Lezen

Euthanasie. En de bloemenvorming op haar huid

1 maart 2015 vs. 1 maart 2021. Bijna zes jaar geleden. Om stipt 15:00 op de eerste maart schreef ik op www.marijkegeerts.be de woorden: ‘Marijke… Men zussie… Voor altijd in mijn hart!’. Totaal niet wetende wat de toekomst me zes jaar later zou brengen en totaal niet beseffend – op dat moment – dat de woorden ‘voor altijd’ voor mij een andere betekenis hadden dan voor haar, m’n zus. Excuseer mijn onnavolgbare gedachtekronkel. ‘T is snel neergepend want het moet uit mijn systeem en af mijn schouders. Ik moet vertellen wat er op mijn hart ligt, elke twijfel, elke gemiste kans. Elke niet gestelde vraag. Die eerste maart tweeduizendvijftien. Onbeschrijflijk… Ik word wakker zoals een normale ochtend en ineens komt dat besef achter ’t hoekske kijken. Zoals Julien, mijn zoon, soms achter de deur staat om me te doen verschieten (ich shrik mich sjtief, zoals ze dat dan in Voeren zeggen – mijn huidige habitat na een leven van zoektochten en verplaatsingen). Dus dat besef komt om ’t hoekske loeren, niet zoals Julien om te lachen of te zwanzen; nee, ‘serious business’ dit! Zo’n besef waarvan de haren rechtop gaan staan. Zo’n besef waarvan je kippenvel krijgt. Het besef dat toen, die ochtend van 1 maart, luid en duidelijk zei “Vandaag is de dag dat Marijke de laatste keer haar ogen opent. Vandaag is de laatste dag dat je zus een nieuwe dag zal starten. Vandaag is de dag dat je een laatste keer met je zus kan babbelen.” En wat doe je dan, hartstikke zwanger op dat moment? Je gaat naar de bakker. Want het is zondag. En je ontbijt, want dat gebeurt nu eenmaal. Met een zachtgekookt eitje (4 minuten). En je bent stil, want het is een situatie waarin we ons niet thuis voelen. ‘Voor altijd…’ Ik zou een boek kunnen schrijven over de periode vóór en ná 1 maart 2015. Ik zou een hoofdstuk besteden aan 1 maart zelf. Zelfs na zes jaar voel ik nog exact hoe alles ging. Hoe we met het gezin buiten stonden bij Coda. Hoe we ieder om toer nog even op audiëntie bij Marijke mochten, niet wetende wat die laatste woorden waren tegen de ander. Zo’n beetje geforceerd was dat. Niet helemaal beseffen wat er gebeurde. Of ’t niet accepteren… Het niet wíllen accepteren misschien? Bij mij was het eerder ontkennen van de ernst van de situatie, daar ben ik goed in. Vooral als ik daarmee m’n eigen emoties de baas kan blijven. Dus ik heb dat moment niet met de volle 100% benul beleefd, dat is wat ik wil zeggen. En dat vind ik jammer. Nu, bedoel ik dan, niet toen. Want toen was het gewoon een gesprek zoals ervoor. Zoals die dagen ervoor. Marijke woonde in Coda hospice, in alle warmte van de lieve mensen daar. Coda: een ‘bijna thuis huis’ met een huiselijke warme sfeer. Ik wijk van de rode draad af, die rode draad die er niet is. Weet je nog? Dat andere verhaal? Ik wijk af. Het moet februari 2015 geweest zijn. Met de nichten en neef gingen we een hapje eten bij Danny Vanderhoven in Lanaken. Aan dé ‘chef’s table’ zaten we. Marijke ook. En een handgedraaide dame blanche voor Julie, mijn nicht. Ook 2 baby’s in de buik (niet in dezelfde buik), nog onbekend voor de rest, wel bekend voor Marijke – zo bleek achteraf! En daar ga ik weer van het padje af… Dus het was februari 2015, heerlijk eten en Marijke kwam die avond naar mijn toenmalige woonplaats in Margraten (NL). Marijke bij me in bed, zoals we dat vroeger deden. Ze voelde zich niet lekker de dag erna en werd met de auto naar huis gebracht zodat ze niet met de trein moest. Zou ze toen al geweten hebben dat dát de laatste autorit van Margraten naar Schoten was? Ik was er zelf niet mee bezig, ik kreeg een appje dat ze thuis was en dat haar chauffeur een Schotense koffiekoek voor me zou meenemen. Voor mij, dat hoopje ellende, dat toen met 3 koortsblazen, verstopte neus en migraine op de zetel lag. Met een berg papieren zakdoeken om me heen. “Laat je zakdoeken niet rondslingeren”, appte ze nog. Dus abrupt stond ik op om snel de zakdoeken in een soort van vuilbak te doen (een emmer die toevallig in de buurt stond). Het moet een paar dagen later geweest zijn dat ik bericht kreeg dat ze naar spoed was gebracht. De details zijn me altijd onbekend gebleven, beschermen van ‘het kleine zusje’? De pijn was te hevig en de weken nadien gingen razendsnel en tergend traag voorbij. Razendsnel omdat ik niet volgde wat er gebeurde. Tergend traag omdat ik niet wist wat er gebeurde, en dan word ik ongeduldig, nog steeds. En dat ervaar ik dan als hinderlijk. Zo denk ik erover als ik terugdenk aan toen. Volgende halte voor haar was Coda. “We naderen de eindhalte van dit traject. Gelieve de tram te verlaten.” Ik pakte mijn boeltje in Margraten en ging met een zwangere buik richting Schoten in Mr. Beetle. Logeerde dagenlang op het bedje in de kamer van Marijke. Ik werkte er vanaf mijn laptop, haalde koffie in het verplegingshuisje. Ik ging eens wandelen of ging naar Schoten. Hoe hard ik ook mijn best doe op dit moment, vroeg in de ochtend, het lukt me niet om de details boven water te halen. Rouwen is herinneringen anders leren vasthouden. Laten we ’t daarop houden. Dat moment dat ze nog een avond en nacht naar huis mocht. Daar denk ik nu aan. Vrienden over de vloer en pizza. De inhoud van de gesprekken zijn me ontgaan, wel is me de gezelligheid bijgebleven. Zou ze toen beseft hebben dat het de laatste keer was? Iedereen ging huiswaarts, de laatste keer dat ze de oprit van het huis waar Marijke woont afliepen terwijl Marijke er nog was. ‘s-Ochtends de laatste rit van Schoten naar Coda, voor haar. Die mooie jurk van King Louie aan de kast in haar kamer, de geurstokjes van Rituals op het kastje naast het bed. De bruine schoenen voor bij de jurk, die ze uiteindelijk niet heeft kunnen aandoen vanwege het opzwellen van de voeten. Dat laatste heeft ze nooit geweten. “Marijke, het einde komt in zicht, binnen een paar dagen zal je vertrekken.” De dokter. En met zo’n eenvoud werd zondag 1 maart geprikt. Alsof er simpelweg een afspraak werd gemaakt. Verontwaardigd was ik over de manier waarop met – een voor mij ogenschijnlijke – koelte de datum werd geprikt. “Zondag ok?”, “Ja prima”. Zo is het waarschijnlijk niet gegaan, zo is het wel bijgebleven. Het regelen van de begrafenis – op 7 maart – deed ze zelf, met een beetje hulp. Van muziek tot tekst. Tot locatie (parochiezaal naast de chiro). Marijke regelde het wel. Mijn omgeving, vrienden, kennissen die me wilden steunen; ik irriteerde me eraan, je weet wel hoe ik ben, toch? Laat me met rust en laad me met rust. “‘T is ok. Liever zo, dan dat ik een telefoontje krijg dat ze onder een auto is terechtgekomen.” Dat vertelde ik dan, en ook die zin heeft deze week een extra dimensie gekregen na het overlijden van Loes, een 7-jarige, in het Schotense verkeer. #voorloes. En dan nog een 2-jarige die zomaar het leven losliet zonder enige waarschuwing op het tuinterras bij zijn oma en opa. Baby James, ik ken je niet maar ik denk aan je. Dus voor mij, Silke, was het ok en is het nog steeds ok. Het was een oke-ige omstandigheid om zo mijn enige zus te moeten laten gaan. Mijn hand op haar arm, mijn papa naast me, mijn mama tegenover me, Johan erbij, Dorre, en anderen in gedachten. Teddy – voor mijn ongeboren zoon – onder haar arm. Een spuit en een diepe ademhaling, beetje snurkend. Ik weet nog dat ik daar even om moest glimlachen. Nog een spuit en een zucht. Stilte. Klaar. Finito. Gepiept. Schluss damit. Verleden tijd. En dan de bloemenvorming op haar huid. “Was het dat?” Dit wordt te lang hier en ik snak naar thee. Zit ik hier op mijn telefoon dit neer te tikken met tranen in de ogen. Zes jaar later. Julien heeft een logeerpartijtje met zijn schoolvriendje Yves. “Ik ben bang”, hoorde ik Julien zeggen. “Maar ik ben bij je, en ik kan karate!”, fluisterde Yves terug. En zo gaan de dagen gewoon verder. Hoe fucked up is dit? “Ik ben dood”, zegt de één. “Hoe kóm je er in godsnaam bij?”, zegt de ander. En hij gaat naast de één zitten, legt hem uit wat hij wél is, slaat zijn armen om hem heen, streelt hem, wiegt hem, slingert hem in het rond, valt met hem op de grond – schaterlachend, probeert zich los te wringen, schreeuwt… alles aan hem doet pijn. Want niets is zó ingewikkeld als niet dood zijn. Niet van mijn penTranen wegvegen. Een geforceerde glimlach. Klaar. Finito. Gepiept. Schluss damit. Verleden tijd. En de bloemenvorming op haar huid vereeuwigd in mijn gedachten.

SilkeGeerts
13 1

40 jaar aids.

