Lezen

Azuren roes

Er volgt weer een bocht. Door die slippartij een tiental jaren geleden spannen al mijn spieren op als hij weer eens voorbij steekt op die bochtige baan langs rode rotsen die opduiken uit de nachtelijke zee.  Als we eruit vliegen belanden we op die witte muur bedenk ik, maar dat gaat na al mijn verzoeken en aanwijzingen nog steeds niet door zijn hoofd. De kinderen zouden dan eindelijk weten waar de airbags uit tevoorschijn komen grap ik in gedachten. En ik, ik zou er niks van merken.  Sinds onze lange wandeling langs het strand en door de jachthaven zit ik in een roes en ben ik weer overal en nergens in tijd en ruimte. Als de koude wind me wegbrengt naar de schapenstal waar de herder en ik 5 jaar geleden in enkele tellen oogcontact een jeugdige zomerliefde herbeleefden, als het gefluit, gekraak en geklingel tussen de boten me 35 jaar jonger maken en me wandelend aan de zijde van mijn vader marine verhalen laten beluisteren, dan brengt het contact met die muur me vast naar nog ongrijpbaardere dromen en herinner ik me wellicht nog vaag een compleet gevoel vooraleer de lichten van de ambulance mijn licht doven.  Ik denk aan de twee vrouwen, elk met twee kinderen, die tegen een muur reden om zich van t leven te beroven, de ene overleefde het niet maar de kinderen wel, de andere overleefde t wel maar één van de kinderen niet. Het andere kind werd mijn liefje toen we 14 waren, maar hij haalde de 40 niet, ik wel. En ik ben er elke dag blij om. Het enige waar ik spijt van heb is dat ik dat liefje niet nog meer liefde gaf, want nu kan het niet meer. Gelukkig scheren we de witte muur voorbij. Ik zie de Poolster nog steeds. En rechts een laatste streepje donkeroranje gloed boven de heuvels. Weer een bocht. Nu duiken de twee heuvels vol lichtjes op, witte, gele en groene. Ook hij houdt van lichtjes bedenk ik. En van snuisteren en de juiste golflengte. Zelf onze stappen zijn op elkaar afgestemd. Daar dacht ik ook aan tussen de boten, aan mijn nieuwe liefde die met mooie liedjes en vleugjes magie uit de lucht kwam gevallen en me voorzichtig mee in de wolken tilde. Dat is het heerlijke aan de duister die langzaam valt en een snijdende wind die je verhindert te praten. Het maakt gedachtenloopjes mogelijk naar geliefden die waren en geliefden die komen, naar overal en nergens. Weer een bocht en weer een klein strandje. Het licht van de auto maakt de pikzwarte zee heel even terug azurblauw. En denken dat ik een hekel had aan deze azurkust als kind. Misschien door het geslenter of door de sfeer van geheimen die we van thuis meezeulden of door de voor mij verwarrende toestand van miljonairsvillas en overvolle terrassen terwijl clochards tussen palmbomen schuilden voor de mistral of eerste wintervorst. Ik weet het nog steeds niet, maar ik herinner me dat ik ook dan vaak in een roes ging. Op de radio klinkt je t'aimais, je t'aime, je t'aimerai. Ik kan niet meezingen, want mn stem is weer weg. Het komt nu steeds vaker voor dagen zonder stem en nachtelijk hoesten.Thuis neem ik direct hoestsiroop en een glas wijn na het eten of omgekeerd, denk ik, als een verslaafde. Verslaafd ben ik zeker, aan de liefde en aan de roes van de azurkust, waar alle tijden door elkaar lopen, mijn hart onderweg is en mijn hoofd op hol, naar overal en nergens.

