Lezen

Ontmaskerd

Hij leunt tegen zijn bus. Ik zie het meteen. Waarom leunt hij? Zoekt hij steun? Kan hij niet meer op zijn benen staan? Als zijn bus hem moet dragen – hoe kan hij er dan mee rijden? Zijn gezicht helpt al evenmin. Je kan er zijn hele leven op aflezen. Zeker wie wat gevoel voor drama heeft. Ik dus. Zijn gelaat laat me tegenslag zien. Alsof er van alles tegen geslagen heeft. Drank, vermoedelijk. Te lange nachten. En … al wat het daglicht niet mag zien. Het soort gezicht dat aangetast wordt. Door slechte keuzes. Frustratie die nooit spijt wordt. Je ziet het in zijn mondhoeken. Zijn blik vertelt het: reken niet op mij – ik leun tegen mijn bus. Hij lijkt wel overreden. Onder zijn eigen bus beland. Hij rijdt, dus moet het iets anders zijn. Het leven, vermoedelijk. Zijn handen stellen me al evenmin gerust. Hij verstopt ze in zijn zakken. Het leven niet in zijn handen – hoe stuurt hij die bus de berg straks op. De andere ouders lijken het niet te zien. Zijn er helemaal gerust in – al heeft hij het lot van onze kinderen in handen.  Een luid skideuntje rukt me naar het hier. En nu.Een bende vrolijke kinderen – klaar hun berg te bestormen. Of hij de valies kan helpen dragen?  Ik schrik van zijn stem.  Hij heeft er zin in, zegt hij. Vrolijk, stemvast.  Hij is dus baas over zijn stem. Zijn bus luistert vast ook wel. Hij is best knap, zonder het masker van mijn angst. Ik haal mijn handen uit mijn zakken –  nu ik hen uit wil zwaaien.  

Lien Van Droogenbroeck (Pennig)✍️
112 10

The Flameman whose heart shivered

Everyone of the village of Evol would abandon their homes on the coldest day of the winter. For just one night they would flee and sleep out in the snow. For that night the Flameman came to the village. And everyone of the village Evol deeply feared the Flameman. They feared his presence so much they would leave everything except for their clothes and hearts behind so Evol would look like a ghost town the night he visited.The Flameman was always cold and shivering despite being made of orange and yellow and red radiant flames.On the coldest day of winter he would come to Evol looking for warmth. The Flameman was always cold and shivering despite being made of orange and yellow and red radiant flames.Every time he came he found a dark, abandoned and silent village of black and blue and grey.The Flameman would snuggle up in all the blankets and cushions of Evol. Just before he fell asleep, he felt something pull on one of the blankets. He threw everything off him and saw a little girl and her husky. The Flameman stared at her.The little girl stared back. ‘My mama is very cold sleeping in the snow. She won’t stop shivering,’ she said.The Flameman stared at her. ‘Could I please have just one of these blankets for her sir?’The Flameman wiped some snow off the husky’s hair. ‘These blankets haven’t made me warm at all. So I guess you can have them, sure.’The little girl felt the tremble in his hand as he wiped snow off her strawberry hair. ‘You’re also shivering,’ she said. ‘It’s winter. What to do about it?’ the Flameman snorted. ‘Well, the people of my village all go sit back to back in one big circle when we try to sleep.’‘And how’s that working out for your mama?’‘Well, your hand is pretty warm. Why don’t you join us?’ ‘My hand is warm?’ The Flamemans eyes lit up. He nodded to the little girl and they went to the people hiding from him. They were all asleep next to each other. Shivering.Together, the Flameman and the girl covered every one of them with blankets so they would shiver less.The little girl thanked the Flameman and went to sleep in her mother’s arms.The Flameman stared. The husky was the only one left without a blanket. So the Flameman let him snore and sleep in his lap. He could here the breaths of everyone around him. Their heartbeats. Soon as he tried to sleep his longues breathed with theirs.His heart burned with theirs.In that moment his fires flamed a color they had never flamed before. Pink.And every villager stopped shivering. When the villagers woke up they were pleasantly surprised by the blankets. Having survived the night they hugged and cheered while the little girl and the husky searched for the Flameman.But they couldn’t find him.Everyone walked back to the village in the morning air.The snow was as white as the clouds and sky was orange and yellow and red.There was another surprise waiting for the villagers of Evol.From that day forth every day was a warm one, because all their torches were lit with radiant pink flames that burned forever. The crackling of the fire in rhythmic sync with the heartbeats of everyone.  

Émile K.
0 0

Lijst van dingen die de dag een gouden randje geven

De eerste hap van een warme croissant met echte boter. Frieten van de frituur met nét iets te veel zout. Een toast met préparé op zondag terwijl ge eigenlijk “licht” ging eten. Verse pannenkoeken met gesmolten suiker die knispert. Gelukkig zijn er pannenkoeken. De korst van lasagne. Alleen de korst. Met uw vinger door de saus gaan terwijl ge zogezegd aan het afruimen zijt. Chocolade die eigenlijk “voor het bezoek” was. Een raketijsje in november. Omdat het mag. A sunday in the middle of the week.  De eerste slok koffie wanneer ge al te laat zijt. Nieuwe lakens. Zon-gedroogd. Fris als een nieuw begin. Een parkingplaats vlak voor de deur. Een dutje van twintig minuten dat voelt als een wedergeboorte. Een leeg huis met uw muziek te luid. Solden waar ge 70% korting krijgt en denkt dat ge winst maakt. (Vrouwenwiskunde.) Iemand die zegt: “Ik heb gekookt.” Een hand op uw onderrug in een drukke ruimte. Lepeltje-lepeltje terwijl het buiten regent en ge nergens moet zijn. Het moment vlak voor een kus. Dat zweven. Uw hoofd op iemands borst leggen en het ritme vertrouwen. Een man die spontaan de vuilzak buitenzet zonder zucht of PowerPoint. Een berichtje dat begint met: “Ik moest aan u denken.” Uw naam horen fluisteren. Iemand die zegt: “Ik regel dat wel.” Een applaus dat nét iets langer duurt dan beleefd. De stilte na muziek waar niemand doorheen durft te praten. Een opgegroeid kind dat onverwacht uw hand vastpakt. Een volwassen zoon die plots groter is dan gij, maar nog altijd “mama” zegt met dezelfde stem. Vriendinnen voor het leven die geen cava nodig hebben, maar weten dat het vandaag koffie moet zijn. Die niet vragen “hoe gaat het?” maar zeggen: “Kom. Zitten. Vertel.” De eerste zon op uw gezicht na weken grijs. Een lege stoel die pijn doet, maar ook bewijst dat ge kunt houden. Denken dat ge het niet meer gaat doen… en het toch doen. En heel even geloven: misschien wordt het toch nog schoon.

Katrien Daniels
42 2