Lezen

De sekstape van Linde Merckpoel.

Dag Linde, Onlangs maakte je een vlog over een BDSM kamer. Ik had al gehoord dat je nu fulltime vlogt en ik dacht : wel, laten we eens kijken (want ik had nog nooit naar je vlogs gekeken). “Ik was vorige week op een feestje en daar hoor ik er voor het eerst over”, begin je je verhaal. Het is inderdaad jouw verhaal want het verhaal is tijdens je vlog (dus geen reportage) eigenlijk nooit naar je toegekomen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het allemaal niet goed begrepen heb. Maar misschien begrijp ik ook de bedoeling van een vlog niet. Hoogstaand reportage maken is het niet. Ik hou van dieptegang en eerlijk ziel vertoon. Ik zou het ook geen uitlach teevee noemen, al zou iemand als Lex Draco die onderaan in de reacties staat het zo wel zou noemen. Misschien heb je nog een wereld te ontdekken want je hebt toch al zo veel bagage… Kijk, wij verschillen een wereld, en op zich is daar niets mis mee. Zo gaat het leven. Ik, als vijftiger en vele andere rollen achter de rug, ga voor minder sensatie. Maar ik ken je niet en ik ga je zeker ook niet veroordelen. Ik respecteer je werk. Het is wat het is, het is de generatiekloof, het is vloggen. Het is hier ook de disneyficatie van de wat meer serieuzere reportage. Enfin, het is niet mijn ding. Te licht, teveel “moi-moi-moi”, te veel lawaai en te weinig inzicht. Voor mij althans. Ik had graag minder meisje, meer vrouw, minder Disney, meer rauw gezien. In jouw vlog hoorde ik tweemaal “niet normaal”, één keer een “ik vind het raar”, er wordt constant gegiecheld en ik betwijfel ook heel sterk aan de titel sexpert van je vriendin. Door het gegiechel en het lachen. Maar soit.  Ik hoor met verwondering en verbazing “kijk, die materialen”. Ik zie jullie lachen met de hondenmaskers als was het Aalst carnaval. Om maar te zwijgen over jullie eerder gênante vertoning aan het St.-Andrews kruis. “Tsjak, en, voel je je al geil?” Wat was de bedoeling? Naar het einde van je vlog, geef je enkele van je bedenkingen vrij. Je ontdekt en je deelt het met de wereld. Jouw wereld. De wereld van iemand die een generatie na mij komt. Dat moment was eigenlijk het enige moment waarin ik dacht : hmm, die Linde is toch niet zo oppervlakkig. Wat je op het einde zei, weet ik allang. Dat komt door ervaren. Het leven en het beleven. En ik vermoed dat je wel openstaat voor nog vele onthullingen. Je bent geen Nicolette Kluijver uit “Spuiten en slikken” maar wie weet. Never say never.. https://www.youtube.com/watch?v=i4-nyTNi61k http://erwinabbeloos.over-blog.com/2019/07/valerie-en-het-bos.html  

Erwin Abbeloos
59 0

Verbleekt rood

Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.   Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip. Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal. Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos.   Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld, maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.   Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.   Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal.    Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.   Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.   Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje, zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.   Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan binnenvallen en allen blijven eten.   In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek zie ik haar rug, wanneer ze zachtjes de kamer verlaat.   Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden.  Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.  

