Lezen

Zweverig

Het kleven van labels op mijn ervaringen is iets dat mij werd aangeleerd. Als kind maakte ik geen onderscheid tussen echt en fantasie. Tussen tastbaar en voelbaar. Gaandeweg werd er een lijn getrokken; tot hier en niet verder. Want wat verder ligt, dat is quatsch. Alles dat achter de lijn ligt, daar lachen we eens mee. Om vervolgens terug over te gaan tot de orde van de dag, waarbij we aangemoedigd worden om te denken binnen de grenzen van een rationeel bestaan. Maar er is meer. Ik kan meer. Ik wil meer. Ik kan mijn ogen ervoor sluiten en de magie die ik voel plat rationaliseren. Uiteraard dient alles in vraag te worden gesteld, dus ook datgene waaraan ik mij optrek. Geen huisje is te heilig, ik ben bereid om al mijn constructies tegen de vlakte te gooien. Als dat helpt om klaar en ver te zien. Groeipijn schrikt mij niet af, ook de kunst van het loslaten bestudeer ik vol overgave. Ik las boeken die mijn ervaringen op losse schroeven zetten. En absorbeerde theorieën die met overtuiging aantoonden dat ik niet meer ben dan wat mijn brein ervan maakt. Ik probeerde levensvisies uit die haaks op mijn authenticiteit stonden, als ware het modieuze zonnebrillen. Om maar te zeggen dat mijn empirisch onderzoek niet over één nacht ijs is gegaan. Hoe dan ook, de uitkomst bleef dezelfde. De conclusie luidt: ik heb een brein, maar ik ben het niet. Ik ben meer.Zonder spiritualiteit, zit er een gat in mijn leven. Een gapende holte die mij naar binnen zuigt. Ik heb het niet over religie of (bij)geloof. Die woorden zijn beladen met connotaties die niet passen op wat ik voel. Maar de term spiritualiteit lijkt de lading wel te dekken. Al is het arme woord ook besmeurd met labels die achter de zogezegde lijn thuishoren. In mijn huisje vind je klankschalen, edelstenen, beeldjes van Oosterse Goden en smudge sticks. Soms voer ik spontaan rituelen uit met deze objecten, aan de hand van een intentie en gevoel. Spelen met energie noem ik dat. Ik heb daarvoor in principe geen voorwerpen nodig. Maar ze helpen wel, als symbolische dragers van mijn intentie. Ook woorden hebben die functie. De woorden die ik tijdens een ritueel uitspreek of neerschrijf, verscherpen de focus op hetgeen ik met mijn handelingen wil bewerkstelligen. Zweverig is het woord waarmee men doorgaans bovenstaande praktijken samenvat. Ik hoor het wel vaker. Een deel van mij voelt enige schroom om ermee naar buiten te komen. Maar dat is wat ik doe en altijd gedaan heb: mezelf blootgeven. Mij openbaar kwetsbaar opstellen. Waarom? Omdat ik daar schoonheid in zie. Als ware het mijn roeping. Misschien is spiritualiteit niet meer dan een copingmechanisme. Een manier om de zinloze grilligheid van het leven te verteren. Dat kan. Zoals ik al zei heb ik die piste uitgebreid bewandeld. Maar ik laat de weerstand en argwaan nu eindelijk los en erken wat ik voel.  Het verstrijken der jaren doet de opgelegde grenzen vervagen. De grens tussen realiteit en imaginatie. Tussen werk en spel. Tussen binnen en buiten. Tussen de wereld en mezelf. Tussen leven en dood. Groeien betekent voor mij alles geleidelijk in elkaar laten vloeien.https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/16/zweverig

