Lezen

Het jaar van de wortelsoep

De ochtend na oudjaar 2026. Nog wat moe. Niet alleen van het feest, maar van die innerlijke klok die na je veertigste plots vindt dat hij het beter weet dan jij. Acht uur is dag. Punt. Of het nu 1 januari is of niet. Oudejaarsavond zit nog ergens in mijn lijf. ‘Hoe heb je gevierd?’ Zo’n vraag die mensen nonchalant stellen, in de veronderstelling dat oudejaarsavond per definitie legendarisch is. Spoiler: not. ‘Bij vrienden,’ zeg ik.Dat kan van alles zijn. Dat kan klinken als een vast stramien waarin iedereen al weet wie wat maakt en hoe er altijd wel iemand dezelfde frats uithaalt. Zoals Luc, die elk jaar net iets te vroeg begint te tellen en dan verongelijkt is omdat niemand mee wil.Het kan evengoed klinken als een chic feest met pailletten, glitters en kleren waarvan ik mij elk jaar opnieuw afvraag wie daar effectief geld aan geeft. Maar goed, hé. Dat mag. Ik vind het gewoon verloren geld. Deze bij vrienden was anders. Spannend zelfs. Het was de eerste keer dat we niet met familie vierden. De kinderen vieren al lang elders. De feesttafel was jaar na jaar kleiner geworden.En laat ons eerlijk zijn: ik kan veel dingen alleen. Alleen naar de sauna. Alleen op restaurant. Alleen op citytrip naar Parijs. Prestaties die ik met enige trots op mijn palmares heb staan.Maar oudjaar… oudjaar is toch nog iets anders. Dat is geen medaille die ik per se wou binnenhalen. Ik had er met een klein bang hartje naar gekeken. Tot er een engel passeerde. Niet als een baby met vleugels, maar gewoon als iemand die op het juiste moment een simpele vraag stelt. Nona. Ik denk zelfs niet dat ze wist dat ik nog geen plannen had. Ze vroeg het gewoon. ‘Wat doe jij met oudjaar?’ Er komen nog andere vrienden, die ken je niet, maar dat klikt wel, zei ze. Salsa-dansers ook nog. Alsof dat alles verklaarde.  Iedereen bracht iets mee. Ik de dessertjes. De anderen hapjes, een hoofdgerecht, wat vis. Nona de soep. Wat ik tof vind aan Nona is dat ze altijd een beetje chaos is. Niet slordig. Gewoon… veel tegelijk. Alsof ze in haar hoofd drie dingen tegelijk aan het doen is en overal nét te weinig tijd voor heeft. Voor haar gaat de tijd sneller. Dat is geen karaktertrek, dat is een fout in de natuurkunde. Of in eender welke wet die beslist hoe tijd zich hoort te gedragen. Alles was in orde. De tafel mooi gedekt. De cava koud. Kaarsjes aan. Alleen de soep. Daar was de tijd te snel voor gegaan. En dus stonden we op oudjaar soep te maken. De toon was gezet. Geen Piet Huysentruyt-wijsheden. Geen recepten. Gewoon vier mensen die elkaar niet kennen en samen wortelsoep maken. Nona die ondertussen nog rap een extra hapje klaar stoomde en bleef jammeren dat ze er écht niets aan kon doen van die soep. Alsof het haar persoonlijk werd aangewreven. En wij die haar daar met veel plezier mee plaagden. Omdat dat kan. Omdat plagen soms gewoon wil zeggen dat je er al bij hoort. We proefden. Nog wat zout. Misschien een beetje extra curry. Of toch nog iets meer.De soep was heerlijk. Zoals eigenlijk alles die avond. Er waren kleine cadeautjes voor iedereen. Want zo is Nona ook. Altijd nog een extraatje. Alsof ze denkt: je weet maar nooit wie dat vandaag net nodig heeft. Er werd gelachen en gebabbeld. Gewoon gezellig. Van die gesprekken die nergens naartoe moeten en net daardoor juist goed zitten. Later op de avond schoof alles wat losser. Schoenen uit. Iemand op kousenvoeten. De salsa-dansers die even lieten zien dat hun lijf sneller beslist dan hun hoofd. We telden niet af maar toen was het plots middernacht. Het uur kwam langs, maar wij waren bezig met iets anders. En ergens tussen de damp, de lach en de iets te luide salsa op de achtergrond besefte ik: dit is hoe een nieuw jaar mag beginnen.Niet luid. Niet perfect. Maar met mensen die blijven roeren tot het warm genoeg is.

