Lezen

Vrijdagochtend

Om kwart voor zeven hoor ik Robin door de gang naar de kamer van Arthur trippelen. Even later zijn hun gedempte gesprekken te horen. Af en toe gegiechel van Robin. Normaal moeten ze in bed blijven liggen tot het zeven uur is, maar ik ben nog te moe om op te staan en de jongste terug naar haar eigen bed te sturen. Ik voel me zelfs te loom om naar toilet te gaan. Tien minuten later wordt het te nijpend en kan ik niet anders. De gesprekken in de kamer naast me zijn niet meer gedempt en ze hebben veel plezier die twee. Beneden is Joke aan het sukkelen om het brood uit de bakvorm te krijgen. Ze slaat met vlakke hand op de bakvorm. Ik hoor haar sakkeren tot boven. Vooruit, Hans, de ochtend is begonnen. Licht aan, rollen omhoog, bedden opengooien en eindelijk, eindelijk die volle blaas verlossen. Hans: “Wie is hier voor zeven uur uit zijn bed gekropen?” Arthur: “Robin.” Robin: “Ikke. Ik kon niet meer slapen.” Hans: “Je blijft tot zeven uur in je eigen bedje. Dat is de afspraak, zus. En wat zijn jullie eigenlijk aan het doen. Met knuffels gooien? Straks breek ik mijn benen hier. Vooruit opruimen die knuffels en naar beneden.” Klats water in mijn gezicht. Tanden poetsen. Pyjama uit, kleren aan. Niet vergeten mijn pillen te nemen, die moeten op nuchtere maag. Achterdeur ontsluiten, krant uithalen. Er zit een briefje bij van de buurman in het begin van de straat. Zaterdag is het mototreffen bij hem in het clubhuis. Er gaat in de namiddag lawaaihinder zijn van startende motoren en van een live muziekbandje, maar we mogen iets komen drinken. Ik laat het briefje zien aan Joke. Die knikt en wijst naar de omgekeerde bakvorm op het aanrecht. Met een halfflexibele plastic spatel ga ik tussen het brood en de bakvorm. Zo krijg ik het brood er meestal uit. Ook deze keer. Ik snij het brood. Opletten. Even concentreren. Geen stukje van mijn vingers snijden, alstublieft. Hans: “Arthur. Je boekentas staat hier in het midden van de living. Zet die op zijn plaats bij de achterdeur. En doe kleren aan. Je pyjama ligt gewoon op de vloer.” Robin zit netjes aangekleed aan tafel. Joke gaat een paar keer met haar vingers door de haren van haar dochter. Joke: “Hoe wil je ze?” Robin: “In een vlecht.” Joke: “Twee vlechtjes of één grote vlecht?” Robin: “Eén grote.” Ik bind een icepack op mijn gezwollen knie en wil de boterhammen van de kinderen smeren. Robin: “Ik wil maar één boterham mee naar school.” Hans: “Maar eentje, zus? Ben je zeker?” Robin: “Ja.” Hans: “Ga je dan genoeg hebben? Zal ik er toch geen twee smeren, dan kan je nog altijd zien?” Robin: “Nee. Ik wil er maar eentje.” Hans: “En wat wil je er dan op?” Robin: “Kleurenchoco.” Hans: “Oké, dan, één boterham met kleurenchoco voor jou.” Arthur: “Ik wil mijn stockbrood van gisteren mee. Ik had die nog niet helemaal op.” Joke: “Nee, Arthur, die was veel te hard. Die heb ik in de kippenbak gegooid.” Huilen. Roepen. Pruilen. Onaangekleed in de zetel liggen. In het donkere hoekje aan de boekenkast wegkruipen. Opnieuw huilen. Zijn pyjama nog steeds op de vloer, zijn boekentas nog steeds niet opgeruimd. Ik haspel erover als ik een glas water voor Robin wil halen. Dan is het even stil. Nog steeds in zijn blote billen, schiet Arthur de keuken in. Ik hoor de waterkraan. Arthur: “Hier, papa. Ik heb hem afgespoeld.” Hans: “Nee, Arthur, dat kan niet. Die heeft in de kippenbak gelegen. Die mag je echt niet meer opeten.” Joke: “Nee. Arthur, die zit vol schimmel en bacteriën, daar word je ziek van als je dat nog opeet.” Opnieuw huilen. Tussen het snikken roept hij boos. Arthur: “Ik had die speciaal bewaard voor thuis en ik was het gisteren gewoon vergeten. Ik wou die nog opeten en nu kan dat niet meer. En ik mis mijn meter.” Joke gaat naast Arthurs naakte opgekrulde lichaampje zitten in de zetel. Joke: “Mama heeft dat stokbroodje weggegooid omdat het helemaal hard was geworden. Je wilt je nieuwe tanden toch niet stukbijten op zo’n hard stukje stokbrood, Arthur. Dat wil je toch niet, eh! Mama heeft dat gedaan om goed te doen, niet om jou te pesten. Kom eens even op mijn schootje zitten, grote jongen. Kom eens hier. Zo ja. Zal mama de volgende keer opnieuw stokbrood meebrengen van de winkel? Heb je dat graag, stokbrood?” Arthur knikt van ja en veegt zijn traantjes af. Even later zitten we samen aan tafel. Robin en Arthur krijgen een warme boterham met grillworst. Zelf eet ik zoals elke ochtend drie boterhammen: eentje met kaas, eentje met pindakaas en eentje met honing. Joke eet haar kom yoghurt gemengd met cruesli, cruesli met stukjes chocolade, en neemt geen boterhammen mee naar het werk. Het is vrijdag vandaag. Ze bestelt wel een broodje. Even later vertrekt ze. De kinderen wuiven haar na van achter het grote raam aan de voorkant. Ze gooien kushandjes en vormen hartjes met hun vingers.  