Lezen

Open Brief

Hallo aan iedereen;  Mijn naam is Kiya Lee. Ik ben 36 en langdurig werkloos. Ondertussen zal het bijna 2 jaar zijn.  Deze open brief dient om niet alleen mijn persoonlijke ervaringen te delen. Maar ook om vele ogen te openen.  Laat ons ten eerste al eens beginnen met de stigmatisering van werklozen en minderbedeelden. Maar ook migranten, allochtonen, bejaarden, zieken en daklozen. Of zoals ik ons de bijnaam geef: “The Unlucky Seven”. De zeven favoriete groepen om te gebruiken als schandpaal en slachtoffer door zowel politici als de maatschappij. De armsten en meest kwetsbaarste mensen in onze maatschappij die zogezegd verantwoordelijk zijn voor alles dat op één of andere manier fout zou lopen.  Wij zouden niet willen werken. Wij zouden geen motivatie hebben. Leven als Goden in Frankrijk. Lui zijn. Profiteren. Of, in de woorden van onze eigen Eerste Minister: “professionele doppers”. Een mening die wordt geadopteerd door de maatschappij. Waaronder, jawel, ook aanwervers bij horen. Mensen die ons aan een job kunnen helpen, maar door de stigmatisering ons zelfs nooit een uitnodiging sturen voor een sollicitatie. En dan kijkt de maatschappij naar jou. Want jij bent werkloos. “En als je wil werken, dan vind je werk”.  Ik heb 6 jaar ervaring in de verkoop. Maar die volledige 6 jaar is via art. 60 (sociale tewerkstelling), vervangingscontracten en dagcontracten. Aannemers kijken zelfs niet eens naar zo een CV. Mijn laatste uitnodiging om op sollicitatie te gaan dateert al meer dan 9 jaar geleden. Desondanks heb ik méér dan 5000 uitgaande sollicitaties.  Maar het zal dan mijn schuld zijn?  Wij worden verweten te profiteren.  Maar vertel mij eens, werkend Vlaanderen dat kreunt onder de vergrote betaal druk; als jullie al klagen onder de betaal druk, en al moeite hebben jullie hoofd boven water te houden .. hoe kan je dan in Godsnaam denken, en zelfs overtuigd zijn, dat mensen met een véél lager inkomen een beter leven hebben dan u?  Waar zit de logica daarin?  Ik krijg maandelijks (officieel) 1400/maand. (In real life ligt dat vaker dichter tegen 1300/maand).  De gemiddelde huurprijs in België bedraagt 900-1000/maand. De regering is ook van plan om de huurprijzen voor sociale woningen omhoog te trekken. Elektriciteit en gas zijn luxe producten geworden. (Ik gebruik mijn verwarming al 4 jaar niet meer; en dit jaar werd ik ook geforceerd mijn tv te ontpluggen en mijn lichten niet meer te gebruiken. Ik was mezelf dagelijks met ijskoud water. Slechts 1 keer per maand in de warme douche. En ik betaal me nog blauw). En dan heb je nog geen eten. Waar je vroeger met 50 euro best een eindje kwam in de winkel, is dat nu met moeite genoeg voor een dag of 2, 3 als je héél zuinig bent.  En dan moet je nog vaste rekeningen betalen, schulden, en geld proberen te sparen. Én moet je nog op één of andere manier een budget opzij houden om werk te zoeken. Want jawel, werk zoeken kost ook geld.  En dan krijg je te horen, live in het Nieuws, van de leiders van ons land dat mensen als ik profiteren en onze uitkering niet verdienen. Lees je online de meest gruwelijke comments van mensen die ons vervloeken. Die hopen dat we alles kwijt spelen. Dat we dakloos worden. Want men ziet ons als niks meer dan “vuile werklozen” en “ze verdienen het”.  Nét omdat ze die misinformatie meekrijgen van menig politici. Generatie na generatie. Een haat die telkens groter en heviger wordt. Vooral nu social media erbij betrokken is. Ik heb zelfs al doodsbedreigingen ontvangen omdat ik vaak verdedig en de waarheid probeer te vertellen op sociale media omtrend dit soort onderwerpen. Omdat het mijn leven beïnvloed. Omdat het deuren voor mij sluit die voor anderen altijd open zullen blijven staan. Omdat ik als een zesde-rangs burger wordt behandeld. En dan ga ik me ook zo voelen. Want om de duur ga je ook bij jezelf de schuld gaan zoeken. Begin je jezelf de kop vol te schelden. Ga je iedere onbeantwoorde sollicitatie persoonlijk gaan opnemen. Ga je solliciteren voor jobs die onder jouw mogelijkheden liggen, en word je zelfs daarvoor afgewezen en afgedankt. Dat neem je allemaal persoonlijk op. Het gaat in je hoofd leven. Het gaat je gevoel beïnvloeden en over tijd word je depressief, en die depressie wordt alleen maar erger, en erger. Omdat er telkens méér druk komt. Omdat men constant nieuwe wetten maakt die net jou gaan viseren. Dus verdubbel je je dagelijkse sollicitaties, ga je nog vaker langs bij interims, ga je vaker langs bij dezelfde winkels met je CV. Tot het zo vaak wordt dat men je vraagt om niet meer terug te komen. Tot het zo erg wordt dat je weigert een interim buiten te gaan zonder een job, en men de politie belt om jou buiten te halen.  En dan word je opnieuw verweten dat je niks doet. Dat je niks wilt. Dat je geen moeite doet. Dat je profiteert. Omdat dat stereotype zodanig is ingeburgerd dat het voor vele mensen een waarheid is geworden. Men weigert te zien, of zelfs te erkennen, dat jij moeite wil doen. Dat jij vooruit wil gaan. Want het enige dat men ziet is die optelling van werkloosheid. Het enige dat men erkent is een profiteur. Een minderwaardig lid van de maatschappij, neen, zelfs dat ben je niet. Want voor hen maak je geen deel uit van de maatschappij. Ook niet voor politici. En dat merk je aan iedere nieuwe wetgeving waarin werklozen en laaggeschoolden compleet en volledig over het hoofd gezien worden. Omdat niemand wat geeft om minderbedeelden. Omdat niemand aan ons denkt. Tot het te laat is. Ik was het kotsbeu. En wanneer ik zeg dat ik het kotsbeu was mag je dat letterlijk opnemen.  Ik was het beu dat ik mezelf in depressie liet vallen omdat ik het beeld wilde nastreven dat jullie zien als “menswaardig”. Ik vergat mezelf. Ik vergat mijn eigen ambities, mijn dromen. Mijn talent. En dus koos ik voor mezelf. Voor het eerst in mijn leven koos ik voor mezelf. Voor mijn eigen mentale gezondheid. Om mijn eigen leven te redden. Want ik was al zo ver heen dat ik enkele keren zelfmoord probeerde te plegen. Want ik was toch niks meer dan een last voor de maatschappij en mensen rondom mij. Ik geloofde dat écht. Ik was er van overtuigd. Want al mijn hele leven werd mij dat gezegd. Maar vooral; ik had mezelf net voor 1000% gesmeten in mijn nieuwe job. Er was mij een vast contract beloofd. Dus smeet ik me nog harder. Ik wilde bewijzen dat ik het waard was, dat ik vooruit wilde. Dat ik dat contract wilde. Zodat ik eindelijk al die stress achter mij kon laten. Zodat ik eindelijk als een mens behandeld zou worden. En dan ging het plots allemaal mis. De persoon die mij een vast contract beloofde ging in zwangerschapsverlof. Voor haar verlof werd iemand gepromoveerd. Die persoon haatte mij. En die persoon heeft mij vervolgens 8 maanden lang dagelijks gepest. Ik was hoofdmagazijnier, en dat nam hij me af. In de plaats daarvan moest ik wc’s kuisen en jobs doen die normaal aan nieuwe mensen werden gegeven. Ik werd weggehouden van de werkvloer en mijn collega's. En als centerpiece van zijn pestgedrag was de zomer. Hij had “per ongeluk” het verlof van iedereen goedgekeurd. Wat ervoor zorgde dat er te weinig mensen waren om alle afdelingen te vullen. En aangezien ik in iedere afdeling thuis was moest ik 4 afdelingen overeind houden. 