Katrien Daniels
58 1

Waarheid in meervoud

Van cultuurland tot woonzorgcentrum en terug Ik heb lang gedacht dat waarheid iets is wat je kan afspreken.Dat je rond een tafel gaat zitten, met contracten, clausules, handtekeningen en goede bedoelingen, en zegt: dit is waar, en hier werken we mee.Misschien is dat een beroepsmisvorming. Jaren in de cultuursector doen dat met een mens. Ik begon als programmator. Voorstellingen kiezen, lijnen uitzetten, stemmen samenbrengen. Later runde ik tien jaar lang een eigen boekingskantoor. Ik leerde onderhandelen, afwegen, vooruitdenken. Ik leerde vooral dat waarheid zelden alleen inhoud is — ze is ook positie. Waar je staat, bepaalt wat je ziet en wat je luidop mag zeggen. De cultuursector is bij uitstek een plek waar veel waarheden naast elkaar mogen bestaan. Artistieke waarheid. Publiekswaarheid. Politieke waarheid. Financiële waarheid. De waarheid van het moment en die van de affiche.Tenminste, dat is het verhaal dat we graag vertellen. In de praktijk botsen die waarheden vaak op iets hardnekkigers: ego.De waarheid van wie het luidst spreekt.De waarheid van wie zichtbaar is.De waarheid van wie zich al jaren een statuut heeft kunnen permitteren. Tijdens de coronajaren, 2020 en 2021, kwam dat allemaal samen in mijn inbox. Als boeker werd ik een scharnierpunt tussen botsende werkelijkheden. Programmatoren en gemeentebesturen wilden plots eigen clausules in artiestencontracten. Begrijpelijk. Wetgeving veranderde voortdurend, verantwoordelijkheden wogen zwaar. Hun waarheid was er een van voorzichtigheid en controle. Artiesten schreeuwden moord en brand. Ook begrijpelijk. Optredens verdwenen, inkomens droogden op, erkenning bleek broos. Maar soms, en dat voelde ik toen al, zat er onder die woede een andere waarheid:dat verantwoordelijkheid jarenlang was uitgesteld.Dat een statuut iets was wat je ooit nog wel eens zou regelen.En dat er nu weinig was om op terug te vallen. En daar zat ik.Tussen al die waarheden in. Huis Alma.Alma mater.De zorgende moeder die luistert, sust, vertaalt.Die voor iedereen probeert te zorgen — behalve voor zichzelf. Ik hield al die waarheden recht. Ik probeerde ze naast elkaar te laten bestaan, ze met elkaar te verzoenen, ze te verzachten. Maar waarheid blijkt zwaar wanneer je ze te lang draagt voor anderen. Na corona kon bijna iedereen weer aan de slag.Behalve ik. Mijn waarheid vroeg om stilte. Om afstand. Om herstel.Ik crashte. Mentaal.En ik liet de sector achter me, samen met haar luidruchtige zekerheden. Ik ging andere waarheden zoeken. Ik kwam terecht in een woonzorgcentrum. Als animator — een woord dat al schuurt, alsof een leven nog aangezet moet worden wanneer het al zo vol is geweest. Hier was waarheid minder luid. Ze hing niet aan affiches, ze stond niet in contracten. Ze zat in lichamen. Ik sprak met vrouwen over liefdes die nooit helemaal waren uitgepraat. Met mannen over werk dat hun handen had gevormd en hun rug had gekost. Over oorlog, over kinderen die weinig langskwamen, over verlangens die zich hadden verstopt achter praktische levens. Feiten liepen soms door elkaar.Jaren verwisselden van plaats.Namen verdwenen.Maar emoties deden dat niet. Verdriet herkende zichzelf feilloos.Verlangen