Hans: “Vooruit, Arthur, tijd om je boekentas ein-de-lijk op te ruimen en je pyjama in de badkamer te leggen. Robin kom onder die tafel uit en eet je boterham op.” Robin: “Ik heb genoeg.” Hans: “Je hebt niet genoeg. Je moet je korstjes ook opeten. En je vitamientje ligt er ook nog. Kom onder die tafel uit. Eén… twee… drie… Moet ik jou eronderuit komen halen?” Robin: “Ik was al aan het komen.” Hans: “Arthur als jij klaar bent, ga dan nog eens naar het toilet kaka doen. We moeten dadelijk vertrekken.” Ik doe de icepack van mijn knie, leg de sjaal waarmee ik hem op de plaats hield terug op het rekje boven de kapstock en ruim de tafel af. Veeg met een schotelvod over het tafelblad. Wil de borden en het bestek in de afwasmachine plaatsen, maar zie dat die nog vol zit met proper gerief. Dat is dan voor straks. Eerst de kinderen naar school brengen. Ik hoor Robin in de zetel hardop huilen. Arthur komt net van het toilet. Arthur: “Ben je verdrietig, Robin?” Robin: “Nee, ik doe maar alsof.” Arthur: “En heb jij echte tranen?” Robin: “Ja.” Arthur: “Waaw, kan jij dat?” Ja, dacht ik. Dat kan je zus. Heel erg goed zelf. Hans: “Kom op, kindjes. Schoenen aan, jas aan. We vertrekken.” Robin: “Vandaag moet je niet gaan werken, eh papa.” Hans: “Nee, zus, op vrijdag moet papa niet gaan werken.” Robin: “Gaan we dan met de fiets?” Hans: “Dat gaat niet, meisje. Het is al te laat en het regent. Dat zal vandaag niet gaan.” Robin trekt een pruillip van jewelste. Hans: “Geen traantjes eruit persen, meisje, dat helpt niet. We gaan vandaag met de auto.” Arthur: “Kom jij vanavond mee?” Hans: “Ja, Arthur. Papa gaat niet zwemmen vandaag en komt voor jullie supporteren op de loopwedstrijd.” Arthur: “Ben jij ook een beetje zenuwachtig, Robin?” Robin: “Nee.” Arthur: “Ik wel. Ik weet niet zeker of ik ga winnen.” Hans: “Dat maakt ook niet uit, Arthur. Je hoeft echt niet te winnen.” Arthur: “Jef is de snelste van de klas.” Hans: “Ja, Arthur, maar die is van januari en ouder dan jij, daar hoef jij niet van te winnen. Sowieso hoef je niet te winnen, dat weet je.” Arthur: “Ik ben ook kleiner. Ik ben de kleinste van de klas. Maar ik ben wel de snelste van het gezin. Ik ben sneller dan jou, eh papa.” Hans: “Ja, jongen. En nu snel de auto in. Vooruit, anders zijn we te laat. Je zus zit al in de auto.” Arthur: “Wacht even, ik ben mijn tekening voor juf Claudia nog vergeten.” Onderweg naar school luisteren we twee keer naar “Bam Bam” van Camila Cabello featuring Ed Sheeran en naar “Beautiful People” van Ed Sheeran featuring Khalid. Dat willen de kinderen zo. Al de hele week. Ze zingen de twee liedjes van voor tot achter fonetisch mee. We rijden de parking van Arthurs school op. Robin blijft in de auto naar muziek luisteren. Hans: “Veel plezier, jongen. Papa komt je straks halen.” Hij laat zich op zijn hoofd zoenen en hij slentert de speelplaats op. Zijn boekentas hangt scheef op zijn rug. Robin heeft de muziek luider gezet en is ondertussen naar voren gekropen in de auto. Ze staat op de passagiersstoel te dansen. Een grootvader en een moeder lachen als ze passeren en wuiven naar haar. Hans: “Zitten en gordel aan, zus.” We parkeren de auto bij collega An en Robin loopt al vooruit naar het kleine zijpoortje van de kleuterschool. Ik sjok achter haar aan met haar rugzakje. Aan het poortje wacht ze me op. Ze heeft haar Pieter Konijn nog vast en houdt één hand beschermend tegen de regen over de knuffel. Ik doe haar rugzakje om. Hans: “Pieter Konijn mag niet mee naar het klasje, zus.” Ze kust hem en duwt hem dan ruw in mijn handen. Ze huppelt zonder omkijken naar het afdak terwijl de schoolbel gaat.  Ik zucht. Ze zijn op tijd in school geraakt. Ik sluit het poortje achter me. Een mama die vlak naast de school woont, twee kleuters aan de hand en een baby in een draagzak op haar buik, komt het hoekje om. “Goeiemorgen,” zegt ze opgewekt. “Goeiemorgen.” Met de auto onderweg naar brasserie ’t Onderwerp voor een koffie, vraag ik me af hoe ik in godsnaam een gewone ochtend als deze tegen het vergeten kan beschermen. En dan zie ik Jef, het klasgenootje van Arthur, te laat. Een lichte tik, zo lijkt het. Geen fiets over de capeau, enkel een kindje in het midden van de straat vlak voor de auto en een gebroken nekje.  