2 ervan in mijn eentje. Ik moest iedere dag komen werken, van opening tot sluiting, dat is 6 dagen op 7. Bovendien moest ik vervangen in de eerste pauze, én de tweede pauze en was er geen pauze voor mij gepland. Het was toen ook een bloedhete zomer. Ik heb dat bijna 2 maanden helemaal alleen gedaan. Toen iedereen terug was en ik doodmoe was, vroeg ik zelf 2 verlofdagen aan. Toen ik de maandag erna terug kwam werken, werd ik meteen opzij geroepen. Daar werd mij verteld: “Je contract wordt niet meer verlengd, aan het einde van de maand mag je vertrekken”. De reden? “Te vaak onwettig afwezig”. Ik werd ontslagen. Mijn laatste loon werd voor 70% ingehouden, nadat ook mijn voorlaatste loon voor 50% was ingehouden. Ik zat met 2 maanden huurachterstand en moest mijn huisbaas vertellen dat ik geen job meer had. En die zette mij op straat. Ik werd dakloos. Ik leefde in een bos voor bijna 11 maanden eer ik eindelijk opvang kreeg.  Toen ik dan weer een appartement vond, nam ik de beslissing om deze keer op mezelf in te zetten. Ik meldde dit aan mijn begeleidster bij de VDAB. Waarna mijn dossier werd overgemaakt naar GTB en er een akkoord werd gemaakt om een werktraject te maken dat mij 100% liet focussen op mijn talent: novels schrijven (in de Engelse taal, sorry, maar ik schrijf gewoon niet graag in AN.. Het is zo saai). Het einddoel was publiceren. Dus, ik schreef een boek van bijna 300 duizend woorden. Ik meldde aan mijn vakbond dat ik via GTB in begeleiding een boek heb geschreven en dat nu graag wilde publiceren. Ik vroeg hen wat ik daarvoor moest doen.  Ik kreeg geen antwoord. 2 weken gingen voorbij. Dus ik publiceerde mijn boek via Amazon’s KDP. Een zelf-publicatie uitgeverij. Nog een week ging voorbij. Ik verkocht enkele boeken en verdiende 7 euro. Een nieuwe maand begon en mijn uitkering was niet gestort. Ik wachtte nog een dag, voor de zekerheid, en stuurde dan een mail met de vraag waarom. Het antwoord dat ik kreeg was het volgende: “Ah, omdat u een boek schreef. Dat is illegaal. "U bent werkloos”. (Het is trouwens niet illegaal, ik was gestraft zonder dat daar een reden voor was). Wat volgde was een zeer donkere, depressieve en stresserende maand December zonder inkomen, zonder eten. Dagelijks stuurde ik mails om te zeggen dat ik mijn boeken offline had gehaald. Dat ik niet wist wat ik fout had gedaan, dat ik hen zelf op de hoogte had gebracht en niet had gefraudeerd. Dat ik amper 7 euro had verdiend. En dan krijg ik telefoon van de baas van de vakbond-branche in dit deel van West-Vlaanderen. En zegt die, dood serieus: “7 euro is een volwaardig inkomen, mnr Goethals”.  Ondertussen ben ik al meer dan een jaar bezig om toestemming te ontvangen om mijn boeken te kunnen publiceren. Zodat ik mij een auteur kan noemen. Zodat ik niet langer werkloos zal zijn. En dit zijn de opties die mij zijn voorgesteld; en als “eerlijk” worden beschreven; Optie 1: Kunstwerkattest Starter. Om hiervoor in aanmerking te komen moet je voldoen aan 3 voorwaarden. Voorwaarde 1: Je moet beschikken over een hoger diploma, of bachelor, in de kunst (al meteen worden alle kansen voor laaggeschoolden weggenomen) of je moet gelijkgestelde professionele ervaring kunnen bewijzen (en zo verliezen alle werklozen hun kansen want een werkloze mag niet werken in de kunst zonder éxact dit attest). En al meteen doen de 2 andere voorwaarden er helemaal niks toe want iedereen die vooruit wil, maar minderbedeeld is, is al meteen alle kansen ontnomen. Ik zit hier nog steeds met afgewerkte novels waarmee ik niks kan doen. En opnieuw word ik dan verweten dat ik niks doe, dat ik niet vooruit wil en dat ik profiteer. Door zowel politici als de maatschappij.  Gewoon voor de volledigheid: Voorwaarde 2:  Je moet kunnen bewijzen dat je in loopbaanbegeleiding bent, of een carrièreplan hebt. (Dit is werkelijk de enige eerlijke voorwaarde). Voorwaarde 3: Je moet kunnen bewijzen dat je minstens 300 euro hebt verdiend met je kunst in de afgelopen 3 jaar (opnieuw worden werklozen uitgesloten want wij mogen geen geld verdienen in de kunst zonder éxact dit attest). Of je moet 5 professionele activiteiten kunnen aantonen (en ik val in herhaling: een werkloze mag niet professioneel in de kunst werken zonder éxact dit attest. Een novel schrijven, een volledig novel schrijven; telt trouwens maar als 1 activiteit. Dus niet alleen verwachten ze dat je 5 volledige novels schrijft voor je aanmerking kan komen, ze ontnemen ook nog eens de kansen van beginnende artiesten en dit terwijl dit éxacte attest een ‘starter’ wordt genoemd).  Optie 2: ‘Springplank naar Zelfstandige’. Hiermee neem ik het statuut aan van zelfstandige en kan ik mijn novels in eigen beheer publiceren (zelf-publicatie dus). Klinkt allemaal mooi, he? Tot je opnieuw de voorwaarden hoort die daaraan verbonden liggen en je meteen merkt dat een artiest hier nooit mee geholpen is. Je krijgt 1 jaar. That’s it. Je krijgt 1 volledig jaar om “een volwaardig en egaal maandloon te verdienen”.  Ten eerste verdien je als auteur geen maandloon. Je wordt betaald in royalties. Als ik het bedrag van mijn uitkering wil halen, 1400/maand. Dan moet ik zo’n 700 boeken per maand verkopen. Ik zou dit moeten doen als debutant, in mijn debuutjaar, met mijn debuut novel zonder enige naamsbekendheid en zonder promotie behalve wat ik zelf post online?  En lukt het niet in dat jaar, dan “mag je deze activiteit nooit meer uitvoeren als hoofd- of bijberoep”. Dus opnieuw worden mijn vleugels geknipt. En nu dan?  Ik vind nog steeds enkel werk als vervanger, of via dagcontracten.  