Lezen

Dagelijkse aandacht 5 januari 2026

Ik schrijf over Venezuela terwijl de ramen openstaan en de lucht blijft hangen. Niet omdat niemand wil luchten, maar omdat geuren bij momenten een grotere greep hebben dan woorden. Ze heten toezicht, druk, correctie. Zelfs nu de straten leeg zijn en mensen zich alleen nog verplaatsen uit noodzaak, is hun aanwezigheid voelbaar. Venezuela is geen casus en geen les. Het land ademt in een eigen cadans, maar de schema’s van anderen dwingen het keer op keer te pauzeren. Wat vandaag voorzichtigheid heet, krijgt morgen een andere betekenis. Beweging is schaars, geluid gedempt. In keukens bereiden mensen arepas terwijl de radio zachtjes speelt, niet uit gewoonte, maar om de stilte te doorbreken. Ik kijk niet als buitenstaander en ook niet als vertegenwoordiger. Ik herken de aarzeling vóór een beslissing, het zorgvuldig afwegen van elke stap. Venezuela vraagt niet om redding en zoekt geen podium. Het handelt zoals het heeft geleerd: door zich aan te passen, te onthouden en tijd te nemen. Mensen onderschatten het geheugen van dit land. Het herinnert zich momenten waarop mensen orde beloofden en ruimte beperkten, en herkent daaruit patronen. Dat geheugen is geen nostalgie, maar een vorm van waakzaamheid. Stilte betekent hier geen instemming, maar aandacht. Niemand hoeft Venezuela te sturen, en al helemaal niet van buitenaf. Het vraagt geen uitleg en geen scenario’s. Alleen ruimte. Wie die ruimte blijft invullen namens anderen, moet niet verbaasd zijn als stilte een andere vorm aanneemt. Mephis (aka) Evelyn Mérida   

Mephis
11 1

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Johan Hendrik van Dale

Geachte heer van Dale "Wat voor zin heeft het nu om een brief te schrijven naar iemand die in 1872 is gestorven?", zegt mijn vrouw. Ze heeft natuurlijk een punt. Wellicht gaat u dit niet lezen, want u verblijft al heel wat jaren geleden in de eeuwige jachtvelden. Of in uw geval: de eeuwige taalvelden. Maar daar gaat het niet om. In mijn hoofd schrijf ik u deze brief en in datzelfde hoofd hebt u de brief gelezen. Noem het gezonde fantasie. Taal doet soms rare dingen met een mens. Daar weet u alles van, als schepper van het ‘Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal’, dat heden ten dage nog altijd uw naam draagt. Ik wil u op de hoogte brengen van een verontrustende evolutie in onze taal. Nu zal u zeggen: 'Mijn beste Désiré, taal is altijd in beweging'. Wel, daar kan ik u in volgen, mijn beste Johan Hendrik. Maar nu maken ze het te bont. U hebt niet meer meegemaakt dat er een verkiezing voor het woord van het jaar wordt georganiseerd. Gelukkig maar.  Het kinder- en tienerwoord van dit jaar ontstond op Tik Tok. Wat dat voor een vehikel is leg ik een volgende keer wel eens uit. Het tienerwoord was ‘67’. Uit te spreken in de Engelse taal. Six seven. Tot daar niets aan de hand, want we kennen ondertussen wel meer Engelse woorden in het Nederlands. Maar dit heeft geen enkele betekenis. Niks, nul, nada. Ze gebruiken het hooguit om 'cool' te klinken, zelfs als ze niet precies weten wat het betekent. En er zijn nog van die dinges. Waar gaat het toch naartoe?  Ook in café De Kiezel was dit nietszeggende woord het onderwerp van gesprek. Mijn buurman Ömer geeft training aan de miniemen van de lokale voetbalploeg. Ik geef u even zijn verslag. "Tijdens de rust zei ik tegen onze spits Jordy dat hij wat feller moest zijn. Weet je wat zijn antwoord was? 'Six seven', zei hij. Ik wist totaal niet wat hij bedoelde, vooral omdat het nog maar 1-1 was. En helemaal geen 6-7. Achteraf hebben ze me uitgelegd dat het een tienerwoord is. Ik versta ze nog maar de helft van de tijd. Hoe kan ik ze dan iets bijbrengen?" Ömer heeft gelijk. Als we de jongeren niet meer begrijpen, kunnen we ook niet tot hen doordringen. En ze hebben het al zo moeilijk. Mijn vraag aan u, beste Johan Hendrik, is of u – mijn vrouw verklaart me gek als ze dit leest - op de een of andere manier een seintje kan geven aan uw opvolgers bij de Van Dale Uitgevers. Dat ze dergelijke taaluitspattingen niet opnemen in het woordenboek, in de hoop dat we binnenkort terug gewoon Nederlands spreken.  U kan misschien een paar woordenboeken uit de kast laten vallen bij de uitgeverij. Of u bedenkt maar iets. Aan tijd zal het u niet ontbreken in de eeuwige taalvelden. Ondertussen verblijf ik  Met de meeste hoogachting  Désiré Dinges  PS: Ik beraam nog een optocht naar uw standbeeld in Sluis, het dorp waar u altijd hebt gewoond, om aandacht te geven aan deze problematiek. Ömer en Gust, mijn twee buurmannen, gaan alvast mee. Maar mijn vrouw zegt dat ze bereid is om de politie te bellen als we overdrijven.

