Lezen

Normaal betekend...

  Het pompen van mijn hart is zo voorspelbaar dat ik er verdrietig van wordt. Mijn ene been staat op de grond terwijl de andere geen stap vooruit wil zetten. Ik kijk naar de dozen diepvriespizza. Margherita? Ik knik; ja zo heet de pizza, de man kan lezen. Ik stap met Margherita de deur uit. Margherita is mijn ontbijt, technisch gezien dan.   Al die mooie woorden over lekker in balans zijn. Ik lig volkomen in balans op de bank. De Margherita wil eruit. Mijn darmen duwen de deegbal met stevige tegenzin naar de achteruitgang. Ik ren naar de wc, duw mijn onderbroek naar beneden en klap dubbel. Een feest van gespetter en lucht. Opgelucht veeg ik het zweet op mijn voorhoofd weg met de achterkant van mijn hand. Enkel Margheritas opwarmen en ze op de zetel door mijn darmstelsel laten glijden lijkt me geen optie.   Je kunt alles de schuld geven. Dat je je regels hebt, dat het koud is, dat je eenzaam bent. Het ondraaglijke vervelen dat een voedingsbodem is voor creativiteit. Kinderen moeten zich vervelen, dat is gezond, daar worden het creatieve mensen van.   Goed dan. Ik zal me nog wat vervelen. Dus gewoon verder leven en dan gaat het vanzelf voorbij. Een ontevreden hoofd dat als een verwend kind meer wil, nog veel meer. Uiteindelijk wordt alles vervelend, zelfs avontuur.   Moeten, zorgt voor een apathisch wachten achter gesloten deuren.   Als ik nu gewoon hartstikke gek zou zijn. Maar echt knettergek en ergens in een of ander huis met nog meer knettergekke opgesloten zat. Ik zou niet eens beseffen dat ik opgesloten zat want ik was gek. Heel de dag zou ik in mijn eigen wereld vertoeven waar het geweldig zijn is. Ik zou lekker gek doen met de gekken en dat zou genoeg zijn. Nu besef ik maar al te goed dat ik opgesloten zit tussen allemaal mensen die denken dat ze normaal zijn.   Te gek om los te lopen.   Blijven hangen in het niet willen. Een plek waar alles mogelijk is zolang het maar binnen het budget blijft. Je mag spelen zolang het past binnen het kader. Maar wat als de leegte zo vol voelt dat je uit elkaar lijkt te barsten. Kunnen mensen je nog zien als je jezelf niet meer ziet? Te bewust van jezelf zodat schaamte je aankijkt in de spiegel. Ik zoek een waarheid die verborgen zit in de grijstinten van het mens zijn.   Hoe kan zo,n raar kind uit normale ouders komen? Of is het de normaaligheid die haar verveeld?   Normaal betekend: voldoen aan de norm...zeggen ze.   c: hanneke (tekst en beeld) www.missbluesky.be

