Lezen

Fantoomkater

Naast zijn matras op de houten vloer word ik wakker met mijn ziel in de vorm van een zwart kleed opgetrokken tot onder mijn oksels. Voorzichtig adem ik de kamerlucht in door mijn neus om poolshoogte te nemen van mijn toestand.  Geen kater, wel een leegte op die plaats. Een fantoomkater, bedenk ik. Het brengt me naar de bodem van een zwembad zonder water.  Langs de trap naar beneden komt mijn droom terug.  Ik was in een miniatuurhuisje geweest, de verf aan de muren was donkergroen en bladerde af rond de miniatuurramen. Zelf moet ik een miniatuur van mezelf geweest zijn. Net zoals Vicky Pollard en haar dochter die op het tuinmuurtje zaten achteraan met een miniatuurijsje. Als ik vroeg waarom ze zo naar me lachten zei Vicky dat ik het me allemaal heb ingebeeld. Toen moet ik wakker geworden zijn. Daar ligt hij, in foetushouding, in zijn groene zetel met een hand onder zijn hoofd en zijn andere hand tussen zijn benen. Zijn boxershort die al honderd jaar te lang gedragen was deed me in gedachten google-searchen naar de herkomst van het woord. Aan de spanning in zijn armen zag ik dat hij niet dood kon zijn.  In zijn keukenkasten zoek ik naar persoonlijkheid. En ik durf het me alleen met mijn kop in de kast af te vragen, of ik het me zou kunnen hebben ingebeeld.  In een wijnglas van gisteravond laat ik water lopen uit zijn kraan. Het water dat zonder gêne stroomt herinnert me aan de seks die we gisteravond hadden. Nog voor ik er van drink duw ik het glas zacht tegen mijn mond. Zijn kussen zal ik nooit vergeten. Het glas voelt als zijn lul. Hij had niets anders dan lief voor me geweest. Vastberaden, dynamisch en keihard lief. Een beer in het wild, in eigen nest.  Ik ga even bij hem zitten, maar het lijkt hem alleen nog dieper in slaap te wiegen. Ik voel aan de volle koffietas naast hem op de grond terwijl ik mijn ogen op zijn gezicht hou. Warmer dan mijn vingers. Misschien zit hij in een miniatuurhuisje met miniatuursletjes uit één van zijn miniatuurpornofilmpjes.  Zijn kat wil naar buiten. Ik trek zijn hoodie aan en ik ga mee. In zijn tuinhuis zoek ik naar de sigaretten die hij voor zijn vrouw had verstopt. Ik vind ze direct in zijn alaambak, maar geen aansteker. Ik rook niet, maar had wel eens willen proeven van zijn vrouw te zijn.  Door het vierengedeelde raam van het tuinhuis bewaak ik met mijn wakkere ogen hoe hij zoekt naar zijn bewustzijn. Op zo’n afstand van alles en achter glas heb ik me altijd veilig gevoeld. Ik teken een levensgrote smiley in de condens op het glasraam. Was ik maar boven gebleven, en was hij maar bij me komen liggen. En deden we alles maar nog eens opnieuw. Hij zit nu rechtop en staart in zijn koffie.  Het begint te sneeuwen tussen ons. Er zijn nog sigaretten voor een hele dag en bij de tuinkaarsen vind ik lucifers. Ik blijf hier tot hij me vindt. Misschien was ik maar zijn verbeelding.     