KarolienDeman
16 2

Hotel

Uitgeput en bezweet laat hij me achter op het grote bed van de hotelkamer. Het liefst wil ik nog even langer in zijn armen liggen, maar de hitte is ondraaglijk en hij had nood aan verfrissing. Met ogen vol vuur kijk ik hem na terwijl hij zich naar de badkamer begeeft. Hoe onwaarschijnlijk ook na onze marathon sessie van zoeven, heb ik bij dat aanzicht meteen terug zin. De grote raampartijen geven me een mooi zicht op de stad die baadt in het licht van de ondergaande zon. Het gaat zo meteen stormen, dat proef je in de lucht, maar momenteel is er enkel de verzengende hitte als voorbode van wat komen zal. Een zweetdruppel rolt als een parel van mijn gebruinde huid, en zoekt zijn weg van mijn sleutelbeen tot aan mijn navel. Voldaan krul ik op mijn rechterzijde en verdwijn ik even volledig in de zachte aanraking van de zijden lakens. Ik zou kunnen spinnen als een kat. Een briesje doet de witte ondergordijnen dansen en bezorgt mij een welkom moment van verkoeling. De olie waarmee hij me inwreef maakt dat de zweetdruppels mooi op hun plaats blijven en een bijna buitenaards landschap vormen op mijn  huid. De korte haartjes op mijn bovenbeen komen even recht te staan, door de aanraking van de lucht, of door de herinnering aan zijn handen die hun weg zochten over mijn lichaam. Alles is nog hypergevoelig en mijn hele lichaam tintelt nog na van de verrukking die me zonet had overspoeld. Ondanks de hitte heb ik heel eventjes kippenvel, wat een prachtig schouwspel creëert in combinatie met de zweetparels en rechtstaande haartjes op mijn geoliede huid. Het gebeurt niet vaak, maar op dat moment geniet ik met volle teugen van het aanzicht van mijn eigen lichaam. Een spontane glimlach verschijnt op mijn aangezicht en ik rol van foetus houding naar mijn rug terwijl ik mijn lichaam volledig strek. Als een sneeuwengel staar ik tevreden naar het plafond. De reflectie van de zon in het raam gecombineerd met het dansende ondergordijn creëert een spel van licht en schaduw op het plafond dat me doet denken aan onze verleidingsdans een paar uur voorheen. De deur was amper toe toen hij me vastnam en brutaal naar zich toe trok. De eerste aanraking van zijn lippen op de mijne veroorzaakte een schokgolf. Eindelijk. Zijn lippen. Eerst zacht en zoekend, dan hard en passioneel. Onze ademhaling versnelde. Handen die verkenden en een manier zochten om elkaars kleren zo snel als mogelijk van het lijf te trekken. Een bonzend hart. Ik voelde dat hij klaar voor me was en ik wou neerdalen om hem te plezieren, maar hij hield me tegen en trok me bij mijn polsen terug naar omhoog. “Straks,”  fluisterde hij zacht maar bevelend, en duwde me op het bed, waarna hij beheerst zijn broek open maakte. Traag, knoopje per knoopje, terwijl hij me uitdagend aankeek. Na wat een eeuwigheid leek, ging hij op me zitten, maar liet me niet toe hem aan te raken. Vervolgens nam hij mijn handen en bond ze vast met zijn broeksriem. Terwijl hij met één hand mijn handen boven mijn hoofd in de matras duwde, trok hij met het andere hand mijn hemd open en ging op verkenning. Eenmaal voldaan, duwde hij mijn hoofd zijlings, diep in de lakens, en kuste me ruw in mijn nek.  Onderdanig liet ik mijn handen liggen terwijl hij al kussend afzakte naar beneden, tot tussen mijn benen. Mijn initiële schrik voor zijn dominante houding en hardhandige aanpak veranderde op dat moment in totale overgave. Hij nam bezit van me en mijn hele lichaam rilde van plezier. Ik deed vanaf dat moment alles dat hij me gebood te doen. Ik was van hem. Starend naar het schouwspel op het plafond bedenk ik me dat waarschijnlijk niet iedereen zoveel geluk heeft. Hoe lang had ik hier al niet over gefantaseerd? Hoe lang had ik niet getwijfeld? Eindelijk was het werkelijkheid geworden, en die realiteit was zo prachtig dat ik wist dat ik ze opnieuw zou proberen beleven. Ik bedank hem als hij uit de badkamer komt en enigszins ongemakkelijk aanvaardt hij; onwetend wat ik er werkelijk mee bedoel. Hoe kon hij ook weten wat hij had teweeg gebracht? Dat hij mijn wereld had veranderd met slechts één passionele nacht. Hoe kon hij weten dat het mijn eerste keer was? Zoveel jaren verspild, maar dankzij hem kon ik mijn twijfels loslaten en eindelijk toegeven wat ik wou, wie ik was. Ik heb hem na die nacht nooit meer gezien, maar ik heb daarna ook nooit meer met een vrouw gevreeën.

Iljavdb
6 2

Dankbrief

Beste Sara Deze brief is om je te bedanken. Het was voor mij zeer bevreemdend om iemand onbekend toe te laten en zulke persoonlijke zaken te vertellen, maar toch was ik vanaf het eerste moment op mijn gemak. Ondanks de intieme aard van de gesprekken en de sterke zelfreflectie die je van me vereiste, verliepen de sessies zeer ongedwongen. Dat je dat voor iemand als mij in zo een omgeving kon creëren is sterk, zeer sterk. Misschien had je de situatie mee, misschien was het een toevallige klik, misschien is dat wel net jouw kwaliteit, of misschien ben je gewoon zeer goed in je vak.. wat het ook was, het was zeer bevrijdend, en daarvoor wil ik je oprecht bedanken. Ik heb me al afgevraagd of ik het zo aangenaam vond omdat het allemaal over mij ging, omdat ik alle aandacht kreeg, maar dan maak ik me de bedenking dat ik het helemaal niet leuk vind om in het middelpunt van de aandacht te staan, dus dat biedt ook geen verklaring. Het enige noemenswaardige dat ik in de gesprekken bij jou gedaan heb, is eerlijk en open communiceren -iets dat beter iedereen zou doen, ook al doet dat soms pijn.  Een beetje meer eerlijkheid zou zonder al te veel moeite al snel een veel mooiere wereld maken! Eerlijkheid vergt voor mij wel minder inspanning dan mezelf erkennen voor wat ik kan, of zoals jij het zei, mijn ‘wauw’ momenten opsommen. Na lang nadenken kwam ik samen met jou tot drie momenten, waaruit bleek dat ik uitdagingen opzoek. Bijzonder frappant daarbij was de vaststelling dat ik enerzijds wel een uitdaging lijk te zoeken, maar het anderzijds ook niet te veel moeite mag kosten precies - misschien is het wel net dat laatste dat me heeft genekt en is die gemakzucht mijn eigen bron van ongeluk geworden? Het is me dankzij jou duidelijk dat ik me meer moet focussen op mijn creatieve kant, dat dit ook waardevol, of zelfs belangrijk is voor mij, om gelukkig te zijn. Ik maak mezelf wijs dat ik geen verdere stappen in die richting zet omdat ik vind dat creativiteit ‘slechts’ een hobby kan zijn, maar de echte reden is angst. Zowel om te falen, als de angst dat dit nooit een job kan uitmaken waar je welvarend mee kan zijn; een waarde die ik hoog in het vaandel draag. Wat verder ook duidelijk naar voor is gekomen uit jouw vragenvuur is dat ik gemakkelijk analyseer. Echter, als je alles overdenkt, dan durf je niet meer te ondernemen, want er is altijd wel een reden om het niet te doen. Er is altijd een risico en dan is er altijd weer die zelf gecreëerde faalangst en gemakzucht. Stick to what you know, dat is veilig en zeker, maar geeft natuurlijk weinig ruimte voor initiatief en creativiteit. De natte droom is en blijft nog steeds één écht origineel idee hebben, Sara. Het ‘gat in de markt’ idee: iets innoverend, iets nieuws, iets wereld verbeterend, iets lucratiefs… Alles ineens dus!  Maar misschien ben ik daar te streng voor mezelf en is ideeën aanpassen of verbeteren ook creatief werk. Immers, alles is al eens gedaan, en is deel van het collectief geheugen. Misschien heb ik wel een ondersteunende in plaats van een innoverende functie in het leven. En misschien is dat ook gewoon wel oké. Wat het ook zij, het resultaat van wat ik doe moet indruk maken, dat lijkt belangrijk te zijn voor mij. Ik vraag me dan af of niet iedereen die erkenning opzoekt, zeker als ze iets creëren, maar ik heb dat voorheen nooit echt durven toegeven voor mezelf. Het is een realisatie die uit onze sessies voortkwam, en dus alweer een reden om jou deze brief op te maken. Maar laat ik eindigen met het mooiste compliment van al: je hebt me overtuigd van iets. Mijn ervaring tot hiertoe met professionele begeleiding is dat ik steevast de therapeut doorzag en het meer een psychologisch spel werd, dan dat het een hulp was. Bij jou stelde ik me daarentegen verbazingwekkend genoeg meteen open en je gaf me de middelen om mezelf de juiste vragen te stellen. Je hebt me niet alleen geholpen, je hebt me ook doen geloven in wat jij doet. Ik vermoed dat dit is omdat jij dat goed doet. Bedankt.