Miss Blue Sky.
0 0

Masterclass Autobiografisch Schrijven – Opdracht 2 - Veerle Schaltin

Vandaag begreep Farahilde dat ik niet was wie men haar altijd had verteld dat ik was. De jongeman die eerst voor priester had geleerd, maar na de oorlog toch met haar grootmoeder Bertha was getrouwd. De brave familievader die vanuit zijn zetel aan het raam, sigaretje in de hand, zijn kroost stil in de gaten had gehouden. Ze begreep dat ik ook niet de kale oude man was in wiens dromerige blik, in zwart-wit ingekaderd, ze elke zondagmiddag had gekeken, als ze aan de grote tafel in de living aten. Ze leerde de man kennen die ik echt was en die ik nooit heb willen zijn. De man die niet eens had mogen bestaan.   Zodra ze de kamer binnenstapte, voelde ze dat Rebecca en zijzelf hier niet alleen waren. De lucht was dens alsof een onzichtbare nevel de ruimte vulde. ‘Ik heb je voorouders al uitgenodigd’, zei Rebecca terwijl ze een kop thee inschonk. Farahilde tuitte haar lippen. Ze wilde iets zeggen, maar de woorden stokten in haar keel. Ze had deze afspraak gemaakt omdat ze al over de helft van haar leven was en het gevoel had nog steeds niets gepresteerd te hebben. Het was alsof ze voortdurend sliep, leefde met een rem op. Dat wilde ze niet langer. Ze had al zoveel geprobeerd: therapieën, yoga, wandelsessies,… Ze had al zoveel geleerd, maar slaagde er niet in het in haar leven te integreren. Eerder had ze nog een familieopstelling laten doen, maar niets was wezenlijk veranderd. Rebecca had haar aangeraden haar voorouders om hulp te vragen door erover te schrijven. Elke ochtend had ze trouw haar schrift genomen en drie pagina’s vol gepend. ‘Lieve voorouders, weten jullie waarom ik zo vastzit?...’ De antwoorden waren heel chaotisch geweest. Het woord ‘familiegeheim’ kwam regelmatig terug. Rebecca dacht dat haar familie een geheim met zich meedroeg. Dat geheim wilden ze vandaag openbreken. Om de mensen die bij de opstelling betrokken waren voor te stellen, gebruikten ze kussens. Uit een bak die in de hoek stond, koos Farahilde een klein roze voor haarzelf. Ze legde het midden in de kamer. ‘Neem ook maar een kussen voor je rem,’ zei Rebecca. Nu pakte ze het grootste. Dat liet ze pal op het roze kussen vallen. Rebecca legde er nog een bij. ‘Dit is je grootvader. Ik voel dat hij met het geheim te maken heeft.’ ‘Kan best,’ knikte Farahilde, ‘Hij kwam ook in mijn schrijfsels voor.’ Terwijl Rebecca zich concentreerde op de boodschappen die ze via de kussens doorkreeg, zette Farahilde zich op een stoel aan de kant. Het was niet dat ze zich niet op haar gemak voelde bij de gestorven mensen in deze kamer, maar dat die een geheim zouden onthullen, waarvan ze niet wist hoe groot het was, en welke invloed het op haar leven zou hebben, zorgde voor een spanning die kolkte in haar ingewanden. Ze nam de thee van de tafel en klemde hem stevig in haar handen. Hij kon haar niet verwarmen. Eerst vertelde Rebecca wat ze waarnam bij elk kussen. Ze blies en zuchtte toen ze de rem probeerde op te tillen. ‘Ik voel veel weerstand,’ zei ze, ‘maar ik weet dat het niet jouw rem is. Hij is van je grootvader.’  