            Veertig jaar geleden, op 5 juni 1981, maakte het Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) in een onrustwekkend rapport melding van enkele gevallen van een zeer ernstige vorm van longontsteking bij een paar gezonde mannen. Allen waren homoseksueel en sommige mannen waren al gestorven aan deze onbekende en ongekende ziekte die we later als aids zouden kennen.             Vandaag weten we dat aids al voor 1981 bestond. Al snel werd aids gekoppeld aan homoseksuelen en hiermee was het eerste intellectuele obstakel gepland. Al snel volgden de andere h’s: hemofilie, Haïtianen en heroïnegebruikers. Groepen van mensen werden gestigmatiseerd. 40 jaar lang hebben activisten, “par le sang et par le sperme’, ongeziene veranderingen teweeggebracht op zowel maatschappelijk als economisch, medisch, psychologisch, juridisch, sociaal en seksueel vlak. We hebben oude systemen in ons gezondheidsbeleid blootgelegd. In die systemen was de macht van het medisch corps alom (“als de dokter het zegt, zal het wel zo zijn”). Het is ook de geboorte van de biopolitiek. De zieke, de patiënt als reformateur. Hervormingen die we vandaag nog in gezondheid en welzijn kennen, dateren van die woelige periode waarin door machtsstructuren met de moraalvinger gewezen werd en groepen mensen gestigmatiseerd werden omwille van wie of wat we waren. Er waren goede seropositieven en slechte seropositieven. Maar we werden mondiger en we vergaarden kennis. Act Up New York en later Act Up Paris stonden onvermoeid op de barricaden, aan de labo’s en aan de deuren van de beleidsmakers. Ook in ziekenhuizen stonden duizenden vrijwilligers om muren te doorbreken. Helaas stonden we ook in het mortuarium. Wekelijkse kost. Knowledgde is a weapon, was onze slogan, want alleen met knowledge kon je aids bestrijden. Aids was niet alleen het laatste stadium van een resem aandoeningen maar ook een politiek debat en een maatschappelijk debat. Een positieve hiv-test betekende immers de aankondiging van een sociale dood. Veertig jaar later kent iemand die vandaag hiv-positief is, een even normale levensduur als iemand die seronegatief is. Maar het parcours blijft hobbelig. We mogen de psychologische, lichamelijke en maatschappelijke neveneffecten niet onderschatten. We denken vandaag veelal dat een pilletje wel helpt en voor jongeren en millenials is aids een ziekte voor oude mensen. Niets is minder waar. Vandaar dat een beetje geschiedenis, een beetje het geheugen opfrissen en weten waar vandaag onze rechten als patiënt vandaan komen, in het licht van deze 40ste verjaardag, belangrijk is om te begrijpen, om kritisch te blijven, om universeel te blijven en om niet toe te geven aan identiteitspolitiek, fake nieuws en populisme. In de nasleep van 1968 zijn we begin jaren ‘80 van de vorige eeuw ons gaan engageren tegen machtsstructuren in de maatschappij, in de medische wereld, in het onderwijs, in de psychologie, in de sociologie, in de literatuur, in de volksgezondheid, in het algemeen recht; wij hebben het landschap van activisme hertekend en de medische wereld speelde stilaan de alleenheerschappij over onze gezondheid kwijt. De ondergrond van onze maatschappij werd blootgelegd en politiek werd gedwongen krachtdadig te zijn voor een hele bevolking. Seksualiteit was niet langer weggelegd voor procreatie en heteroseksuelen. De wereld ontdekte gay seks. Blanke vrouwen en vrouwen van kleur lieten hun stem horen. Druggebruikers en prostitués, zowel mannelijke als vrouwelijke, kregen ook een stem. Trans vrouwen en trans mannen waren nog transgenders en verenigden zich in een gezamenlijke strijd tegen aids. Ook travestieten deden mee. Migranten en mensen van niet Europese origine hadden recht op volwaardige universele gezondheidszorg. Daar streden we voor. Het was vechten. Elke dag. Elke avond. Vergaderen, studeren, schrijven, het medisch jargon begrijpen, informeren en zich informeren, van de ene conferentie naar de andere conferentie gaan, roepen, met de vuisten op de tafel slaan, manifesteren, slogans die decennia later nog nablijven bedenken. Het was ook feesten. Gelukkig maar. Met drugs af en toe. Op house en disco. Het was ook zeggen dat we aan het sterven waren. Het was zorgen voor iedereen, niet enkel en alleen voor de eigen gemeenschap. Nooit vermoeid en altijd moe. En toch weer opstaan. Naar een meeting of naar alweer een begrafenis. Nooit opgeven, sterk blijven. We bleven ons verenigen. We bleven onze seksualiteit beleven. We eisten het recht op schone spuiten. We eisten het recht op medische zorg voor mensen zonder papieren. We eisten het recht op onze lichamen, we eisten veiligheid voor onze lichamen. Daarvoor hebben we gevochten. Het was vechten tegen de labo’s, niet als vijand, maar als bondgenoot. De coronamoeheid waarvan vandaag de media bol van staat, is een luxelachertje. Wat het afgelopen coronajaar in onze ziekenhuizen mogelijk heeft gemaakt, is aan mijn generatie te danken. De stilzwijgende generatie van vandaag. We hebben het te danken aan alle anonieme vrijwilligers. Aan een onvoorwaardelijke strijd tegen een virus. Aan onze gestorven kameraden.             Aids heeft zwakke schakels in de maatschappij blootgelegd maar aids heeft ook de macht die de farmaceutische bedrijven hadden – en vandaag nog altijd hebben – laten kennen. Als activist konden we onze rug niet keren of een knieval doen tegenover hun macht. We hadden hen nodig maar niet tegen eender welke prijs. Onze strategie bestond erin de labo’s die onze directe vijanden waren tot onze bondgenoten te maken. Mensen stierven. Wij hadden de dood in zicht. Labo’s treuzelden om aidsremmers op de markt te brengen en medicatie werd aan woekerprijzen op de markt gebracht waardoor hele bevolkingen geen toegang tot aidsremmers hadden. Het heeft ons slapeloze nachten gekost om generische middelen te verkrijgen en patenten vrij te geven. Het heeft levens gekost. Iedere epidemie heeft een directe invloed op de politiek, omdat een ongekende en stigmatiserende epidemie een bedreiging vormt en de hele sociale orde in vraag stelt. Dat geldt zeker voor aids, dat geldt vandaag ook voor corona. We moeten durven te kijken naar hoe aids niet alleen onze maatschappij veranderd heeft maar ook welke invloed aids had op ons gezondheidssysteem, hoe universeel en toegankelijk ons gezondheidssysteem vandaag geworden is maar evenzeer moeten we onder ogen zien welke maatschappelijke obstakels er in onze Westerse maatschappij nog leven. Dat dwingt ons ook onze relatie Noord-Zuid te herstellen. Dat kunnen we niet door identiteitspolitiek waar iedereen voor eigen parochie preekt. Onze ervaring moet niet voor onszelf maar een algemeen belang dienen. We moeten ons verenigen in consistente nooit opgevende sterke onafhankelijke structuren. Dag en nacht. Door wind en regen. Met kennis als wapen. Niet met gekneut of met identiteitspolitiek.             Aids heeft ons geleerd te weten welke eigenschappen een maatschappij geeft aan een ziekte: wie veroorzaakt de ziekte, wie bepaalt wat de ziekte is, op welke brutale manier verspreidt de ziekte zich en welke ravages richt ze aan, welke groepen in de maatschappij zijn meer vatbaar en kwetsbaar voor een besmetting dan anderen, hoe snel verspreidt een virus zich en in welke mate. Aids heeft ons ook doen afvragen waar in onze maatschappij de ziekte het felst toeslaat: in welke sociale, economische, religieuze, psychologische, politieke en medische context manifesteert de ziekte zich. Wie doet er iets aan en wie verdraait eerder de feiten. In de kantlijnen van deze eigenschappen moesten we ook weten waar de oorzaken van de verspreiding van de ziekte lagen, welke factoren meespeelden en op welke manier het virus zijn weg vond. Op die manier kon de maatschappij zich organiseren om adequaat op te treden om het virus bij het nekvel te grijpen en te beheersen. Helaas heeft diezelfde maatschappij al snel een zondebok willen zoeken en een sociaal bloedbad laten plaatsvinden.             Veertig jaar later staan we voor andere uitdagingen en geeft mijn generatie de fakkel door, áls de volgende generatie die fakkel wil overnemen. De strijd tegen aids is een universele strijd die de macht van de dokter en de politiek heeft weten te doorbreken. 2030 is nog steeds de ambitieuze streefdatum om aids de wereld uit te krijgen. Daarom is het belangrijk dat de generaties van vandaag de tricks en de tools aangereikt krijgen die als waakhonden letten op de gevaren van stilte of extremen in de politiek. We moeten blijven een solidariteit handhaven. We moeten ons universeel blijven scharen achter gelijkheid, ook al blijft dit een utopie. We moeten samen geloven in elke sociale strijd: tegen aids, tegen corona, tegen racisme, tegen homofobie, tegen transfobie. Wat wij zonder internet en zonder Smartphone bereikt hebben, moeten we vandaag meer dan ooit op een slimme manier ook kunnen gebruiken. Aids 2.0 en verder.             Het is geen gelukkige verjaardag maar als we blijven getuigen, als we weten wat we veertig jaar geleden gedaan hebben, dan komen we er. We moeten niet roepen tot opvoeden, we moeten onze kennis delen. Knowledge is a weapon. Knowledge is our weapon.

Erwin Abbeloos
5 0

Een dag zonder zin

Vandaag heb ik er geen zin in. Er lijkt geen einde te komen aan de regen en de lage temperaturen. Een vriend post een bericht: “Maak deze natte dag maar een beetje natter (zelf in te vullen hoe). Geniet van je dag. Laat je maar eens goed verwennen!”. Op alle andere dagen was deze post voldoende geweest om weer zin te krijgen -op vlak van goesting en (zelf)verwennerij hoor ik blijkbaar eerder bij de mannelijke stereotypen die om de zeven seconden aan seks denken- maar vandaag niet, ik overweeg het wel even, maar bedenk dan dat vandaag gisteren nooit kan overtreffen. Vandaag ben ik terug Edouard Péricourt uit 'Au revoir là-haut' van Pierre Lemaître -de gekheid nabij- en wil ik met een masker met pauwenveren op mijn kop, helemaal naakt, de Kortrijksesteenweg op. Niets anders dan die zotte euforie kan het heden en verleden draaglijk maken. Daarbij wil ik me echter niet laten omverrijden zoals Edouard. Nee, ik heb niet al die energie gestopt om met de gevolgen van mijn non-comformisme te leren omgaan, om me dan op een hoogtepunt ervan te laten omverrijden. Ik wil gewoon wat naakt rondlopen en zo net genoeg energie en zin krijgen om terug met de illusies te kunnen omgaan en naar een volgende euforisch moment toe te werken. Mijn verjaardag, volgende maand. Die periode rond mijn verjaardag is best wel moeilijk. Hoe ik het ook draai of keer, rond die tijd komt het verleden en de totale onzin van gisteren en vandaag weer boven. Misschien moet ik dit jaar een verjaardagsfeest voor collega’s organiseren om eindelijk werk te maken van die door corona uitgestelde teambuilding? Een echt feest, geen beleefde bijeenkomst, maar total losgehen. Zoals de verfijnde Ines uit de film Toni Erdmann wanneer ze net voor de start van haar feestje beslist dat ze naakt de deur gaat openen en de genodigde collega’s er enkel naakt wil inlaten. Gedaan met de hypocrisie, het slaafse bestaan, terug naar de essentie. Terug naar mij, die naakte met veel levenslust en zin. Dat het maar verder regent, vanavond ga ik die verdomde slakken te lijf. Geen respect meer voor die veelvraten die de energie van een hele gemeenschap in één nacht verwoesten. Ik, de tuinier, die uren tijd heb gestoken in het ideale klimaat waarin de zaadjes konden groeien, de zon die haar kracht heeft afgestaan en de kracht die het zaadje uit zichzelf heeft geput om blaadjes te vormen. Dat allemaal verloren zien gaan, dat leidt tot een dag zonder zin en dagen zonder zin tot waanzin.