ook.En angst. Altijd angst. Er was ook een waarheid die niemand luidop hoefde te zeggen, omdat iedereen haar kende: dit is een plek die je niet meer levend verlaat. En vreemd genoeg maakte dat sommige dingen eenvoudiger. Er hoefde niets meer te worden. Geen carrière. Geen profiel. Geen gelijk. Alleen nog: vandaag. Op een ochtend zat ik te ontbijten met een tiental hulpbehoevende bewoners. Boterhammen in stukjes gesneden, kopjes die je met twee handen vasthoudt. Stilte die nooit helemaal stil is.Er speelde muziek. André Rieu. Waarom precies dat weet ik niet meer, maar het werkte. Er kwam beweging in de kamer. Ik stond te dansen. Niet groot. Niet uitbundig. Gewoon wat wiegen. Armen die meededen. Karl liep voorbij. Karl was luid, vrolijk, toegewijd. Zo iemand die zijn werk met heel zijn lijf doet.Hij riep:‘Hé Katrien, hoe oud zijt gij eigenlijk?’ Ik zei: ‘Zesenveertig.’En meteen daarna:‘Maar in mijn hoofd zesentwintig.’ Het klopte.Of toch: het voelde waar. Ik keek naar Jeanne. Ze kon niet meer praten, maar ze keek. En ze knikte. Heel voorzichtig.In haar ogen zag ik haar. Niet zoals ze daar zat, maar als een meisje van acht. Met losse knieën. Met een lijf dat nog geen afscheid kende.In mijn verbeelding danste ze met me door de kamer. Niet omdat dat feitelijk waar was.Maar omdat het waarachtig voelde. Daar, aan die ontbijttafel, viel iets op zijn plaats. Waarheid bleek niet vast te zitten aan feiten, aan correcte antwoorden, aan wat hardop gezegd kon worden. Ze zat in herkenning. In een blik die zei: ja, ik weet wat je bedoelt. Na het woonzorgcentrum kwam ik terecht bij Raak, een organisatie in het middenveld. Verankerd onder vele kerktorens, verspreid over heel Vlaanderen. Een nationaal verhaal schrijven voor een organisatie met zoveel lokale satellieten betekent: omgaan met waarheden die elkaar niet altijd herkennen. Raak profileert zich als een luisterende organisatie. Na mijn jaren in cultuurland voelde dat nieuw. Onwennig zelfs. Luisteren naar een ander.Niet om te antwoorden.Niet om te overtuigen.Maar om ruimte te maken. Hier werd de tegenstem niet gezien als lastig, maar als noodzakelijk. Niet elke waarheid moest winnen. Niet elke spanning moest opgelost worden. Soms mocht ze blijven bestaan. Ik leerde dat je naast elkaar kan blijven staan en zeggen: we agree to disagree.Niet als opgave.Maar als volwassen vorm van samenleven. Vandaag werk ik opnieuw in cultuurland.Het is mijn thuis.Mijn passie.Mijn biotoop. Ik geniet van mooie voorstellingen. Van gesprekken met artiesten die zoeken naar woorden voor wat nog geen vorm heeft. Van overleg met techniekers, waar precisie en vertrouwen samenkomen in het donker achter de scène. Ik omarm de plek waar ik graag ben. Maar ik kijk anders.Ik kijk anders naar wie roept.Naar de waarheid die in drukletters staat.Naar zekerheden die zich groot maken om niet te moeten luisteren. Geef mij maar die waarheid van de ontbijttafel.Van een verpleger die roept hoe oud je bent.Van een vrouw die niet meer kan praten, maar wel kan knikken.Van een meisje van acht dat even mag meedansen in een oud lichaam. Daar, denk ik,is waarheid niet universeel omdat iedereen haar deelt,maar omdat iedereen haar herkent. En dat is genoeg.  