Hans Van Ham
14 0

Het eren van mijn waarheid

Waar ik in geloof, daar hangt mijn levenskwaliteit vanaf. Mijn waarheid is de vorm die ik aan mezelf en mijn realiteit geef. Het zijn de overtuigingen waarmee ik me voed of schaad. Het bepaalt de kleur en invulling van mijn leven. Mijn waarheid is alles dat ik heb. Ieders waarheid is uniek, gevormd via een persoonlijk parcours. Iemands waarheid kan psychotisch genoemd worden als deze sterk afwijkt van wat maatschappelijk aanvaard is en als deze afwijking bovendien (zelf)destructieve gevolgen heeft. Mensen hebben de neiging om elkaars waarheid (af) te keuren. Of interpreteren andermans waarheid aan de hand van fragmenten die men erover opvangt. Iemand goed kennen, staat synoniem voor bewust zijn van de reikwijdte en grenzen van iemands waarheid. Aangezien er geen handleiding voor het leven bestaat, zijn we allemaal op onszelf aangewezen om er één te schrijven. Soms ontbreekt daarvoor de moed en zelfvertrouwen en nemen we liever de handleiding van een ander over. We leven dan ook in een maatschappij die het creatief uitschrijven van een persoonlijke handleiding of waarheid ontmoedigt. Tal van verdoken alsook openlijk getoonde strategieën en systemen trachten ons af te leiden van de kern in ieder van ons. De kern waar onze persoonlijke waarheid huist. Een waarheid is iets dat gaandeweg, doorheen het vergaren van ervaring, wordt opgedaan. Het behelst een pakket aan conclusies en getrokken levenslessen. Hoe intenser of traumatischer de ervaring, des te stellig de waarheid zal zijn die zich eruit destilleert. Een waarheid is echter nooit definitief of statisch. Het uit zelfbehoud star vasthouden aan een waarheid werkt beperkend. Het proces van zelfontwikkeling of bewustzijnsverruiming bestaat uit de natuurlijke expansie van persoonlijke waarheden. Het groeiende besef dat in essentie alles waar is en dat er tegelijk geen absolute waarheid bestaat, is daar onderdeel van. Maar om vanuit eigenliefde te handelen en het leven iets minder verwarrend te maken, is het noodzakelijk om achter een persoonlijke waarheid te staan. Om die te eren en daarnaar te leven. Het telkens opnieuw op losse schroeven zetten van de eigen waarheid is zelfdestructief. Er is namelijk een wezenlijk verschil tussen zelfreflectie en zelfkritiek. Zelfreflectie houdt in dat er de bereidheid is om de reeds opgebouwde waarheid constructief aan te passen en uit te bouwen. Zelfkritiek doet het omgekeerde daar het gaat over het afbreken en verwerpen van de eigen waarheid. Het verschil tussen zelfreflectie en zelfkritiek laat zich voelen in het lichaam. Zelfkritiek is het bijtend zuur dat eigenliefde wegvreet. In mijn pakket van persoonlijke waarheden vind je de vanuit de ervaring opgedane overtuiging dat chronische zelfkritiek ook chronische fysieke kwalen kan veroorzaken. Ik heb er het raden naar welke (ongetwijfeld goedbedoelde) beweegredenen mijn innerlijke criticus heeft om mijn waarheid telkens tegen de vlakte te gooien. Die criticus is  geprogrammeerd door het onderbewustzijn en reageert primair vanuit angst voor oordeel en uitsluiting door anderen. We zijn immers als mens evolutionair geprogrammeerd om op de aanvaarding en bescherming van de groep te rekenen. De persoonlijke waarheid al dan niet durven uitspreken, draait om veiligheid. Zwijgen en een deel van onszelf verloochenen, wordt vaak als veiliger en gemakkelijker beschouwd. In bepaalde gevallen is dit inderdaad de beste optie. Maar in veel andere gevallen brengt het onderdrukken van de eigen authentieke waarheid heel wat ellende. De kans zit er echter in dat er bij het uitspreken van de persoonlijke waarheid op een muur van onbegrip of misinterpretatie wordt gebotst. De meest liefdevolle en verbinding zoekende inspanningen kunnen als onzin of manipulatie worden afgedaan. Soms moet je besluiten dat jouw waarheid geen bodem vindt om in te wortelen of niet gezien kan worden door een ander. En dat het geen zin heeft om jezelf en je goede intenties te bewijzen. Dan rest er niets anders dan te aanvaarden dat je niet gezien wordt zoals je werkelijk bent en daar vrede in vinden. We noemen ons gelijkgestemd met iemand als de persoonlijke waarheden overeenstemmen. Als er bevestiging en herkenning gevonden wordt, wat een gunstig effect heeft op het zelfbeeld en zelfvertrouwen. Gelijkgestemdheid voelt daarom aan als helend en opbeurend. In tijden dat de natuurlijke dualiteit als polariteit wordt opgevoerd en vanzelfsprekendheden wegvallen, kunnen we ons daaraan optrekken. Uit respect voor mezelf wil ik achter mijn zelf- en wereldbeeld staan en ernaar handelen. Als ik niet gebukt wil gaan onder zwaarte en kwalen, dien ik dat te doen. Op een gegeven moment moet er een streep getrokken worden onder de som aan conclusies en levenslessen, met een persoonlijke waarheid als resultaat. En is het niet meer nodig om te twijfelen aan die uitkomst. Wetende dat er verder gebouwd kan worden vanaf dit punt. Maar wees maar zeker dat ik hierin word uitgedaagd. Dat er telkens als ik denk te weten wie ik ben een test op mijn pad gegooid wordt waardoor ik weer begin te twijfelen. En de angst voor verlies en afwijzing de kop op steekt. Nu wil ik mezelf voornemen om te stoppen met de zelfsabotage, met die energievretende zelftwijfel. Ik wil mijn waarheid zien als een uniek perspectief dat evenwaardig is tussen alle andere. Ik wil in mezelf blijven geloven wanneer anderen dat niet meer doen. Het is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar ik heb vertrouwen in de nieuwe oefeningen en kansen die zich aandienen om hierin te groeien. Moeilijke uitdagingen zoals conflicten met naasten maken in mij de vastberadenheid wakker om dit te doen (en schrijven).