Fien SB
57 0

Verdacht veel vakantie

Eerlijk? Echt onaangenaam zijn ze niet, die eerste dagen werkloosheid. Ja, de postbode brengt nog wel je C4 per aangetekende zending, maar daarmee is ook een pagina definitief omgeslagen. De ontgoocheling raakt stilaan verbeten, de klap verwerkt en met het veel te langzaam ontwakende lentezonnetje lijkt deze periode verdacht veel op vakantie. Met mijn eerste portie herwonnen energie begin ik thuis een grote schoonmaak. Alles wat me ook maar enigszins aan mijn oude werkgever, de spoorwegen, doet denken, moet onder mijn ogen uit. De cursussen, waar ik me het afgelopen halfjaar een ticket op werkzekerheid tot aan mijn pensioen mee had willen bezorgen, gaan de kelder in. Alle administratieve rompslomp is gearchiveerd en elke stofpluk die ik verwijder lijkt me een extra energieshot te geven waar geen Rode Stier tegenop kan. In de keuken moeten cola, chocolade en chips plaats maken voor gezonder spul. OK, de afgelopen weken waren héél stresserend en dan durft de Bourgondiër in mij al eens om verzadiging vragen, neen sméken, maar vanaf nu wordt het anders. Ik wil me herpakken! Dus laad ik in de supermarkt mijn winkelkarretje vol met versgeperst sinaasappelsap, magere yoghurt, rauwe groenten en méér van dat lekkers met NutriScore A of B. “Kan het zijn dat uw kaart leeg is?” de caissière kijkt me van achter haar mondmasker vragend aan. “Ah, ja, dat kan,” flap ik er quasi nonchalant uit, maar ik besef plots dat al mijn maaltijdcheques opgesoupeerd zijn en er de komende maand of maanden geen bedrag op mijn kaart bijgestort zal worden. Ik neem snel mijn bankkaart en besef dat ik ook mijn aankopen in de supermarkt voortaan zal moeten betalen van de som die ik van de RVA uitgekeerd krijg. Een bedrag dat naarmate ik werkloosheidsanciënniteit verwerf, alleen maar kleiner zal worden. En plots bezorgt dat ontslag me toch weer een pijnscheut. Eén blik op dat kassaticket en mijn vakantiegevoel is helemaal over.

Paul Dewilde
4 0

Waar boeken onveilig zijn ...

Waar boeken onveilig zijn … Leuven is sinds mensenheugenis dé universiteitsstad van de Lage Landen, maar wie ervan uitgaat dat de Stellastad de place to be is voor boeken, is naïef. Boeken zijn daar niet veilig. Je had de universiteitsbibliotheek en faculteitsbibliotheken, maar toen ik er in de jaren 70 als would-besoixante-huitard aanspoelde, lag mijn kot godbetert rechtover de stadsbibliotheek. Als ik niet moest brossen, piket staan, betogen of cafés afschuimen, liep ik daar weleens binnen. Soms zat ik op kot een frietje te steken, multitaskend voortbladerend in een boek hoewel mijn vingers aaneenklitten door mayonaise, bearnaise, pickles of frietvet. Of bier. Vandaar wellicht dat de stadsbib later verhuisde en het pand gesloopt werd! Alleen het classicistische portiek met zes Toscaanse zuilen en fronton bleef ongemoeid en werd de entree van museum M. De boeken van de universiteitsbibliotheek daarentegen beleefden een veel ergere, drievoudige calvarie. In augustus 1914 ontaardden Duitse represailles voor een schietpartij (door francs-tireurs volgens hen, een geval van friendly fire volgens historici) in een rancuneuze, rücksichtslose furie: burgers werden zonder boe of bah geëxecuteerd, de stad platgebrand. Ook de middeleeuwse lakenhal waar het gros van de handgeschreven en gedrukte memorie van onze Alma Mater bewaard werd, ging in vlammen op. Pandemonium in het patrimonium: unieke paleotypes, incunabelen, wiegendrukken met kalligrafische miniaturen, monnikenvlijt, folianten, leporello's, vroegwetenschappelijk werk van beroemde Leuvense humanisten, materieel en immaterieel erfgoed. Verbrande en geblakerde papier- en papyrusrestjes dwarrelden buiten de stad neer. De nazaten van Goethe, Schiller en Gutenberg werden per direct paria's. De opgeschrikte beschaafde wereld smeedde een alliantie tegen de barbaarse 'furor teutonicus'. Overal werden karrenvrachten boeken en fondsen ingezameld: Leuven zou een chique nieuwe universiteitsbibliotheek krijgen, in een nieuwsoortige ad-hocstijl, met carillon en zo veel uiterst gedetailleerde tierlantijntjes, symboliek en iconografische hoogstandjes dat een gedegen stadsgids u urenlang kan onderhouden. De nieuwe bib was amper klaar toen een nieuwe blitzkrieg voorbijraasde. En wat is nu waarheid, wat het broodjeaapverhaal? Waren het de Duitsers die een batterij kanonnen opstelden om cynisch ook de nieuwe bib in de as te leggen? Of was het een verstrooide Engelse RAF-piloot die brandbommen dropte? Hoe dan ook: opnieuw van dattum! Bovengrondse brandschade terwijl het boekenfonds in de brandbestendige ondergrondse verdiepingen nagenoeg volledig verloren ging in gesmolten en vervolgens weer gestolde glasmassa! Ook na de Tweede Wereldoorlog herrees de bib als een feniks uit zijn as, maar geen kwarteeuw later voltrok zich een derde boekendrama. Leuven Vlaams, Walen Buiten! Even voorbij de taalgrens verrees Louvain-la-Neuve. Verbannen Franstalige studenten wrikten op de Oude Markt een kassei los en droegen dit souvenir in een plechtige processie helemaal naar hun nieuwe campus. Zodra Vlaamse folkloristen daar lucht van kregen, volgde een nachtelijke raid om de onmisbare kassei terug te halen. Toch is hij (of een andere) opnieuw in Novum Lovanium geraakt en verankerd. Heel andere kolder, van hoog macaber en morbide niveau, was de boedelscheiding inzake het boekenfonds van de universiteitsbib. Waren er twee exemplaren van een boek, dan werd gevochten voor het minst beduimelde. Complexer werd het met een 25-delige encyclopedie. Twaalf delen voor Leuven, twaalf voor Louvain, en voor het 25e deel werd naar verluidt ten slotte kop of munt gegooid. Dit is echter louter mythe; in werkelijkheid gingen alle even inschrijvingsnummers naar de ene partij, de oneven naar de andere. Ook academici en bollebozen hebben immers gezond verstand. Al beweren mensen die erbij waren, dat deelnemers aan de boedelscheidingsvergaderingen vaak een ruime pardessus droegen, met veel grote binnenzakken, en dat ze na zo'n meeting kromliepen van clandestien meegezeulde boeken. Pocketboeken avant la lettre. Tot slot die faculteitsbibliotheek. Vijf jaar na mijn licenties keerde ik er terug om in het zicht van de deadline nog gauw een thesis te fiksen. De knorrige bibliothecaris herkende me meteen, stopte me prompt een uitleenfiche onder de neus en vroeg geprikkeld wanneer ik dat boek eindelijk zou terugbezorgen! Ik viel compleet uit de lucht: een acute casus van retrograde amnesie. Zoals ik al zei: boeken zijn niet veilig in Leuven!

Piet
1 0

Oude bazen en nieuwe haarkleuren

Misschien moest ik mijn haar maar eens blond verven, of bruin, of acajou. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar mijn oude baas is er de oorzaak van dat ik dit heb overwogen. Kijk, aan het eind van je job, rest alleen nog de teruggave van al die leuke, extralegale voordelen; je laptop, je treinkaart, je badge met gratis parking in de stations… Je steekt het met pijn in het hart allemaal in je rugzakje dat je bij je aanwerving cadeau kreeg, samen met je hoop, je verwachtingen én je uiteindelijke desillusie omdat je droomjob toch niet je droomjob bleek te zijn. “Spijtig dat het zo gelopen is,” probeerde mijn oude baas me nog te troosten, toen ik hem bijna ritueel dat rugzakje overhandigde: “Je hebt gedaan wat je kon, maar…” er viel een korte, enigszins geladen stilte: “Laten we eerlijk zijn, nieuwe dingen aanleren gaat niet meer zo makkelijk voor mensen met onze haarkleur.” En zo werd ik er voor het eerst in mijn professionele leven mee geconfronteerd dat ik niet meer van de jongsten ben. Maar… als alleen je haarkleur dat verraadt, kan je daar nog iets aan doen, toch? Ach… misschien had die grijsaard wel een punt. Terugblikkend moet ik toegeven dat mijn jongere collega-cursisten als een sneltrein door de opleiding Traffic Control raasden, terwijl er bij mij toch eerder sprake was van een moeizaam voorthobbelend boemeltje, met alle gevolgen van dien. Terug op het perron voelde ik me verwant met het opgekalefaterde stoptreintje dat me weer naar huis bracht; te jong om uit te bollen, te oud om zich te kunnen meten met al die flitsende hogesnelheidstreinen. Daar kan geen likje verf iets aan verhelpen. Ik laat mijn haar maar zoals het is.