Geen van beide telt mee om mijn uitkering te behouden. Weet u nog over de 6 jaar ervaring waarover ik u vertelde? Wel, in de ogen van de nieuwe regering heb ik nog nooit een dag in mijn leven gewerkt want vervangingscontracten en dagcontracten tellen niet mee. Ook mijn novels gaat men niet zien als werk. Ik mag er nog 500 schrijven. Ik kan niet eens de toestemming krijgen om ze te publiceren, en doe ik een poging word ik behandeld als een crimineel en fraudeur omdat ik er 7 euro aan verdiende, én verlies ik een hele maand aan inkomen en eten.  Maar dan doe ik niets.  Dan wil ik niets.  Dan wil ik niet vooruit.  Dan ben ik lui. Een profiteur.  Een niksnut. Toch, werkend Vlaanderen? Want “als je wil werken, dan vind je werk”, toch?  Want aanwervers discrimineren niet. Het zijn werklozen die niet solliciteren, toch?  Het is niet de wet die discrimineert. Het zijn minderbedeelden die gewoon criminelen zijn, omdat ze minderbedeeld zijn, toch?  Hoe moet ik nu verder?  Ik kon ondertussen al een carrière als auteur hebben, zonder al die belachelijke en zéér specifieke wetten die zéér specifiek werklozen en laaggeschoolden viseert en verbiedt iets van hun leven te maken.  Ik heb me kapot gewerkt voor anderen en het was niet goed genoeg. Ik heb me kapot gewerkt voor mezelf, en mijn kansen worden weggenomen. En nu dreig ik mijn hele leven te verliezen omdat Bart De Wever vindt dat ik een “professioneel dopper” ben, omdat rijke mensen niets anders zien dan stereotypes.  De rijke politici zijn zo out-of-touch door hun riante lonen dat men niet meer in staat is om een land op een eerlijke manier te leiden.  Wij uitkeringsgerechtigden worden verweten te profiteren. Met onze inkomens die lager liggen dan de armoedegrens van België (die vorig jaar op 1520/maand lag). Maar wat dan met politici die betaald worden uit dezelfde pot met geld? 1 van hen krijgt per maand méér dan wij ontvangen in een volledig jaar. Daarbovenop krijgen menig politici vergoedingen voor hun huur en boodschappen, ook een bedrag dat aan 1000 euro en hoger ligt.  Én men krijgt auto's, chauffeurs en soms zelfs woningen (waar ze dan nog eens quasi gratis in wonen). Sommigen hebben dan nog eens meerdere jobs, en dus meerdere lonen. Én ze geven zichzelf ieder jaar bonussen en loonsverhogingen. IEDER jaar. Of wat met de Koninklijke familie? Die krijgen 44 miljoen PER JAAR. Waar is dat in godsnaam voor nodig!? Smeren ze goud op hun boterham misschien?  Dat zijn dan géén profiteurs?  Daar moet dan niet in bespaard worden?  Neen. Het moet allemaal gehaald worden bij mensen die met moeite nog kunnen overleven in dit land van, en voor, de rijken? Wij verliezen onze uitkeringen, of krijgen lagere uitkeringen. En zij geven zichzelf opnieuw een loonsverhoging…  Hoeveel daklozen gaat dit wel niet maken? En als iemand die zowel recent, en zowel als 17 jarige, dakloos is geweest voor zéér lange periodes. (11 maand als 30 jarige, en 18 maanden als 17 jarige); de hulp voor daklozen is zelfs nog erger. Je staat er zo goed als alleen voor. En probeer maar jobs en verhuurders te overtuigen dat je deftig persoon bent als je niet eens een adres hebt, of paspoort hebt.  Het maakt echt niet veel uit wat je doet, of hoe je leeft, als minderbedeelde. Want je zal er altijd uitzien als een profiteur in de ogen van iedereen die zich boven jou waant in de sociale rangorde.  En waarom, eigenlijk?  Hoeveel verhalen hebt u ooit al gehoord over minderbedeelden die uitkeringen misbruiken en er geweldige levens mee leiden? In uw hele leven, hebt u ooit in het Nieuws, of in de krant, of in een magazine, of documentair/talk show gezien, met bewijs en getuigenissen, dat minderbedeelden frauderen?  Weet u hoeveel verhalen over frauderende politici, OCMW directeurs, zorghuismedewerkers, dokters, etc ik al heb gehoord in mijn leven? Het is quasi een wekelijks fenomeen.  Maar toch wordt nog steeds die beschuldigende vinger naar ons gewezen?  En niemand stelt zich hier ooit vragen bij?  Want het is makkelijker om neer te schoppen dan om de spreekwoordelijke “glass ceiling” te breken, he? En dus verandert niemand van mening. Want niemand respecteert de minderbedeelden. Niemand denkt aan ons, en iedereen denkt al slecht over ons. Dus waarom zou jij om onze gevoelens moeten geven en recht staan tegen een steeds elitair wordende regering, persoon die dit leest?  Goh, ik kan u enkele voorbeelden geven waarom. Voorbeelden uit het verleden, uit andere landen. Waar mensen te laat reageerden en dan plots gevangen kwamen te zitten in een systeem waar ze niet origineel voor hadden getekend. Maar als ik deze zeer bekende historische slechte figuren benoem met naam, kan dat ook tegen mij gebruikt worden als zijnde laster en eerroof tegenover onze elite politici (alsof dat niet net is wat politici doen met werklozen, maar niemand straft de rijken, he.. Want niemand geeft wat om de armen). Maar ik denk dat de meesten van jullie wel weten welke personen ik bedoel.  Om 1 recent voorbeeld te geven:  De oranje Amerikaan. Dat is waar wij naartoe gaan als land. Het zijn altijd de armsten die het eerst merken. En niemand neemt ons ooit serieus. Maar fascisme groeit snel.  5 jaar geleden waarschuwde ik mensen nog online dat de anti-woke movement enkel een terugkeer van fascisme zou teweegbrengen. En ik werd bespot.  En kijk nu. De aanval op, en de theoretische uitroeiing van, de minderbedeelden is begonnen door de elite van ons land. En als ik degene moet zijn die u moet vertellen dat de elite niet uw vriend zijn, werkend Vlaanderen, dan kan ik enkel maar zuchten en mijn hoofd schudden. Want dan is het al te laat. Blijkbaar bestaat geschiedenis dus niet om ervan te leren ….  En ik ben dan degene die geen werk vind en die niet eens een boek mag publiceren …  Unreal. De kans dat deze brief mij zuur zal komen te staan, want hoe durf ik zo'n toon aanslaan (right?), is zeer groot. Maar ik zal het toch posten. Ik heb veel weggelaten, veel niet meegegeven. Maar ik ben bereid om altijd in gesprek te gaan, beleef en hier, op dit bericht, in het openbaar, als iemand vragen heeft. Wat vraag ik? Het onmogelijke. Eerlijke hulp. Geen laster en eerroof meer vanuit de politiek tegenover minderbedeelde groepen. Begrip. Toestemming om mijn boeken te publiceren. Leefbaardere uitkeringen, of lagere winkelprijzen. Terugkeer van sociale tarieven!!! (Wiens idee was het zelfs om dat af te schaffen? Hoe erg moet je minderbedeelden haten om dat te doen?) en als laatste; respect voor mensen wiens levens vele malen harder zijn dan die van jullie. Mensen die al hun hele leven in survival mode leven, en dit in 1 van de rijkste landen ter wereld. Schandalig is niet eens een volwaardige beschrijving daarvan. (Respect is gratis, btw. En toch zijn het de rijksten die het nooit kunnen uiten).