KarolienDeman
21 2
Tip

De afspraak

De afspraak was vrij eenvoudig. Op het station van O. Ik was op de afgesproken tijd aanwezig en het leek die dag drukker dan gewoonlijk. De krioelende massa bewoog zich voort naar hun bestemming. Een klas gilde voorbij. De taxi draaide stationair voor een volgende klant. Een geur van vanille deed me denken aan het openbaar toilet waar de luchtverfrisser vers was achtergelaten. Melchior kwam maar niet. Inmiddels wachtte ik al twintig minuten en Melchior nam niet op. En nu? Ik besloot richting het centrum te wandelen. Eerder slenteren, de hitte van de middag werd verzengend, alsof het asfalt vastplakte aan mijn schoenen. Dorst had ik. Zal ik een muntthee bestellen bij dit café? Drie mannen keken achter hun koffie bedenkelijk naar mijn voorkomen. Zat mijn overhemd niet goed? Was het te frivool? De twijfel sloeg toe. Ik vermande me. Het zal mijn verbeelding wel zijn. De mannen doorbraken de stilte met een zacht Arabisch. Melchior belde. Waar ik was? Op een terras in het centrum van O. O? Ja, daar hadden we toch afgesproken? P.? Nee? P.? Ik weet zeker dat het O. was. Dat had je toch geappt? Niet? Je bent al in P.? Goed. Ik pak de volgende trein. Ja, ik kan er over drie kwartier zijn. Geen probleem. Kan gebeuren. Tot zo. Ik dronk mijn thee op. Betaalde en liet de goedlachse ober achter met het koekje nog onaangeroerd op het schoteltje. Adieu! De trein bood wat verkoeling. De airconditioning stond aan en de plakkerigheid maakte plaats voor comfort. De warmte had me slaperig gemaakt. Zou ik mijn ogen even sluiten? Een hazenslaapje? Ik had nog een half uur voordat de trein in P. zou arriveren. Het kon geen kwaad. De trein deed het terrein veranderen. Heuvels maakte plaats voor open velden vol hooibalen. Meneer? Abrupt kwam er een einde aan mijn gedoezelde staat van zijn. Meneer! We zijn aan het eindpunt van ons traject en gaan niet verder. De conducteur was een forse vrouw van middelbare leeftijd met een afgeleefde tas. Haastig pakte ik mijn spullen en stapte uit. Waar ben ik? R. R.? Op mijn telefoon stonden vier berichten van gemiste oproepen. Melchior en mijn moeder. Waar ik was, of ik hem wilde bellen, is er iets aan de hand?  En mijn moeder, of ik aanstaand weekend zin had om te helpen met het opruimen van de zolder. Het was al laat geworden. De volgende trein terug zou pas over een uur vertrekken. De zolder stond vol met spullen waar ik de confrontatie niet mee aan wil gaan. Het bericht van moeder deed me teruggaan naar mijn jeugd. De slepende ziekte van vader. De tijd die wegtikt in een kamer vol onuitgesproken woorden. De mooiste jaren van je leven zonder één reet te doen, behalve wachten. Op de volgende trein. Ik stapte uit in P. Geen Melchior. Met maar een paar procent in de batterij had ik nog net voldoende voor één belletje. Melchior nam op. Hij was weer huiswaarts gekeerd. Het maakte niet uit. Hij was wat gaan dwalen en had in een winkel nog een mooi boek gekocht. Daarin zou hij net gaan beginnen. Zullen we het anders volgende week dinsdag nog een keer proberen? Ik lachte. Het schuldgevoel viel als een last van mijn schouders. Dat is goed. Dit weekend ben ik bij mijn moeder en zondag ben ik waarschijnlijk kapot. Dinsdag was prima. Ik had immers toch niets te doen die dag.