Paul Dewilde
0 0

Kwijt

25 mei is het de Dag van de Vermiste kinderen. Op die dag wordt er stilgestaan bij al de kinderen die verdwenen zijn en hun families die elke dag moeten leven met zoveel vragen en een voortdurend gemis.  Naar aanleiding daarvan schreef ik deze tekst.   ‘Kijk, daar staat mijn naam.’ Ik was 6 jaar en kon al enkele woordjes lezen in drukletters, waaronder mijn naam. En nu stond hij daar, in grote letters tussen de aankondigingen aan de ingang van de supermarkt. Mijn broer kwam naast me staan. Hij was 8 en kon al goed lezen. ‘Ja, dat is inderdaad jouw naam,’ zei hij. Ik zag dat hij verder las en enkele moeilijk woorden hardop spelde. ‘Wat staat er?’ vroeg ik. ‘Het gaat over een meisje dat vermist is. Ze heet Elisabeth Brichet en ze is 12 jaar.’ Ik begreep het niet. ‘Vermist betekent kwijt,’ verduidelijkte mijn broer. Ik begreep het nog steeds niet. Hoe kon je nu een kind kwijt geraken? Sokken kon je kwijtraken. En speelgoed. Dat raakte ik voortdurend kwijt. Ik vergat het bij vriendjes of op de bank in de dierentuin. Mama kwam er ook bij staan. ‘Kijk, daar staat mijn naam,’ zei ik. ‘Ze zijn haar kwijt,’ vulde mijn broer aan. ‘Oei, ze is al meer dan een half jaar vermist,’ zei mijn mama. ‘Ik vrees dat ze haar niet meer gaan vinden.’ Daar had ze waarschijnlijk gelijk in. Als ik speelgoed niet direct terugvond, dan was ik het echt kwijt. Behalve mijn roze plastic parelketting met blinkend hartje. Die hebben we maanden later teruggevonden tussen de kussens van de zetel. ‘Nu heb je geluk hè?’ had mijn papa toen gezegd. Terwijl we de boodschappen in de fietstassen deden, bleef ik nadenken. Hoe kon je nu een kind kwijt geraken? Als mijn ouders me zouden vergeten op een bank in de dierentuin of als ik tussen de kussens van de zetel zou vallen, dan zou ik roepen. Enkele weken later waren we op vakantie in de Ardennen en gingen we naar de winkel. ‘Mogen we bij het speelgoed gaan kijken?’ vroegen we. Thuis mocht dat ook altijd. ‘Blijf maar bij ons,’ zei mama. ‘Stel dat iemand jullie meeneemt.’ ‘Maar dan roepen we wel.’ ‘Ze spreken hier geen Nederlands. Mensen gaan denken dat jullie gewoon twee zeurende kinderen zijn.’ Ik zag dat ook hier mijn naam in grote drukletters hing, met de foto van Elisabeth Brichet. Ik bleef kijken. Zo zag ze er dus uit. Was mama  bang om ons ook kwijt te geraken? Want, als ik haar zo hoorde, was Elisabeth niet vergeten op een bank in de dierentuin, maar had iemand haar meegenomen en ergens verstopt. Maar waarom zou je nu een kind meenemen?   Jaren later verdwenen Inge Bruegelmans en Katrien De Cuyper en werden ze dood teruggevonden. Ik luisterde naar het nieuws en begon langzaamaan te beseffen waarom mensen kinderen meenamen en wat er met hen gebeurde. Ik zag de papa van Nathalie Geijsbregts op televisie smeken voor het leven van zijn dochter. Hij keek recht in de camera en vroeg aan de ontvoerders of hij haar plaats mocht innemen. ‘Mijn leven voor dat van Nathalie.’ En toen verdwenen Julie en Melissa, Ann en Eefje, Sabine en Laetitiae. Op school praten we erover. Inmiddels was ik 14 en besefte ik ten volle wat er met meisjes kon gebeuren. Ontvoering en verkrachting werd meer dan abstract begrippen. Ze kwamen zelfs terug in mijn nachtmerries. Toen de meisjes werden teruggevonden, leerde ik nog twee woorden. Bureaucratie en machtsmisbruik. Want Julie en Melissa waren niet enkel door Dutroux ontvoerd. Door de scheiding van politie en rijkswacht en de reactie van Michele Martin waren ze versmacht tussen de kussens van de zetel. Mijn ouders, broer en ik trokken met witte ballonnen naar Brussel. 300 000 mensen hoopten dat ze de wereld konden veranderen en steun konden bieden aan verweesde ouders. Ik leerde hoe oorverdovend een stilte kon zijn als zoveel mensen tezamen smeken voor het leven van kinderen die tevergeefs hadden geroepen. In onze school hing een foto van Julie en Melissa met als onderschrijft: ‘Het echte kwaad in de wereld wordt niet bedreven door zij die het kwaad doen, maar door zij die toekijken en laten begaan.’ Ik ben nu volwassen en ik ben niet meer bang van elke witte bestelwagen, maar ik besef dat we het kwaad in de wereld niet kunnen stoppen en ben soms bang voor wat mijn neefjes, nichtjes of kinderen van vrienden zou kunnen overkomen. Ik moet vaak aan al die vermiste en ontvoerde kinderen denken die ik door de jaren heen op foto’s heb gezien. Zouden ze bang zijn geweest? Zouden ze weten hoe veel hun ouders van hen houden en hoe hard ze naar hen hebben gezocht? De vader van Nathalie Geijsbregts heeft ooit in een interview gezegd dat hij zich afvraagt of zijn dochter ‘over de regenboog is.’ Ik wens het haar toe. Dat ze daar vriendinnen is geworden met al die andere vermiste kinderen en dat ze de hele dag mogen spelen met al dat speelgoed dat ik ben kwijtgeraakt en dat ze zich verkleden als prinsessen met roze parelkettingen.

Abetje
0 0

In dewieg gelegd

1 mei - Dag van de Arbeid én de eerste dag van mijn kersverse werkloosheid. Hoe ironisch wil je het hebben? Op het eerste gezicht lijkt die eerste ‘werkloze’ dag niet zoveel te verschillen van alle andere dagen; je wordt nog altijd wakker op het uur dat je gewend was én je hoopt dat vol te houden want je wil je ondanks alles niet laten gaan. Dan maak je een ochtendwandeling ook al is het weer even druilerig als je gemoed, maar het helpt om je gedachten te ordenen. Je haalt wat boodschappen waarbij je met pijn in het hart je laatste maaltijdcheques uitgeeft; maar goed, nu bindt niks je nog aan je vorige werkgever. Dus terug thuis activeer je nog enkele jobsites. Aanklikken in welke regio, in welke sectoren en volgens welk statuut je wil werken; het heeft iets weg van bestellen bij de afhaalchinees. Nummertje 36 of 48? Voorlopig moet ik het doen met nummertje C4. Benieuwd of Deliveroo straks mijn droomjob aan huis zal leveren. Misschien wel... met al dat thuiswerk vandaag de dag. Maar je blijft je afvragen waar het is misgelopen. “Het is en blijft een speciale job, Traffic Controller,” de coaches hebben ons tijdens de opleiding regelmatig duidelijk gemaakt dat niet iedereen in de wieg gelegd is om de treinen op het Belgische spoorwegnet veilig en stipt te laten rijden. Ik dus ook niet, zo is gebleken. Al kan ik mezelf niks verwijten. Ik heb op mijn 53ste mijn carrière alsnog een héél nieuwe wending willen geven en dat was me zo veel waard dat ik daar mijn vaste job voor heb opgegeven. Dat dit niet gelukt is, is op zich geen schande, alleen zijn de gevolgen nu wel héél groot, want niet slagen voor het examen betekent ontslag. Dus ben ik nu een vijftigplusser die de ultieme sprong wou wagen naar een job met inhoud én werkzekerheid tot aan zijn pensioen. Alleen bleek de kloof tussen droom en werkelijkheid te breed waardoor ik in de afgrond der werkloosheid beland ben. Maar goed, ik lik mijn wonden, sta stilaan weer recht en ga verder op zoek naar die ene job waarvoor ik destijds in de wieg gelegd ben. Zou ik ze na 53 jaar alsnog vinden? Wordt vervolgd!

Paul Dewilde
8 0

Blanke Westerling, waar ben je bang voor?

“Kom, we gaan stenen naar de Italianen gooien!” Italianen waren een van de eerste migranten in het dorp waar ik toen woonde, op vraag van… de Belgen. Die opmerking is mijn eerste bewuste herinnering aan racisme, al had ik er toen geen woord voor. Spelend bij buurkinderen, die zich ook al eens vervelen, zagen we kinderen aan de overkant van de straat zich amuseren. Toen kwam dat keiharde voorstel van het kind waarbij mijn broertje en ik welkom waren.  Ik deed niet mee maar durfde ook niets zeggen.   Wie is die Westerling die niet genegeerd wil worden? Die continenten veroverde. Die hele volken onderwierp, zo niet nog erger,  in reservaten zette of uitmoordde. Die zelfs vanuit het zuiden van dat westen zijn voetvolk binnenhaalde om hen dan, na hun kapot gewerkte jaren vervolgens te ‘klasseren’? De Afrikaan die verkocht werd, de Indiaan die er oorspronkelijk geen was, de Aboriginal die in eigen land gevangen werd. Elke kolonisatie die de ‘wilden’ van de ‘beschaafden’ onderscheidde, waarbij die laatsten zich uitleefden alsof ze in een horrorfilm de hoofdrol speelden. Weg natuur, weg cultuur en daarmee weg authentieke rijkdom. Tal van voorbeelden doorheen mijn eigen moderne Westerse bestaan waarbij ik me stomverbaasd afvroeg wat een bruine huid, een hoofddoek of ietwat scheefstaande ogen nu te maken hadden met gevaar, met minderwaardigheid, met voorzichtigheid. Lees wat ik aanhoorde doorheen de jaren. Het was bijna altijd naar aanleiding van iets dat ik vroeg, las of hoorde : Niet bevriend willen blijven met iemand omdat die met een zwarte getrouwd is en er zelfs kinderen mee heeft.  Stel je voor! Zich niet aanpassen, geen Nederlands kennen terwijl er aanbod genoeg is. Kunnen ze zelf  dan niet eens informeren? De vluchtelingen voor natuurrampen uit gebieden waar onze rijke westerse manier van leven vaak verantwoordelijk voor is. Ja, en dan? Als ze hier willen wonen moeten ze zich aanpassen. De Syriër die wel kan zeggen dat hij moest vluchten voor zijn leven, maar is dat wel waar? Profiteur! De baby met de vreemde familienaam die ineens afgewezen wordt in de crèche! Geen plaats meer, sorry! Het ‘wij – zij’ verhaal al dan niet met voorbedachte rade. Denk maar niet dat een ‘zwarte’ de blanke niet zal mishandelen als hij de kans krijgt, zo naïef kan je niet zijn. En toch, toch zijn er Europeanen die nog luisteren. Toch zijn er blanken die zich nog oprecht inzetten ook al weten ze dat het niet goed te praten valt wat er kapot gemaakt is. Als ik mijn broers mag geloven was Old Shatterhand zo iemand. Als ik rondkijk in deze of andere organisatie voor vluchtelingen zie ik mensen met goede bedoelingen die een mens als mens behandelen, in welke taal mogelijk voor een goede communicatie. De tweede, derde en volgende generaties, die al echte landgenoten zijn, bewijzen zich dubbel zo hard om dan nog vaak buiten de boot te vallen. Ziet de nog nooit genegeerde blanke mens dan niet dat de mentaliteitsverandering best bij zichzelf begint? Dat één crimineel niet een heel volk vertegenwoordigt?   Die steen had die Italiaanse kinderen niet geraakt, maar mij wel, als een resterende blauwe plek waar soms op geduwd wordt en me dan doet afvragen: “Blijft die Westerling, die niet genegeerd wil worden, de bange blanke man die zijn eigen deur gesloten houdt?”