K.L. Runaya
54 1

Hitler, Stalin, VOKA, rook, cocaïne. En hoe het rookverbod omzeild kan worden. a

so it's like it was its is ********************************************************* Blijkbaar is men vergeten dat de massamoorden onder Hitler en Stalin plaatsvonden om de ‘gezondheid’ van het Germaanse Arische ras en de ideale ‘Nieuwe Mens’ te beschermen. Religieuzen en zigeuners werden vermoord omdat ze als ‘onproductief’ werden beschouwd; in de ogen van de regimes ‘werkten’ zij niet. Homoseksuelen werden omgebracht omdat zij ‘onnatuurlijk’ werden bevonden. Fysiek en geestelijk gehandicapten werden geëlimineerd omdat ze niet pasten in het beeld van het gezonde Arische volk.Dit alles werd onderbouwd met pseudowetenschappelijke bewijzen van nazi-wetenschappers, die hun ideologie lieten primeren boven de wetenschappelijke waarheid. Waar Hitler hen onmiddellijk liet vermoorden, sloot Stalin hen op in werkkampen waar men letterlijk tot de dood werkte. Hoe minder men presteerde, hoe minder voedsel men kreeg. De stalinisten persten mensen uit als citroenen. (Interessant detail: het woord ‘robot’ vindt zijn oorsprong in het Slavische woord voor dwangarbeid).Wat zijn vandaag de redenen voor het rookverbod? Gezondheid!Kijk naar de uitspraken van de voorzitter van Voka: "Iedereen die meer dan twee jaar werkloos is, moet worden ondergebracht in beschutte werkplaatsen of psychiatrische instellingen."Waarom wordt alcohol dan niet verboden? Volgens een rapport van de WHO veroorzaakt alcohol wereldwijd 2,5 miljoen doden per jaar.Waarom wordt roken dan wel verboden? Omdat het ‘te Oosters’ is?In de wereld van Wilders en consorten drinkt de gezonde westerse mens alcohol. De oosterse mens – de moslim – drinkt geen alcohol, maar rookt. Het absolute rookverbod lijkt de kers op de taart in de oorlog die Wilders voert tegen de ‘islamisering’. Ondertussen zitten de westerse gevangenissen voor de helft vol met mensen die iets ‘verkeerds’ rookten.Op roken in cafés staan geldboetes die, bij niet-betaling, worden omgezet in gevangenisstraffen. Straks vullen de hardnekkige rokers de toch al overvolle cellen. Maar omdat straffen onder de drie jaar vaak niet meer worden uitgevoerd, kan men paradoxaal genoeg straffeloos blijven roken.De reactie van het Westen op de moordpartijen – aanvankelijk gericht op de Joodse gemeenschap – kwam pas echt op gang toen Hitler ook christelijke en protestantse religieuzen naar de slachtbank leidde. Dat was voor het Westen een brug te ver. Denk aan het beroemde gedicht van de protestantse predikant Martin Niemöller: "Eerst kwamen ze voor de communisten..." – uiteindelijk staan ze voor je eigen deur.Hitler en zijn nazi’s waren geen atheïsten; zij geloofden in de oude Germaanse goden. Het hakenkruis was gestolen; in India is het een symbool voor vrede. Stel het je voor: nazi-Duitsland hing vol met symbolen die ‘vrede’ betekenden, maar enkel vrede voor de ‘gezonde, productieve Germaanse mens’. De rest was plebs, waren slaven.Het ‘herenvolk’, de voorhoede, deed alles wat de slaven niet mochten. Hitler en zijn kompanen gebruikten cocaïne: de drug van de zuiverheid. Het is wit en het schittert. Hoeveel van de huidige ‘zuiverheidsfanaten’ die het rookverbod toejuichen, zitten zelf met hun neus in de cocaïne? Er moeten immers mensen zijn die de tonnen coca, die al 40 jaar de illegale belastingvrije markt overspoelen, consumeren. Is dit het huidige herenvolk?Blijkbaar herhaalt de geschiedenis zich. Maar zeg achteraf niet dat u het niet wist.   .