Iljavdb
12 0

Maude

Er bestaat geen grotere kwelling dan wachten. Zenuwachtig pulkte ik aan een houten splinter in het bankje waar ik op zat en reflecteerde op mijn leven. Hoe kwam het dat ik, een jongeman met nog een heel leven voor zich, hier beland was? Ik heb altijd goede cijfers gehaald op school, was niet de populairste, maar werd ook niet gepest. Mijn brede schouders, donkere ogen en uitstekende kaakbeenderen maken dat ik een zelfzeker voorkomen heb, ook al was dat in werkelijkheid niet steeds het geval. Ik ben introvert en onzeker, maar als ik iets probeer te bereiken, dan lukt me dat meestal wel, zowel in mijn privé leven, op school als in mijn latere carrière. Wat was er dan in godsnaam gebeurd waardoor ik nu zo in de nesten zat? Over het algemeen weet ik heel goed waar ik naartoe wil. Als ik een doel voor ogen heb, dan kan niemand me doen afwijken. Niemand, behalve Maude dan. Zij was de enige die me tot roekeloos gedrag kon brengen. Ze had een twinkeling in haar oog die nooit iets goeds voorspelde, maar me tegelijk ook kon doen veranderen als was in haar handen. Ik deed alles voor haar, zelfs met gevaar voor eigen leven. Een enkele keer heb ik er zelfs bijna letterlijk mijn eigen leven bij ingeschoten. Maude was mijn buurmeisje toen ik opgroeide. Ik ken haar al zo lang ik me kan herinneren. We waren in de tuin aan het spelen, een jaar of 13 oud denk ik, toen ze op een bepaald moment zei “ik heb een idee,” en me gebood haar te volgen. Ik wist toen al dat dit niets goeds betekende, maar kon het niet laten haar te volgen. Die verdomde twinkeling. We namen onze fiets en reden een kleine kilometer de stad uit. Het was midden zomer en de zon brandde onze hoofden. Mijn zwarte haren en vale huid maakten me geen al te beste vriend met de zon, maar ik verkoos ze toch boven de regen. Maude leek er minder last van te hebben. Bij het minste sprankeltje zon op haar huid kreeg ze een prachtige bruine teint die bleef tot in de winter. Ook haar krullend bruin haar was zeker en vast een genetische restant van een zuiders verleden, terwijl haar groenblauwe ogen dan weer neigden naar een meer noordse invloed in haar bloedlijn. Hoe ze was samengesteld was niet duidelijk, maar het resultaat was leuk om zien. Het was pas op latere leeftijd dat ik echt inzag hoe prachtig ze wel was. Heel de weg lang vroeg ik haar waar we naartoe gingen, maar ze wou niets lossen. “Je zal wel zien,” zei ze steeds. ”Je gaat het leuk vinden. Stop nu toch eens met zeuren.” Ik volgde haar via een grindweg tot aan een oud gebouw. Vervallen en verlaten. “Ik denk dat mijn opa hier nog heeft gewerkt,” zei ik. “Ze deden iets met textiel geloof ik.” “Ja, kan zijn,” zei Maude ongeïnteresseerd en sprong van haar fiets, die ze respectloos langs de kant van de grindweg liet vallen. Ik stapte ook van mijn fiets en plaatste hem naast die van haar, netjes op zijn pikkel. Ze rende lachend naar de grote poort van het gebouw, en ik rende haar achterna. “Die poort ziet er gesloten uit,” opperde ik. “Er is geen enkele poort die mij kan tegen houden. Kom.” Ze wenkte me om haar te volgen langsheen de omheiningsdraad die wel 2 meter boven ons uit torende. “Hier geraken we nooit over,” probeerde ik opnieuw. “Waarom er over, als je er door kan?,” zei ze gniffelend. Ze kroop achter een grote struik die vergroeid was met de omheining. Opnieuw volgde ik haar zonder vragen te stellen. Eenmaal door het dichte bladerdek gesparteld, onthulde zich een soort tunnel tussen de takken door. Het had bijna iets sprookjesachtig, ware het niet dat het leidde naar een misdrijf. Mogelijks kwam het door de claustrofobische omgeving, maar het besef van wat ik aan het doen was, kwam plotsklaps bij me binnen, en angst maakte zich meester over me. Alsof ze het aanvoelde draaide Maude zich om en zei: “Ik ben hier vorige week met mijn broer en zijn vrienden geweest. Er staat geen stroom op de draad, en er is geen alarm. Je moet je geen zorgen maken.” Zelfzeker kroop ze door het gat in de draad. Helemaal niet gerustgesteld, maar juist gewezen op bijkomende gevaren waar ik zelfs nog niet aan gedacht had, zette ik tegen beter weten in door. Ik wou geen gezichtsverlies lijden. Zeker niet bij Maude. Als twee gedetineerden die probeerden ontsnappen uit een gevangenis maar de verkeerder richting uit liepen, renden we gehurkt over het binnenplein richting het gebouw. Het terrein was verlaten en we waren een heel eind verwijderd van de openbare weg, maar toch voelde het alsof er elke moment een schijnwerper op ons zou schijnen en een alarm zou afgaan. De adrenaline joeg door mijn lijf als we een grote stalen deur bereikten aan de zijkant van het gebouw. Naast de deur bevond zich een poort aan een grote lager gelegen inrit. Dit was zeker waar de vrachtwagens destijds kwamen laden en lossen. De stalen deur stond gelukkig op een kier en met veel moeite sloegen we er met verenigde krachten in het gevaarte verder open te wrikken, net genoeg om ons tussen de smalle opening te wringen. In de geborgenheid van de fabriek maakte mijn angst plaats voor enthousiasme. De