Anemos
41 1

Protectus cactus prospectus

De vrouw hield een glas onder de kraan en draaide hem open. De leidingen begonnen te kraken en te borrelen. Hoestend kwam er een guts water uit. Toen niets meer. Stilte. Het glas was half vol en dat was dat. Ze haalde haar hand van de kraan, hield het glas op ooghoogte en bestudeerde de inhoud ervan. Het water was bruingeel en er dwarrelden kleine stukjes in van iets onbestemds. Voorzichtig bracht ze het water in beweging, stak haar neus in het glas, sloot haar ogen en snoof diep. Even hield ze haar adem in, waarna ze het glas een eindje van haar gezicht hield en gelukzalig de ingeademde lucht weer liet ontsnappen. Die handeling herhaalde ze tot ze een drukkend gevoel kreeg in haar longen. Toen liep ze met het glas naar de eetkamer, zette het op tafel, ging op een stoel zitten en keek ernaar. Nee, de vrouw keek niet naar het glas. Ze staarde ernaar. Ze hield haar hoofd afwisselend schuin naar links en schuin naar rechts en af en toe ontsnapte haar een diepe zucht. Al die tijd hield ze haar ogen gefocust op het water in het glas. Minuten gingen voorbij. Plots stond ze met een ruk recht en beende met grote passen naar het raam aan de achterkant van het huis. De vrouw keek naar wat er overbleef van haar tuin. Hier en daar stak nog een dor stukje plant de lucht in. De klimop aan de zijmuur was bruin. Het gras was weg. De plantenbakken waren leeg. Aan de tomatenstokken hing hier en daar nog een stukje uitgedroogde nachtschade te bengelen. Daar viel niets meer te redden. Op de vloer aan haar voeten stond een cactus. De cactus was meer dan een meter hoog en verkeerde in uitstekende gezondheid. De vrouw draaide haar hoofd in de richting van de cactus en zuchtte. Langzaam draaide ze zich om en slenterde naar het bureau. Daar schreef ze op een briefje: “Sorry”. Ze liep terug naar de cactus en prikte het briefje op een van zijn stekels. Daarna ging ze opnieuw aan tafel zitten, nam het glas water in haar hand en zette het aan haar lippen. Ze sloot haar ogen, liet haar schouders zakken en ademde uit. Even bleef ze in die houding bewegingloos zitten. Toen zette ze het glas voorzichtig weer neer en liep weer naar het bureau. Opnieuw schreef ze een briefje: “Liefste cactus, je was fijn gezelschap. Ik heb je altijd graag gezien. Echt. Vergeef me.” De scène herhaalde zich. De vrouw verving het eerste briefje aan de stekel van de cactus door het tweede, ging aan de tafel zitten en zette het glas aan haar lippen. Zodra het water haar lippen raakte liet ze het glas opnieuw zakken. Een traan liep langzaam over haar wang naar beneden. Ze stond recht, liep naar de cactus, goot het water in de pot, nam haar rugzak en liep langs de voordeur naar buiten.

Lisalina
0 0

De slaap der rechtvaardigen

Onlangs vulde ik een vragenlijst in die mijn gewoonten in kaart moest brengen. Op een avond installeerde ik me daarvoor in de zetel: kussentje in de rug, dekentje, en chips, olijven en een glas rode porto binnen handbereik. Halverwege de lijst was mijn glas leeg, dus ik stond recht om een pizza in de oven te schuiven. Smakelijk likte ik de vingers van mijn linkerhand af, klopte de chipskruimels van mijn buik en dumpte de olijven die naast mijn mond beland waren terug in het potje. Ik zette een thermos thee en voerde een doos koekjes aan, zodat ik niet nog een keer moest opstaan na de pizza. Preventief ging ik al een keer naar de wc en ik poetste ook alvast mijn tanden. Zo kon ik onmiddellijk naar bed als de koekjes op waren. Ik werkte de pizza naar binnen en worstelde me verder door de lijst. Dat was een hele krachttoer. Ik ben het niet gewoon om kruisjes te zetten. Bovendien kijk ik liever op Facebook als ik onder een dekentje in de zetel lig. Alsof die hele lijst nog niet genoeg van me gevergd had, luidde de laatste vraag: ‘Doet u regelmatig aan sport?’ Er waren twee opties: ‘Ja’ en ‘Neen’. Automatisch bewoog ik de balpen naar het vakje voor ‘Ja’, en ik kon maar net voorkomen dat ik daar daadwerkelijk een kruisje zette. Ik twijfelde. De balpen waarmee ik zonder aarzelen alle andere kruisjes had gezet, zweefde boven het papier. “Ik ben toch sportief,” dacht ik, en ik probeerde me te herinneren waneer ik de laatste keer gesport had. Stilaan drong het tot me door. Ik doe helemaal niet regelmatig aan sport. Sterker nog, ik doe eigenlijk helemaal niet aan sport. Wie was ik eigenlijk geworden? Maar wacht eens even. Sporten, dat is eigenlijk echt niet milieuvriendelijk, toch? Om te beginnen ga je overmatig ademen. Het is ronduit verwaand te menen dat je het recht hebt om overmatig te ademen en zo het broeikaseffect in de hand te werken. Ondanks dat overmatig ademen, warm je toch op, met alle gevolgen van dien. Vervolgens ga je zweten, dus de kleren die je aan hebt om te sporten, moeten in de was, en na het sporten moet je douchen, want je stinkt. Pure verspilling van water. Waarschijnlijk gebruik je nog zeep ook om je lijf en je kleren te wassen. Het ergste is dat je tijdens dat sporten extra veel energie verbruikt, en we weten allemaal dat we zuinig moeten zijn met energie. Op de koop toe gaat de energie die je opwekt integraal verloren. Je drijft er niks mee aan: geen klas die wordt opgewarmd, geen veld dat wordt omgeploegd, geen trein die gaat rijden. Hoe kan het eigenlijk dat sporten überhaupt nog niet verboden is? Trots vinkte ik ‘Neen’ aan en tot mijn tevredenheid stelde ik vast dat er verder geen bijvragen waren. Had ik echter ‘Ja’ aangekruist, dan had ik nog uitleg moeten geven ook.

Lisalina
0 0

VUB is gecanceld.