Uiteindelijk lukte het haar toch hem van het roze kussen te schuiven. Ze haalde er nog twee kussens bij. ‘Ik weet niet wie dit zijn, maar ze horen hier.’ ‘Misschien mijn nonkels,’ suggereerde Farahilde. Rebecca schudde haar hoofd.  Na lange tijd fluisterde ze: ‘Dit zijn soldaten. Het is oorlog.’ Ze vouwde haar handen op haar hart. ‘Er is iemand gedood.’ Farahilde wist dat haar grootvader in de eerste wereldoorlog had gevochten. Ze had zijn ‘Oorlogsgedenkenis’ gelezen. Daarin repte hij met geen woord over wat er zich tijdens de veldslagen had afgespeeld, maar het leek haar niet zo vreemd dat hij iemand zou hebben doodgeschoten. Dat gebeurde nu eenmaal tijdens een oorlog. Een stilte die als een obus ontplofte, maakte duidelijk dat het niet zo eenvoudig was. Rebecca schuifelde van het ene kussen naar het andere en terug. Traag, tergend traag. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Op het puntje van haar stoel volgde Farahilde al haar bewegingen. Zeg iets, dacht ze, zeg toch iets. Rebecca’s lippen bewogen even, maar er kwam geen klank uit. Ze pierde in het ijle. Plots hief ze haar arm op en hield hem als een pistool tegen haar hoofd. Met grote ogen keek ze Farahilde aan.  ‘Het was niet op het slagveld. Ook geen moord. Het was een afrekening. Wie niet eerst schoot ging eraan. Hij heeft de trekker overgehaald.’ Farahilde schoof nog meer naar voor op haar stoel. De kamer werd een vrieskist.   Het was druk op de baan toen Farahilde naar huis reed. Slechts flarden van het radionieuws drongen tot haar door. Een agent was bij een aanslag op de Champs-Elysees omgekomen… Wat betekende zijn leven bij het leven dat haar eigen grootvader zomaar had afgeknald? Op een ander moment zou ze helemaal niet bij deze agent hebben stilgestaan. De media kapte bijna dagelijks berichten over aanslagen met liefst zoveel mogelijk doden en gewonden als hete pek over de wereld uit. Het maakte haar immuun voor de brandwonden. De pek die zij deze middag over zich had gekregen, brandde wel, tot diep in haar ziel. Rebecca had verteld dat het tijdens een spel was gebeurd, een weddenschap. Een gezaghebber had haar grootvader en een kameraad allebei een pistool in de handen gedrukt. Hij dwong hen de revolver tegen elkaars slaap te houden. ‘Wie heeft hier lef?’ had hij gelachen, ‘Vooruit! Toon het!’ Haar grootvader had over zijn hele lijf getrild en geschoten. Hij smeet het pistool weg en stormde de abri uit recht naar de vuurlinie. Kogels floten er een nacht lang om zijn oren, maar geen enkele wilde hem raken. Toen hij de volgende morgen naar hun schuilplaats was teruggekeerd, was het lijk opgeruimd en had iedereen luidop gezwegen. Een vrachtwagenchauffeur toeterde omdat Farahilde hem niet liet invoegen. Ze maakte zich zo klein mogelijk en remde. Zoals ze dat al haar hele leven had gedaan. Net zoals haar grootvader na die afrekening. Hij had zich onzichtbaar gemaakt en gezwegen. Zij had al die tijd in zijn schoenen gestaan. Nu was het moment gekomen om haar eigen paar aan te trekken. Ze drukte het gaspedaal stevig in.   Veerle Schaltin