onbekende ogen die me daarnet gade sloegen, konden niet binnen kijken. We hadden het gehaald. De desolate fabriek had de muffe geur van oud en nat papier. Overal lagen plassen regenwater van de regen die door het kapotte dak was binnen gesijpeld. Eigenaardig genoeg had het pand in al zijn mistroostigheid iets magisch. De lichtbundels die die zon als pijlen door de resterende propere plaatsen op de lichtstraten naar binnen schoot, creëerden een bijna feeëriek sfeertje. We voelden ons veilig en begonnen als kleine kinderen rond te rennen. Maude imiteerde een vliegtuig en ik deed mee. Zo vlogen we heel het gelijkvloers rond. We giechelden en speelden met de knopjes van de achtergebleven machines, deden alsof we de directeur van de fabriek waren, en haalden allerlei ongein uit. Ik had de tijd van mijn leven. Plots zei Maude: “Kom, we gaan eens boven zien. “ Maar er is geen verdieping meer,” merkte ik op. ”Neen, maar wel een dak,” zei ze grijnzend. Weer die twinkeling. Weer volgde ik tegen beter weten in. Een oude metalen trap leidde ons naar een passerelle, vanwaar, vermoedden we, de directeur of opzichter de werknemers gade sloeg. Te midden van de passerelle bevond zich een ladder in een koker bestaande uit metalen traliewerk. Alhoewel oud, zag het ding er best nog stevig uit. Maude ging, zoals steeds, voorop. “Kom, daarboven is een luik!,” riep ze uit, en op enkele seconden was ze bovenaan de trap geklommen. Aarzelend volgde ik. “Kom me helpen, ik krijg het luik niet in beweging.” Ik kroop in de smalle koker tot naast haar. Haar heup drukt tegen de mijne en ik voelde haar ademhaling. Haar krullend bruin haar kriebelde aan mijn gezicht. Ik keek haar aan en slikte. “Wel, ga je nog helpen duwen?,” vroeg ze geïrriteerd, en duidelijk geheel onbewust van wat deze onverwacht intieme situatie met me deed. Ik plaatste mijn schouder tegen het luik en besefte dat dit het moment was waarop ik mijn mannelijkheid moest bewijzen. Alsof mijn leven er van af hing duwde ik tegen het luik, dat piepend open sloeg. Door de beweging verloor ik heel even mijn steun en gleed met een van mijn voeten van de trede van de ladder. Ik schaafde mijn ellenboog lelijk aan de zijkant van de koker, maar kon mijn val opvangen door mijn oksel aan de bovenste trede te haken. Mijn ene been bengelde enkele meters boven de passerelle. “Goed gedaan, superheld van me,” Zei ze lachend. “Kom je mee?” Ik glimlachte omwille van haar opmerking, maar was vooral trots dat ik het luik had open gekregen. Ze reikte me de hand en trok me terug naast haar. Ik had daar nog wel even kunnen blijven zo dicht bij haar, en had reeds een grappige commentaar klaar, maar nog voor ik iets kon terug zeggen, kroop ze door het mangat op het dak. Opnieuw volgde ik gedwee. Eenmaal buiten moest ik even wennen aan de verandering van omgeving, en in het bijzonder aan de lichtsterkte. Het donkere fabriek met slechts enkele lichtbundels werd plotsklaps ingeruild voor een zonovergoten zwart dak. De zon prikte in mijn ogen terwijl ik op het warme asfalt kroop. Maude was al meters verwijderd. “Wacht op me,” riep ik haar na. “Kom dan, superheld.” Ik veerde recht en liep haar achterna, nog steeds half verblind door de zon. Bij de vierde stap wist ik meteen dat er iets mis was. Ik voelde het dak van onder mijn voet wegvallen en slaakte een luide gil. Nog maar net kon ik mijn armen vasthaken aan de ijzeren constructie waarop de ruiten van de lichtstraat rustten. Ik hoorde het glas onder me in duizend stukjes uit elkaar spatten. Mijn benen bengelden op zeker 6 meter van de begane grond. Angstig riep ik Maude. Ik probeerde mijn rechterbeen terug op het dak te krijgen, maar een in het kader overgebleven glasscherf sneed daarbij in mijn zij , waardoor ik mijn grip verloor en mij maar ternauwernood kon vasthouden. Ik voelde het bloed langs mijn middel naar beneden lopen en schreeuwde het uit van de pijn. Ik proefde het zout van mijn tranen op mijn lippen. “Maude,” riep ik terug, “Help!” Maude kwam aangerend, maar hield op ongeveer een meter verwijderd halt. “Wat doe je?,” vroeg ik angstig. “Sorry, maar ik kan niet helpen.” “Wat? Waarom niet?” zei ik verbaasd. “Je bent er pas doorgezakt op het tweede raam. Ik kan niet bij je geraken zonder zelf op een raam te gaan staan, en dan zak ik er misschien ook door.” Ze keek me staalhard aan, zei “sorry,” en liep weg. “Maude? Maude?,” schreeuwde ik vanuit het diepste van mijn zijn.  