Désiré Dinges
3 0

Dagelijkse aandacht 3 januari 2026

De solden zijn begonnen in Antwerpen. Zodra ik de winkel binnenstap, voel ik het: het gangpad is smaller dan vorige week. Niet omdat de ruimte veranderd is, maar omdat alles naar voren is geschoven. Rekken staan dichter op elkaar, jassen hangen met de mouwen verstrengeld, kartonnen pijlen met “-50%” duwen zich in mijn gezichtsveld. Boven het geroezemoes roept een stem: “Laatste stuks”, schel en opgewekt, alsof haast een gunst is. Het licht komt van lage spots die alles warmer maken dan het is. Wol oogt zachter, zwart niet zo definitief. Ik beweeg mee met de stroom, schouder aan schouder, en merk dat mijn handen sneller zijn dan mijn blik. Een trui wordt losgetrokken, tegen mijn borst gehouden, weer teruggehangen. Naast mij doet een andere klant hetzelfde. We kijken niet naar elkaar. Mijn lichaam reageert automatisch: plaats maken, doorlopen, stoppen, weer door. In mijn hoofd begint een inventaris te groeien die niets met maten of prijzen te maken heeft. Wat draag ik echt? Wat ligt achteraan in de kast, ongedragen maar te duur om weg te doen? Wat zou ik kiezen als hier niemand was die keek? Elke jas is tijdelijk. Elke korting ook. Bij de paskamers staat een rij mensen met armen vol textiel en gezichten die al beslissen voordat de spiegel heeft gesproken. Twijfel hangt hier niet in de lucht, hij ligt opgevouwen over elke arm. Solden gaan niet over geld; ze meten hoe snel je toegeeft, hoe makkelijk “ja” over je lippen rolt en hoe zwaar “nee” in je handen ligt. Ze onthullen hoe dun de grens is tussen wat werkelijk bij je hoort en wat je slechts vluchtig wilt vasthouden. Ik koop niets. Niet uit principe, niet uit verzet. Het is geen overwinning. Het is een vaststelling, zoals merken dat je geen honger hebt terwijl het eten voor je staat. Ik heb genoeg vastgehad om te weten wat ik niet nodig heb. Buiten ligt de stad er onverschillig bij. De stoep is dezelfde, het licht ook. Dat verandert niet — en precies daarom kan ik weer ademen. Mephis (aka) Evelyn Mérida   