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
3 0

Slechts brokstukken

Het overweldigende gevoel, zich vertakkend in verwarring, stamt uit alle mogelijkheden, beweringen en waarheden die rond mij samentroepen. De ene al dwingender dan de andere. Als straatkinderen die in mij een rijke toerist zien, met zakken vol aandacht en ander snoepgoed. Ik ben in het verleden gul geweest, maar wil mij niet langer laten pluimen. Mijn strategie klinkt simpel: voelen wat voor mij klopt, de rest negeren. Alleen nog focus op het intuïtieve gevoel, geen verstrooiing door verhalen. De verhalen bonzen op de poort van mijn heiligdom. Ik zet daarom het volume van mijn innerlijke wereld hoger zodat ik ze niet hoor. Het duurde even voor ik die volumeknop vond. Het gebeurt nog dat ik hem even kwijt ben. Een illusie wordt niet altijd doorprikt door haar te doorzien. Weten dat er een illusie is, verandert de illusie niet. Het verandert voor mij wel de handvatten in hoe ermee om te gaan. Handvatten die ik eigenhandig uit mijn kern heb moeten beeldhouwen. Want het onechte diende zich aan zonder grip. Of: ik was het die zich aandiende in het onechte, om redenen die ik vergeten ben. Kwetsbaar, puur en open arriveerde ik ergens waar ik niet thuishoor, maar blijkbaar wel dien te zijn. Met alle informatie in mijn wezen, behalve de verhalen van deze wereld. Er werd mij geleerd hoe te denken en te spreken, en de verhalen overschreven systematisch wat ik wist zonder woorden. Denkend en sprekend in een taal die de mijne niet is, tracht ik, decennia later, te herinneren wie ik oorspronkelijk ben. Om het echte van het onechte te onderscheiden, is mijn gevoel er dus als enige betrouwbare leidraad uitgekomen. Uit het oneindige kluwen van redeneringen trek ik aan de lijn die me rechtstreeks naar ‘binnen’ leidt. Mijn houvast, mijn handvatten, zijn niet langer tastbaar. Ik vind tegenwoordig meer grip in de leegte, in het vacuüm van het zinloze. Wat ooit chaos leek, voelt nu bevrijdend. Ik verkies chaos boven gestructureerde verwarring. Wat zich in het onechte als logisch en normaal voordoet, maakt deel uit van een artificiële zingeving. Het is die zin, verzonnen, opgelegd of pijnlijk ontbrekend, die het leven van gewicht voorziet. Zonder die zin is er alleen maar bewegingsruimte. Zonder zingeving is er geen agenda of planning, enkel maar het aanwezig zijn in het moment. Deel uitmaken van de leegte. De onechte structuur waarin ik scheef groeide, maakte mij tot een samenhangsel van onbewuste stukken en vastgekoekte angsten. En zo bewoog ik mij doorheen oneindige raadsels van informatieve zingeving. Er openbaarde zich een oneindige zee aan mogelijkheden die ik kon ‘benutten’, waar ik iets mee kon ‘doen’, iets over kon ‘denken’ en ‘zeggen’, iets van kon ‘maken’. Allemaal met het achterliggende idee dat het ‘iets’ is. Dat ‘iets’ beter is dan ‘niets’. Maar met vallen en opstaan wist ik mezelf recht te trekken uit deze illusie en herinnerde ik weer dat ‘niets’ aan de basis lag van alles. Ik kan natuurlijk altijd ‘iets’ neerzetten waarvan ik weet dat het ‘niets’ is, om mijn tijd hier enigszins vermakelijk door te brengen, vandaar ook deze tekst. Het belang van materiële aanwezigheid reduceert enorm wanneer het besef van zinloosheid zijn licht, dat soms als een schaduw voelt, werpt op de dingen. Ik heb gegraven en gewroet in de bodem van wat mijn fundering zou moeten zijn; ik dacht er wortels te vinden, maar vond er vooral verhalen en verwarring. Dan maar in het ijle drijven en zien waar de stroom mij brengt. Er is nog weinig waarop ik mij kan vastklikken dat van waarde is. Ik moet mij in nauwe hoeken wringen om de normaliteit van de simulatie mee te spelen. Het comfort dat mensen in deze onechte wereld denken te vinden, is iets waar ze in hun naakte bewuste essentie nooit voor zouden tekenen. Maar hier, in de overweldigende beperking, geeft het schijnrust. Die schijnrust is een muur die ik al jaren aan het afbreken ben om te zien wat erachter ligt. En nu verschijn ik tijdens sociale interacties met slechts brokstukken, waarmee ik snel opnieuw een schamele constructie maak die het even volhoudt. Hoe lang nog? Mijn lichaam geeft nu duidelijker dan ooit aan dat de muur afgebroken is en ik quasi naakt in de leegte sta. Opnieuw kwetsbaar en puur. Ik ben dus niet langer bestand tegen interacties die niet authentiek voelen. De beperkende middelen en taal die ik nu gebruik om deze tekst te construeren, zijn tools van de matrix. Deze woorden zijn niet meer dan vage schimmen van het ‘niets’ dat nu in ‘iets’ gepropt wordt. Maar misschien valt er te snoepen van een glimp echtheid die uit de lege omhulsels lekt? Dat hangt natuurlijk ook af van het bewustzijn dat over deze letters dwaalt. De meeste mensen zullen op hun honger blijven zitten. Dat komt onder andere omdat ze in een omgekeerde wereld leven. Ze hebben zich daaraan aangepast. Ik blijf het lastig vinden, zo ondersteboven, en vind het in veel ‘normale’ situaties niet gemakkelijk om mijn maaginhoud binnen te houden. Ik voel me ook vaak moe. Moe van hier dag in, dag uit te zijn. Of te doen alsof ik hier ben. Schipperend tussen misschiens en mogelijkheden, het minimum uitvoerend, want ‘je weet nooit’. Veel schrijven en lezen omdat niet schrijven en lezen misschien ramen en deuren sluit. Ramen en deuren in de muur waarvan slechts brokstukken overblijven. Tekst door Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 0