Susanna
26 0

Magische hoestsiroop

Magische hoestsiroop      Ik ben opgegroeid tussen de kleine witte ronde en de langwerpig - ovaalvormige -blauwe. Pilletjes die je weer laten lachen wanneer je door liefdesverdriet wordt geraakt, die je wakker houden tijdens de blok in een examenperiode, of rustiger maken bij alle dagen heel druk.    Een snoepwinkel voor grote mensen noemden mijn papa en mama hun apotheek waar ze vaak zalfjes verkochten aan meisjes met een droge huid of magistrale bereidingen klaarmaakten die dienden om de verzwakte bijtjes van sommige mannen weer tot bij het bloemetje van hun geliefde te laten vliegen. Dat was voor in extreme gevallen én op voorschrift.    Een dokter was bij ons thuis onbekend. Diarree, acné, bronchitis, voor ieder kwaaltje had de grote apotheekkast van papa en mama wat in de aanbieding. Ik kon zo vaak ziek worden als ik maar wilde, alles was voorhanden. Instant. En het was gratis. Maar ik werd nooit ziek.    Het leek wel of die tot de nok gevulde schappen een helende werking op mij uitoefenden en die kast mij als een engelbewaarder haar helende hand boven het hoofd hield.    Ik was al vijftien toen ik voor de eerste keer ziek werd. Een vieze hoest die maar niet wilde overgaan. Een hardnekkige blijver waar je je na week zeven toch vragen over zou moeten stellen. Voor mijn ouders was een hoest niet erg genoeg om een dokter lastig te vallen. In de kast stond wel iets dat kon dienen.   Ik zal het gevoel van mijn lippen tegen het glazen flesje en de donkerbruine siroop die langs keelholte en door slokdarm mijn maag binnenliep voor altijd koesteren. Iedere avond voor het slapengaan dronk ik van het uitverkoren drankje van het derde schap, tweede plaats van links, dat mij ging genezen.    Het hoesten minderde al na enkele dagen zonder dat ik er erg in had. Ik was te verdoofd door de geheime samenstelling van het siroopje. In het begin voelde ik mij licht in het hoofd en sliep als een roos. Ik werd ook overdag rustiger en zag overal het plezante in. Het glas was constant halfvol.    Na een tijdje kreeg ik de meest verhelderende dromen waarin ik mezelf zag afstuderen met grote onderscheiding als plastisch chirurg. Een transfer naar voetbalclub FC Barcelona werd met veel toeters en bellen ondertekend in Camp Nou, met een gouden vulpen onder het toeziend oog van Messi in hoogsteigen persoon.   Mijn examens in juni verliepen vlekkeloos. Resultaat: een hoop hoge cijfers en twee medailles op de door onze school georganiseerde zwemwedstrijd, plus een eerste plaats bij de jeugdjumping aan de zijde van Jeunesse, de pony die ik dankzij mijn uitstekende rapport had verdiend. Bovendien speelde de ploeg waar ik sinds mijn vierde iedere zondag vol overgave op het veld stond, na zeventien seizoenen nog eens kampioen en werd ik de topschutter van de competitie.    Er was geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om te stoppen met mijn wondermedicijn.   Maar de kast bleek niet zo magisch te zijn dan ik had gedacht. Ze kon zichzelf niet aanvullen. Bovendien hadden mijn ouders gemerkt dat mijn hoest bijna over was en dat ik alleen ’s avonds op onverklaarbare wijze een geforceerd kuch-keelgeluid bleef produceren. Het leek niet in het minst op de hoest van enkele weken eerder.    Siroop werd verboden, de kast ging op slot. Gelukkig had ik al lang van tevoren een sleutel laten bijmaken. Vanaf nu zat er niets anders op dan op creatieve wijze mijn drankjes te nuttigen.   Wat ik vervolgens heb gedaan, jaren aan een stuk zonder dat mijn ouders het ooit te weten zijn gekomen of dat een klant er zich is over komen beklagen; ondanks de vreemde, fruitige smaak die ik ongetwijfeld moet hebben achtergelaten - was: keer op keer alle flesjes hoestsiroop uit de kast halen, de helft overgieten in Coca-Cola flesjes, die ik in mijn kamer verstopte, om vervolgens de andere helft van de hoestsiroopflesjes te vullen met grenadine van zwarte bessen alvorens ze weer op het derde schap te zetten, tweede plaats van links.   Of ik ooit aan hoestsiroop verslaafd ben geweest weet ik niet. Wel was er een hele tijd dat sluimerende verlangen iedere avond weer die mooie kleurrijke verhelderende dromen te dromen. Belevenissen die ik zonder mijn doorgedreven imitatie-hoest waarschijnlijk had gemist.    Voor die nachtelijke escapades ben ik dankbaar. Misschien heeft een overdaad aan magische beelden in mijn slaap mij tot het besef doen komen dat, om gelukkig te zijn, je niets anders nodig hebt dan jezelf en het leven zoals het zich op dat moment aandient. Dat geluk gewoonweg simpel kan zijn.    Toen ik verliefd werd op een meisje met droge huid -ondertussen zijn we getrouwd- en ik een contract tekende bij een voetbalclub uit derde nationale, studeerde ik uiteindelijk af als huisarts.    Het glas champagne tegen mijn lippen tijdens de proclamatie herinnerde mij aan het geheim van mijn jeugd dat in een kast bij mijn ouders stond.    En ik wist: nu is het tijd geworden om anderen te genezen, om voor hen de allerbeste siroop te maken en erop te wijzen dat dromen hoe onmogelijk ook, in werkelijkheid slechts één kuch verwijderd kunnen zijn van een glas zwarte bessen grenadine.