veerle schaltin
6 1

Daisuke

Ze beslist om nog een keer naar de Sainte-Anne kerk op de Place de la République te gaan. Het is te warm om naar buiten te gaan, maar ze wil weten of de catalogi van de Japanners al zijn gearriveerd. De Place de la République ligt nu helemaal in de zon, alleen de trappen voor de kerk liggen in de schaduw. Bij de obelisk, midden op het plein, staat een donkere man met een kameel. Ze vraagt zich af hoe het zit met kamelen en de zon. De man lijkt wat van plan te zijn met de toeristen, maar de toeristen hebben er niet veel zin in. Het is te warm. En het zijn geen toeristen. Ze zijn niet gekomen voor kamelenritjes. Ze zijn gekomen om naar foto’s te kijken. Ze dragen badges. Deze week is het stadje één groot fotografiemuseum en met een badge mag je overal binnen. De bekende fotografen hangen in paleizen en kerken als de Sainte-Anne, de onbekende hangen in lege panden of gewoon op straat. Ze komen elk jaar, deze week, de badges. Ze willen geen kamelenritjes. Ze willen foto’s van kamelenritjes.   Ze gaat naar de geïmproviseerde shop, vooraan in de kerk. De catalogi zijn nog niet gearriveerd. Het is warm in de Saint-Anne. Ze wil weg, naar hun koele appartement bij het Théâtre Antique, maar ze gaat toch nog een keer naar de foto’s kijken. Het zijn beelden van acht Japanse fotografen. Ze werden iets meer dan veertig jaar geleden voor het eerst in New York getoond en ze hebben daar veel indruk gemaakt. Op de expo in New York zag de wereld voor het eerst dat de fotografie in Japan radicaal was veranderd. Ze kent de beelden, maar nu ziet ze de afdrukken in het echt. Het zijn donkere zwartwitfoto’s. Ze zijn gemaakt op straat, weg van de studio, in het Japan van na de tweede wereldoorlog. Fotografen hadden plots lichte camera’s waarmee ze snel konden fotograferen, midden in de gebeurtenissen. Ze maakten slordige, haastige, slecht belichte en vaak onscherpe beelden.   De beelden van de expo in New York zijn hier in de Sainte-Anne aangevuld met beelden van de jonge Japanse fotografen Sakiko Nomura en Daisuke Yokota. Hun beelden zijn zo mogelijk nog zwarter dan de beelden van hun meesters. Ze zijn zo zwart dat je vaak niet weet wat je ziet. Yokota fotografeert graag als het donker is. Thuis, op straat, of in een hotel om drie uur ‘s nachts. Ze ziet lichamen, kamers, bedden, schimmen. Van ver lijken de beelden wel reeksen zwart fotopapier. Als ze haar hoofd schuin houdt, ontwaart ze hier en daar een figuur. Of toch niet. Je kunt deze beelden nog nauwelijks foto’s noemen. Het zijn flarden van beelden. Het zijn vage herinneringen aan wat ooit is geweest. Yokota experimenteert. Hij heeft fotografie gestudeerd, maar heeft niet eens een echte donkere kamer. Hij gebruikt zijn badkamer als donkere kamer. Hij knoeit met de scheikundige producten en maakt opzettelijk krassen. Op de beelden van Daisuke Yokota zit ruis, net zoals er ruis zit op de elektronische muziek van Aphex Twin, een van Yokota’s idolen.   Als ze de kerk verlaat, ziet ze het blad op de deur. Book signing Daisuke Yokota Thursday 9th at 5PM. De signeersessie is in de espace Nonante-Neuf, op een verlaten industrieterrein, op twee kilometer van de Place de la République. Geen bomen, nauwelijks schaduw. Alleen stenen en moordende zon.   Yokota zit aan een tafeltje, met een stapel lichtblauwe boeken. Het zijn de catalogi. Een vriendelijke dame geeft een papiertje, je schrijft je naam erop en Yokota kopieert je naam in het boek. Hij kijkt niet op, hij signeert. Dit is het moment. Dit is haar kans. Ze haalt het boek uit de kaft die ze speciaal heeft gekocht om Immerse, zijn boek, in te bewaren. Ze heeft het boek twee dagen geleden gekocht. Het is een van de 40 handgenaaide exemplaren, geprint op Fedrigoni papier en speciaal voor dit fotografiefestival gemaakt. Geen twee boeken zijn dezelfde, elk blad is een unieke print. Yokota kijkt op, ze is één van de veertig. Ze kijkt in de blije ogen van de jonge man die al jaren met een lantaarn voor haar uitloopt, in haar donkere kamer, met haar eigen beelden, haar eigen herinneringen, haar eigen verhaal. Ze is te verstomd om hem dat te vertellen. Ze kan alleen maar arigato gozaimasu stamelen.