Het broedend duifje

Er zit een duifje op haar nest en het zit er al enkele weken. Ik weet niet precies hoe lang, maar toch al zeker drie weken, misschien zelfs vier. Het zit er rustig, met het geduld en vertrouwen van een wezen dat geen twijfels heeft over haar bestaan en impulsen. Ik ga ervan uit dat het een ‘zij’ is, maar het zou ook een mannelijk duifje kunnen zijn die deze taak op zich neemt. Misschien uit liefde en het nalatenschap van zijn vrouwtje waar hij om rouwt? Nee, dit laatste is te ver gefantaseerd, teveel Disney-sentiment. Ik meende wel enkele weken geleden twee duifjes te hebben gezien, eentje op het nest en eentje ernaast fladderend op takken, ik vermoedde toen om te helpen met eten brengen.  Over het nest had ik eerst mijn twijfels, het leek er niet heel stabiel uit te zien, maar na enkele serieuze wind- en regenvlagen zat het duifje er nog steeds onbewogen en kordaat. Het nest lijkt toch wel genoeg beschut door takken en bladeren waardoor het niet veel wind vangt. De kletterende regen zal het duifje moedig, zonder het zelfmedelijden en gezeur dat een mens zou produceren, hebben doorstaan.  Ik zoek bewust niet op hoe lang de broedtijd van een duif is. Zolang het duifje overtuigd is van het slagen van haar broedkansen ga ik in vertrouwen met haar mee. Al ervaar ik wel die menselijke twijfel en onzekerheid. Compassie ook jegens het duifje. Zelfs enige kwaadheid naar de hardheid van het leven dat toelaat dat onschuldige dieren zwaarte en pijn ervaren. Wat als het duifje daar vergeefs zit? Als ze al die weken daar heeft gezeten, heeft volhard en uiteindelijk uitgeput moet concluderen, misschien heel gestaag en instinctief, dat de eieren geen leven bevatten? En wanneer en hoe zou het duifje eten? Komt het andere duifje soms nog, want ik zie het nooit meer? Het enige wat ik elke dag zie, op eender welk moment, is een duifje dat één lijkt te zijn geworden met haar nest en de boom. Ik heb de verrekijker erbij genomen om meer details te zien. De blik in haar ogen bijvoorbeeld. Met het blote oog zie je haar haast niet zitten. Mocht je het niet weten, dan merk je haar niet op. Maar ik merk haar op. Ik schrijf zelfs over haar. Het bestaan van dat wezen wordt gezien, erkend en het werkt ook nog eens inspirerend. Ik vraag mezelf af wat het duifje mij toont, welke boodschap het voor mij heeft. Het duifje is hier niet alleen als duifje om eieren uit te broeden en alle problematieken daarrond te ervaren, maar ook om zich, onbewust, aan mij te laten zien. De plek van haar nest, vlak bij mijn livingraam is niet toevallig.  Het lag vast door het ‘lot’ dat het duifje precies daar haar nest zou maken en dat ik het zou zien en erover nadenken, voelen en schrijven. Vanuit haar vrije wil koos het duifje deze nestplaats, ware het niet dat die vrije wil verbonden is met het netwerk van het universum waar mijn vrije wil ook deel van uitmaakt. Mijn vrije wil, noch die van het duifje, kan niets in beweging zetten zonder daarmee iets anders aan te raken. Het duifje en ik zijn één, we maken deel uit van hetzelfde universele geheel. We bestaan uit dezelfde ‘energie’ die gefragmenteerd verschijnt in een duif, een mens en een omgeving of wereld. Door het duifje te observeren, leer ik iets over een deel van mezelf dat zich representeert als een duifje. De vragen die het duifje bij mij opwekt, zijn de vragen die nu voor mij van toepassing zijn in mijn proces van zelfontwikkeling. Het duifje zet mij, onbewust en zonder daarvoor iets te moeten doen, in beweging. Het duifje hoeft alleen maar te ‘zijn’, rustig zittend op haar nest, zonder ergens van gewaar te zijn. Ik besef dat ik evengoed gewoon hoef te ‘zijn’ om mijn rol op verschillende vlakken constructief te spelen in deze wereld. Mijn bijdrage aan deze wereld bestaat in de eerste plaats uit mijn aanwezigheid en dus niet enkel en alleen uit mijn creaties en prestaties. Ik hoef niets te ‘doen’, enkel te ‘zijn’. Net zoals het duifje. Terwijl ik rustig op mijn nest zit, ben ik onbewust een inspiratiebron voor anderen. Ik hoef alleen mezelf te zijn om iets waarachtigs neer te zetten. De rol die ik speel in dit levenstoneel bestaat uit zuivere aanwezigheid die vorm en omgeving ervaart. Wat ik precies vanuit die ervaring doe of verwezenlijk, of mijn eieren nu uitkomen of niet, maakt eigenlijk niet uit. Zolang ik maar aanwezig ben.  Net zoals het duifje niet door heeft dat ik reflecteer over haar bestaan, heb ik ook vaak geen notie van de impact van mijn aanwezigheid op anderen. Net zoals het duifje die eieren vanuit een natuurlijke creatiekracht gelegd heeft, schep ik ook dingen. Maar het leven draait niet om wat er geschept wordt, maar om hoe we scheppen en wat we daarbij ervaren.  Trouwens over die eieren: ik kan die vanuit mijn perspectief niet zien liggen in het nest. Ik ga er eigenlijk gewoon van uit dat ze er zijn, maar het kan ook dat er helemaal geen eieren zijn en dat het duifje op een leeg nest zit. Zou dat een verschil maken? Vanuit menselijk standpunt, een standpunt vol ideeën, overtuigingen, projecties en reflecties, waarschijnlijk wel. Ik zeg niet dat dieren geen emoties en gevoelens ervaren, ze dragen alleen het extra gewicht niet van een zelfreflecterende en contemplerende laag waar mensen onder gebukt gaan. Ze overdenken niet, maar handelen instinctief vanuit gevoel. Als zij lijden, dan lijden zij, zonder de projecties en ideeën over dat leed. Ze hebben er geen oordeel over, het is er gewoon en ze gaan ermee om.  Ik ben mij ervan bewust dat ik allerlei ideeën en verhalen projecteer op het duifje. Net zoals ik dat ook doe op mezelf en mijn omgeving. Mensen zijn verhalenmachines. We bedenken automatisch verhalen rond de verschijnselen die we zien. Bewust en onbewust. En anderen horen of lezen die verhalen, projecteren er nog anderen ideeën op, veranderen de verhalen. Het is een mentale ketting aan verhalen die we collectief aaneen rijgen. Sommige delen van die ketting worden ‘erfgoed’ genoemd. Dieren doen zoiets niet, ze maken geen kettingen en structuren van verhalen. Ze leven hier en nu, in een verhaal dat belichaamd wordt, maar niet verteld. Want daarvoor zijn er mensen. Ieder speelt zijn rol in dit veelzijdige universum. Het duifje op haar nest en ik schrijvend in mijn bed over het duifje. Of we nu over bevruchte eieren beschikken of niet, we zijn evenwaardig en ons bestaan is geen vergissing of toevalligheid, maar een uiting van ‘God’ die zichzelf wil ervaren als duif en als mens en al de ruimte daartussen. Het is God, de scheppende kracht, die zichzelf zo ontmoet, zich weerspiegeld ziet in tal van facetten, op diverse niveaus en dimensies, bewust en onbewust. Ik kom mezelf tegen in diverse lagen van deze levenservaring, en al herken ik mezelf niet altijd, toch ben ik het steeds opnieuw. Ik dank het duifje om er te zijn en om haar pure authentieke frequentie uit te zenden. Ik dank mezelf voor het oppikken van die frequentie, voor het zien van grootsheid in details en het tasten onder de lagen. Ik weet en voel dat mijn visie en begrip ontzettend beperkt is ten opzichte van de oneindigheid die buiten de grenzen van mijn menselijk perspectief lijkt te liggen. Ik weet dat ik in essentie oneindig en onbegrensd ben, maar dat ik dit enkel kan beweren vanuit een begrensde vorm. Zo ben ik zowel vrij als onvrij en besta ik dus uit het hele pakket en niet slechts de helft van de dualiteit. Ik ben een geheel van donker en licht. Paradoxen zijn er als symbool van ‘heelheid’. Zowel het ene als het andere leeft, er wordt niets uitgesloten, er ontbreekt niets. Tegenstellingen zijn er om een eenheid te vormen en dat kunnen ze alleen als ze tegengesteld blijven. Ultieme eenheid kan geen vorm hebben, niet ervaren worden, zonder tegenstellingen. Of beter: de notie van tegenstellingen moet bestaan om de notie van eenheid te kunnen ervaren.  Zo, en dat allemaal op een dinsdagochtend naar aanleiding van gedachten over een duifje op haar nest. 