Dalilla Hermans is gecanceld. Fleur Pierets is gecanceld. Naomie Pieter is gecanceld. Sabrine Ingabire is gecanceld. Rachael Moore is gecanceld. Yassine Boubout is gecanceld. Madonna is gecanceld. ABBA is gecanceld. J.K. Rowling is gecanceld. Jacques Tati is gecanceld. Lucky Luke is gecanceld. Martha Nussbaum is gecanceld. Nietzsche is gecanceld. Kant is gecanceld. Assita Kanko is gecanceld. Martin Luther King is gecanceld. Eva Rovers is gecanceld. Mia Doornaert is gecanceld. Joe Harris is gecanceld. Ernest Hemingway is gecanceld. Jean Fouquet is gecanceld. De Standaard is gecanceld. Knack is gecanceld. De Morgen is gecanceld. Zizo Magazine is gecanceld. Dante's Inferno is gecanceld. Little Britain is gecanceld. Are you being served is gecanceld. Instagram is gecanceld. Facebook is gecanceld. De opiniepagina is gecanceld. De lezersbrief is gecanceld. De VUB is gecanceld. De VUB sterft. De VUB is dood. Onze universiteiten conformeren. Brussel is gecanceld (just kidding). Solidariteit is gecanceld. Universalisme is gecanceld. Elegantie is gecanceld. Sensualiteit is gecanceld. Seksualiteit is gecanceld. Galanterie is gecanceld. Een vleugje parfum is gecanceld. De man is gecanceld. De vrouw is gecanceld. Links is gecanceld. Centrum links is gecanceld. Vrije meningsuiting is gecanceld. Ik ben gecanceld. Taal is gecanceld. Een compliment is een agressie. Een blik is een agressie. Een lief woord is een agressie. Een tekst van lang vervlogen tijden is een agressie. Een deur openhouden is een agressie. Een glas betalen is een agressie. Een aanspreking is een agressie. Muntpunt is gecanceld. De Krook is gecanceld. Cultuur is gecanceld. Literatuur is gecanceld. Vlaamse literatuur is gecanceld. Carnaval is gecanceld. Cabaret is gecanceld. Black Lives Matter heeft zelfmoord gepleegd. La Boum en L'Abîme plegen zelfmoord. Lockdownfeestjes zijn collectieve zelfmoorden. Kunstcollectieven zijn progressieve sektes van zelfvoldoening en egoïsme. Consumeren is een uitlaatklep. Consumeren is leven. Eindelijk weer leven! Eindelijk op adem komen! Eindelijk het opgespaarde geld opnieuw uitgeven! Zeuren is de nieuwe universele taal. Klaag- en zaagcultuur ten top. De les spellen is het nieuwe opvoeden. Ik zeg wat jij moet zeggen, ik zeg wat jij moet denken, ik zeg wat jij moet lezen. Bij alles en iedereen komt een gebruiksaanwijzing. Googel het maar! Klik en leer. Waarom checken en dubbelchecken, het staat er toch? Wit is een kleur. Blank is een huidskleur. Wanneer een blanke man of vrouw of (zelf in te vullen) wit is, is de dood al langsgekomen. Soms ook in andere tinten zoals vaalgeel. Als een perkament. Wit van schrik. Wit van angst. Gemengde kleuren zijn verdacht. Woke verdacht. Kleur bekennen. Kleur als identiteit. Kleur als fataliteit. Ja, het zal wel zijn. Maar zo bestrijden we racisme niet. Kunst is geen kunst meer. Kunst is beleven. Kunst is Disney. Handjes in de lucht. Joelen. Juichen. Queerness is verkracht en verrot door het neoliberalisme dat kunsten gepenetreerd heeft. Ook de muziek is gestorven. We zijn de harmonieën kwijt. We zijn de melodieën kwijt. We zijn de arrangementen kwijt. We zijn de ooh's en de aah's kwijt. Tchingelinge ling, tchingelinge lang... weg. We zijn de fun kwijt. We zijn het leven leven kwijt. Het leven kleurt niet meer. Het leven is eentonig, het leven is saai. Het leven is zonder inhoud. We zijn fluïde, we zijn neutraal. Het leven is verbonden aan de oplader van de smartphone. Het leven is een lange klaagzang geworden. Instant generatie. Instant camera. Instantkoffie. Instant leven. Een druk op de knop "ik wil het nu". Verwondering: kwijt. Berusting: kwijt. Het toeval: kwijt. Moeite doen: kwijt. Kritisch zijn: kwijt. Iets onderzoeken: kwijt. We zijn het geduld kwijt. Privileges: nooit gehad. Zeg maar eens aan een gezin dat het einde van de maand financieel niet haalt dat ze in hun wit zijn geprivilegieerd zijn. Zeg het hen. Het leven is geconsumeerd. Gedisneyficeerd. Het leven is saai en vervelend wanneer het schermpje niet meer wil. Het leven is een schermpje. En als je dat schermpje niet genoeg voedt, gaat de stekker uit het leven. Een boek lezen, iemand aanspreken, op café gaan, eens naar buiten kijken, geduldig wachten in de rij aan de kassa en naar de mensen kijken. Allemaal gecanceld. Alt Right groeit. Marine Le Pen groeit. Vlaams Belang groeit. NV-A groeit. Populisme groeit. Religie groeit. Lawaai groeit. Polarisatie groeit. Ik groeit. Iedereen heeft wel een mening. Iedereen heeft wel een opinie. Iedereen heeft wel een opmerking. Iedereen gaat het wel eens zeggen. “Ik weet niet of... maar...”, “Misschien dat ...” en “Ik ken het niet maar ...”. Ik doe iets. Ik zeg iets. Ik denk niet na. Ik word op de vingers getikt. Ik moet verantwoording afleggen want ik weet niet beter. Ik excuseer me. Ik excuseer me voor mijn daden. Ik excuseer me voor mijn woorden. Ik excuseer me voor mijn huidskleur. Ik excuseer me voor mijn comfortzone. Ik excuseer me voor mezelf. Ik excuseer me voor al wat ik ooit heb durven denken. Mijn kop op tv. Mijn mea culpa in de media. Ik ben woke woke woke! Driemaal woke! Woke woke hoera!! Kneut kneut kneut. Op sociale media zeggen we dingen over de ander. Maar we zeggen het eigenlijk om onszelf in de kijker te zetten. “Zie eens hoe mooi IK over jou spreek. Like me en klik op mij!” Het gaat niet om jouw verdriet, het gaat erover hoe IK over jouw verdriet spreek, over hoe IK empathie toon. Like me, click me. Jouw verdriet doet er hier niet toe. Het is privé, neem het niet al te persoonlijk op. Wees neutraal in je fluïditeit. Click on me click on ME! We doen het niet meer in het algemeen belang. We doen het in het eigen belang. We doen het in MIJN belang. Hoe meer followers hoe meer deugd en vreugd. Zijn mijn vingers ook genderneutraal? Zijn mijn bewegingen, mijn losse handjes, mijn korte stapjes, mijn gebogen hoofd, mijn boertigheid soms, mijn lompheid soms, genderneutraal? Is mijn bloed genderneutraal, mijn botten en beenderen, mijn nagels en mijn snot, mijn darmen en mijn ingewanden genderneutraal? Kan mijn kut mannelijk zijn en kan mijn lul vrouwelijk zijn? Wat is de code? Waar is de gebruiksaanwijzing? Zeg me hoe ik kan ophouden mezelf te zijn en te zijn zoals jij wil dat ik moet zijn. Wat moet ik doen? Wat bedoel je met “gewoon jezelf zijn” wanneer je zegt hoe ik moet zijn? Vertel het me. Vertel het me. Zeg het me. Desnoods schrijf het me. Schrijven is helen en we moeten allemaal helen. Heel me. Verveel me. Vervel me. Label me. Like me or swipe me. Je mag niet meer labelen maar je moet neutraal en fluïde labelen. Woke woke hoera! Maar ik ga slapen, niet in jouw wereld waarin ik niet welkom WIL zijn. Het is een saaie wereld, jouw wereld. Er staat niets, er gebeurt niets, er is geen revolutie. Jouw wereld waar alles en iedereen neutraal, fluïde, zonder, a- en -loos is. Waar alles negativiteit uitstraalt. Waar het stinkt van zelfvoldoening, waar een vleugje parfum op de huid van mijn nek jou in genderkrampen doet steigeren. Waar schoonheid en elegantie ver te zoeken is. Waar dogma en stigma heersen. Waar geen grote verhalen geschreven worden, waar de acteurs zich in zelfbeklag rollen en het IK ten koste van het WIJ opereert. Waar geen lucht is om te ademen, waar sterren in de ogen niet meer bestaan, waar jij doet alsof je alles hebt uitgevonden terwijl je de wereld niet eens kan bewonderen. Ik wil weg van jouw wereld waar ik mezelf MOET zijn. Maar ik wil mezelf niet zijn. Mijn jezelf zijn is hoe Jij wil dat ik ben. Jouw wereld vol schermpjes en waar niemand met elkaar meer spreekt. Iedereen chat, twittert, swipet, mailt en googelt. Spreken, een praatje doen, iets zeggen... het ligt achter de gesloten deuren van bruine kroegen waar jij niet durft komen. Want je kan niet meer spreken. Je hebt niets te zeggen. Je weet niet meer wat spreken, zeggen, praten, laat staan voelen is. Kneuten wel, dat kan je goed. Je wil de hemelpoort zijn maar je bent de weg naar de hel. Blijf van mij weg. Kleef niet aan mijn huid. Vraag me niet waarom iets is. Zoek het op. Be a woke! Maar blijf de fuck off van mijn lijf. Talk to hand, lalalalala. Ik heb een kaasstolp over mij. Ik zie je - wat al afschuwelijk lelijk is, het voelt aan als een agressie op mijn netvliezen, jouw kleding als wapperende derdehands gordijnen, jouw vale kleuren, jouw gescheurde stinkende sneakers en jouw oversized jassen die je lijkt te verwarren met badjassen, jouw jogging/legging/trekking outfits die je van ’s morgens tot ’s avonds draagt en waarmee je ook gaat slapen verdienen de award voor worst dressingroom ever in history - maar ik hoor je niet. Blablablablabla. Jouw fast fashion doodt de planeet. Ik wil niet leven met jouw gebruiksaanwijzing. Ik hoef jouw instructies voor een beter leven niet. Als ik jou niet mag, omdat je me niet inspireert, omdat je me niet verwondert, omdat je me verveelt, dan ben ik in jouw woorden een racist, een homofoob, een misogyn, dan ben ik niet woke. En zo is het, ja, ik ben niet woke.

Erwin Abbeloos
6 1

Racisme in de zorg.

Volgens Afromedica – een vereniging medische studenten van verschillende onderwijsinstellingen - vertrekt de gezondheidszorg te veel van wit perspectief omdat in onze gezondheidssector geen gegevens op basis van afkomst worden verzameld (DS 13 april 2021). Voor dat laatste is een reden. In het voorstellen van de vzw valt het woord ‘racisme’ al vrij snel maar racisme heeft hier niets mee te maken, zoals de voorzitter Bella Manirambona beweert. Ook over verhalen over discriminatie in de zorg blijven we op onze honger. Het is een staaltje pure identiteitspolitiek die de strijd tegen racisme verlamt, ons gezondheidssysteem besmeurt, mensen in gevaar brengt en discriminatie bewierookt. Nochtans, indien de vereniging én de universiteit hun huiswerk hadden gemaakt en lessen hadden weten te trekken uit de strijd tegen aids en hoe aids-activisten het hele Europese gezondheidssysteem sinds de jaren ’80 hebben weten te transformeren, zouden zij weten dat onze Belgische dokters – en bij uitbreiding ons gezondheidssysteem - niet blind zijn voor mensen met een welke huidskleur dan ook. Door het debat naar racisme toe te trekken en er een identiteitskwestie van te maken, schofferen de vzw en de universiteit al het werk dat activisten toen in gang gezet hebben en smoren zij elk zinvol debat rond hervormingen in de gezondheidszorg in de kiem. Zeggen dat ons gezondheidssysteem racistisch is, terwijl de voorzitter zelf geniet van dit systeem, verdient een korte verduidelijking en analyse om aan te tonen dat racisme hier totaal van de pot gerukt en historisch onjuist is. Ons gezondheidssysteem is holistisch, multidisciplinair en universeel. De voorzitter maakt meer heisa rond de representatie van mensen van kleur en zij doet dat vanuit haar geprivilegieerde situatie, eerder dan dat ze lessen leert uit het aidsactivisme in België en in Europa dat rechten toekent aan alle patiënten in ons universeel gezondheidssysteem. Volgens haar zijn er in haar lessen amper afbeeldingen van zwarte patiënten te zien met een huidaandoening. Nochtans worden de verschillende huidtypes in alle vormen en kleuren in deze lessen besproken. Het lijkt me interessanter onze aandacht meer te spitsen op de inhoud, niet op de vorm, nog minder op racisme of identiteit. De Franse socioloog Didier Fassin (In: L’indicible et l’impensé. La “question immigrée” dans les politiques du sida. Sciences sociales et santé – 1999) wijst op het gevaar bij hen die geen verschillen tussen verschillende groepen in analyses en statistieken maken en bij anderen die zich beroepen op het belang van de cultuur en de identiteit. Beide analyses omschrijft Hannah Arendt als politiek geweld: beide systemen streven naar politieke en economische macht. Om methodologische redenen worden mensen van andere afkomst in ons gezondheidssysteem niet gespecifieerd en de vraag is alleen maar welke woordenschat je gebruikt om mensen of groepen mensen te benoemen. Iemand van andere afkomst is gebonden aan een nationaliteit, een immigrant verwijst naar de plaats van herkomst, wat ook de nationaliteit van de persoon moge zijn. Maar mensen van kleur die geboren zijn in Westerse landen worden niet apart in statistieken opgenomen. Moeten we een apart systeem voorzien? Wat motiveert deze vraag? Fassin verwoordt hiermee de kern van het debat: langs de ene kant heb je een debat dat berust op statistieken en niet op emoties of geruchten (van discriminatie of racisme bijvoorbeeld); langs de andere kant moeten mensen van andere afkomst – dus niet in een Westers land geboren – zichtbaar zijn en worden ook zo de sociale leefomstandigheden en hun recht op gezondheidszorg bloot gelegd. Als derde punt wil de identiteitspolitiek ook mensen van kleur die hier geboren zijn in een apart, zeg maar meer zichtbare analyse en statistiek steken. Met andere woorden, wat primeert in ons gezondheidssysteem: nationaliteit, afkomst of identiteit? En hoe motiveer je dat? In identiteitspolitiek gaat het veelal om mensen van Afrikaanse origine. Deze bevolking opsluiten in een cultuurgebonden interpretatie van een ziekte, komt neer op hun recht op een universele aanpak van hun gezondheid te negeren en hen zo uit te sluiten van waarden, representaties en praktijken van de Westerse geneeskunde (Fassin in: “Sida, immigration et inégalité, 2002). Want over wie of voor wie spreekt de vereniging? Over geprivilegieerde mensen van kleur die op de universiteit zitten, of gaat het over alle mensen van kleur, ook diegenen die gemengd zijn? Een ander gevolg van de voorgestelde cultuurgebonden interpretatie is dat dat systeem een homogeniteit veronderstelt over wat Afrikaans is, of het nu gaat over geloof, gedrag of hoe men naar de realiteit kijkt. De woke-hysterie heeft hier geen plaats en het valt te betreuren dat Afromedica, en bij uitbreiding ook onze universiteiten, onder het misleidende en discriminerende mom van dekolonisatie, de essentie van de strijd tegen racisme uitholt, ons gezondheidssysteem onderschat en niet onderschrijft en de burgers in hokjes opsluit ten koste van hun eigen gezondheid.  

