeft genoeg gespaard om honderd van die schaartjes cash te betalen. Agnes is linkshandig. Roberts vingers zouden nooit door de openingen passen.  De lerares knutselde nooit in haar vrije tijd en zou in demonstratielessen nooit met gestolen goed kunnen pronken. Het moest dus iemand van de andere tafels geweest zijn.   Dit was precies de reden waarom je niet naar het rusthuis wou. Je spullen zouden nooit allemaal in die kleine kastjes passen, dus wat je meebracht was een collectie van uiterst dierbaar en uiterst nuttig bezit. Alles achter deurtjes die niet op slot konden. Jij hoort in je eigen huis, tot de nok volgestouwd met boeken en schilderijen die je ooit scherper zag.       Op woensdag zou je teruggaan naar de Vlijtige Liesjes. Je patchwork zou je afwerken met het rode borduurgaren dat je vond toen je naar je schaartje zocht. Een routinewerkje dat je toeliet om de andere tafels rond te speuren.       Met grote rode lussen versier je je lappendeken. Je gaat een tafel verder een schaartje lenen en vertelt vol zelfspot dat je niet eens meer weet waar het jouwe zou kunnen zijn. Ondertussen kijk je iedereen rond de tafel beschuldigend aan. Je gaat terug naar je tafel en knipt twee rondjes uit karton. Je wikkelt er het rode borduurgaren rond om pomponnetjes te maken. Aan weer een andere tafel ga je een schaartje vragen om tussen de kartonnetjes door het garen los te knippen. Een derde schaartje krijg je aan de laatste tafel, om de overtollige draadjes aan de achterkant van je pachwork te verwijderen.   Terwijl je tafelgenoten een carré confituur gaan kopen, laat jij de drie schaartjes in je krokoleren handtas glijden. Je gaat ongemerkt naar buiten via de toiletten en belt je dochter om je een kwartiertje vroeger te komen halen.       De brandweer kon maar niet begrijpen hoe de chauffeur ongedeerd uit het ongeluk kwam, terwijl de oude dame in de passagiersstoel ter hoogte van haar hals doorboord was met drie schaartjes. De dochter bleek haar al jarenlang in een rusthuis te willen plaatsen, wat haar zowel het motief als de gelegenheid gaf. De volksjury zou het alleen nog moeilijk krijgen met het verklaren van de aanwezigheid van een vierde, verguld schaartje verscholen in het vilt van de kofferbak.

Evelien
33 1