Maar ze antwoordde niet. Ze was weg! Ze was gewoonweg doorgegaan. Had mij aan mijn lot over gelaten. Ik begon nog harder te huilen, slaakte een oerkreet en probeerde uit alle macht mezelf omhoog te trekken. Tevergeefs. Ik vervloekte mijn dunne armpjes, ik vervloekte die stomme spelcomputer die me alleen maar sterke vingers gaf. Ik vervloekte de turnleerkracht die gelijk kreeg toen hij gezegd had dat sporten mijn leven zou veranderen. Ik vervloekte Maude, die me aan mijn lot overliet. Nogmaals probeerde ik, nogmaals tevergeefs. Ik schreeuwde zo luid ik kon om hulp, maar wist dat er geen ziel in de wijde omgeving te bespeuren viel en het niet baten zou. Even nam ik mijn overlevingskansen in overweging als ik zou los laten. In het beste geval zou ik mijn twee benen breken en kon ik misschien op mijn armen tot aan de openbare weg kruipen. Zoals het er naar uitzag was dat momenteel mijn beste optie, maar het was geen optie waar ik aan wou denken. Opnieuw schreeuwde ik de longen uit mijn lijf en probeerde ik mezelf omhoog te trekken. Niemand hoorde me, en mijn dunne armpjes stelden opnieuw teleur. Het werd steeds moeilijker om mijn eigen gewicht te dragen, en mijn armen begonnen te trillen van uitputting. Zweet vermengde zich met mijn tranen terwijl de zon onverbiddelijk op mijn hoofd scheen. Ik zou het niet lang meer volhouden. Net toen ik dacht los te laten verscheen ineens een silhouet in het licht van de verzengend zon. Het was Maude. Ze was terug gekomen!   “Hier!” Ze smeet een dik jute touw naar me toe, dat ze aan de andere zijde rond een nabije schouwpijp draaide. Ik pakte het touw met één hand vast, terwijl ik met de andere het raamkader stevig vasthield. Als ik er aan terugdenk weet ik nog steeds niet hoe ik dat toen gedaan, of zelfs gedurfd, heb. Ik denk dat mijn overlevingsinstinct wist dat dit mijn enige kans was. Maude plaatste zich met haar rug naar me en draaide het touw stevig rond haar pols. Ze gebruikte de buis als een soort katrol. Dit gaf haar de mogelijkheid om met haar voet kracht te zetten tegen de buis terwijl ze trok. “Ben je klaar?,” riep ze. “Drie, twee, één.” Met alle kracht die ik nog in me had, trok ik me met één hand omhoog, terwijl Maude aan de andere arm trok. Haar katrol systeem werkte wonderwel en ik sloeg er in mijn been op de kader te krijgen en uit het helse gat te kruipen. Voorzichtig en uiterst geconcentreerd kroop uit langsheen de dunne metalen rand over het aansluitende raam naar het dak. Het glas kraakte en de metalen kader piepte bij elke beweging die ik maakte, maar hielden gelukkig stand. Uitgeput en licht euforisch rolde ik op mijn rug op het dak. Het hete asfalt met half versmolten kiezels die in mijn rug prikten voelde heerlijk. Mijn armen gonsden van de pijn. Ik veegde het zweet en de tranen van mijn gezicht en voelde ineens terug de stekende pijn aan mijn zij. De glasscherf. Maude had intussen naast me plaats genomen en tilde mijn t-shirt voorzichtig omhoog. “Ik denk niet dat er glas in zit, maar dit moet dringend verzorgd worden,” zei ze bemoederend. Om zelf de schade op te meten tilde ik al liggend mijn hoofd tot tegen mijn borstkas, maar verloor bijna het bewustzijn bij het aanzicht van de gapende wonde en het vele bloed. Mijn t-shirt was doordrenkt en het bovenste deel van mijn broek hing vol bloed. “Kom, we moeten snel hulp zoeken,” zei Maude. Ze ondersteunde me zo veel als mogelijk en we begaven ons zo snel als ik het toeliet naar onze fietsen. Eenmaal toegekomen hing het bloed tot aan mijn schoenen en voelde ik me licht in het hoofd. Maude zette me neer langs de kant van het grindpad. “Ik kan niet meer, ga snel hulp halen,” stamelde ik. “Wacht,” zei ze, en weer liet ze me achter zonder uitleg. Geen idee hoe lang ze weg bleef, maar het leek een eeuwigheid. Ze kwam trots terug met een lege fles in de hand, die ze prompt kapot sloeg tegen een steen. Met het bovenstuk van de kapot geslagen fles kwam ze dreigend op me af. Dat was de eerste, maar zeker niet de laatste keer, dat ik dacht dat ze écht gek was, en niet alleen prettig gestoord. “We moeten ons verhaal op één lijn krijgen,” zei ze, terwijl ze de fles tegen mijn t-shirt aanwreef. “Wat? Wat bedoel je?” “We moeten hetzelfde zeggen. We kunnen niet zeggen dat we in het fabriek zijn geweest, dan krijgen we een boete of gaan we misschien de gevangenis in. We zeggen dat je gevallen bent met de fiets en op een kapotte fles langs de kant van de weg bent beland, ok?” Intussen had ze de fles en mijn fiets gepositioneerd op een manier die voor haar aannemelijk leek. “Ga nu alsjeblieft iemand halen,” smeekte ik bedwelmd door mijn bloedverlies. “Ok, superheld, hulp komt er aan!,” schreeuwde ze iets te vrolijk voor de situatie en sprong op haar fiets. Iets daarna moet ik het bewustzijn verloren hebben, want het volgende dat ik me herinner is de sirene van de ambulance, en dan gehuil van mijn moeder. Eenmaal dicht genaaid en enigszins bij positieven, vertelde ik het afgesproken verhaal. Maude werd een lokale held die me had weten redden. Ik bleef dezelfde sukkel, die er in geslaagd was te vallen en op de verkeerde plek te landen, gewoon omdat ik een meisje wou volgen. Tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet of Maude werkelijk hulp ging zoeken, of ze me wou achter laten en haar onderweg bedacht. Misschien kreeg ze wroeging, of zag ze het touw en dacht ze dat dit een betere optie was dan doen alsof ze niets wist van mijn dood. Ik besloot dan en daar om niet langer Maude’s schoothondje te zijn, maar besefte maar al te goed dat zolang haar ogen twinkelden, ik geen schijn van kans maakte. Nu, twintig jaar en minstens evenveel twinkelingen later, zit ik hier, op een bankje, te wachten op mijn uitspraak.

