Lezen

Fossilisatie

Soms kan iets neerdalen, als roestige rolluiken van ons geheugen.Ik heb ze ooit zien wenen als een huilerige, uitgehongerde boekenkast. Toen ik een matroos was van de tijd, op kreukelende golven, gemaakt van papieren paradigma’s. De toon was toen overmoed, rug aan rug met een natte golf die me op bewonderenswaardige wijze vragen stelde. Vragen over mijn morgen of eergisteren. Of de weg die doodliep naar een steeg.  Woorden kunnen ook hongerig zijn, wist je dat? Weet je dat? Nee, dat is onmogelijk.  Zoals dat kleine beest dat in een maatpak magazines verkoopt aan blinde bomen. De sluipdief van de vooravond, wanneer de sterren de tafels voorzien voor de eerste lichting ketende gasten.Het gespuis werd onderricht door zijn baas. Een man met een doctoraat in de paleontologie die schilderijen verkoopt van levende wezens en gefossiliseerde grootmoeders, zorgvuldig verzameld vanwege hun wit besneeuwde, intact gebleven gebit.Waarop ze bidden tot de roestige rolluiken om in strijd te gaan met hun geheugenverlies. Ze dragen die verlorenheid in hun schelpachtige oorbellen die klinken als echt kristal. Authentiek als ware aard van het kleine beest.  We moeten hiervoor niet ver springen, niet onmetelijk en torenhoge kelders uitgraven. We kunnen ook beginnen. Of starten. Verder lezen in onze ongeletterde valkuil van de essentie, die ons meeneemt naar de ballosmitto van een volkskermis.  Zijn wij dié mens die rolluikgewijs zinkt tussen de straatverlichting en de binnenhuis gevestigde duisternis? We horen brillen denken dat ze gehoord worden door stemmetjes die al fluisterend cijfers tellen om te meten hoe vluchtig kleine Josefien haar huiswerk verloor.  Onder de waakzame ogen van de met geheugenverlies geteisterde rolluiken kreeg ze nablijven. Als straf voor haar nalatigheid en nonchalante jurk. Die ze, op maat van de behangmuziek, als een enveloppe dichtvouwt om het podium vervroegd af te sluiten voor onsmakelijke reclame.

Niels Lievens
32 1

Verzin'ken

Vandaag voelt een beetje als wakker worden, wanhoop loslaten... pijn laten varen. Al besef ik me dat ik zoiets wel al vaker dacht. En alle mogelijkheden dansen nog zoals een sterrenhemel rond me heen. Of misschien eerder.. zoals wolken... een soort melkweg.. met kleine flitseringen van wat ooit sterren kunnen worden en met diepe ruimtes.. van wat ooit sterre waren.. En ik besef me ook ergens wel.. Dat ik de laatste jaren.. met al die gedachte.. In al die tijd.. tijdens al dat schrijven.. en plannen.. Het dwalen.. misschien vaker mijzelf heb laten vangen door die zwarte gaten.. die draaikolken.. tot die mij soms door het gewicht en de druk langs alle kanten uit elkaar scheurde. Wanneer je aan zo een oceaan staat.. en zandkastelen bouwt projecties om naartoe te werken.. Met eb en vloed.. maar ook de storm, die alles in zijn pad meesleurt en verslindt.. Een soort vervagen van je grond waar de lege schillen van het organisch vergaan.. de schelpen.. plots roeiboten blijken.. je zoekt houvast.. aan het land dat je voor ogen had of dat je werd beloofd of datgene waar andere stevig lijken te staan. Ik ben ver weggedreven. Misschien soms te ver.. en ik probeerde vaak met heel mijn macht terug te roeien.. of de zandkastelen in de wolken te zien.. het zoute water te drinken voor de dorst.. de honger te bedwingen met tranen voor rust. En daar lig je dan.. in die grote grote oceaan.. met een sterrehemel in je gedachten.. een hart van goud... maar een hele wereld onder je.. van haaien en vissen en golven die oneindig op en neer lijken te dijen.. en je droomt: misschien zal ik ooit groot genoeg zijn, om zelfs hier te kunnen staan.    

Kakofoon
9 0

."VOIL JANET"."VOIL MAKAK". a

“”””””””””””””””””””””””””””””””””””””””” Soms zei hij tegen mij:"VOIL JANET!"Waarna ik hem toeriep:"VOIL MAKAK!"Soms ik tegen hem, soms hij tegen mij.Zolang we erom konden lachen,zolang de belediging onze ziel niet raakte,niet door het schild van onze vriendschap brak,zolang we spontaan in lachen uitbarstten,wisten we dat we vrienden waren.Maar mocht er ooit een blik verschijnendie angst of haat uitstraalde,dan wist ik zeker: het is gedaan.De magie is er niet meer.Maar in deze test,die we op de meest onmogelijke momentenen plaatsen op elkaar uitprobeerden,schoten we altijd in een warme, spontane lach.De omstanders verwachtten die ontlading niet,maar wat kon ons dat schelen?Onze lach was ons geschenk,de lach was onze band,die nooit ofte nimmer is verbroken.Ook niet toen je lange tijd weg was,toen ik je zo ver op moest zoeken.Heb ik het je ooit verteld?Dat ik daarheen kwam om jouw lach te horen,jouw opgewektheid te voelen?Die urenlange reis in hobbelige treinen en bussen,waarna ik pas na een grondige controle bij je werd toegelaten...Dat deed ik alleen maarom jouw lach weer te zien.Zodat ik weer een beetje van jouw veerkrachtmet me mee kon nemen.De laatste keer dat ik je zag, mijn vriend,was er een waas om je heen verschenen.En nu is die waas over hem heen gevallen,het bedekt hem van kop tot teen.Naar je glimlach moet ik nu zoeken,want je hoofd kun je zelf niet meer bewegen.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
13 0