KarolienDeman
8 3

Onder alle lagen

Onder alle lagen van het gedomesticeerde mens-zijn zit er een natuurlijk wezen dat schreeuwt om aandacht. Die schreeuw klinkt vaak als een auto-immuunziekte, een allergie, een hernia, een burn-out of een andere kwaal. De hardnekkigheid van lastige kwalen, maar ook van confronterende triggers, ligt als een sluier over al wat niet aangekeken wordt. Alle emoties en gevoelens die rationeel gezien geen bestaansrecht krijgen wegens te onlogisch, te destructief, te kwetsbaar, te lelijk of gewoonweg onaanvaardbaar, liggen diep in het onderbewuste te sudderen. En na vele bochten en omwegen kom ik erop uit dat boosheid de wortel is van die woekerende plant die ‘chronisch leed’ heet. Bedolven onder dikke lagen verdriet zit er een ingehouden vuur. De vlammen likken al jaren aan mijn ingewanden, een deel van mezelf ging in as op. Een vuur dat ‘er niet hoort te zijn’. Een vuur dat steeds opnieuw aangewakkerd wordt door de luchtstroom van mijn gedachten. En eenmaal het laait, is er die aangeleerde schaamte en angst die zegt dat het vuur mijn donkere kanten belicht en gevaarlijk is. Snel weg ermee, voor iemand het ziet. Ik strooi er excuses overheen, gooi er enkele relativerende redeneringen tegenaan. Ik heb geleerd om mijn vuur in een doosje van mooi verwoorde argumenten te verpakken. Ik voel zelfs trots over de esthetiek en kundigheid van mijn verpakking. Zo had ik jarenlang veel gedachten en woorden, zonder het vuur echt te voelen branden. Ik merkte de pijn van de schroeivlekken natuurlijk wel op en die werden het voornaamste focuspunt: symptomen voorkomen. Trachten te functioneren in een wereld die haaks op de mijne staat terwijl ik er alles aan deed om de schade van het innerlijk vuur te beperken. Het voelde als Sisyphusarbeid. Te midden van een onmenselijk ritme plande ik telkens tijd om te recupereren van handelingen die mij niets authentiek opbrachten. Uit angst die gefundeerd was op aangeleerde sociale conventies. Angst die van bij mijn geboorte, en waarschijnlijk zelfs daarvoor al, als een sluipend gif mijn vrije wil programmeerde. Het geniale aan de donkere krachten in deze wereld is dat ze maar half werk moeten leveren, want de rest doen we zelf wel. Tal van extern gehanteerde overtuigingen, wetten, regels en voorschriften worden door veel mensen gewoon geïnternaliseerd. Een onnatuurlijke levensstijl met bijbehorende ideologie die door een systeem van bovenaf wordt voorgeschreven, wordt massaal geïmplementeerd. De controlerende organen van dat systeem worden bijgestaan door ‘burgers’ die zich de regels eigen hebben gemaakt en daarmee hun eigen authentieke richtlijnen hebben overschreven. Het verklikken of aangeven van wie de systeemregels overschrijdt, is daar een misselijkmakend voorbeeld van. Ik ben mij bewust van de vervuiling die ik toegelaten heb in mijn puurheid. Van de verstoring en onderdrukking van mijn ware zelf, uit angst en overlevingsdrang. En ik vergeef mezelf daarvoor. Het openbaren, uitzuiveren en loslaten van destructieve overtuigingen die van nature niet bij mij horen, is een proces. Het is niet alleen een individueel proces, maar ook een collectief proces dat nu gaande is. De onnatuurlijke, gejaagde, op materie en ego gefixeerde westerse levensstijl wordt nu nog door tal van onbewuste systeemaanhangers verdedigd, maar loopt wel op z’n laatste benen. Er is een kentering gaande en dat zorgt ervoor dat het contrast tussen ‘echt’ en ‘onzuiver’ helderder dan ooit is voor mij. En mijn kompas is en was altijd mijn gevoel en intuïtie. Het is wel zo dat ik dat kompas steeds beter ben gaan begrijpen. Mijn moeizame zoektocht van ups en downs leverde vooral helderheid op. En een nog fijner afgestelde gevoelswereld, iets dat mijn rationele zelf jarenlang als angstaanjagend beschouwde. Het gaat ook over het herwinnen van zelfvertrouwen: durven vertrouwen op de zuivere juistheid van wat er intuïtief en gevoelsmatig aangegeven wordt, zonder dat er een rationele ‘ja, maar’ op volgt. ‘Ja, maar dit gevoel kan ik niet uiten, want het zou anderen kunnen kwetsen.’ ‘Ja, maar als ik mijn gevoel zou volgen, dan kan ik weerstand en consequenties verwachten.’ ‘Ja, maar leven volgens mijn gevoel is niet praktisch haalbaar, financieel noch sociaal.’ Het zijn enkele voorbeelden van collectief ingebedde ‘ja, maars’ die niet eigen of authentiek zijn. Het zijn overtuigingen die als een beperkende koord rond de vrije wil zitten gewikkeld. En rond het natuurlijke zijn. Ik ben mezelf al jaren aan het bevrijden van het kluwen aan beperkende overtuigingen dat mijn ware zelf belemmert. Ik begrijp nu ook ineens waarom ik mezelf zo vaak gewikkeld in touw heb geschilderd. Via kunst, of dat nu schrijven, zingen, schilderen, dansen of spelen is, krijgt het onderbewuste een podium. In onze creatieve uitingen lezen we wat er onder de vele lagen van overlevingsstrategieën echt speelt. Daarom vind ik het belangrijk om dat met anderen te delen. Ik kan en wil niet anders meer dan bij ontmoetingen spelen en samen creatief zijn. Ik wil alle ingehoudenheid en sluiers van oppervlakkigheid achterwege laten. In een sociale context kan ik geen urenlange mentale processen voeren zonder dat mijn lichaam grenzen aangeeft. Ik wil, moet zelfs, loskomen van ratio en verhalen en dieper zakken richting gevoel, anders voelt het leven voor mij als een opgave of een strijd. Dit is ook een maatstaf voor de bijeenkomsten die ik bijwoon of zelf organiseer: het praten en redeneren mag niet primeren boven het verbindend voelen, desnoods doorheen weerstand en angst. Maar natuurlijk steeds in zachtheid, met liefde en respect voor onszelf en elkaar. Ik heb het gevoel dat deze tekst resoneert met de frequentie van de zogenoemde ‘nieuwe wereld’ die eraan komt en in feite de ‘oude’ of ‘oorspronkelijke wereld’ is. Er is immers niets nieuws aan onze ware natuur, ze is er altijd geweest. Soms bedolven onder vergeetachtigheid en allerlei systemische mechanismen. Dit is weer een tijd van herinneren en uitzuiveren. De verontwaardiging en boosheid die ik zo lang heb getracht te relativeren is gegrond. Er is niets te ‘overgevoelig’, ziek of moeilijk aan mijn ware authentieke zelf, hoe hard deze soms ook lijkt af te steken in collectief aanvaarde contexten. In de ogen van oppervlakkigheid lijkt diepgang en gevoel een zwakte en het is aan mij om mezelf niet langer door die ogen te bekijken. De verbinding met andere zielen die zich herkennen in dit relaas, of mij hierin erkennen, voelt als heerlijk thuiskomen in een wereld die steeds groter wordt rond mij. Een zalige wereld waarin ik mezelf niet hoef in te perken om aanvaard en geliefd te zijn. En ik voel daarvoor zoveel dankbaarheid! Het geeft zoveel steun! En vanuit passie bouw ik graag mee aan dit netwerk van liefde, zodat steeds meer zielen dit thuiskomen kunnen voelen.* De afbeelding bij deze tekst is een schilderij dat ik maakte in 2010 getiteld 'Twisted & Turned', verwijzend naar de bochten waarin ik mezelf dacht te moeten wringen om te overleven in deze wereld vol rare kronkels.