Iljavdb
1 1

Het perron

Verbaasd kijk ik je aan. Haast was ik je voorbijgelopen. Mijn hoofd draait zich om en kijkt je na. Nooit gedacht dat ik jou nog zou tegenkomen.         Je staat op het perron de krant te lezen. Ik stap de trein uit en onze blikken kruisen. Je glimlacht. Er gaat een schok door me heen. “Nina!” roep je en mijn hoofd draait met je voetstappen mee. Je omhelst haar. . Ik loop naast Marie en Amber, slechts een paar meters van je verwijderd. Mijn gedachten wijken steeds verder af, maar belanden telkens terug bij jou. Die kriebels in mijn buik. Het is al zo lang geleden dat ik die nog gevoeld heb. Mijn ogen prikken in je rug. Jij hebt niets door. Wanneer ik per ongeluk je arm raak, verplicht ik mezelf om je niet aan te kijken. In plaats daarvan vlucht ik de klas in. De volgende ochtend ben je er weer. Op hetzelfde perron. Ik herken je van in de verte. Speciaal voor jou ben ik deze ochtend vroeger opgestaan. Ik loop de trappen af en pak de metro. Al lezend neem ik de roltrap. Ik kom steeds dichter en dichterbij. Je kijkt me aan en glimlacht. Ik sta naast je. Samen lezen we de krant. Ieder voor zich, maar af en toe wijkt mijn blik stiekem af. Dan draai ik mijn hoofd en kijk ik je onderzoekend aan. Tot jij ook maar de kleinste beweging maakt. Snel wend ik mijn blik af. Je mag niets doorhebben. Ik wil dit moment niet verpesten. Je zou eens moeten weten. Helemaal overrompeld draai ik me nog één keer om. Onze blikken kruisen. Dan weet ik het. Ik heb me nooit iets ingebeeld. Als ik toen initiatief genomen had, wie weet. Je loopt hand in hand. Ik zie het gezicht van je vriendin niet goed, maar jij ziet er gelukkig uit. Zo te zien verbeeldde ik me niets. Blijkbaar val je ook op meisjes. Achter me is iemand serieus aan het werk met een drilboor. Ik trek mijn wenkbrauwen op, maar zeg niets. Zwijgend kijk ik de mensen om me heen aan. Mijn blik is gericht op de roltrap, hopend dat jij zo dadelijk in mijn gezichtsbeeld komt. Ik begin de hoop al bijna op te geven. Dan verschijn je, appel in de ene hand, krant in de andere. Je ziet me, maar gaat niet op je vaste plekje staan. Je komt zo dicht bij me staan, dat er slechts een millimeter tussen ons overblijft. Ik hoor je zachtjes ademen en kijk hoe je wolkjes blaast in de koude lucht. Iets zeggen doe ik niet. Ik sluit mijn ogen en geniet van je nabijheid. Onze schouders raken elkaar net niet aan. Ik kan je bijna voelen. Jij zegt niets. In stilte zoek ik naar de juiste woorden. In mijn gedachten gaat alles goed. De realiteit is, ik vind de moed niet om je aan te spreken. Dat je zo dicht bij me staat, is toeval. De trein komt aan. We gaan elk onze eigen weg. Jij met Nina. Ik met Amber en Marie. De laatste schooldag. Een grote kans dat ik je vandaag voor het laatst zie. Nog één keer hef ik mijn hoofd omhoog en draai ik me om, klaar om jouw blik op te vangen. Je ziet me niet. Ik kijk hoe je in de mensenmassa verdwijnt. Somber zet ik een stap achteruit wanneer de trein over het perron raast en zachtjes tot stilstand komt. Zonder om te kijken stap ik de trein op en vind een plekje in de achterste wagon. Viel jij ook op mij? Ik weet het nog steeds niet. Ik hoef het niet te weten. Alleen, die ene dag. Toen was je zo dichtbij. Met een glimlach stap ik de trein op.