Sascha Beernaert
103 0

Andermans Champagne

Zwetend scrol ik door haar gekunstelde woorden en struikel over de beelden die zij schetst.  Ze ontrafelt woord voor woord haar zelf gesponnen mierzoete suikerspin waarin ze mijn lief het kwaad van alles maakt. Hij is de heks met de rode appel, zij Sneeuwwitje en ik de toehoorder.  Zonder voorprogramma begint ze haar one woman show zoekend naar haar enige publiek.  Mijn eerste koffie is nog niet leeg wanneer ze het eerste schot afvuurt met haar van kleine meisjes jaloezie zinderende zinnetjes. Zonder waarschuwing vooraf introduceert haar icoon met wit gepoederd gelaat zich als de vriendin van mijn lief.   Haar besluit staat vast; mij zal ze meenemen in haar braakliggende val van ego beschadiging. Sneeuwwitje heeft niet haar gedroomde prins en ik zal het weten. Zorgvuldig stipt ze het gemiddeld aantal keren seks per week en geeft en passé een hint. Ze laat schemeren hoe ik niet pas in dit sprookje dat nog niet uit is.  Een moederfiguur, een veilige haven, een seksloze zus zijn de etiketten die ze me virtueel opplakt. De actrice zet een tandje bij. Al knippend en plakkend vult ze mijn chatvenster met zijn sussende woorden van weken geleden. Liefkozend pruttelt ze hoe hij echt iets aan het opbouwen was met haar, ze smijt er nog een wonderlijke zwangerschap bij en spreidt uit hoe hij haar smeekte nog wat geduld te hebben. Ja ze wist van mij,  en ja ze wist dat ik zijn echte liefde was, maar nee ze wist niet dat hij haar en mij bedroog. Acteren is een dubbelwandig beroep.   Haar vernederende woorden bedoeld om mij alle lust tot liefde voor de man van wie ik al jaren houd in de kiem te smoren breken mij bijna op. Ondertussen nestelt zij zich in nog meer spinnenweb en wacht ze ongeduldig af in het centrum van haar ego.  Valselijk streelt ze mijn gevoel wanneer ze me alle goeds en wijsheid toewenst. Ze is een klein kind, nog te onrijp om te beseffen hoe het leven klopt.    Ze komt als een geschenk uit de vergeten stofnesten van onze relatie gevallen. Wij, mijn lief en ik, vegen ons nest samen aan en lappen de ramen tot alles blinkt zoals toen we elkaar net kenden. Hij en ik genieten van het leven en de vriendschap en de liefde die uniek blijft.  Hij heeft een ongeschreven regel overschreden maar zij des te meer. Zij verloor en koos haar naar braaksel ruikende troost in het kleineren van de andere vrouw.    Ze zal nog vaker uit andermans Champagne drinken zolang ze niet begrijpt wat echte liefde is.     

Susanna
13 1

Thuishaven: gedichten op, over en onder plekken - 2 delig gedicht

1 Want waar je je graag bewust bent maar je uitzweten in bestaan wil terugverdienen (dubbel en dik: in emotie, spanwijdte: genoeg) Daar: een ijzeren wil, over dit staren zegt ze ‘Jij daar met mij, jij weet wel?’   Waar ik voor sta? Maar ik gedraag me ernaar. Bijgevolg ik die is wie ik wil zijn, niet wie ik kan. Als een unieke metropool van je bosje huistoeristen. (Iedereen is hier altijd thuis)   Polshoogte nemen, maar, geen zorgen, het is hier dat ik nog zitten zal. En liefst alles transparant houden, niet vergeten denken aan morgen en staren tot je erin zou kunnen verdrinken. Woorden rollend bijschaven als een amorfe taal waarin iets in steekt: namelijk een boodschap die mijn taken in zich opneemt. ‘Ziet u me hier nu zitten’ (dit was mijn antwoord)   Doorlopen om er onderdoor te kunnen gaan en orde te scheppen, het kan alleen maar hier, waar gewenning een pars pro toto zou kunnen zijn.   Het zit me ook zo lekker dit laagje voedsel voor kwatongen. Vandaar, er kan nooit genoeg van zijn, een nooit genoeg is zeker op zijn plaats en luistert nooit genoeg.   Subliem wordt pas gezien als de dagen vormen wat ze zijn. Noemen bij naam en liefst vandaag, omdat wij je goed genoeg kunnen zijn voor wie je zou willen zijn.       2 Schrijven wat ik al ben zou me gezond kunnen houden. Mijn plaats ver weg of lang geleden. Nu ben ik ontheemd geraakt.   Gent? Ze zou kunnen dienen. Tussen mij en dat verre oord enkel dat rondvliegende gevaarte Teleurstelling, die krachtpatser, maar waar van aard.   Zwaarte. Hefboom. Daar ga ik. Schrijven waar? Niet weer, het is een kwestie van geduld en geloof in se.   Een essayist met een doel willen worden en dan dat grote doel najagen: geloofwaardigheid.   Bezig nu het nog kan en daar werd ik geboren. Madensuyu de oren in, Gent de wereld uit, het had gekund. Ook mogelijk: Madensuyu te hoog inschatten (nooit!), en mezelf vrijpleiten van het dwangschrijven. Tot ongeloof van de lezer, bedankt consument.   Grote woorden in steden die zich als dorp vermommen maar met een nog grotere rol te vervullen: staan voor wat ze zijn. Zwaaien want: de tijd valt als een persoon. Daartussen komt alles dat we denken dat we schrijven.   (Eronder een stukje tekst: niet aanraken, bijna gevaarlijk!) Tabula rasa, gelukkig!   Gezellige betwetersfeer onder de radeloze uitgevers die ook geen ander leven zouden willen, het heeft niet veel gescheeld.    