Parbleu
180 5

Godvergeten. a

In het gerechtsgebouw van Kortrijk werden in de jaren zeventig tientallen jonge mensen veroordeeld omdat ze betrapt waren met een joint. Hun leven werd geruïneerd. Jaren later bleek dat ze door vrienden van de rechters jarenlang seksueel waren misbruikt, sommigen zelfs verkracht. De daders konden ondertussen levenslang genieten van een hoog pensioen.Dit gebeurt vandaag de dag nog steeds: slachtoffers worden al die tijd in "vergeetputten" opgesloten, simpelweg omdat ze de voorkeur geven aan een joint boven alcohol. Alcohol, het "bloed van Christus", mag blijkbaar geen drugs genoemd worden — volgens de EVP, de lakeien van het Vaticaan. Nog altijd worden arme mensen, mensen van kleur en alternatievelingen geterroriseerd omdat ze voor cannabis kiezen. Vaak gaat het om gekwetste mensen, maar men vraagt zich nooit af waarom jonge mensen voor drugs kiezen. Welke pijn wil men verdoven met alcohol of drugs?De "war on drugs" is al decennialang een uitputtingsslag tegen de kwetsbaren in onze samenleving. Dit komt door beleidsmakers die nog steeds vastzitten in de industriële cultuur, terwijl de wereld allang is geëvolueerd naar een IT-cultuur. Een voorbeeld: Louis Tobback zei in een interview bij de opening van het nieuwe stadhuis van Leuven dat het internet "tijdelijk" was en dat hij niets wist van e-mail. Hij zei niet: "We gaan u begeleiden naar een nieuw tijdperk van apps en webs, en we zorgen dat iedereen de middelen heeft om op afstand te communiceren." Een paar jaar later volgde de coronapandemie. Vraag jezelf af: hoeveel oudere mensen zijn overleden omdat ze fysiek bezoek eisten bij gebrek aan digitale alternatieven?In Brussel worden mensen met een migratieachtergrond al decennialang veroordeeld voor een grammetje cannabis. Het gevolg? Ze krijgen geen getuigschrift van goed gedrag en zeden meer en vinden daardoor geen werk. En dan verbaast men zich over de haat tegen overheidsinstanties in Brussel. Ra, ra, hoe zou dat komen? Intussen komen "de vriendjes" (zie foto) overal mee weg.Dagelijks wordt de politie gedwongen om enorme hoeveelheden tijd en energie te steken in de opsporing van cannabisgebruikers. Justitie wordt overspoeld en de gevangenissen zitten overvol. De enigen die hiervan profiteren, zijn de witteboordencriminelen. Zij kunnen ongehinderd miljarden aan zwart geld naar het buitenland sluizen, omdat er geen personeel, geen tijd en geen plaats is om hen aan te pakken. Het grootkapitaal dankt vooral politici zoals Louis Tobback, die decennialang elke agent op cannabisjacht stuurde.Het resultaat van die politiek is dagelijks zichtbaar in de misdaadcijfers op straat. Vandaag zegt diezelfde Louis Tobback in het boek van Jan Lippens: "Ik wil cannabis legaliseren." Veertig jaar te laat. Wat met de levens van de armen en alternatievelingen die al die tijd stilstonden? Had men veertig jaar geleden gelegaliseerd, dan had mijn broer nog geleefd en had mijn beste vriend geen zelfmoord gepleegd in de gevangenis van Merksplas — een plek waar de "socialist" Tobback mede verantwoordelijk voor is.Al decennialang faalt de politiek erin drugs uit de samenleving te verwijderen. Bij inbeslagnames spreekt men altijd over het "topje van de ijsberg", maar over de rest van die ijsberg blijft het stil. Men zou verwachten dat de overheid verslaafden helpt, maar dat gebeurt niet. Zieke mensen worden in gevangenissen opgesloten. Het is simpel: in plaats van het aanbod te bestrijden, zou men de vraag moeten verminderen. Investeer die miljarden niet in handboeien en bewakers, maar in dokters en therapeuten.Portugal bewijst dat deze aanpak werkt. Maar hier verzetten de vakbonden zich daartegen, omdat de gevangenispopulatie dan met de helft zou verminderen, wat hun macht zou inperken. Die wereldvreemdheid van de vakbonden was pijnlijk zichtbaar tijdens de regering-Michel. Terwijl cipiers staakten, dachten ze dat er een revolutie zou uitbreken. Alsof het de gemiddelde Belg iets kon schelen dat gevangenen werden mishandeld. Belgische gevangenen, die volgens het Europees Comité tegen Foltering dagelijks worden mishandeld, werden door die stakingen wekenlang extra gefolterd. In Denemarken hervalt slechts 4% van de ex-gevangenen; in België is dat 40%. Het zoveelste bewijs van een falend systeem. de war on drugs / oorlog tegen medicijnen.                                                “Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen, en dan verschillende uitkomsten verwachten” Albert Einstein (1879-1955)   FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
17 0

