Lezen

Efficiëntie

Zwaarbewapende soldaten marcheerden door de kloostergangen. Met de loop van hun geweren openden ze elke celdeur. Zuster Johanna keek bezorgd rond. Was iedereen op tijd kunnen vertrekken?  De woekerende haat en woede probeerde ze te onderdrukken. ‘Heer, vergeef me,’ prevelde ze.  ‘Het is ok, Johanna,’ antwoordde de Heer. Zuster Johanna was er al bij sinds de oprichting van het klooster in 1228. Zij had de maaltijden voor de steenhouwers gekookt. Negen eeuwen en tien keer zoveel oorlogen later, zorgde ze nog steeds voor het klooster dat haar al zolang een veilige en onveilige thuishaven gaf. Als kloosteroverste was ze natuurlijk ook verantwoordelijk voor de andere zusters. ‘Ook ik voel je ergernis bij deze oorlog,’ vervolgde de Heer, ‘Het is er eentje te veel. Dit keer grijp ik in.’ Uit het niets klonk er plots een oorverdovende donderslag, recht boven het klooster. Bommen en bliksemschichten sloegen in op het dak van de refterzaal, waar de soldaten zich na hun inval verzameld hadden om zich te goed te doen aan de voedselvoorraden van het klooster. Ze werden volledig overrompeld. ‘Een blitzkrieg’ zouden ze het genoemd hebben als ze het hadden kunnen navertellen. Het duurde slechts enkele seconden. Langzaam trok de rook op. Fier en ongeschonden stond het klooster overeind. In de refter een hoge stapel verkoolde soldatenlichamen. Plots bewoog de smeulende berg. Puffend kroop zuster Johanna vanonder de lijken vandaan. ‘Heer, toch! Dat op mijn leeftijd!’ foeterde ze, terwijl ze haar voet, die geklemd zat onder een zwaarbewapende soldaat, probeerde los te wrikken. Toen dat eindelijk gelukt was, zette ze zich op de zware houten stoel aan de tafel die speciaal voor de kloosteroverste was voorzien. Laag per laag vouwde ze haar rokken omhoog tot ze bij het kleine buideltje dat aan haar bovenbeen gebonden was, uitkwam. Haar beursje voor noodgevallen.  Ze knoopte het open, nam een sigaret en stak ze aan. Ze nam een diepe trek.  ‘Ik kan er weer een paar eeuwen tegen.’ Ze blies de rook over de tafel. Glimlachend keek ze naar de wolkjes die boven de onbeweeglijke soldatenlichamen kringelden.    Meer lezen? Welkom op instagram

Amanda Bos
74 8

Zomaar.

Ik ben gewoon zomaar iemand. Gewoon. Zo zomaar als iemand die pakweg om de hoek van de straat woont. Ik woon altijd om de hoek van iemands straat.Ik hou van suikerwafels, zo lang je de pareltjes kan zien, en dan ga ik op schattenjacht. Doe ik alsof, natuurlijk.Ik hou van woensdag. Als de week een speeltuin is, dan is woensdag het midden van de wip. Precies. Het midden. Waar je niet kan vallen, als je maar stil genoeg zit. Niet omhoog. Niet omlaag. Niet. Veel heb ik niet. Ik draag mijn schoenen tot er gaten in de zolen komen en dan nog loop ik vaak verder, om te voelen hoe de gaten groeien. Soms kan het snel gaan. Zeker op trage wegen.Drie jassen heb ik ook nog. Een lange voor de regen. Nog een lange voor de kou. Een korte voor ik weet niet goed, of de avonden, de nachten. Veel stof om over na te denken. Oh ja, en muziek. Ik hou zo van muziek. Daar heb ik wel veel van. Mooie platen. Vele mooie platen.Ik draai ze altijd op een lager toerental. Dan ga ik liggen in de zetel in mijn kamerjas (heb ik ook nog), maak ik dingen donker en dan zing ik zachtjes mee tot ik moe word, ga ik neuriën tot er enkel nog iets overblijft dat enkel ik kan horen.Ik heb een zware stem. Ik heb een zware kast met heel veel trage platen. Denk ik. (Mijn taal is het zwaarst op lange dagen.) Ik maak mezelf moe, slaap vaak al in mijn hoofd lang voor mijn lijf gaat liggen, word vaak al heel snel donker. Dan denk ik mezelf een melodie waarop het heerlijk dromen is. Dan kijk ik hoe de gaten groeien. Ga ik op schattenjacht. Wacht ik tot je naast me komt. (Kom je?)

Jürgen NaKielski
18 1