Dries Verhaegen
15 0

Het dak eraf

Rond half vijf ’s nachts schrik ik wakker van een geluid. Het klinkt alsof er iemand de trap opkomt. Mijn hart gaat als een razende tekeer. Met ingehouden adem en gespitste oren - bij wijze van spreken dan - zit ik rechtop in bed. Dan hoor ik het weer …   Het goede nieuws is dat er niemand de trap opgekomen is. Het minder goede nieuws is dat we weer een marter onder ons dak hebben. Slapen deed ik evenwel niet meer, ik stond stijf van de adrenaline.   Op internet lezen we dat marters overdag slapen en niet van lawaai houden. Dus pak ik resoluut een paar pannendeksels en vraag onze vijfjarige zoon of hij zin heeft om veel lawaai te maken. Welnu, dat hoef je een kleuter natuurlijk geen twee keer te vragen. Hij mag zich eens goed uitleven op de bovenverdieping, net onder het dak.   Papa komt met een nog beter (?) idee op de proppen: opgetogen haalt hij zijn versterker en elektrische gitaar vanonder het stof en laat zich eens goed gaan. Man, man, wat een oorverdovende herrie komt er uit zo’n ding. Als de marter daar niet van gaat lopen … dan ik wel. Nu maar hopen dat dat beest niet van heavy metal houdt; het is niet de bedoeling dat hij lekker uit zijn dak gaat. Hij moet uit óns dak!   Maar eerlijk is eerlijk, die nacht hoor ik niets meer (kan natuurlijk ook aan zeer recente gehoorschade liggen). Als ik mijn echtgenoot dat de volgende morgen vertel, meen ik een zweem van teleurstelling op zijn gezicht te zien. Ook de dagen erna blijft het aangenaam stil ’s nachts. Maar nog geen week later kondigt mijn man aan dat hij toch nog eens gitaar gaat spelen boven. ‘Om zeker te zijn dat de marter niet terugkomt.’ De volumeknop gaat open, het dak gaat eraf. Probleem opgelost.

Vera's Column
8 0

Aanmodderen

Zoonlief wil na schooltijd nog even in de tuin spelen. Ik vind het prima, het is lekker weer en ik kan dan mooi nog wat onkruid wegwerken. Hij zit wat in de moestuin te rommelen, net om de hoek van het huis. En dus nét uit mijn gezichtsveld. Meestal is dat niet toevallig.   “Wat ben je aan het doen?” roep ik na een tijdje. Heel even blijft het stil en dan antwoordt hij: “Alles gaat goed!” Hm, dat is niet helemaal wat ik gevraagd had. Moeizaam kom ik overeind (sinds ik de veertig gepasseerd ben, gaat het allemaal niet meer zo soepel) om toch maar eens polshoogte te nemen. Om het hoekje tref ik mijn zesjarige aan met zijn armen tot zijn ellebogen in een zwarte modderpoel. Vaag herinner ik me dat hij op een gegeven moment de gieter kwam halen. Blijkt hij een put in de moestuin te hebben gegraven en daar met water een modderpapje in te hebben gemaakt. En nu was meneer druk bezig ons huis te bepleisteren (lees: de muur met een dikke laag zwarte modder aan het insmeren). Ach, dat spoelt er met de regen wel weer af, dacht ik nog. Maar toen besloot de kleine smeerpoets zijn van de modder druipende armen eens uit te schudden. Hadden we toch wel zomaar een gratis moddermaskertje gewonnen! En het gezichtsmasker bleek ook nog eens wonderbaarlijk goed te werken, want toen ik zag hoe mijn pas gewassen ramen eruitzagen, voelde ik mijn gezicht toch lichtjes verstrakken.     Tja, soms is het moederschap een kwestie van maar wat aanmodderen. Meestal figuurlijk, soms wat letterlijker.

Vera's Column
0 0