Anna De Kinder
1 1

Ode aan Varanasi

Er zijn weinig steden die zo een indruk op me achterlieten als Varanasi. Nochtans is Varanasi redelijk toeristisch. Meestal ben ik meer onder de indruk van plaatsen waar geen toeristen te bespeuren zijn. En toch. Ik was al een aantal maanden in India. Niet voor een vakantie, wel voor een stage van 6 maanden in Chennai. Even andere oorden opzoeken deed ons deugd. Niemand van ons had kunnen voorspellen hoeveel we van Varanasi zouden houden. De drukte van de toeterende tuctuc-chauffeurs en brommers die zich zigzag een weg baanden door het verkeer, deerde ons niet. Vrezen voor je leven als je de weg overstak, deed je toch al een beetje elke dag in India. Er loopt me nog steeds het water in de mond als ik denk aan de zoete Lassi die we er dronken. Bijeengepropt in een klein kamertje genoten we van de beroemde Lassi van The Blue Lassi Shop. Enkel daarvoor zou je al terug naar Varanasi gaan. De muren waren bedekt met duizenden pasfoto's. Van mensen die er voor ons waren geweest. Honderden nationaliteiten bij elkaar gebracht op een paar muren.  's Ochtends stonden we heel vroeg op om te kijken hoe de Ganges tot leven komt. Hoewel het er meestal krioelt van de mensen, zijn er zo vroeg op de dag amper mensen te bespeuren. De normaal overbevolkte kleine steegjes vol met toeristen en verkoopskraampjes zijn nu leeg en verlaten en we lopen er zelfs ietswat sceptisch rond. De zonsondergang aan de Ganges bleef me het meeste bij. Terwijl we genoten van de zon die achter de Ganges tevoorschijn kwam, kwam er stilletjes aan steeds meer leven. Verkopers installeerden zich. Mensen begonnen zich te wassen in de meest vervuilde rivier van de wereld. Om zich te reinigen van hun zonden. Sommigen maakten van hun hand een kommetje en dronken het vervuilde goedje. Wij stonden er een beetje naar te kijken.  Er is geen groter contrast met België dan India, bedacht ik me. En opeens voelde ik me intens gelukkig. Varanasi, een stad vol dromen. Waar je een koe in de winkel ziet liggen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar 's avonds rituelen worden gehouden om sorry te zeggen tegen de Ganges. "Sorry, dat we je vervuild hebben." Waar een kind je ongevraagd komt zegenen met rode verf en daarna vraagt om een duit in het zakje te doen. Al zat je helemaal niet te wachten op een zegening. Waar je op klaarlichte dag een stoet vol mensen ziet die een lijk zichtbaar door de straten dragen. Waar we varen op de Ganges en een kaars het water laten indrijven.  Close your eyes and make a wish.  Hoe je beseft dat elk land zijn eigen religies, overtuigingen en rituelen heeft. Hoe het zonde is dat mensen vaak meer kijken naar de verschillen dan naar de gelijkenissen. Hoe ik zou willen dat iedereen beseft hoe goed het is dat we anders zijn. Hoe we diversiteit moeten omarmen. Dat er nog zoveel is om te ontdekken.     