Rita en den Johny

In een klein, gezellig appartementje in Wilrijk woonde een eigenzinnig koppel genaamd Rita en haar man, Johny. Rita was een klein, venijnig madammeke met een scherpe tong en een nog scherpere geest. Haar man, Johny, was vijftien jaar jonger dan zij, maar dat weerhield hem er niet van om haar te kunnen bijbenen in haar levendige discussies en pittige retoriek. Rita en Johny hadden een liefde-haatverhouding die typisch was voor een koppel dat elkaar door en door kende. Ze konden elkaar soms het bloed onder de nagels vandaan halen, maar tegelijkertijd waren ze onafscheidelijk en wisten ze dat ze niet zonder elkaar konden. Op een zonnige ochtend, terwijl Rita haar favoriete kopje koffie dronk en de krant doorbladerde, begon ze weer eens over het feit dat Johny nooit de afwas deed zonder dat ze hem er minstens drie keer aan had herinnerd. "Johny, jongen," riep ze door de keuken. "Denkte gij da kik hier zijn om uwe persoonlijke herinneringsservice te zijn? Als ge niet begint met de afwas, dan gooie kik uzelf gewoon in het sop!" Johny, die in de woonkamer een krant las, rolde met zijn ogen terwijl hij haar hoorde. "Rita, ge moet niet zo zagen." " Ik was't gewoon vergeten, da's alles." "Vergeten?" herhaalde Rita met een opgetrokken wenkbrauw terwijl ze de keuken uit kwam lopen. "Ge zou vergeten uw eigen kop op uw schouwers te zetten als ik het niet voor u zou doen, Johny!" Johny glimlachte, wetende dat hij haar niet kon verslaan in dit soort woordenwisselingen. Hij stond op en liep naar de keuken, greep een schort en begon de afwas te doen terwijl Rita hem met een tevreden glimlach vanaf de zijlijn bekeek. Ze waren misschien constant in gevecht, maar onder al die plagerijen en sarcasme was er een diepe liefde en respect tussen hen beiden. Ze waren elkaars gelijke, elkaars partner in crime en elkaars grootste supporter. En zo ging het leven door in het kleine appartementje in Wilrijk, waar Rita en Johny hun liefde-haatverhouding in stand hielden, wetende dat ze samen alles aankonden wat het leven op hun pad bracht.         Kerstavond Op een kille herfstavond, terwijl de regen tegen de ramen van hun appartementje in Wilrijk kletterde, zaten Rita en Johny gezellig samen op de bank. Ze waren in een zeldzaam vredige bui, genietend van elkaars gezelschap zonder een spoor van hun gebruikelijke gekibbel. Plotseling brak Johny het serene moment. "Rita, schat, ik moet u iets vertellen," zei hij met een nerveuze blik in zijn ogen. Rita keek op, haar interesse gewekt door de ernstige toon in zijn stem. "Wat is't, Johny?" " Ge ziet eruit alsof ge een spook gezien hebt." Johny haalde diep adem en keek Rita recht in de ogen. "Ik heb een nieuwe job aangeboden gekregen, maar het betekent dat we hier in Wilrijk moeten blijven." Een golf van opluchting spoelde over Rita terwijl ze zijn woorden verwerkte. "Blijven?" " Hier in ons vertrouwde Wilrijk?" herhaalde ze, haar stem gevuld met blijdschap. Johny knikte en pakte haar hand vast. "Ja, schat. En er is meer. Ik heb een atelierruimte gevonden waar ik kan schilderen, en ik dacht dat het misschien leuk zou zijn om ons appartementje op te vrolijken met wat van mijn kunstwerken." Rita's gezicht brak open in een brede glimlach. "Oh Johny, dat klinkt geweldig! En dan kunnen we ons kleine mopshondje Mieke ook meenemen naar je atelier. Ze zal dol zijn op al die nieuwe geurtjes en avonturen." Johny knipoogde naar Rita. "Precies, schat. Het wordt een nieuw hoofdstuk vol creativiteit en geluk, hier in ons geliefde Wilrijk." En zo besloten Rita en Johny om hun avonturen voort te zetten in Wilrijk, waar ze samen hun passies konden delen en genieten van de warmte en gezelligheid van hun thuis.