Elisabeth Leysen
0 0

Noem een Facebookvriend niet zomaar een vriend

Een welbekende greep uit het overaanbod: Facebook, Twitter, Pinterest, LinkedIn, Tumblr, Instagram, Myspace, Google+, Youtube,… . De lijst is lang. Heel lang. Misschien zijn er zelfs meer sociale netwerken dan u Facebookvrienden heeft, zelfs al ligt dat aantal hoog. De overkoepelende mediaan ligt in België op 241. Dat zijn zes volle bussen vrienden per persoon. Maar bij hoeveel mensen kunt u uw hart luchten bij een kopje koffie? Staat er werkelijk een verhuisteam van 241 man aan uw voordeur, wanneer u een zware kast niet in uw eentje kunt verslepen? We hadden nog nooit zoveel vrienden, we waren nog nooit zo eenzaam. Het is een hedendaagse paradox waarin de meesten zich herkennen. Kwantiteit overwint kwaliteit, het woord ‘vriend’ is gedegradeerd tot een lege huls. Bij deze daarom een warme oproep tot gezonde nuance.   Privacy, de mythe van de 21ste eeuw Zelf beweert Facebook dat het geen privacy-inbreuk wil plegen door de exacte relaties van haar gebruikers bloot te leggen. Laten we deze stelling even onder de loep nemen. In het derde kwartaal van 2017 maakte Facebook een nettowinst van liefst 4,7 miljard euro, en behoort daarmee tot de snelst groeiende en grootste bedrijven wereldwijd. Toch houdt het vol dat haar prioriteit niet bij winstbejag, dan wel bij het verenigen van de gebruikers ligt. Misschien was dat ooit, in de prille levensjaren van het internet, inderdaad het geval, maar tegenwoordig vallen zulke uitspraken toch moeilijk te rijmen met de grootschalige reclamecampagnes en politieke inmenging. Facebook verkoopt geen producten, het verkoopt u. Het heeft ù nodig, meer bepaald uw persoonlijke interesses om zo gericht en effectief mogelijk advertenties aan te bieden. Geen enkel platform vraagt u dermate de oren van het hoofd als Facebook: welke sport beoefent u? Welke boeken heeft u gelezen? Naar welke muziek luistert u het liefst? Waar bevindt u zich? Vroeger kon men enkel ‘liken’ of ‘afblijven’, nu is er ook een scala aan emoticons beschikbaar om gevoelens zo precies mogelijk weer te geven. Het algoritme juicht, de gebruikers zijn tevreden. Want geef toe: “like als je tegen dierenmishandeling bent”, dat kan een computer nog niet interpreteren. Hij zou redeneren dat u doodgeknuppelde zeehondjes leuk vindt, en een paar passende foto’s voorstellen… Specifiëren kan dus geen kwaad, het verhoogt enkel het comfort. Tenslotte verkoopt iedereen die een account aanmaakt zijn ziel aan Facebook, ook inactieve profielen. Lees er de privacyverklaring maar eens op na. Die kan beknopt worden samengevat tot “privacy is een mythe”. Alles wat loszit wordt verzameld, gaande van batterijsterkte en IP-adres tot bankkaartgegevens. Betreden op eigen risico. Waarom dan niet preciseren bij relaties? Als iedereen mekaars ‘vriend’ is, wat is de waarde van vriendschap dan nog?     Alternatieven Andere (a)sociale media tonen dat het mogelijk is om onpersoonlijke benamingen te gebruiken, zonder draagvlak te verliezen. Youtube spreekt bijvoorbeeld over ‘abonnees’ (subscribers), Instagram, Pinterest en Twitter over ‘volgers’ (followers). Met alternatieven uit het dagelijks leven zouden we al een heel eind komen: ‘ouder’, ‘grootouder’, ‘kennis’, ‘collega’, ‘medestudent’, etc. Facebook gebruikt het woord "vriend" als synoniem van een kennis of contact. Een wereld van verschil, want vriendschap gaat over het leven en zijn kronkels, over een soulmate aan je zijde op je levenspad, over wat de ene mens voor de andere mens kan betekenen. En dat dat wederzijds is!   Geen goedkoop titeltje Vrienden zijn schaars en kostbaar. Facebook, strooi dure woorden niet achteloos in het rond alsof het letterkoekjes zijn op 6 december. Laat ons zelf beslissen wie onze vrienden zijn. Echte vriendschap kun je niet plannen en draait niet rond vriendschapsverzoeken die je kunt aanvaarden of weigeren, maar overkomt je. Bovenal werkt echte vriendschap in de luwte, achter de schermen, niet op het scherm zelf. Ook al laten we onze smartphone thuis, vrienden dragen we altijd met ons mee in ons hart.