Anna De Kinder
1 0

ODE AAN HET LICHAAM

Een ode aan het lichaam. Aan de lijn die een streep werd, de huid die niet meer glad is, maar bedekt met striemen, het bekken dat nog altijd niet stabiel is. En vooral ook een ode aan de borsten.   BoobytimeDe borsten die voor de borstvoeding nog pront vooruit staken en nu enkele verdiepingen naar beneden zijn verhuisd. Zo kunnen ze nu kennis maken met mijn ellebogen en in bepaalde posities ook eens op de koffie gaan bij mijn navel. “Hallo sexy mama!” kan je denken. Mijn borsten zijn er alvast blij mee. Nu hebben ze eindelijk eens wat meer gesprekspartners. Ikzelf ben nog in dubio. Moet ik dit nieuwe lichaam accepteren zoals het is of ga ik er aan werken? Nu in het geval van mijn borsten moeten we spreken over aan laten werken, want ik weet niet of er sporten bestaan met een katrolfunctie.  Van lijnen naar strepenDie streep kan misschien wel weer een lijn worden. Zo toont Instagram me althans. #postpartumbody staat zo overwegend vol met moeders die hun figuur meer dan terug hebben. Het lijkt er bijna op alsof ze allemaal een kind adopteerden. Zo perfect ziet hun lichaam er alweer uit. Ik hoef er dan ook geen tekening bij te maken dat ik niet tot die soort behoor. ‘Perfect is not my kind of style’. Of zo wijst de realiteit opnieuw uit. Terwijl ik al huilend aan het emo-eten ben in de zetel en ondertussen door Instagram scroll besef ik dat deze houding niet instagramwaardig is. Ik moet mezelf zien te herpakken. Aanvaarding?Alleen: hoe doe ik dat? Hoe raakt iemand met een depressie uit de zetel? Ik ben zo moe dat het lijkt alsof er een tractor over me gereden is. Ook die sport met katrolfunctie ben ik niet tegengekomen, anders kon die me ineens uit de zetel hijsen. De zwaartekracht is een lastige tegenstander. Misschien moet ik iets anders proberen? Misschien moet ik proberen mijn situatie te aanvaarden.  GrootsMijn lichaam is veranderd. Dat zeker. Mijn lichaam heeft iets meegemaakt. Nog beter, mijn lichaam heeft iets groot gemaakt. Om precies te zijn een baby van vijftig cm. Waar voorheen enkel ingewanden zaten werd er plots ook nog een baby aan toegevoegd. Een grote surplus eigenlijk in het geheel van mijn lichaam. En mijn lichaam heeft niet enkel iets groot gemaakt. Mijn lichaam wist die baby ook nog eens de uitgang te wijzen. Jammer genoeg voor mij heeft die baby mijn oriëntatiegevoel geërfd waardoor het een zoektocht van twee dagen werd. Gelukkig vond hij uiteindelijk het licht aan het einde van de tunnel. En zodra die baby de uitgang vond waren er mijn borsten om dat hongerige mondje te voeden. Erg lang zijn ze niet in gebruik geweest, borstontstekingen zijn namelijk echt geen pretje. Toch hebben ze even kunnen doen waarvoor ze ontworpen zijn. En daarom, omdat ze kort en krachtig hun taak uitvoerden gingen ze dan maar op vakantie richting zuiden. Ik kan ze niet echt ongelijk geven. Ik trek ook graag richting zuiden. Dit alles doet me denken dat we als moeder misschien niet zo streng moeten zijn voor ons lichaam. Het heeft namelijk iets meegemaakt en mag daarom ook de tijd nemen om te herstellen. We hoeven niet allemaal na zes weken op een of andere catwalk paraderen. In de zetel hangen is ook dik ok. Of toch tot de zetel me niet meer hebben wil.

Nathalie B
3 1

START

Een blog beginnen. Klinkt simpel. En dat is het ergens ook. Anderzijds is het ook een beetje jezelf blootgeven. Iets minder simpel. KennismakenOm te beginnen zal ik mezelf even voorstellen. Wie ben ik? Goede vraag. Daar knelt ook meteen het schoentje. Ik ben namelijk mezelf een beetje kwijtgeraakt en voorlopig heb ik nog geen idee waar ik uithang. Nu de feiten zijn wat ze zijn. Ik ben een vrouw en recent werd ik ook moeder. Naast moeder worden, werd ik depressief. Kan gebeuren zo blijkt. Een soort twee voor de prijs van een, tot niemands vreugde. Zorgen vs. Zetelhangen Dat eerste, dat moeder zijn, maakt mij een zorgend persoon. Altijd druk in de weer met pampers en flessen. Terwijl het tweede me een professioneel zetelhangster maakt, steeds in pyama met een slechte lichaamshygiëne. Beiden gaan niet bepaald hand in hand. Zo wijst de praktijk toch uit. Je kan niet professioneel zetelhangen en ondertussen pampers verversen. Zo ligt de zetel binnen de kortste keren vol met vieze pampers en is er geen ruimte meer om professioneel zetel te hangen. Je merkt al snel, naast moeder en depressief zijn heb ik ook echt hulp nodig. Die krijg ik gelukkig ook.  EenzaamVan de hulp die ik krijg, krijg ik dan te horen dat ik niet alleen ben. Een postpartum depressie, zo zijn er nog zo blijkt. Alleen vraag ik me dan af, waar zijn die andere moeders? Als ik op sociale media scroll kom ik alleen perfecte plaatjes tegen van gelukkige moeders met hun schattige baby’s. Zo ben ik niet. Pyama nog steeds aan, baby in de arm en bezig aan de derde huilbui van de dag. Ik dan, mijn baby is eerder van het blije soort.  Deze keer omdat mijn baby een vieze pamper had en ik het pas te laat doorhad waardoor zijn billetjes nu vuurrood zien. Zo erg is dat toch niet denk je misschien? Wel, in depressieland is dat het einde van de wereld. Naast een goede lichaamshygiëne gooi je tevens ook alle relativeringszin overboord. Imperfecte plaatjesNiet bepaald het perfecte plaatje om op instagram te delen. Of misschien net wel. Misschien mag er wat meer tegenwicht geboden worden aan al die perfecte plaatjes. Misschien hebben al die perfecte plaatjes wel een keerzijde. De mijne in ieder geval wel en ik voel de nood om dit te delen. Het is namelijk goed om te zeggen dat het niet altijd geweldig is. Het maakt er ons alleen echter door. Dus daarom, voor al mijn mededepressie moeders, maar ook voor de moeders die het moederschap niet altijd geweldig vinden: ExitGrijzeWolk. Mijn verhaal. Sit back, relax and I hope you enjoy. 

Nathalie B
2 2