Fien SB
50 1

Kabouter Wouter

Aan de rand van de derde boosterprik voor iedereen, verschijnt de gehoornde kabouter Wouter Beke opnieuw ten tonele. Stoer en los uit de pols schudt hij de waarheid uit zijn mouw. Dat wat hij altijd al wist, maar waar de geesten nog niet rijp voor waren. Hij wil de veren op zijn hoed, de pluimen in zijn reet. Wanneer hij een moeilijkere vraag voorgeschoteld krijgt schuift hij de schuld graag af op anderen. Zelfs zijn eigen kabinet ontsnapt niet als het moet. Als het ruikt naar kannibalisme, klinkt als kannibalisme en eruitziet als kannibalisme dan is het verdorie kannibalisme. Binnenkort vreet de man zijn eigen huig op, gedrenkt in een sausje van onzin. Als het hem dan toch te heet onder de amechtige voeten wordt dan kan hij nog altijd het antwoord schuldig blijven. ‘Daar moet ik het antwoord op schuldig blijven’ en een beetje onhandig schuiven op je stoel, lukt altijd. Wouter Beke neemt geen verantwoordelijkheid, gewoon omdat hij geen idee heeft wat verantwoordelijkheid is. De dronken chauffeur die zijn wagen te pletter rijdt is Wouter Beke.De hond die zijn eigen mand vol schijt, Beke.Het kind dat -tegen de afspraken in- uit het vliegtuigje hangt op de molen, Beke.De korst kankerverwekkend aangebakken restje vlees in de pan, Beke. Welk beleid? Van Wouter en zijn gehoefde kornuiten moeten jongeren in de klas een mondmasker dragen, want ja het virus is niet weg. Dat dit mentale problemen met zich mee kan brengen is niet aan de orde, dat er te weinig bedden zijn in de noodopvang –waarlijk een andere pandemie trouwens- deert hem niet. Noodopvang bekt minder sexy dan covid. Het is ook minder zichtbaar en kost eigenlijk alleen maar geld. Want dat doet welzijn in de ogen van deze non-figuur: een geldverslindende post. Hij zit tegen wil en dank in een sociaal keurslijf en het past voor geen meter. Voor iemand van een zelfverklaarde volkspartij, voor de gewone man dus, nogal onhandig. Al is hij niet de eerste en al helemaal niet de enige. Voor deze sujetten is democratie een wel erg rekbaar begrip. Een beetje een voetmat waar je het slijk van het slagveld aan afveegt. Een klein handigheidje in het beste geval, een joekel van een obstakel in alle andere gevallen. Het moge duidelijk zijn dat we met vaccineren alleen er niet zullen geraken, we hebben meer middelen nodig. Een contacttracing die perfect op punt staat bijvoorbeeld, voldoende ventilatie in openbare gebouwen en klaslokalen. Dat had al lang in orde moeten zijn. Een beetje leiderschap had gezorgd dat het nu als een gesmeerde trein liep, maar Wouter sliep door, af en toe geruggesteund door zijn vrouw, die de menigte suste en stelde dat hij wel een goede echtgenoot was. Welk beleid dus, Wouter in ieder geval zal het antwoord schuldig moeten blijven. Maar mocht je hem vragen wat zijn bestaansrecht is, ook dan zou hij prevelen als een gekapte pater.