Mephis
0 0

De verdwijning van Victorie

Katten sterven niet.Katten verdwijnen. Ze zoeken een plek. Een kier waar niemand kijkt. Onder iets, achter iets, uit de weg. En daar gaan ze zachtjes dood. Dat zeggen wij, omdat sterven te groot klinkt voor iets dat zo weinig ruimte inneemt. Victorie is gisteren verdwenen. Ze had van bij de geboorte iets eigenaardigs.We denken een beperking. Ze wandelde in slowmotion, alsof de wereld altijd net iets te snel ging voor haar. Miauwen kon ze nauwelijks. Meer een poging dan een geluid. Ze was vaak afwezig, alsof ze er niet helemaal bij hoorde. Of al wist hoe je dat doet: een beetje niet hier zijn. Victorie leerde van Rudy wat het was om bij een roedel te horen.Honden weten dat. Dat je gezellig doet als iedereen er is. Dat je blijft liggen waar de warmte zit. Katten weten dat niet vanzelf. Die doen hun eigen ding. Maar zij keek naar Rudy. En leerde. Dat je op oude dagen niet verdwijnt naar boven of onder een bed, maar midden in de kamer gaat liggen. Zichtbaar. Aanwezig. Bij ons. We wisten dat het haar laatste dagen waren.2026 zou een mirakel zijn geweest. En toch: 1 januari was ze er nog. Het huis rook naar eten. Restjes. Overschot. Een beetje alles door elkaar, zoals dat gaat op nieuwjaarsdag. We waren stiller dan anders. We aten, maar keken vooral. Waar ligt ze? Ademt ze nog? Is dit het moment?Ze lag midden op de mat. Niet in de weg — dat deed ze nooit — maar ook niet verstopt. Oud. Stil. Versleten. En toch: erbij. Victorie kwam hier ooit binnen als cadeau.Eerste communie van mijn oudste zoon. Ongevraagd. Nog nooit zo kwaad geweest op iemand met een strik rond een doos.Je geeft geen levend wezen cadeau. Zeker geen kat. Zeker niet aan een kind. Maar qua return on investment: een topcadeau.Noch de fiets, noch de Nintendo — fluogroen, dat was toen mode — haalden de zeventien jaar. Victorie wel. Ze bleef. Door alles heen. Ze zag een huis dat zich vulde.Ze zag feestjes. Chaos. Lawaai.En later zag ze een huis dat langzaam leegliep.Scheiding. Pubers. Gesloten deuren. Stiltes die bleven hangen. Zij keek.Niet oordelend. Niet troostend. Katten doen dat niet.Ze registreerde. Ze was een goed doel op zichzelf. Wat mij het meest fascineert, is hoe een kat verdwijnt.Wij vinden dat zielig. Alsof ze ons achterlaten.Maar misschien is dat net de ultieme consequentie van kat zijn. Foert zeggen. Niet met drama. Niet met afscheid.Gewoon: het is goed geweest. En wat ze nalaat, is klein.Een kattenbak die er nog staat.Een leeg eetbakje.En nog voor een tijdje: zwarte haarplukjes op plekken waar ze graag lag. In een hoek. Op een trui. In het licht. Alsof ze nog even wil zeggen:ik was hier.ik heb gekeken.en nu ga ik. Zoals katten dat doen.

Katrien Daniels
55 3

uiteindelijk. a

"Begrijp je wat het betekent dat het heelal uitdijt? Ooit zullen de atomen in ons lichaam miljarden kilometers van elkaar verwijderd zijn, een afstand groter dan die tussen de zon en de aarde. Maar wat als er een grens zit aan die rekbaarheid? Misschien keert het heelal op een dag razendsnel terug naar zijn nulpunt, waarin alle materie weer wordt samengeperst. Na een nieuwe oerknal, in een tijdperk dat wij ons niet kunnen voorstellen, ontstaat er dan weer een blauwe planeet. En ergens in die nieuwe wereld bevindt zich dan weer dat allerkleinste deeltje dat ooit deel uitmaakte van jou en mij." *************************************** ***************************************   *********************************************************************   foto galerie verf ed GALLERIJ VERF ED   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/    

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
8 0