KarolienDeman
5 1

De gehele nacht moest mijn bruine vriend de racistische kreten aanhoren.

kwetsbare MAN kwetsbaar mannelijk schoonheidsideaal ***************************************************************************************"Waarom schrijft ge altijd over den bruin?" vroeg iemand mij onlangs. "Omdat den bruin in de verdomhoek zit," zei ik. "De allochtoon bedoelt u," zei hij. Ik zuchtte eens bij zoveel onbegrip. "Ik bedoel wel degelijk den bruin. Neem nu de witte allochtoon, de Oost-Europese allochtoon. Buiten een laag loontje - dat ernstig onze sociale zekerheid belast, want dat lage loontje is meestal zwart - wordt die man niet bespot, niet dagelijks vernederd. In tegenstelling tot mijn bruine vrienden, die dagelijks vuile, kwade blikken moeten trotseren. Neem nu een van mijn beste vrienden, in Antwerpen geboren en getogen, maar hij is bruin. Hij moet nu al heel zijn leven vernederingen ondergaan, niet alleen op school en op straat. Uit angst heeft hij zichzelf herschapen in een halve Italiaan. Weet u hoeveel geld hij betaald om er netjes uit te zien? Het ontkroesen van zijn prachtige haar kost hem maandelijks een fortuin. En dan is er nog de druk van de familie die het idee heeft dat wie de beste is niet wordt vernederd. Dus wordt hij dagelijks onder druk gezet om te presteren. Alcohol heeft hij afgezworen, daar wordt hij rapper agressief van. Zijn redding is zijn joint. Na een haaltje staat hij weer lachend en blij in de samenleving. Iedere pipo die hem agressief benadert, wordt onthaald op een lachsalvo. In die mate dat de agressor van verbazing zijn agressie staakt. Wanneer hij alcohol gebruikt, zou hij wel wat rapper niet verbaal agressief uit de hoek komen. Weet u, hij kan daar ook niet veel aan doen. Hij wordt dagelijks zo onder druk gezet dat ik het wel kan begrijpen, maar hij moet er mee ophouden. Hij doet er alleen zichzelf pijn mee. Hij wordt daarmee gestraft, niet de agressor. Als ik hem dat zeg, zucht mijn vriend, en met tranen in zijn ogen zegt hij: "Ik weet het, ik weet het, maar als er dan weer een in mijn gezicht spuwt of weer een mijn dure jasje besmeurd, en ik heb wat gedronken, dan wordt het mij te machtig. Trouwens, niks doen is voor een agressor een teken om verder te doen. Op de goegemeente hoef ik niet te rekenen. Een grote bek wanneer ik agressief uithaal, maar de blanke agressors mogen gewoon hun ding doen. Weet u, ik doe mijn uiterste best op school, ik ben bij de beste. Op een dag vierden we met mijn toenmalige klas ons eindfeest. We hadden wat gedronken en stonden aan een bushalte toen twee oudere kerels mij begonnen uit te schelden. Eerst reageerde ik er niet op, maar de doodse stilte die neerdaalde over ons zonet nog vrolijk groepje was duidelijk. Iedereen was sprakeloos. Door de grofheid ervan, en alle kwetsende woorden. Het overviel ons als een koud bad. Daardoor dachten de agressors wellicht dat we een gemakkelijke prooi waren. Ze besloten ons fysiek aan te vallen. Kan ik het helpen dat ik een getrainde atleet ben? Op school probeer ik de beste te zijn. Ik sport, en daar word ik bij de beste gerekend. Door veel te trainen sta ik zeer scherp. Toen ik uithaalde dacht ik niet aan dat onnozel jasje. Ik dacht aan de tranen van mijn moeder die straks dat jasje in ontvangst zou nemen. Ik sloeg. Ik sloeg zeer geconcentreerd twee keer. Het was zeker niet de bedoeling dat het zo erg zou aflopen. Een gebroken pols, en ook een gebroken been, niet door mijn slag, maar doordat de tweede gevallen was. Alle omstanders kozen partij voor die brave witte jongens die zaten te kermen. Alleen mijn schoolvrienden verdedigden mij. Daarna was er de politie. Uiteindelijk zei de rechter dat ik als getrainde atleet mijzelf beter moest leren controleren en dat ik een gevaar betekende. Hij stuurde mij voor een paar maanden naar een jeugdinstelling. Op dat moment zag ik weer het huilende gelaat van mijn moeder. Ik beet mijn lippen kapot om niet in huilen uit te barsten, het lukte. In de krant stond dat ik emotieloos overkwam, maar mannen huilen niet heb ik geleerd. Begrijp je nu waarom ik van alcohol overgeschakeld ben op wiet? Van alcohol word ik veel te rap agressief, het zullen de genen zijn," zei hij. De tranen stonden hem in de ogen. "Genen?" zei ik verontwaardigd. "Daar bestaat geen enkel bewijs voor. Kan het niet door de dagelijks vernederingen komen," vroeg ik. "Nee," zei hij. "Het kwam door die ogen. Ik had iedere keer het gevoel dat ik haar teleurstelde. Weet u hoeveel pijn het mij deed? En iedere keer werd de pijn erger. Het enige wat hielp was een goeie stevige joint. Daar word ik kalm van. "Ik stond sprakeloos te luisteren. "Maar geraak jij dan zo gemakkelijk aan wiet?." "Dat is wel een probleem," zei hij. "Ze hebben al verschillende keren mijn wiet in beslag genomen." "Word je dan niet kwaad?" vroeg ik. "Kwaad wel, maar agressief, nee. Voor ik de trein opstap heb ik paar flinke toeters op. Ik word heel vrolijk van wiet, en dan kan ik erom lachen. Het pijnlijke is dat als ik niet veel geld heb, ik een week niks kan roken. Ik vrees de dag dat ik me terug aan de alcohol vergrijp." "Heb je nu iets om te roken?" vroeg ik." "Nee," zei hij bedeesd. "Wel, tast toe," zei ik hem. Mijn toehoorder was eventjes sprakeloos van mijn woordenvloed. "Wat is er verder met uw bruine vriend gebeurd? " klonk het, en hij vermeed het woord allochtoon.   Mijn bruine vriend werd opgesloten in een zaal. Mijn bruine vriend moest slapen in een bed, die naast een bed stond waar een zwaar getatoeëerde man sliep. De meeste tattoo's waren hakenkruisen. De gehele nacht moest mijn bruine vriend de racistische kreten aanhoren, van een man die al 25 jaar opgesloten zat. Een bewaker zei mijn hoog intelligente bruine vriend dat teveel boeken lezen slecht is voor de hersenen. Een patiënt die in een crisis terecht kwam werd door drie HULK'S met baseball bats kalm geslagen, met een verdovend product ingespoten en naakt vastgebonden opgesloten in een kale cel. En het gebeurt nu nog in, achterlijk conservatief België. De enige arts die voor honderden patiënten beschikbaar was, werd veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn patiënten.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0