Amaryllis
0 1

Onder de moerbeiboom - Marieke - opdracht 2

Vandaag zal het de laatste keer zijn, dat de mol vrij spel krijgt in onze achtertuin. Deze middag heeft Liv in overleg met de arts en geflankeerd door haar zoon gevraagd om de pijn verder te bestrijden.  De medicatie zal opgevoerd worden. Wij weten allemaal, met haar steeds verzwakkende toestand, dat deze verhoging wel eens de laatste kan zijn. We weten niet of het kwestie van uren of van dagen is. Maar we vermoeden dat er nu heel snel een einde komt aan het verblijf van deze bijzondere gaste. Ze had ervoor gekozen om zich niet verder te laten behandelen. Chemo en bestraling hadden haar leven misschien nog iets kunnen rekken, maar geen oplossing geboden. Deze ‘giftige’ ingrepen zou ze sowieso nooit hebben toegelaten, zelfs bij minder noodlottige prognoses had ze die geweigerd. Dat vertelde ze me op een van die vele momenten dat ik haar in haar gezellig ingerichte kamer kwam verplegen.   Toen ze iets meer dan twee maand geleden toekwam, moest ze het nog leren: ‘zich laten verzorgen’. Ze was een taaie en koppige dame die al jaren alleen woonde en gewoon was haar plan te trekken, zich te harden en eindeloos op zichzelf te bezuinigen. Met een verbeten, lichtjes verbitterd trekje rond haar mond probeerde ze zich toen zelf recht te zetten, op te staan en naar de wc te gaan. Ze weigerde hulp te vragen. Maar al heel snel kwam er verandering in haar houding. De groene omgeving deed haar weer ademen. Hoe meer ze onze zorg toeliet, hoe zachter de trekken in haar gezicht werden. Hoe zwakker haar hele lichaam werd, hoe stralender haar lach en haar ogen. Het was een intense ervaring om haar op korte tijd zo te zien evolueren naar iemand die gelukkig haar einde tegemoet trad. Het zijn er maar enkelen per jaar die nog zo helder van geest zijn als ze hier toekomen, die tijdens hun verblijf in onze hospice nog een mooi slotstuk aan hun leven kunnen breien. De meeste van de gasten komen pas als de medische wereld hen geen sprankeltje hoop meer kan bieden. Ze hebben vaak nog maar enkele dagen te leven en zijn soms amper bij bewustzijn. Aanvaarden dat het einde nabij is, blijft voor velen erg moeilijk. Slechts enkelen durven het lot in de ogen te kijken en te uiten wat er gaat komen.   Liv bloeide op tijdens haar verblijf. Ze genoot met volle teugen van dat laatste slokje leven, alsof ze nu pas ontdekte hoe lekker het was. Zin in een stukje oude kaas? Ze durfde het te vragen en haar kinderen zorgden dat het in orde kwam. Een kopje advocaat én een stukje pure chocolade bij de koffie? Mosselen gaan eten op restaurant?  Dat was meer dan twintig jaar geleden wist ze me te vertellen. Deze zomer wilde ze het allemaal nog meemaken. Oude bekenden, vrienden en familie kwamen op audiëntie terwijl zij als een koningin op haar favoriete plekje onder de moerbeiboom zat. De verweerde planken van de ronde tafel lagen verstopt onder blikken koekjesdozen, kaartjes, schaaltjes met pralines, fotoalbums, fruitsap en bloemen. Oude herinneringen werden opgerakeld en nieuwe ter plekke gesmeed. Er werden banden aangehaald en andere definitief verfoeid. Ze stond midden in het leven, net nu iedereen wist dat het voor haar snel zou afronden. Liv werd ook gevierd. Op een natte zomerse dag is door een groep intimi met muziek en woord afscheid van haar genomen. Een afscheid voor de dood. Samen. Ik mocht erbij zijn. Ik voelde het meeslepende ritme van de taiko-drums en werd geraakt door de kwetsbare stem van haar negenjarige kleindochter toen ze ”Een sneeuwwit vogeltje” zong en zichzelf op gitaar begeleidde.   