Lezen

Lambiorix (4)

  Het is dankzij een oorlog, dankzij die onnozele drang om voor een half vaderland te vechten dat de liefde tussen Hannelore en mijzelf mogelijk geworden was. De partner van Hannelore was een Oekraïense jood die eerst in de Dombas Russen in de kop ging schieten en eenmaal hem dat tegelijk begon te vervelen, daarnaast ook tot weinig overwinning leek te leiden, heeft hij zich laten inlijven bij het Israëlische leger. Hoe Hannelore ooit op hem verliefd geworden is? Blinde hormonen moeten de oorzaak geweest zijn. Deze man, met naam Gideon, bleek immers een wanschepsel te zijn, een monster dat zich met kermende zielen voedt, die ervan geniet om laatste adems te zien verdwijnen in de wind. Toen Hannelore mij voor het eerst en tegelijk zeer intens zoende, voelde dat voor ons beiden als een verlossing, een bevrijding van wat een dwaling geweest was. Zij wierp herinneringen aan de taaie huid van Gideon van zich af als een mantel die te stroef en kil geworden was. Tegelijkertijd verdween de zinloze twijfel die ik had. Ik was niet je jong voor haar, we voelden geestelijk verwantschap en haar lichaam liet zich graag beminnen door die schaamteloosheid die ik in mezelf begon te ontdekken. Ze heeft mijn maagdelijkheid gestolen op een manier mooier dan ik had durven dromen. De rijpheid die haar zo mateloos met erotische verlangens vulde, was een godgeschenk dat een duivelsengel voor ons stal uit een gutsende vulkaamond.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle

Bernd Vanderbilt
0 0

Free-fall

A freedom I had long forgotten both made me ecstatic and fear for my life. I was released into the wild without a warning. The forest breathed a sigh of relief, welcoming any new visitor indiscriminately.  Light tinted green sifted through the treetops.  There was no way to retrace my steps as nothing was left standing from where I used to come. In a world where animals could speak, I had no authority. Their breath held in an expectantly waited for me to take the first wrong turn. Power was accorded strength, violence rewarded with violence. Years of domestication had made me prey in their kingdom. Water and food were my highest priority, but hunting meant being hunted. I would have to run forever, and I had already run forever. I resigned to walk and listened for the sound of water blending with the wind. Not far off, a stream of veins flowed into a river. I yearned to bathe and forgot to drink until I sullied the water with my body. Cleanliness was an absurdity that I afforded myself as a luxury. I felt watched by benevolent eyes from above. Birds perched to behold my bath as I had done with similar condescendance. Surviving on the lowest hanging fruit, I started to forget of the sweetness in the trees I could not reach. Light green became dark green before I knew it, the cold settled in my bones and the silence of the woods interrupted with occasional hoots after nightfall. By the next morning, I stood on the edge of an open grass field. I wanted to run and catch the sun, but the fear of preying eyes kept me in the dark for another day to live.  The morrow, I watched my first hunting game. The body left bare was abandoned, its wounds bled into dirt to be reclaimed. For all the cruelty I had to bear as an insignia of humanity, the deer's rotting carcass was most composed in its decomposition. I was the last one they said. I was the lost one because I was the worst one. Redemption would be the end as this place let me live without pardon. In the days to come, I wandered and wondered of the irony through which faith kept me alive. Justice was done for, only a mind game I played  before sleeping.  Dew drips drops down the leaves crowned trees.  I was proclaimed innocent by the rain that washed away the blood stains on my hands.  The search for meaning outpaced the search for food. I struck in hunger against nature. Unyielding, it left me for dead, so I turned around and ate her. My sweet revenge rewarded with her Triumphant indifference.

elsiepelsie
0 0

Flying Fish Brewery

  Luchtballonnen. Runderen. Zeppelins. Er is ook de piloot die een guppy achternazwemt in het aquarium en elke vlinder weet het. Snelheid is voor de gevleugelden in ijle lucht. Scherpe schaatsen op het ijs proberen morgen ook. Ver weg. De koelkast zwijgt en ik doe dat altijd langzaam. Deuren openen naar wintertijd en warme dromen. Het geluk schuilt meestal onderin, waar het witloof van de duisternis niet veel verlangt en omdat zij dat wil, streel ik de pan die zich dat schroeien van het vlees altijd herinnert. Lades schuiven alles zuiver weg. De rust durft weer te ademen en ik hoor ze zuchten. Luchtballonnen. Zeppelins. Misschien een mannetje van Michelin dat naar een opblaaspop verlangt.  Dit alles laat zich zomaar zien. In dit glas. Dat mij zo bedriegt. Het verleden laat mij ook niet los. Ik herinner mij die val. Ik de treurwilg en zijn stam omarmd. Vlak onder de zon. Ik zag ze daar zeer goed. Wolken. Bezeten door een grauwe geest. In de verte graasde zij toen ook, moeder koe die nog dat mauve kalfje had. Het wankelde zoals onzekerheid dat doet wanneer de vrees haar tot een dansje dwingt. De piloot werd het moe daar in die visbokaal. Hij wilde gewoon vliegen. Hij werd gevaarlijk, heeft ook echt de goudvis die ik had de keel overgesneden voor een huivering die zich verveelde. Rood werd het water en er kroop reclame uit een doodziek beeldscherm. De stier werd verhemeld. Vleugels in de aanbieding voor zielen die niet eens aan vliegen dachten. Wat ik toen zeer fijn vond en zich nu ook heerlijk voelen laat, is die frisse bries. Zij belooft veel aan het lichte. Misschien mag ik wel.mee. Met haar. Die libelle. Donker. Blauw. Met zwarte schijn. De duikvlucht die zij neemt naar het lokkende einde is bijzonder schoon.     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
0 0