Katrien Daniels
44 0

Bewonder het gedonder

‘Goeiemorgen!’ zei ik tegen een man met een wit hondje. ‘Ik loop dezelfde kant op als u,’ waarop hij me begroette met een warme ‘Welkom’. Geen ongemakkelijkheid, niets: ik was duidelijk welkom. ’t Beestje was iets dat leek op een Maltezer, maar dan wat groter. Drie jaar oud en nog veel beter bestand tegen de kou dan de vriendelijke man zelf. Althans, dat is wat hij me vertelde. De koude zon bracht een soort rust die versterkt werd door de zaterdagochtendstilte. We beaamden het allebei, maar toch vibreerden mijn stembanden een momentverstorende opmerking over het feit dat ik het gisteren best druk vond op de weg. Tweede kerstdag, en mensen troepten samen alsof ze de afgelopen maand nog niet genoeg geld hadden uitgegeven.‘Njah, we leven in een rijk land,’ zei de man met een wijsheid die kennelijk dieper ging dan ik me kon inbeelden. Hij vervolgde: ‘En op het Gouden Kruispunt gedragen mensen zich in het weekend alsof er een oorlog gaat uitbreken.’  Cynisch of niet, ik was stiekem heel blij met zijn woorden. De donkere gedachtestroom van de voorbije dagen maakten weer even plaats voor een gevoel van verbondenheid met de mensen om me heen. Ik was even niet het enige zwarte schaap. Wonder boven wonder verruimde het mijn blik. Een afscheid en enkele kilometers later besefte ik dat ik heel goed wist hoe druk het was op tweede kerstdag, omdat ik er zélf deel van uitmaakte. Ook wij gingen winkelen — en naar wat voor eentje dan nog... ’t Was een poging van mijn liefde om me uit de donkerte te halen. Ze had verhuisdozen, spuitbusjes en een nieuwe pottenlikker nodig. In de Ikea hebben ze blijkbaar exact wat ze wil. Wetende dat ik op mijn 31e nog geen voet in de Ikea had gezet, besloot ik deze keer toch mee te gaan. There we go. Na honderd-en-één schapen die er even doelloos uitzagen als mezelf, beseft mijn vriendin opeens dat het veel drukker was dan ze gedacht had. Ze neemt het voortouw. Als een echt schaap moet ik enkel volgen of wachten; ik moet geen beslissingen nemen en mag zelfs afwezig zijn in angstige gedachten. Ze weet dat ik het niet zo heb voor massa’s. Bedankt lief, om me gewoon te laten zijn. Ik bedenk me alleen: 'Hoe zal ik ooit een goede vader kunnen zijn voor die kleine uk die groeit in je buik?' Stap voor stap lijkt op dit moment zelfs te zwaar. Eenmaal terug thuis stort ik in. De lichtknop van de keuken geeft voor de zoveelste keer slecht contact. Enkele pogingen baten niet en mijn vuist verdwijnt bijna in de gyprocwand. Ik ga naar boven om wat af te koelen. Even zonder prikkels, dat helpt meestal. Deze keer blijkt het toch erger. Mijn systeem is overladen. De salontafel begeeft het en mijn gsm vliegt door de ruimte om wat later stuiptrekkend enkel nog zijn laatste licht te flikkeren. Oeps, dat was heftig.  Ik kom weer met mijn voeten op de grond. Het is opnieuw leefbaar. Opgelost is het daarentegen helemaal niet... Deze gedachtestroom heeft lang genoeg geduurd. Ik wandel verder.  Ik moet opeens terugdenken aan de vriendelijke man met zijn gele tanden. Ik vermoed dat hij rookt of veel gerookt heeft. Ook zijn oogwit had een ietwat gelige tint. Waarschijnlijk heeft zijn lever het zwaar. Zou hij zich soms ook zo voelen als ik? Leverziekten en depressieve gevoelens gaan blijkbaar hand in hand. Misschien vandaar de verbondenheid die ik met hem voelde. Och, ik weet het niet, en dat hoeft ook niet. Wat ik wel weet, is dat ik hem de dag daarna wonderbaarlijk genoeg opnieuw tegenkwam. Manoeuvrerend met een auto die ik niet gewoon ben, reed ik tegen een paaltje toen hij voorbijwandelde. Ik stap uit, begroet hem en verontschuldig me bij zijn hondje omdat ik het paaltje niet had zien staan. Waarop de man antwoordde: ‘Och, het stond toch al los.’ Er was geen enkel oordeel. Een gesprek dat even goed had kunnen eindigen in een denigrerende woordenwisseling over mijn rijkunsten, eindigde in een hartelijke uitwisseling van onze namen. Fijne dag en de beste wensen, Rik en Mila. Wij zijn Lize en Bert. 

Bert Symons
6 0

De herfst

Als ik aan de herfst denk, komen allerlei clichés zoals vallende bladeren, frisse ochtenden en steeds warmere truien naar boven.Maar bovenal blijkt de herfst het seizoen van loslaten te zijn. En dat doet me denken aan een ander soort loslaten waar we allemaal weleens mee te maken hebben. Je weet wel.. waar we niet zo gemakkelijk over praten. We doen het ook allemaal op een andere manier: Zo heb je bijvoorbeeld de trompet die als een zelfzekere herfststorm door de bomen raast: luid, aanwezig en onmogelijk te negeren. Hij laat het er gewoon uitknallen, eerlijk en ongefilterd. De bladeren vallen toch, dus waarom tegenhouden? Kortom, de trompet leert ons allemaal een lesje in onbeschaamde authenticiteit. De eenzaat daarentegen pakt het dan weer bescheidener aan en is eerder als een egel die zich klaarmaakt voor zijn winterslaap. Hij zoekt een afgelegen, rustig plekje waar hij niemand tot last is en alles veilig kan laten gebeuren. Maar ook een egel hoor je soms door de herfst stilte heen. Een zacht geritsel is een subtiele herinnering dat hij er nog steeds is. Dan is er ook nog de ontkenner, dat ene koppige herfstblad dat krampachtig aan de tak blijft hangen, ondanks de weersomstandigheden. Het doet alsof het onaantastbaar is en weigert toe te geven dat de herfst eraan komt. Maar vroeg of laat valt ook dit blad. En dan, dan ligt het net zo plat als al de rest. Een stilzitter is als een dam van bladeren en takken in een herfst beek die een sterke waterstroom probeert tegen te houden. Het water hoopt zich op en duwt steeds harder tegen de natuurlijke barrière. Uiteindelijk breekt er toch een straal doorheen, waardoor alles in beweging komt. De vraag is dan: Wat heeft die dam eigenlijk nog voor nut? De laatste - en misschien wel de ergste - is de stille stinker. Een mysterieuze mist die op een frisse herfstochtend plotseling opduikt. Geen geluid, geen aankondiging, alleen een geur die genadeloos toeslaat. Het is vergelijkbaar met een rotte appel die tussen de mooi gekleurde herfstblaadjes verborgen ligt. In alle anonimiteit aanschouwt hij glimlachend de reactie van zijn omgeving. Of jij in de herfst nu een trompet bent of een stille stinker, uiteindelijk hoort het erbij. Net zoals de bladeren vallen in de herfst, moet een mens soms gewoon iets loslaten - met of zonder knal. En nu, in wie of wat herken jij jezelf?