brandnetel
20 0

De kleine van ‘t café

Pa is vaak van huis, maar niet vaak genoeg. Elke keer als hij thuiskomt, zit ons ma direct vol. En als hij daarmee klaar is, begint hij te zuipen en slaat hij op alles en iedereen die hij tegenkomt. Behalve op de klanten, dat mag niet van ons ma.     Ons ma zegt dat een echte cafémadam al haar klanten onder tafel moet kunnen drinken. Als ze zwanger is, drinkt ze geen druppel minder. De kleine kan er beter al aan wennen, zegt ze dan. Ze is echt een heel goede cafémadam. Door al dat zuipen zijn er vier kinderen doodgeboren en dat was met ons Leslie beter ook gebeurd. Debiel, achterlijk, te stom om te helpen donderen of ooit haar eigen geld te verdienen. Ze zal altijd een blok aan ons been zijn en ze is te lelijk om een hoer te zijn. Geen mens die daar geld voor geeft. Zelfs in het café is er niemand die eens wilt.     Bij mij heeft mijn moeder juist genoeg gezopen: ik ben te slim voor een gesticht en te dom voor een goeie job. De vuilkar zou ik willen doen, maar daar nemen ze geen Vandoorens aan, nadat onze Davy de opzichter een paar tanden uit zijn muil heeft geklopt. In het containerpark heeft onze Michaël een van de andere werkgasten zijn neus gebroken. Bij de groendienst kwam onze Dennis toe met zijn thermos vol whisky. Dat ging, totdat hij met de camionette in de gracht is gesukkeld. De garagist heeft ruzie met onze pa en alle cafés zijn concurrentie. In de schone magazijnen willen ze enkel ‘deftig’ volk en voor proper werk op een bureau moet ik een diploma kunnen voorleggen. Veel werk is er niet voor iemand met mijn naam en mijn karakter. Het is ofwel kadavers ophalen voor de Rendac ofwel nachtwerk.     Ik had gezien in de streekkrant dat ze iemand zochten in het klein Delhaizeke om voor nachtwaker te spelen. Ze hebben daar blijkbaar schrik dat er ’s nachts iemand de champieter en de kaviaar gaat komen pikken. Slechte uren, een contract van mijn voeten en stevig onderbetaald. Maar veel keus heb ik niet, om niet te zeggen geen. Maar kom, onderbetaald is ook betaald. Een uniform voor de nachtwaker hebben ze niet, dus moet ik daar mijn eigen triestige schoenen lopen verslijten.     Vanavond om elf uur moet ik klaarstaan om een godganse nacht mijn tijd te verdoen in die klotewinkel. Om zeven uur ’s morgens komt de chef. Hij kan zien dat hij mijn pré bij heeft of ik sla op zijn bakkes.

Harlinde Bormans
42 2
Tip

De nachttrein

Het was onze eerste reis, ver van huis en zonder ouders. Maanden hadden we ernaar uitgekeken om met de hele klas te gaan skiën in Zwitserland. Niemand was er al geweest, niemand had ooit een skilat van dichtbij gezien en het idee dat we met de nachttrein zouden gaan maakte het allemaal nog avontuurlijker.     Op de dag van vertrek wuifden we opgewonden onze ouders uit, klaar voor een week onafscheidelijk samen zijn. De hele klas hing goed aan elkaar, maar wij twee waren de hartsvriendinnen die maar niet uitgepraat raakten tegen elkaar.     Wij deelden een slaapcoupé en na wat in mijn herinnering wel uren vol onschuldig meisjesgeklets lijken, vielen we in slaap. Ik op de bovenste bedplank, jij onderaan. We waren jong, hadden nog nooit gevaar van dichtbij gezien en we voelden ons beschermd door onze hechte vriendschap. Daarom vergaten we de deur op slot te doen en veranderde die nacht jou voorgoed.     Een man komt binnen in onze coupé en legt zich zomaar op de onderste vrije bedbank, enkele meters bij jou vandaan. Hij ruikt naar iets dat ik niet ken. Ik ben verstijfd van angst. Plots ziet de man dat hij niet alleen is. Hij kruipt bij jou. Ik zie niet wat hij doet, ik durf niet te bewegen en niet te denken aan wat er vlak onder mij gebeurt. Na enkele minuten zucht de man. Ik hoor geritsel van een riem en dan valt het licht van de gang een paar seconden binnen. De man sluit de deur en laat ons weer alleen. Niemand beweegt. Ik hoor je huilen en ik doe alsof ik slaap.     ’s Ochtends vroeg ik of je goed geslapen had. Ik was opgelucht toen je ja zei. Ik wilde niet weten wat er was gebeurd. Ik dacht dat je het zou kunnen vergeten, als niemand erover sprak. Dat was niet zo.