Ik kon het me amper voorstellen toen Liv vertelde dat ze zo alleen had geleefd. Hoewel ze samen een intense band hadden, verliep het contact met haar beide kinderen niet altijd zonder conflict. Ze was dan ook een vrouw met een sterke mening en dat durfde wel te botsen met haar zoon en dochter. Deze zomer stond voor hen honderd procent in het teken van zo veel mogelijk met hun moeder samenzijn. Dagelijks kwam minstens een van hen op bezoek. Haar zoon had met zijn vrouw en beide kinderen een stacaravan in een nabijgelegen camping gehuurd. Dit was hun vakantie. Ze waren hier kind aan huis. Vooral zijn jongste had het soms moeilijk om de nodige rust in ons verblijf te respecteren. De zesjarige jongen bruiste van energie en had zijn beweging nodig. Als grootmoeder en kleinzoon samen plannetjes bekokstoofden dan zag je de vonken tussen hen beiden flikkeren. Hun pretoogjes spraken boekdelen. Zo ben ik ervan overtuigd dat zij degene was die hem had ingefluisterd dat die mollevallen nood hadden een aan grondige sabotage. Want dierenleed raakte haar meer dan gelijk welke onheil de mensheid overkwam. Onder het goedkeurend oog van zijn grootmoeder deed hij dagelijks zijn tour langs het grasveld om met een stok val per val te laten dichtklappen. Geduldig zette onze tuinman de vallen de volgende keer weer gebruiksklaar. Het groeiende aantal aardebruine bergjes op ons gazon toonde wie er in deze strijd aan de winnende hand was.   Vandaag is het schooljaar alweer enkele weken bezig en heeft dit gezin er een weekenduitstap van gemaakt. Ze plannen om een laatste keer van dit seizoen in de caravan te slapen, want de nachtelijke kou dringt al diep binnen door de dunne wanden. Maar de zon schijnt voor de tijd van het jaar nog uitbundig. Na het gesprek met de dokter hebben ze zich weer geïnstalleerd onder de moerbeiboom. Naast haar stoel staat de rollator die vooral dienstdoet als mobiel tafeltje voor haar vaste attributen: het doosje met sigaartjes, een turquoise aansteker met assenbakje, haar gsm en een klein snoeptrommetje gevuld met zoetigheid voor de kinderen. En binnen handbereik staat altijd een groot glas water, afgedekt met een groen siliconenblad waar een geel-bruin bijtje op uitrust. Als ik aan de vooravond buiten kom om een andere patiënt op het aanliggende terras te verzorgen, valt me op hoe moeizaam Liv beweegt. Uitgeput draait ze haar hoofd op het steunkussen en zoekt een houding die haar minder pijn doet. Haar schoondochter kantelt voorzichtig de rugleuning van haar rolstoel naar achter, zodat zij even kan liggen en rusten terwijl de kinderen weg zijn met hun vader om het avondmaal te halen. De warme septemberwind doet de bladeren van de moerbeiboom ritselen, zonnevlekken dansen op haar broze huid. De vrouw zet zich weer aan de tafel en probeert zich te verdiepen in haar boek. De oma van haar kinderen moet even op krachten komen. Straks terug het rumoer, dan staan ze weer hier, om samen spaghetti te eten.  “Ik druk je nogmaals op je hart: als hij niet drastisch aan zichzelf gaat werken,” zegt ze duidelijk, al is haar stem niet meer dan een zucht “moet jij voor jezelf én voor de kinderen een beslissing nemen en van hem weggaan.” De vrouw kijkt op, zegt niets, maar knikt dat ze haar begrijpt. Ze ademt diep in, houdt de lucht even in haar longen vast, om ze dan gecontroleerd weer te laten ontsnappen. Het is alsof ze een groot verdriet wegdrukt, groter dan het nakend verlies van Liv. Het is alsof ze de consequenties van deze boodschap niet durft laten doordringen, omdat die haar hele wereld op zijn kop zullen smijten. Maar ze heeft het gehoord. Ik ben benieuwd of ze deze morele steun zal toelaten en of die haar de moed zal geven om de stap te zetten. Het is niet de eerste keer dat Liv deze boodschap geeft, vertelde ze me eerder. Wel de laatste keer. Hoe hard moet dit niet voor een moeder zijn? Te zien dat haar zoon zijn gezin aan het verliezen is. Maar Liv kijkt verder vooruit naar het leven dat ze niet meer zal meemaken, ze kiest voor het welzijn van haar kleinkinderen.   Straks, na het eten zal Liv helemaal uitgeput zijn. Ze zullen haar naar haar kamer brengen, nog instoppen en warm afscheid nemen. Zij beseffen het niet, maar de kans is groot dat ze haar niet meer bewust gaan terugzien, dat ze, geholpen door de medicatie, langzaam uit zal doven. Dan zal er rouw volgen. Gemis. Van haar sonate zal nu de coda weerklinken. Voor haar nageslacht begint er een nieuwe melodie.