Erwin Abbeloos
40 0

Dalilla Hermans is gecanceld.

Fleur Pierets is gecanceld. Naomie Pieter is gecanceld. Sabrine Ingabire is gecanceld. Rachael Moore is gecanceld. Yassine Boubout is gecanceld. Madonna is gecanceld. ABBA is gecanceld. J.K. Rowling is gecanceld. Jacques Tati is gecanceld. Lucky Luke is gecanceld. Martha Nussbaum is gecanceld. Nietzsche is gecanceld. Kant is gecanceld. Assita Kanko is gecanceld. Martin Luther King is gecanceld. Eva Rovers is gecanceld. Mia Doornaert is gecanceld. Joe Harris is gecanceld. Ernest Hemingway is gecanceld. Jean Fouquet is gecanceld. De Standaard is gecanceld. Knack is gecanceld. De Morgen is gecanceld. Zizo Magazine is gecanceld. Dante's Inferno is gecanceld. Little Britain is gecanceld. Are you being served is gecanceld. Instagram is gecanceld. Facebook is gecanceld. De opiniepagina is gecanceld. De lezersbrief is gecanceld. De VUB is gecanceld. De VUB sterft. De VUB is dood. Onze universiteiten conformeren. Brussel is gecanceld (just kidding). Solidariteit is gecanceld. Universalisme is gecanceld. Elegantie is gecanceld. Sensualiteit is gecanceld. Seksualiteit is gecanceld. Galanterie is gecanceld. Een vleugje parfum is gecanceld. De man is gecanceld. De vrouw is gecanceld. Links is gecanceld. Centrum links is gecanceld. Vrije meningsuiting is gecanceld. Ik ben gecanceld. Taal is gecanceld. Een compliment is een agressie. Een blik is een agressie. Een lief woord is een agressie. Een tekst van lang vervlogen tijden is een agressie. Een deur openhouden is een agressie. Een glas betalen is een agressie. Een aanspreking is een agressie. Muntpunt is gecanceld. De Krook is gecanceld. Cultuur is gecanceld. Literatuur is gecanceld. Vlaamse literatuur is gecanceld. Carnaval is gecanceld. Cabaret is gecanceld. Black Lives Matter heeft zelfmoord gepleegd. La Boum en L'Abîme plegen zelfmoord. Lockdownfeestjes zijn collectieve zelfmoorden. Kunstcollectieven zijn progressieve sektes van zelfvoldoening en egoïsme. Consumeren is een uitlaatklep. Consumeren is leven. Eindelijk weer leven! Eindelijk op adem komen! Eindelijk het opgespaarde geld opnieuw uitgeven! Zeuren is de nieuwe universele taal. Klaag- en zaagcultuur ten top. De les spellen is het nieuwe opvoeden. Ik zeg wat jij moet zeggen, ik zeg wat jij moet denken, ik zeg wat jij moet lezen. Bij alles en iedereen komt een gebruiksaanwijzing. Googel het maar! Klik en leer. Waarom checken en dubbelchecken, het staat er toch? Wit is een kleur. Blank is een huidskleur. Wanneer een blanke man of vrouw of (zelf in te vullen) wit is, is de dood al langsgekomen. Soms ook in andere tinten zoals vaalgeel. Als een perkament. Wit van schrik. Wit van angst. Gemengde kleuren zijn verdacht. Woke verdacht. Kleur bekennen. Kleur als identiteit. Kleur als fataliteit. Ja, het zal wel zijn. Maar zo bestrijden we racisme niet. Kunst is geen kunst meer. Kunst is beleven. Kunst is Disney. Handjes in de lucht. Joelen. Juichen. Queerness is verkracht en verrot door het neoliberalisme dat kunsten gepenetreerd heeft. Ook de muziek is gestorven. We zijn de harmonieën kwijt. We zijn de melodieën kwijt. We zijn de arrangementen kwijt. We zijn de ooh's en de aah's kwijt. Tchingelinge ling, tchingelinge lang... weg. We zijn de fun kwijt. We zijn het leven leven kwijt. Het leven kleurt niet meer. Het leven is eentonig, het leven is saai. Het leven is zonder inhoud. We zijn fluïde, we zijn neutraal. Het leven is verbonden aan de oplader van de smartphone. Het leven is een lange klaagzang geworden. Instant generatie. Instant camera. Instantkoffie. Instant leven. Een druk op de knop "ik wil het nu". Verwondering: kwijt. Berusting: kwijt. Het toeval: kwijt. Moeite doen: kwijt. Kritisch zijn: kwijt. Iets onderzoeken: kwijt. We zijn het geduld kwijt. Privileges: nooit gehad. Zeg maar eens aan een gezin dat het einde van de maand financieel niet haalt dat ze in hun wit zijn geprivilegieerd zijn. Zeg het hen. Het leven is geconsumeerd. Gedisneyficeerd. Het leven is saai en vervelend wanneer het schermpje niet meer wil. Het leven is een schermpje. En als je dat schermpje niet genoeg voedt, gaat de stekker uit het leven. Een boek lezen, iemand aanspreken, op café gaan, eens naar buiten kijken, geduldig wachten in de rij aan de kassa en naar de mensen kijken. Allemaal gecanceld. Alt Right groeit. Marine Le Pen groeit. Vlaams Belang groeit. NV-A groeit. Populisme groeit. Religie groeit. Lawaai groeit. Polarisatie groeit. Ik groeit. Iedereen heeft wel een mening. Iedereen heeft wel een opinie. Iedereen heeft wel een opmerking. Iedereen gaat het wel eens zeggen. “Ik weet niet of... maar...”, “Misschien dat ...” en “Ik ken het niet maar ...”. Ik doe iets. Ik zeg iets. Ik denk niet na. Ik word op de vingers getikt. Ik moet verantwoording afleggen want ik weet niet beter. Ik excuseer me. Ik excuseer me voor mijn daden. Ik excuseer me voor mijn woorden. Ik excuseer me voor mijn huidskleur. Ik excuseer me voor mijn comfortzone. Ik excuseer me voor mezelf. Ik excuseer me voor al wat ik ooit heb durven denken. Mijn kop op tv. Mijn mea culpa in de media. Ik ben woke woke woke! Driemaal woke! Woke woke hoera!! Kneut kneut kneut. Op sociale media zeggen we dingen over de ander. Maar we zeggen het eigenlijk om onszelf in de kijker te zetten. “Zie eens hoe mooi IK over jou spreek. Like me en klik op mij!” Het gaat niet om jouw verdriet, het gaat erover hoe IK over jouw verdriet spreek, over hoe IK empathie toon. Like me, click me. Jouw verdriet doet er hier niet toe. Het is privé, neem het niet al te persoonlijk op. Wees neutraal in je fluïditeit. Click on me click on ME! We doen het niet meer in het algemeen belang. We doen het in het eigen belang. We doen het in MIJN belang. Hoe meer followers hoe meer deugd en vreugd. Zijn mijn vingers ook genderneutraal? Zijn mijn bewegingen, mijn losse handjes, mijn korte stapjes, mijn gebogen hoofd, mijn boertigheid soms, mijn lompheid soms, genderneutraal? Is mijn bloed genderneutraal, mijn botten en beenderen, mijn nagels en mijn snot, mijn darmen en mijn ingewanden genderneutraal? Kan mijn kut mannelijk zijn en kan mijn lul vrouwelijk zijn? Wat is de code? Waar is de gebruiksaanwijzing? Zeg me hoe ik kan ophouden mezelf te zijn en te zijn zoals jij wil dat ik moet zijn. Wat moet ik doen? Wat bedoel je met “gewoon jezelf zijn” wanneer je zegt hoe ik moet zijn? Vertel het me. Vertel het me. Zeg het me. Desnoods schrijf het me. Schrijven is helen en we moeten allemaal helen. Heel me. Verveel me. Vervel me. Label me. Like me or swipe me. Je mag niet meer labelen maar je moet neutraal en fluïde labelen. Woke woke hoera! Maar ik ga slapen, niet in jouw wereld waarin ik niet welkom WIL zijn. Het is een saaie wereld, jouw wereld. Er staat niets, er gebeurt niets, er is geen revolutie. Jouw wereld waar alles en iedereen neutraal, fluïde, zonder, a- en -loos is. Waar alles negativiteit uitstraalt. Waar het stinkt van zelfvoldoening, waar een vleugje parfum op de huid van mijn nek jou in genderkrampen doet steigeren. Waar schoonheid en elegantie ver te zoeken is. Waar dogma en stigma heersen. Waar geen grote verhalen geschreven worden, waar de acteurs zich in zelfbeklag rollen en het IK ten koste van het WIJ opereert. Waar geen lucht is om te ademen, waar sterren in de ogen niet meer bestaan, waar jij doet alsof je alles hebt uitgevonden terwijl je de wereld niet eens kan bewonderen. Ik wil weg van jouw wereld waar ik mezelf MOET zijn. Maar ik wil mezelf niet zijn. Mijn jezelf zijn is hoe Jij wil dat ik ben. Jouw wereld vol schermpjes en waar niemand met elkaar meer spreekt. Iedereen chat, twittert, swipet, mailt en googelt. Spreken, een praatje doen, iets zeggen... het ligt achter de gesloten deuren van bruine kroegen waar jij niet durft komen. Want je kan niet meer spreken. Je hebt niets te zeggen. Je weet niet meer wat spreken, zeggen, praten, laat staan voelen is. Kneuten wel, dat kan je goed. Je wil de hemelpoort zijn maar je bent de weg naar de hel. Blijf van mij weg. Kleef niet aan mijn huid. Vraag me niet waarom iets is. Zoek het op. Be a woke! Maar blijf de fuck off van mijn lijf. Talk to hand, lalalalala. Ik heb een kaasstolp over mij. Ik zie je - wat al afschuwelijk lelijk is, het voelt aan als een agressie op mijn netvliezen, jouw kleding als wapperende derdehands gordijnen, jouw vale kleuren, jouw gescheurde stinkende sneakers en jouw oversized jassen die je lijkt te verwarren met badjassen, jouw jogging/legging/trekking outfits die je van ’s morgens tot ’s avonds draagt en waarmee je ook gaat slapen verdienen de award voor worst dressingroom ever in history - maar ik hoor je niet. Blablablablabla. Jouw fast fashion doodt de planeet. Ik wil niet leven met jouw gebruiksaanwijzing. Ik hoef jouw instructies voor een beter leven niet. Als ik jou niet mag, omdat je me niet inspireert, omdat je me niet verwondert, omdat je me verveelt, dan ben ik in jouw woorden een racist, een homofoob, een misogyn, dan ben ik niet woke. En zo is het, ja, ik ben niet woke.