Harlinde Bormans
224 4

Ticket to the moon

Toen ik vanochtend een ommetje maakte met de honden door de lommerrijke straten van Barcelona, liep ik voorbij twee lange rijen mensen. De eerste stond aan te schuiven voor de derde booster van het Covid vaccin. De tweede voor een lotto-briefje. Het enthousiasme bij de twee rijen was vergelijkbaar. Gelatenheid hing als een mist over hen heen. In beide gevallen wachtte men op wat het ‘lot’ beslissen zou. De grote G&G van het leven: Gezondheid en Geld, dé tickets bij uitstek naar vrijheid.  Dat eerste ticket, het fameus covidpasje, de nieuwe leiband van de staat, beslist waar we wel en niet mogen zitten en waar we mogen pissen of kakken. Mét of zonder masker weliswaar. De mens wikt en big brother beschikt. Onze vermeende vrijheid zoals we die kenden onder de illusie van democratie, ligt nu definitief aan diggelen. Het is spuiten en slikken of je ligt eruit. Geen bioscoop, geen romantisch dineetje en al helemaal geen Spa-weekendjes voor degenen die opteren om te mogen beschikken over hun eigen lijf. Onder het mom dat je niet meer kan overlijden aan de gevolgen van covid en de garantie dat je je vrijheid behoudt, groeien de wachtrijen bij de vaccinatiecentra. Dat steeds meer mensen zich onverklaarbaar vermoeid voelen of extreem haarverlies hebben, wordt genegeerd. De ongeziene stijging van hartfalen, TIA’s en andere kwalen waar men voorheen geen last van had, inbegrepen. Nee hoor, dit staat los van de bijwerkingen. De overvolle ziekenhuizen met gevaccineerden aan de beademing, stemmen toch tot nadenken. Nieuwe lockdowns liggen op de loer. Niemand wil dit horen. Niemand wil het er over hebben, want straks is er dat bedrijfsfeestje waar we persé naartoe moeten. En volgende week komt de nieuwe James Bond uit…Krampachtig grijpen we naar onze vermaarde vrijheid die als ijle lucht door onze vingers glijdt. Terwijl ik mijmerend mijn weg verder zet, vraag ik me af of ik toch maar opteer voor een lotto-briefje in plaats van een derde booster…  

Heidi Schoefs
19 0

van binnen naar buiten

Jij kan niets veranderen aan jou. Tenminste, dat zou zo moeten zijn. Voor dit stukje tekst - dat in een soort van oprechtheid zich ingewikkeld heeft - had ik muziek nodig. Voor jou draait het erom jezelf voorop te plaatsen, en ik die jou meemaak: eindelijk maak ik iets mee dat volstrekt normaal is. 'The soundtrack to my life' horen.  Je bent pas zinvol omwille van een ellendige ervaring zoals verlies, maar wat verlies je?; zoals pijn, maar wie is degene die nog pijn heeft? De wereld is op een vreemde manier gestopt met op iets te lijken en laat een verveelde indruk na. Ik kan nog zo mijn best doen, maar niets schijnt maakbaar te zijn dus verdwijnt het momentum altijd wel ergens.  Ik zweer af dat liefde draait om delen, en laat het me vervolgens op gebruiken. Ik doe alles altijd bewust, ook al weet ik dat dat nefast is. Autisme doet je nadenken, zonder dat je iets weet.Je ogen staren me aan maar later zou nog duidelijk worden dat dat mijn eigen blik was die terugstaart naar wat er nu nog van mij overblijft. Ik doe wat moet of eindelijk kan, niet na (gelukkig zijn); ik doe het omgekeerde maar dan op een overtuigende manier (oncontroleerbaar zijn). Ik doe het niet graag, maar maak het wel telkens mee. Ik heb een totaal volmaakt verlangen naar het exterieur van Dries. En dit verdomd stukje tekst dat op een gedicht wil lijken. Een geparafraseerd gedicht is geen gedicht maar een analyse.  Laten we ophouden bij genoeg.  Zorgeloosheid tot iets logisch maken, het zal nooit lukken zonder waanzin.  Vind me terug, zodat ik het niet zelf hoef te doen.

Dries Verhaegen
90 0