Fanny Wildemeersch
106 3

Een verhaal over marginaliteit, verval & herval

  Jan was de dagen alweer vergeten waar hij stuiptrekkend over de vloer wriemelde in een hagelwitte rivierlange gangspartelend . naar zijn kamerdeur de enige deur in het gesticht met een papier PAL in het midden van het deuroppervlak geplakteen simpel blad met als simpele functie dat hij de ingang van zijn kamermakkelijker zou terug vindenwat er op het papier stond speelde totaal geen rol het ging om het papier & voornamelijk dat zijn voordeurin zijn nieuwe tijdelijke woonstin zijn tweede verblijfzich dus onderscheidde van de andere patiënten hun gevangeniseen wit licht in de vorm van een A4  Oh Jan de ellenlange dagende tijden van bedwelming de zinvolle zinsverbijsteringhet platliggen onder atypische antipsychotica & robuuste bijzondere benzo’s overleven op ingedikte melk soep die altijd hetzelfde smaakt& ongezoete pudding suiker is te pijnlijkdoet zijn kapotgeknarste kiezen kletteren& zelfs in het zottenkotkan je de dag van vandaagniet bij de tandarts terecht   Hij was de dagen al vergeten waar hij zichzelf vervloekte voor de zoveelste verslaving & voornamelijkom van die verslaving af te geraken Jan is chronisch terminaal verslaafd Hij was de dagen al vergeten waar hij een halve eeuw oud werd op dezelfde afkickafdeling hij was de dagen al vergeten waar hij nog goed at goed fastfood atvadsige vetzakkerij buchtvan ketens met epilepsietriggerende logo's & interieurde glimmende goudgele bogen Mcdo spek voor zijn bekJan is een McBro& natuurlijk de gouwe ouwe Quick Jan is ook een echte Vlaming  Hij was de dagen al vergeten dat de heroïnewaas wegtrok & hij weer kon vertellen over de gouden jaren negentig de hoogdagen van The Stone Roses het vergeten one hit wonder van die tijd I wanna be adoredI wanna be kapotgesmoordFool’s gold Jan’s a fool and old Hij was de dagen al vergeten waar hij het positieve inzag van zijn job als dokwerker roken als een turkkon er ten allen tijde ge ontmoet wel ne man of vier vijf dagelijks& er valt goedkoop handel te drijven zowel de legale als de illegale middelen alleen collega Timmekedaar had hij het niet zo meete nuchterletterlijk& figuurlijk Jan was de dagen al vergeten van minispinnetjes die vliegensvlug krioelden over zijn ganse bovenlijf  de flitsende schaduwen die hem achtervolgde in de gemeenschappelijke garage& die vreemde Marrokaanse verslaafde die zich verstopte in de koffer van de kanariegele bakkersautoa junk in the trunk Jan was de dagen alweer vergetenvan leven rondom kromme verroeste lepels & kapotte naaldende bunsenbrander die het te vaak niet deed& aluminiumfolie voor rond zijn vingers te draaiende lelijke luster in de living van zijn dode omamet centimeterdik ducktape er rond gewikkeldJan had niet zo graag camera’s in zijn lichtvoorzieningen  - wat deed de brandweer daar ook alweer toen ? - Jan was de dagen al vergeten waarin hij niet zat vastgeroest in vervelend cynismemaar in zijn bloednuchtere wereld lag dat dichtbij vervelend realisme Jan was de dagen alweer vergeten dat hij terug zijn eigen moeder herkende zij herkent hem nu al lang niet meervoor de zoveelste keer  Jan was weer te druk bezig met andere dingen zoekend achter datgene wat het snelste geeft sloffend & slenterendlangs de bouwbevallige bruingebladerde appartementsblokken aan den Beerschot het kiel de uitgeholde kies in het smoelwerk van Antwerpen de nagel aan burgemeester Bartje zijn doodskist & paljas Van Grieken zijn golden ticket het kiel met zieldie plek aan de randstadwaar de schimmel op het gemiddelde badkamerplafond meer leeft als de gehele buurt bij elkaar die plekwaar de doordeweekse inwoner nog in nihilisme gelooft & waar gentrificatie nooit in de mond zal genomen worden maar eenieder die het waagtzal het weten  Hier minachten ze den Tourist want die man is van de Seefhoek & hoe kunt ge in vredesnaam zo teren op de miserie van een ander Sukkeleir ! alleen het kiel is real Hier in deze broeihaard voor de verworpenen der aardeis het kaffee op de hoek de trekpleister voor allerhande leven hiërogliefen die graag praten over den tijd van toen ‘Kaffee bodemloos’een zweterig zuiphol voor discussies over GSM gebruik Julliette gaf er eens een saflet aan Antoinettewant ze had haar angst weer teveel gevet op het internet kletterende gesprekken over non-binaire mensen & wokers                      – wat dat ook mag wezen - heen en weer gaand breinverkeer over al die mottige buitenlanders die ons land komen inpikken één bruisende boel van betweterigheidhet spel staat er nog & het leeft er nog maar hier verstaat men onder leven liefst zo snel mogelijk het huidige moment vergeten & het gemekker oh het gejank van de gemiddelde klantover hun verdriet doordrenkt met drank hier in dit kruipkotgroot hol zijn de oudste stukken meubilairde mensen die er de krukken warm houden oud & antiekauthentiekhun mentaliteit geurt ouder als dat de gemiddelde mens leven kanboerkesglazen bifiweusten oplosroycosoep & Oxo de Pitjesbak de beeldbuis de sigarettenbakken op den toog echtheid is hier belangrijker als beleefdheid hier weet men wat men wilt & wat men niet wilt hier hebben de mensen een mening die teltJan tussen de Jannen met de pettenhier kleuren de straten vijtig tinten grijs & vijftig tinten spierwit hier loopt geen Marokkaan , neger of tsjoef uit Borgerroco rond & diegene die er dan toch rondlopen zijn even halfdood als Jan in zijn ontwennigsperioden van weleer even diep even ver weg even ver van alles vandaan de blikken bier in de kant de zakken weed op het speelplein de gebroken spiegels in de brievenbus & paars veel te veel paars  Jan is geen vrijdenkend man & al die getikte geitenwollensokkendragende yogasnuivers mogen naar Deurne-Noord  Jan is geen ecologisch levend man maar heel zijn woonst ligt bomvol brol stinkend afval gerolde sigarettenpeuken & het geurt er naar ammoniak & penetrante putlucht Jan leeft op zijn eigen manier in een containerwoning desondanks zijn afschuw voor groen Hij had het weer veel te druk met staren naar het plafond in het scheve & schrijnende appartement dat hij had geërfd van grootmoederlief smack daar moest hij het tegenwoordig weer van hebben smack de coke die je kan roken daar diende je niet voor te prikken & na jaren kon hij zelfs niet meer in zijn voeten prikkenJan kent er al effe iets van een Junk in hart & nieren een Junk in menselijk verval een held in escapisme een held in herval oh zijn eeuwig junkieverdriet ! Jan nam de dingen terug zoals ze altijd al waren geweest Jan was het weeral maar eens niet verleerd 