Marieke Genard
0 0

Paus

“Piet?” riep ze uit, verraste ongeloof in haar stem. Zij had hen al van ver in de gaten. Eerst het meisje, halflang asblond haar, een bruin, ontspannen gezicht, zelfverzekerde blik, en een donkerblauw kleedje, duur in al zijn eenvoud, dat was eraan te zien. Dan pas hem, in een witte T-shirt, jeans en dikke, bruine mefisto’s - veel te warm voor de tijd van het jaar - die hem ondanks hun plompheid toch allure gaven. Zij waren druk pratend vanuit ‘Pieter De Somer’ het binnenplein van het ‘Paus’ over gewandeld.  ‘Paus’ was zijn plek geweest, vijf jaar lang. TEW. Niet zo’n moeilijke studie. Een verlengde van de middelbare school, maar moeilijk genoeg voor hem. Zijn thesis had hij over de kunstsector geschreven - schilderijen - op aangeven van zijn moeder Annick welteverstaan, want zijn hart lag bij auto’s en voetbal.   Sabine en Lien stonden aan de overzijde, op de drempel van het Hogeschoolplein met het Pauscollege. Het binnenplein lag er verlaten bij. De dag was nog jong en ondanks het seizoen – het was begin juli -  hing er een aangename koelte in de lucht. De meeste studenten hadden Leuven al verlaten. Zij niet. Ze lummelden wat aan in de gelukzalige tussentijd die enkel het studentenleven kenmerkt. Het vacuüm van enkele dagen waarin de tijd geen tijd is en er, na de heroïsche examenprestatie, een gevoel van volledig zorgenloosheid hangt. Het plezierige niemandsland waarin alles kan en alles mag omdat het verdict nog niet is gevallen en er bij gebrek aan vonnis, niemand al voorwaarden kan opleggen. Nu was dat laatste voor de twee vrouwen een mindere zorg: zij haalden zonder al te grote inspanning jaar in jaar uit eerste zit en naarmate de jaren vorderden voegden zij daar telkens nog een graad aan toe. Het enige waar zij op dit moment mee bezig waren, was het zich overgeven aan de totale ontspanning, op een plek waar ze graag rondhingen. Het Paus was weliswaar mannelijk terrein, maar er hing ook een zware nostalgie in de lucht die een merkwaardige aantrekkingskracht op hen beide uitoefende, alsof het de geschiedenis zelf was die je uitnodigde in haar vertrekken te vertoeven. Het ‘Paus’ als de statige verpersoonlijking van waar de respectabele universiteitsinstelling al jarenlang voor stond: grandeur, eruditie, betrouwbaarheid, degelijkheid. Het college was al generaties lang ingenomen door veelbelovende zonen van de hogere sociale klasse en de vrije beroepers die goed verdienen en waar het metier van vader op zoon werd doorgegeven. Speelvogels die hun studies met schijnbaar gemak door walsten in het onwankelbaar geloof dat het succes van hun ouders mutatis mutandis op hen zou overvloeien. Piet was een uitzondering op die regel geweest. Hij bleef staan, keek op, en onderzocht haar gezicht. Het duurde lang vooraleer hij aarzelend ‘Biene?’ wist uit te brengen. Die naam had Sabine – behalve bij haar thuis – al in geen jaren meer door iemand horen uitspreken. Zij droeg sinds haar studententijd een geheel nieuwe bijnaam waarvan zij vond dat die robuuster was en daarom beter bij haar paste. Ze lachte. Hij ook, eerst een grote, enthousiaste lach en glinsters in de ogen, daarna dat stel ruwe handen voor zijn verbaasde mond: “Ik zou je nooit herkend hebben!” Ze vonden het niet onprettig elkaar terug te zien. Zij had nog nauwelijks aan hen gedacht en was verrast te merken dat hij dezelfde was gebleven. Ze scheelden vijf jaar, hij had bij de oudste kinderen gehoord en was veruit de sympathiekste geweest, ongecompliceerd – hij hield van auto’s en van voetbal en van Duran Duran. Geen streken, niet betrokken in amoureuze intriges – of toch niet met hen – geen behoefte te verleiden of te ‘oefenen’. Zij was de op een na jongste geweest, de lenigste, de kwieke spring-in’t-veld waarvan hij als oudste jongen weinig last had gehad. Bijna tien jaar was het geleden dat zij elkaar niet meer hadden gezien. Haar herinnering aan hem was zuiver – ongetroubleerd. Zij hadden het nooit nodig gevonden om de draad terug op te pikken maar nu ze hier zo stonden was het evenmin onaangenaam. De pauze knop die een decennium geleden was ingedrukt, werd met deze ontmoeting afgezet. Levenslijnen kwamen terug bij elkaar. Minder verstikkend en, anders dan toen, uit vrije wil. Ze waren volwassenen nu, of toch bijna. Roel zou niet veel later met Anne-Sophie gaan samenwonen, Piet zou Sabine geregeld in Antwerpen opzoeken en ook Annick zou opnieuw een plaats innemen in het leven van haar ouders, op een volkomen natuurlijke, maar ook de enig denkbare manier: aan de zijde van Benny, een oude studiegenoot van hun beide vaders. Zo vulden zij elkaars leven, kleurden het, smaakten het.  

Sabine Steels
0 0