Tinne
0 0

Vluchtroutes

We gaan hem Marc noemen. Dat is veiliger. Marc is verantwoordelijk voor veiligheid in een grote eventlocatie. Dat maakt hem, per definitie, de partypoeper van dienst. Terwijl anderen denken in confetti, rookmachines en wauw, denkt Marc in doorgangen. In meters. In dingen die vrij moeten blijven. Hier geen auto. Daar geen foodtruck. Nee, ook niet “maar heel even”.Hij is degene die zegt: “Als het misgaat, moet dit leeg zijn.” En niemand wil horen over misgaan wanneer het net gezellig begint te worden. Zijn collega’s dromen van feest, entertainment en spektakel. Marc droomt van een nooduitgang die zichtbaar blijft. Van een deur die niet geblokkeerd is door een goedbedoelde plantenbak. Van pijlen die nog exact wijzen waar ze gisteren ook wezen. En net daarom vind ik hem leuk. Marc kan gepassioneerd vertellen over dingen die niemand sexy vindt. Vluchtroutes. Brandcompartimenten. Fluohesjes die op de juiste plaats hangen. Luidsprekers die het altijd moeten doen, ook als niemand ze wil horen. Tussen pot en pint vertelt hij over brandoefeningen. Over hoe nodig het is om alles opnieuw te doen. Niet omdat het spannend is, maar omdat je anders vergeet waar alles ligt en of het nog werkt. En terwijl hij praat over controleren, over eens testen, over zeker zijn, glijden mijn gedachten weg. Dat gebeurt wel vaker bij mij. Ik denk aan die one night stand van een half jaar geleden.Niet omdat hij spectaculair was.Net niet. Ik vond hem eigenlijk wel leuk. Warm genoeg om er iets bij te denken. Te warm, blijkbaar. Bij one night stands wordt het mij altijd pas de week nadien duidelijk.Nooit die nacht zelf.Altijd daarna.Op het moment dat ik, tegen beter weten in, in gedachten al mijn trouwkleed begin te kiezen.Niet eens wit. Gebroken wit. Praktisch. Met zakken misschien. En dan komt hij. De keiharde waarheid.Het was maar één keer.Eens om te kijken.Eens om te voelen of alles nog lag waar het moest liggen.Of alles nog marcheerde. Geen vervolg. Geen verhaal. Geen nooduitgang richting samen. Enfin. Een brandoefening. Marc praat intussen verder.Over procedures. Over hoe belangrijk het is dat zo’n oefening geen drama wordt, maar een test. Gewoon even nagaan of je in paniek niet verkeerd zou lopen. Ik neem een slok en denk: sommige mensen doen dat ook met anderen.Even binnen.Even voelen.En daarna weer naar buiten, alsof er niets aan de hand was. Behalve dan bij degene die dacht dat het een feest was en achteraf merkt dat het alleen maar ging om te zien of de alarmen het nog deden. Marc is een vriendwaarbij je je vanzelf veilig voelt.Niet omdat hij je vasthoudt, maar omdat hij al gekeken heeft waar je naartoe kan als het donker wordt. En misschien is dat het verschil tussen liefde en een oefening:de één blijft wanneer het alarm afgaat, de ander was alleen even aan het testen of de uitgang nog vrij was. Katrien Daniels

Katrien Daniels
87 2