BrameetHam
12 1

Slimme junk die de wereld redde. a

Tegenwoordig weten we dat John F. Kennedy, voormalig president van de Verenigde Staten, kampte met een drugsverslaving. Hij gebruikte amfetaminen (in de volksmond 'speed') en een cocktail van andere middelen. Van pillen tot injecties; het kon niet op.Toch was hij het die tijdens de Cubacrisis de beslissing nam die de wereld redde. Zijn gevolg — bestaande uit nuchtere sportievelingen, 'gezondheidsfreaks' en vooral militairen — wilde Cuba volledig bombarderen. Een dergelijke actie had ongetwijfeld geleid tot een nucleaire wereldoorlog. Kennedy liet zich echter niet beïnvloeden door het fanatieke zuiverheidsideaal van de protestanten; hij was immers rooms-katholiek.Het protestantisme wordt vaak geassocieerd met de apartheid in Zuid-Afrika en het racisme in Amerika. Volgens de historicus achter het boek Pius XII en de vernietiging van de Joden waren protestanten de eersten die zich bij de nazi's aansloten. Zelfs de beruchte spreuk 'Arbeit macht frei' is hoogstwaarschijnlijk een afgeleide van de Bijbeltekst: "In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen" uit het Oude Testament.In 1866 werd in Amerika de Ku Klux Klan opgericht met als doel de blanke superioriteit te verdedigen en voormalige slaven "weer op hun plek te zetten". Vanaf 1919 verwelkomde de Klan voornamelijk blanke protestanten. Volgens sommigen zijn zij ook verantwoordelijk voor de oorlogen in Vietnam, Grenada, Irak en Afghanistan — een illustratie van waar de zucht naar zuiverheid toe kan leiden. In hun beginfase verkrachtten protestanten roomse nonnen en paters, en vernielden zij eeuwenoude kunstschatten. Inmiddels vormen zij de machtigste sekte ter wereld.Vlaams-nationalisten dromen er soms van om het roomse Vlaanderen samen te voegen met het protestantse Nederland, maar dat zal hen nooit lukken. De protestantse werkethiek van "nutteloos werken" draagt bij aan de vernietiging van de wereld. De arbeider in het roomse Frankrijk is bijvoorbeeld veel productiever dan die in het protestantse Amerika. In Frankrijk werkt men om te leven; in Amerika leeft men om te werken.Omdat protestanten genot, zoals lekker eten, als zondig beschouwen, kampt protestants Amerika met obesitas. De Franse en Italiaanse katholieken daarentegen genieten van kwaliteitsvoeding en blijven slanker. De protestantse predestinatieleer bepaalt wie de "eeuwigdurende meesters" zijn; de rest wordt gezien als slaven die voor deze meesters moeten werken.In het Oude Testament, dat door protestanten streng beleden wordt, is de enige zwarte mens de Bijbelse figuur Cham (Genesis 9:20-27). De vloek van Noach werd dubbel geïnterpreteerd: Cham werd zowel zwart als slaaf gemaakt. Literatuurhistoricus Bert Paasman stelt dat deze 'Cham-theorie' eeuwenlang door Nederlanders werd gebruikt om slavernij te rechtvaardigen; vooral kooplieden vonden dit een "prachtige theologie". Zelfs de kerkvader Augustinus bracht de vloek van Cham in verband met ketterij en slavernij, bewerend dat de hitte in Afrika de mens vatbaarder maakte voor zondige ideeën. Dit vormt de trieste basis voor het racisme in de Verenigde Staten.Protestanten worden zo de vernietigers van de wereld. Ze zijn meedogenloos: vaccinaties voor hun kinderen worden soms verboden, en als een kind sterft, wordt dat gezien als een ingreep van God. Denk ook aan de Drooglegging: het protestantse verbod op alcohol leidde tot het ontstaan van machtige misdaadsyndicaten zoals de maffia. Ook voor de emancipatie van vrouwen, transpersonen en de lhb-gemeenschap hangt de protestantse strop nog altijd klaar.Het grote succes van de belijders van het Nieuwe Testament is dat zij niemand uitsluiten. Daar draait het om liefde: voor anderen, voor jezelf en voor de wereld. De belijders van het Oude Testament daarentegen, blijven hangen in uitsluiting. -------------------------------------------------------------------    Het oude testament.  Dat is een idioot boek, hoor. Die god een misogyne sadist met smetvrees en een voorliefde voor bloederige offers. Alles moet rein zijn en wie dat  niet is, moet dood - daar komt het op neer. Hele volkeren roeit hij uit. Afgrijselijk. A.H.J. Dautzenberg                                          ----------------------------------------------------------------------                                                Die zuiverheid heeft uiteraard ook voor goede dingen gezorgd. Men is er in geslaagd om met een minimum aan voedingsstoffen het heelal te verkennen. Een genietende roomse was nooit in een raket gestapt zonder een gebraden kip en een fles wijn.  ****************************************************************************Foto VERF ED "dag na zuiverheid" FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
73 0

“It's a bad lucky day”