Erwin Abbeloos
30 0

Fit en fiet

Als je zoals wij, of tenminste zoals ik, wat ouder wordt, mag je bepaalde zaken aan je laten voorbijgaan. Zo moet je dan geen gekke dingen meer doen. Dingen waarvan de mensen denken: “Wat staat hij daar te doen?” Het overkwam me toen we met onze neefjes bij de fit-o-meter halt hielden. Maar laat me eerst iets over het woord fit-o-meter zeggen. Ik ben geen streepjesfan en zeker niet als een woord er twee heeft. En wat staat die ‘o’ daar in het midden te doen? Wie heeft dat woord uitgevonden? Wat is er mis met een trimbaan? Het wordt veelal uitgesproken als 'fietometer', terwijl het een 'fittometer' is. Dat is wellicht de reden dat die 'o' er tussen twee streepjes staat, zodat we het correct uitspreken, maar het tegendeel gebeurt. "Het gaat erover om fit te blijven, niet om fiet te worden”, legde ik als een schoolmeester uit. Wellicht heeft er iemand begin jaren '70, toen elke gemeente een trimbaan wilde aanleggen, op het kabinet van sport in Brussel voorgesteld om een nieuw woord te verzinnen. Want 'trimmen', dat zeggen we hier toch niet. Nu zitten we ermee, met die 'fietometer'. Maar terug naar de gekke dingen die ik niet moest doen. Onze twee neefjes daagden me uit om met hen aan de toestellen enkele oefeningen te doen. De evenwichtsbalk ging vlot, maar de sit-ups, het pompen en het bokspringen had ik moeten laten passeren. Ik had al voorbijkomende fietsers mijn richting zien uitkijken. "Zie hem daar," leken ze te zeggen. Toen ik me op het einde van het parcours wat afzonderde, wist de jongste van onze twee neefjes, die op jonge leeftijd al een alleraardigst gevoel voor humor heeft, deze nu al legendarische zin uit te spreken: "Nou Ruud, je ziet er precies toch niet meer zo fiet uit."  

Rudi Lavreysen
26 2

De dag dat de tijd voor altijd zou stoppen in Oostwinkel

“Wat herinner jij je nog van je middelbare schooltijd?”, vraagt ze me terwijl ik haar gebaar dat haar thee nog te heet was om te drinken.  “Ik herinner me het als een tijd die nooit leek te eindigen”, zeg ik na lang aarzelen.  “Ik ging vaak hardlopen, kilometers aan een stuk langs de vaart. Begroef mezelf in dikke boeken aangezien die makkelijker te begrijpen waren dan mijn leeftijdsgenoten. Ik haalde mooie cijfers en hield ervan om met mijn beste vriendin onze microkosmos te observeren.” “Sommige mensen zeggen dat dit hun beste tijd was”, mompelt ze terwijl ze een kussen herschikt. “De jouwe lijkt ook wel heel idyllisch”, voegt ze eraan toe. “Wel ik weet het zo niet”, zeg ik snel. “Het was een vrij monotone wereldvreemde tijd voor me. Frivool, maar ook angstaanjagend”. Ze kijkt me met pretlichtjes aan, vol  verwachting. Uiteraard dient het angstaanjagende besproken te worden. Tienerdrama op een vrijdagavond, het werkt op de lachspieren. Ik duik even in de tijd. De staalblauwe hemel. Iets met luchtballonnen. Hoe ik toen dagelijks een jeans en een sweater droeg zodat ik niet opviel tussen de rest. Eenheidsworst was mijn plat préféré terwijl ik toen al besefte dat ik vegetariër ben en zal blijven. De tijd zou gaan stilstaan onder het blauw. Mijn tienerhart zou daar, in een dorp dat maar één straat had, platgereden worden door een grote truck. Een truck zoals deze van de maffiaboerenfamilie die het dorp terroriseerde. De zoon reed vaak in zo’n monster met een rotvaart door de dorpskern. De kasseien en huizen daverden als hij passeerde. De dorpelingen zuchtten dat hij nog de dood zou vinden. En dat deed hij, vele jaren later. Sindsdien vechten de kasseistenen niet meer. Maar goed, het was niet deze boerenjongen, maar de jongen uit mijn klas die het object vormde van mijn tienerhart. Ik vond hem intelligent en zacht van hart. Mijn dromerige en met vlagen asociale persoonlijkheid merkte hem op. De tranen die hij huilde toen hij dacht het niet te trekken in die zware wiskundeklas. Ik begreep toen al dat fijne mensen zichzelf tot in het belachelijke in twijfel durven trekken. In de L.O-les liepen we in hetzelfde ritme. Ik deed niet mee aan de valentijnsactie op school. Die leek er enkel op gericht te zijn analfabeten met amourezue intenties te kijk te zetten. En zo besloot ik mijn verliefde gevoelens te gaan opbiechten in het hol van pluto. Ik stond klaar op mijn fiets te springen toen de doodsangst het van me over nam. Ik zou er afgewezen worden. Mijn hart als een pompelmoes platgereden door een pickdorser. En de hele school zou het weten. Wat een onoverkomelijke schandalige daad! Een ander graag zien, getver. “Ik ben dus uiteraard nooit vertrokken”, lachte ik. Ze proestte het uit en morste thee op de zetel. Ik heb sindsdien talloze risico’s genomen. Sprong. Belandde op mijn pootjes, belandde op mijn gezicht. Reisde rond, beleefde koortsachtige nachten met deadlines, gierde het uit in de armen van vriendinnen. Nam afscheid en dronk pompelmoessap. En Oostwinkel bleef Oostwinkel.

svm
22 1

Over berg en dal

Vorige dinsdag zijn we gaan wandelen. Niet zomaar wat kuieren, nee, echt wandelen, met wandelschoenen aan en een rugzak mee. Urenlang liepen mijn man en ik van het ene beekdal in het land van Herve naar het andere. We stapten over bospaadjes en geasfalteerde wegen, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We doorkruisten weiden met klaphekjes en kwamen stevige klimmetjes tegen. Ondertussen genoten we van de vele vergezichten.     De heuvelachtige streek waar ik woon, kan me nog niet zo heel lang bekoren. Geboren en getogen in de Limburgse Kempen bemin ik nog altijd de droge, zwarte grond, de geur van de naaldbossen en vooral het vlakke landschap daar. Alles is er zo overzichtelijk en behapbaar. En een plat landschap opent de geest. Daarom ga ik ook graag naar zee. Liever dan naar de bergen, die ik pas als tiener leerde kennen, toen ik met een oom en tante mee op skivakantie mocht. De sneeuw was fijn, vooral als je van binnen naar buiten keek, maar die bergen… er waren er te veel en ze waren te hoog. Ze beklemden me. In de bergen voel ik me nog steeds niet op mijn gemak. Ik vind ze bedreigend. Sommigen beweren dat bergen sprookjesachtig zijn, en mysterieus. Nou, ik geloof niet meer in sprookjes en van mysteries houd ik niet.     Het moeten wel heel speciale mensen zijn, mensen die van wandelen in de bergen houden en een top beklimmen, gewoon om die top te halen en te kijken wat erachter ligt. Je ziet toch alleen maar nóg meer bergen die je moet overwinnen? Waarschijnlijk zien ze het leven als iets waar ieder obstakel moet en kan overwonnen worden, denk ik dan, en weten ze nog niet dat dat niet gaat, dat je sommige dingen in een hoekje moet laten staan. Al die hoogteverschillen en vooral de zon nog niet gewend, kreeg ik het af en toe moeilijk. Met een kop die er volgens mijn man uitzag als een tomaatrode pompoen moest ik dan ook af en toe vragen een kleine rustpauze in te lassen. Gelukkig had hij daar alle begrip voor. Misschien is dat waarom ons huwelijk al zo lang standhoudt: we sleuren elkaar door de heuvels en valleien, door de bergen en dalen van het leven, houden af en toe halt om elkaar weer moed in te spreken en daarna weer samen verder gaan. Soms naast elkaar, soms achter elkaar, maar altijd weer komen we bijeen.

ingridvdk
8 1

Dat is niet normaal, toch?

Ik wil het met u hebben over een taboe. Een taboe op kannibalisme. Een taboe op een vorm van kannibalisme dat u, net als de meeste mensen (conformist!), zorgeloos onder het gras veegt.    Laten we de boom bekijken, die booswicht.    Neemt u een boom in gedachten. Samen met zijn vrienden in een bos of eenzaam aan een landweg met aan weerszijden koeien, een eik of kastanje, groot of klein: u bepaalt dat helemaal zelf. Voor mijn part een Bonsai boompje of de Sequoia, kiest u maar. Elk jaar laat uw boom zijn (volgens de Van Dale zijn bomen mannelijk, daar hou ik mij maar aan vast) bladeren vallen. Niemand die hem daartoe dwingt, er staat niet op elke boomhoek een boswachter met een dwangbevel in de hand die roept: “Laten vallen, en wel nú!” en de bladeren vordert. De hoofd bosgnoom van dienst loopt niet rond en klopt met zijn pijp op elke boomstam om uw deugniet tot dwarrelen te dwingen.   Uw boom doet dit vrijwillig. Elk jaar. En zijn voorvaderen al eeuwen en eeuwen, wel miljoenen jaren.    Nu hoor ik u uitroepen: “Dat is de natuur”, waar maak je je druk om zemelknoper.  Nou, ik vind het morbide.    Vrijwillig stukken lijf laten afsterven en op de grond laten ploffen. Náást je op de grond laten ploffen, vol in zicht van jezelf én de buren.   En daar blijft het niet bij, die bladeren vergaan. Uw boom weet dat, u kunt mij niet vertellen dat die boom van u jaar in jaar uit zijn lichaamsdelen om zich heen ziet wegrotten en niet denkt: “Hé, weer gemist wat er is gebeurd”, zo dwaas bent u toch niet? Dus uw geliefde leverancier van zuurstof weet dat alles als molm de grond in gaat, en, nu komt het: hij vreet de hele handel gewoon op!    Gatverdamme, wat een kannibaal. Sterker nog, een ego-kannibaal. Elke herfst hetzelfde liedje, misschien bij die oude plataan voor uw huis eeuw in eeuw uit. Zijn verre voorvader de oerplataan peuzelde zichzelf al op toen de dino's hun achterpoot optilden om zijn stam te bevochtigen.  Recapitulerend: Uw boom verorbert zijn eigen lichaamsdelen met smaak, niemand die hem daartoe dwingt.   U mag nogmaals zeggen: “Dat is de natuur”, ieder zijn mening natuurlijk. Maar ik vind dat geen natuurlijke mening. Ik meen dat dit tegen-natuurlijk is. Dat mag ook wel eens gezegd worden.

MCH
11 1