Lezen

Opstandig

Gaat het leven te snel voor mij  Of ga ik te traag?  Kan ik niet meer volgen?  In het zotte ritme van meer is beter  En wat je hebt is nooit genoeg?  Laat ik te weinig zien  Wat ik heb in de kuip?  Verkoop ik mijn vlees veel te licht?  Wat je toont is wie je bent  Want enkel denken en dromen en houden van  Is al zo lang veel te min  Misschien ben ik onzichtbaar  Of loop ik naast de sporen   Van de mensen om heen  Misschien wordt ik ziek  Van het draaien van de wereld  Rond me, door me en zonder me  Altijd maar weer en weer  Zonder stoppen, zonder dralen  Niets houdt het eindeloze geweld stil  Toch ben ik graag wie ik ben  Ga ik zo traag als ik wil  Ben ik stil wanneer ik wil  Droom ik en denk ik wat ik wil  Het opstandige leven   is het ritme dat ik hou    Ik betrap mezelf wel eens  Wanneer ik mijn stappen tel  Op een onvoorzichtig moment  Het gaat zo snel  Ik tel en tel en tel  En ik geraak er niet aan uit  Mijn voeten stribbelen tegen  Ik struikel en val  Zo plots de tel kwijt  Op een onbewaakt moment  Ik geraak niet meer recht  Dan denk ik: Ik doe het niet meer  Geen haar op mijn hoofd overweegt de tocht  Nooit meer van mijn leven   De val voelt te diep  De pijn maakt me bang  De onzekerheid verlamt me  Doet mijn tellen twijfelen   Ik kan niet verder zonder te weten  Of mijn voeten me kunnen dragen  Of ik recht blijf zonder te falen  Ik kan en wil het niet verdragen  Leven zonder te tellen  Gaan zonder uitkomst  Doen zonder resultaat  Dat valt niet te verdragen   Pas wanneer ik zo diep zit  Alleen onderaan de put  Kan ik overtuigend herrijzen  Mijn tellen een stapje voor  Ik was toch nooit goed in wiskunde  Dus fuck dat zeg!  Zo kan ik weer verder  Het opstandige leven  Is al wat telt    Dat je me ziet zoals ik ben  Betekent niet dat ik me voel  Zoals ik wil dat je me ziet  Maar het helpt wel  Als je mij probeert te kennen  Al moet ik bekennen  Soms blijf ik mezelf vreemd  Vinden en zoeken om te vinden  Wat je denkt te willen  Tot je beseft  Wat je zoekt is zelden wat je nodig hebt  Om dan tegen willens en wetens  De tocht opnieuw te beginnen  Naar het diepste van jezelf  Dat plekje dat je eeuwig bevreemd   Maar geef me niet op  Zodat ik kan volhouden  Want zonder jou  Wordt het snel ondraaglijk  Hou me overeind  Hou me in balans   Samen met jou  Kan ik mezelf aan  Blijf ik het leven opstandig

BartDR
0 0

De ghs

Afgelopen weekend vond in onze stad een internationale en driedaagse wedstrijd oriëntatielopen plaats. Het evenement bracht heel wat volk op de been. Mocht het u nog niet bekend zijn, geef ik u graag de belangrijkste kenmerken van deze sport. Slechts gewapend met een kompas en een kaart moeten de deelnemers op een bepaald terrein een aantal controlepunten passeren. Wie het snelst alle controlepunten in de juiste volgorde kan afleggen, mag zich de winnaar van de oriëntatieloop noemen. Het is dus verboden om digitale hulpmiddelen te gebruiken, zoals een smartphone of een gps.   Ik wil u trouwens graag van het feit op de hoogte brengen dat ik volop aan het brainstormen ben voor een bijzondere versie van de gps. Meer bepaald de ghs. Vooraleer ik u meer details geef, vertel ik u graag hoe ik op het idee kwam. Met het verloren lopen of de weg kwijt geraken valt het wel mee. Daar hebben we natuurlijk die gps voor. Maar wat ik wel regelmatig kwijt speel, zijn allerlei spullen. Zo gebeurt het wel eens dat we thuis de afstandsbediening van de tv kwijt zijn. Even later blijkt die dan op mijn nachtkastje te liggen. De avond voordien gewoon mee naar boven genomen. Wegens een beetje verstrooid. Zo zijn er tal van voorbeelden, waarbij die verstrooidheid de kop opsteekt. Het hoogtepunt, of beter het dieptepunt, speelde zich op straat af. We gingen een stukje wandelen en we waren een paar honderd meter ver toen ik vaststelde dat ik een zakje met keukenafval in mijn handen had. Ik had het uit de keuken meegenomen om het naar de grote vuilnisbak in het schuurtje te doen. Maar mijn gedachten waren snel afgedwaald en ik was me niet meer bewust van het feit dat ik een doorschijnend zakje vol aardappelschillen en allerlei etensresten vasthield. Het is trouwens geen nieuw verschijnsel. Als kind en jongere kreeg ik wel eens de aanspreking "verstrooide professor" naar mijn hoofd geslingerd.   Daarom kwam ik onlangs op het idee voor dat nieuwe toestel. Geen Globaal PositioneringsSysteem (gps), maar wel een Globaal HelderheidsSysteem. Kortom, de ghs. Het kan een toestel worden waardoor je een bepaalde prikkel krijgt bij acties die je vooraf kan instellen, waarmee de verstrooidheid verdwijnt en je terug helder denkt. Het hele project staat natuurlijk nog in zijn kinderschoenen, maar ik zie het helemaal zitten. Wat meer is, ik kan er mijn gedachten niet van afhouden. Laat ons maar hopen dat ik er niet door verstrooid geraak.