Throwback to 22 juli 2006 in Arizona.  Die dag willen wij Monument Valley verkennen maar niet de klassieke "17 mile scenic drive" zoals de meeste toeristen doen. Back to the roots is ons beweeggrond. Het authentieke karakter van het land van de Navajo exploreren. Weg van het massa toerisme en bij voorkeur… met een Navajo-gids. Wij kiezen voor de Navajo Mystery Valley Tour. De naam alleen al doe je dromen over “The Far West”, over indianen en cowboys. Voor mij zie ik het beeld van indianen op een Buffalo-jacht die te paard – beschilderd met gele, blauwe, witte en rode symbolen - tussen de grillige rode rotsformaties en de omringende woestijn galopperen. Zittend in blote torso op hun paarden met boog in linkerhand, met vijf of zes pijlen uit pijlkoker, klaar voor onmiddellijk gebruik. De teneur voor het bezoek is duidelijk. Even terug in de realiteit.  Mystery Valley, de minst bekende vallei rond Monument Valley, is alleen toegankelijk voor bezoekers die een Navajo-gids hebben. Dit is waarschijnlijk het beste omdat er verschillende gevoelige archeologische vindplaatsen zijn, verschillende Navajo-families wier huizen zich in het gebied bevinden en niet gestoord willen worden, en misschien wel het allerbelangrijkste: de wegen zijn erg slecht met diep zand en helemaal geen bewegwijzering. Het zou heel gemakkelijk zijn om hier te verdwalen. Avontuur is gegarandeerd! We rijden vanuit Blanding met de Suzuki Grand Vitara 119km  verder richting  Oljato in Monument Valley. “You are entering Navajoland” Aangekomen op de plaats Oljato begeven wij ons naar de kiosk van “Black's Hiking, Jeep Tours and Trail Rides”. De zon staat hoog aan de blauwe hemel, het is windstil en de temperatuur flirt met de 37 graden grens. Een vriendelijke squaw valideert onze tour tickets en wijst ons – in afwachting dat een Navajo-gids komt - naar een open safaritruck met drie rijen zitbanken en een canvas bovenblad voor bescherming tegen de zon. In de verte, een lang en bruin getinte persoon in jeans met witte cowboyhoed en donkere sunglasses stapt heel gemoedelijk, vastberaden, hoofd fier rechtop naar de truck. Wij kijken elkaar vragend aan, bijna bevestigend “hij zal onze gids zijn”. “Get in”  Wij klimmen in de truck en nemen plaats op de bruine, hete zitbanken. De gids start de motor en zegt “Welcome, I’m Howard”. Terloops, Howard is niet zijn echte naam. Zijn Navajo naam zijn wij helaas niet te weten gekomen. Het vehicle bolt langzaam weg van de parking richting het onbekende. De 4x4 zoekt zijn weg door het diepe mulle zand. Wij genieten van “the scenery”. Geen beschaving mijlenver te bespeuren. Regelmatig stopt de gids en laat ons genieten van prachtige uitzichten, natuurlijke bogen en rotstekeningen.  Bij de zoveelste stop zegt Howard "follow me". Een pad op de rode rotsberg brengt ons naar een prachtig “viewpoint”. “Take pictures” zegt hij. Terwijl wij van de omgeving genieten trekt hij zich wat verder verschuilend terug om op een rots te zitten. Heel nieuwsgierig hou ik hem, niet opvallend, in het oog. Plots begint hij – kijkend naar de horizon - in het Navajo te zingen. Het lijkt een heilige zang te zijn. Monument Valley wordt beschouwd als een goddelijk landschap dat de Navajo-bevolking verbindt met hun spirituele tradities en ceremonies. Het is een uniek tafereel. Hierbij maak ik mij de volgende bedenking “indianen hebben een natuurgeloof. Zij tonen dankbaarheid en respect voor  Moeder Aarde, zij zijn de echte "groene jongens". Na zijn ritueel staat Howard recht en vervolgen wij onze weg. Three Pine Ruins, Square House, House of Many Hands - een kloofmuur met handgeschilderde pictogrammen, en Full Moon Arch passeren de revue. Plots versneld de 4x4, de truck maakt gekke bewegingen in het mulle zand, wij worden dooreengeschud. Is dit een deel van de attractie? Wil Howard even die “bleekgezichten” bang maken? De wilde rit blijft aanhouden, het wordt nog spannender. In de verte doemt een stalen kabel op die schuin gespannen is naar een paal. De wagen rijdt in volle snelheid recht naar het doel, eronderdoor. Een gekraak van jewelste, trillingen en schreeuwen volgen. De wagen stopt. Howard en het gezelschap stapt uit de wagen om te bekomen. Gelukkig is niemand gewond. Wat blijkt?  Het canvas bovenblad haakte tegen de stalen kabel en werd volledig naar achter geduwd. Een verwrongen uitzicht. Howard had zich mispakt. Een groot probleem stelde zich. De truck terugbrengen in de huidige toestand is not done. Toekomen op het einde van de rit zou hem belachelijk maken bij zijn broeders. Wat nu? Algauw had Howard een oplossing. Hij zou ons ergens in de woestijn deponeren en verder rijden naar een vriend die het dak zou rechttrekken. Het voorstel werd door het gezelschap goedgekeurd. We rijden een eindje verder en bij een eenzame boom laat hij ons uitstappen. Hij vervolgt zijn rit naar de vriend. Het is snikheet, we zitten – gelukkig maar - in de schaduw van de enige boom. Nog steeds in the mood van een toerist genieten we volop van de wondermooie omgeving.  Een uniek schouwspel. We wachten geduldig maar geleidelijk aan krijgen we te maken met de dorst. Geen water, de flesjes water zijn in de truck gebleven. Wat stom! We blijven rustig zitten om niet te veel te zweten en vocht te verliezen. Na 2 uur wachten, nog steeds geen Howard. De stemming is reeds gezakt. Onzekerheid neemt de bovenhand. Is hij ons niet vergeten? Is er onderweg iets gebeurd? Met een cell phone heb je hier geen verbinding. Iemand contacteren is dus uitgesloten. We zijn volledig van de buitenwereld afgesloten. Je zou het maar moeten meemaken… omkomen van de dorst in the middle of nowhere en niemand die weet waar wij zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat toeristen in een woestijn omkomen. De mooie omgeving kreeg stilaan een andere dimensie. Zou dit hier nu onze eindbestemming zijn? Opluchting. Na 3u wachten, het leek bijna eindeloos, doemde in de verte een bekend voertuig op. Wij waren zo blij om onze Navajo-gids weer te zien. Hij leek niet zo blij te zijn. Kijkend naar het voertuig begrepen wij onmiddellijk waarom. Het gestel was niet volledig rechtgetrokken. Wij toonden compassie. Zijn antwoord hierop “it’s a bad lucky day”.

Guy Van Damme
25 0