Schrikkentist
11 0

hormoon-balans

De boiler buldert zijn laatste warmte. Het water blijft toch koud. Vandaag ga ik terug werken na een zombie-keelontsteking en de etter die ik de afgelopen week doorslikte lijkt zich nu te hebben getransformeerd tot ongelukkige collega's. Ik vraag niet door want ze doet een handgebaar dat ik interpreteer als 'nu niet'. Ik stel de foute vraag en het antwoord blijft uit. Een vroeger familielid vraagt me om hulp in haar onderzoek naar de ontrouw van haar voormalige man, mijn neef. Ik wil haar wel helpen maar anderzijds interesseert het me niet. Hij heeft ondertussen een kind met een ander, zijn collega. Ik heb dit soort spelletjes nooit gespeeld en ik ontwikkel een nieuw voornemen. De volgende keer dat mijn tante een debiele opmerking maakt over mijn afwezigheid schijt ik haar uit. Dan mag ze de etter vanuit de achterkant van mijn keel eens proeven. Hoe langer ik zwijg, hoe erger ze het te verduren zal krijgen en ik heb al heel, heel lang gezwegen. Het zal zo onvoortreffelijk vies zijn, ze zal door haar eigen egoistisch afgietsel zakken wanneer ze mij vraagt wanneer ik voor kinderen zal zorgen. Ze heeft er zelf bewust geen, haar rijkdom mag niet gedeeld.  Over een halfuur mag ik met de fiets door het donkere bos naar huis en ik ben mijn hoofdtelefoon vergeten. Het is oke, ik kan mijn aanval al boorbereiden.  Mijn lieve, lieve vriend maakt taco's vanavond en de boiler wordt herstelt. Wij samen zijn sowieso warm genoeg en ik barst van liefde met een mes achter de rug. Dat is voor wanneer de buurman zijn beklag komt doen over het weer.     

Chloe synkineses
6 0

Alleen je vrienden kies je zelf

Ik zit aan de keukentafel. Voor me ligt een verveeld wit blad, dat ongeduldig wacht tot ik er iets op schrijf. ‘Ken je personage,’ klinkt het door mijn hoofd, ‘beter dan je beste vriend. Je staat er mee op en gaat ermee slapen. Je houdt er meer van dan van je eigen partner.’  Na de cursus ‘Levensechte personages ontwikkelen’ en talrijke blogs en tutorials over het onderwerp, stuiteren deze tips door mijn hoofd. Helaas blijft het daar bij. Het witte blad wacht tevergeefs op invulling. Driftig denk ik na over de hobby's van mijn personage. En zijn kindertrauma, veroorzaakt door zijn ouders voor wie ik nog geen gepaste naam heb gevonden.  Als ik eindelijk een paar zinnen uit mijn pen heb geperst, ben ik teleurgesteld. Mijn personage voelt onecht. Een vergezochte constructie die plat op het verder volledig lege blad neerligt. Levenloos.  Verdrietig kijk ik naar mijn dode ‘beste vriend die ik beter ken dan mijn eigen partner’. Ik probeer hem nog één keer tevergeefs te reanimeren door hem ruzie te laten maken met de buurvrouw. Terwijl ik zwoeg over een plausibele reden voor dat conflict, wordt de doodsoorzaak plots duidelijk. IK HEB HEM VERMOORD!  Een personage laat zich niet boetseren. Het kiest zijn eigen weg in het verhaal. Het enige dat ik moet doen is het de ruimte geven. Om me te verrassen met een wonderlijke tocht die ik in geen van mijn eerdere verhalen heb gemaakt. Hoe langer ik mee loop, hoe meer het personage zich blootgeeft. Ik zou het liefdevol kunnen sturen als het de verkeerde kant opgaat. Het herinneren aan het veilig uitgestippelde kader dat ik ervoor maakte.  Of ik kan niets doen. Alleen maar toekijken als het in een ravijn stort. Wanneer het op de bodem ligt, misschien met een rare knik in de nek, kan ik voorzichtig afdalen. Om daar te ontdekken dat het me zonet heeft toegelaten in de diepste krochten van zijn geheimen. Of ik die geheimen nu spannend, prachtig, magisch, afschuwelijk, verdrietig of stinkend rot vind, verwonderen zullen ze me zeker. En voor ik het besef, staat er een volledig mens van vlees en bloed op mijn papier. Mijn nieuwe beste vriend? Niets van! Je vrienden kies je zelf. Maar je personages? Daar heb je niets over te zeggen! Ze bouwen zelf hun weg en geven geen sik om wat jij daarvan vindt. Trek je dat echter niet aan. Als het resultaat je niet bevalt, kan je je personage nog altijd in een strak regeltjeskader vastsnoeren om het daar langzaam en pijnlijk te vermoorden.  

Amanda Bos
48 3