Rudi Lavreysen
34 0

Geluk en toeval

Toevallig was ik op een zaterdagmiddag op het terras van café De Kroon beland. Al moet ik daar thuis niet mee afkomen, met dat woord toevallig. Even toevallig kwam ik er een oude klasgenoot tegen. Alhoewel het woord ook daar overdreven is, want Ronny zit er wel vaker. Aan de kaarttafel, waar ze wiezen of zetten. Of hij kijkt er naar het voetbal op tv als de andere ploegen spelen. Naar zijn eigen ploeg kijkt hij in het stadion.Op het toilet konden we snel enkele woorden wisselen. Hij was nog altijd de spraakwaterval die hij vroeger was. Ook met die andere -letterlijke- waterval moest het vooruit gaan. "Ik moet nog naar een feest", zei hij. "Een kameraad is zes jaar getrouwd. Daar geeft hij een feest voor. Kunt ge dat nu geloven? Een feest omdat hij zes jaar getrouwd is?" Er valt iets voor te zeggen natuurlijk. Maar ik had niet meteen de indruk dat hij er tegenop zag. Maar de redenen om te feesten zijn in de loop der jaren inderdaad wel wat gewijzigd. Onze oudste mocht een feestje bouwen omdat zijn ploeg net niet degradeerde. Ook daar kan ik me wel iets bij voorstellen. De opluchting, het geluk, je mag er op zijn minst voor juichen. Het mag wel eens meezitten. In het spel, in de liefde, in het leven. Ronny spoedde zich ondertussen naar de kaarttafel, want alle kaarten waren nog niet geschud en gelegd. Het spel moest uitgespeeld worden vooraleer hij naar het feest kon vertrekken. Er moet een winnaar zijn. Alhoewel dat kaartspel voor hem toch ook een feest is, daar twijfel ik niet aan. Ik vroeg hem of hij nog altijd voor dezelfde voetbalclub supporterde. Hij keek me aan met een gezicht van "wat voor een vraag is dat". Natuurlijk deed hij dat. Achteraf gezien was het ook een vraag die nergens op sloeg. Dat had ik moeten weten. Hij gelooft in eeuwige trouw voor zijn club. Ik zou hem nog wel eens willen vragen hoe het feestje afgelopen is. Dat van het zesjarig huwelijk. Maar dat is iets voor de volgende keer, als ik er toevallig nog eens beland.

Rudi Lavreysen
30 0

HET BLOED ONDER MIJN NAGELS

‘Edo?’ Ik zucht gelaten. Het noemen van mijn naam is steevast de voorbode van gedoe. Edo, zet je even de afvalbakken aan de straat? Edo, heb je dat lampje nou al vervangen? Edo, rijd je even mee naar mijn moeder? Edo dit, Edo dat. Ik hoor haar schuifelen achter mijn rug, als een naderend onheil. ‘Edo, wat is dit?’ Zonder me om te draaien weet ik wat ze bedoelt. Waarom ben ik niet zorgvuldiger geweest? Ik had de brief gewoon weg kunnen gooien, maar in plaats daarvan heb ik hem tussen de stapel reclamefolders en huis-aan-huisbladen in de lectuurbak naast de bank geschoven. Misschien wel met opzet, zodat mijn ‘het is me totaal ontschoten’ niet ongeloofwaardig zou klinken. Maar vorige week werd dat scenario plotseling overbodig. Peter S., een man van 45, had zichzelf aangegeven. Het nieuws was als een lopend vuurtje door het dorp gegaan en ’s avonds opende het journaal ermee. Blijkbaar voelde de dader zich door het aangekondigde DNA-onderzoek zo in het nauw gedreven dat hij geen andere uitweg meer zag. Ruim voordat alle vierduizend opgeroepen mannen zich hadden gemeld, kuste S. zijn vrouw en fietste hij naar het politiebureau. Daar legde hij een volledige bekentenis af. Daarmee was de moord op Mariska van der Geest - een eenentwintigjarige leerling-verpleegkundige die zeven jaar geleden gewurgd langs het kanaal was gevonden - plotseling opgelost. Vreemd genoeg bezorgde die ontwikkeling me geen gevoel van opluchting. De brief liet ik dan ook gewoon liggen waar hij lag. En nu had ze hem gevonden, tijdens een van haar regelmatig terugkerende pogingen om de lectuurbak netjes te houden. ‘Vergeten,’ zeg ik zo nonchalant mogelijk. Pas daarna draai ik me om. Verkeerde volgorde, besef ik te laat. En ook haar is het niet ontgaan. ‘Vergeten?’ ‘Ja, totaal niet meer aan gedacht.’ Ik pak de brief uit haar handen, kijk ernaar alsof het een uitnodiging betreft voor een buurtfeest of een kortingsactie van een hondentrimsalon. De officier van justitie verzoekt… Ik haal mijn schouders op. ‘Die kan weg.’ Ik duw het papier tegen haar vingers, maar ze neemt het niet van me aan. ‘Waarom heb je hier niets over verteld?’ ‘Het stond toch in de krant? Het kwam zelfs op het journaal. Alle mannen die op het moment van de moord binnen een straal van vijf kilometer van de vindplaats woonden, kregen zo’n oproep. Ik dus ook.’ ‘Ja, maar waarom heb je het niet verteld? Waarom heb je hem niet laten zien?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Ik vond het niet belangrijk, denk ik.’ Er vormt zich een barst in haar gepleisterde voorhoofd. ‘Dat vind ik een beetje vreemd. Begrijp je dat, Edo? Ik bedoel, zo’n soort brief krijg je toch niet iedere dag, het verzoek om DNA af te staan in verband met een moord. Niet iets wat je zomaar vergeet, toch?’ Als ze ‘vergeet’ zegt, maakt ze met haar wijs- en middelvingers twee krabbende bewegingen in de lucht. ‘Vierduizend mannen hebben die brief gekregen. Vierduizend.’ ‘Al waren het er vier miljoen, daar gaat het niet om. Jij kreeg hem. Kijk maar, hij is aan jou gericht.’ Nu trekt ze de brief wél uit mijn hand en houdt hem pal voor mijn neus. ‘Kijk, hier staat het, met naam en toenaam. Zie je wel?’ Ze tikt met haar wijsvinger op de achterkant. ‘Je had mij op z’n minst kunnen laten zien dat je die brief ontvangen had.’ ‘Nou, je hebt hem nu toch gezien?’ zeg ik stuurs. ‘Bekijk hem maar goed. Nee, weet je wat: lijst hem in en hang hem boven je bed. Blijkbaar windt het je nogal op dat ik werd opgeroepen voor een DNA-onderzoek.’ ‘Waar je dus geen gehoor aan hebt gegeven.’ ‘Het was niet verplicht. Dat staat ook in die brief.’ ‘Waarom heb je er niet aan meegedaan?’ ‘Ik kreeg de kans niet. Toen ik wilde gaan, had die Peter S. zichzelf al aangegeven.’ Een moment kijkt ze me met haar grote ogen meewarig aan. ‘Je kreeg de kans niet… Wie houd je nou eigenlijk voor de gek, Edo?’ ‘Zeg dat niet, alsjeblieft.’ ‘Zeg dat niet,’ smaalt ze. ‘Zeg dat niet.’ In een reflex leg ik mijn hand op haar vlezige mond en smoor haar lach in de kiem. Ik laat pas los als ik ook haar ogen het zwijgen heb opgelegd. Dan neem ik de brief voorzichtig uit haar vingers, strijk de kreukels glad, en stop hem terug waar ze hem gevonden heeft. ‘Ik ga het gras maaien,’ zeg ik, ook al heeft ze daar niet om gevraagd.

Grand Foulard
2 1

Verlossende kus

Ik houd m’n wapen vast in mijn rechterhand, de verbrande hand. Dit deed ik altijd want elke keer dat ik de trekker overhaal voel ik de pijn. De terugslag zorgt telkens voor een brandend gevoel, alsof ik mijn hand letterlijk in de vlammen van het schot steek. Dit deed ik zodat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik ook moet lijden voor elk leven dat ik neem. Deze keer is het anders, nu is mijn wapen gericht op de persoon die mij tot dit alles in staat heeft gebracht. Mijn grote liefde, die ene vrouw die zoveel impact heeft op mijn gemoedstoestand dat ze allesbepalend is. Toen ik haar leerde kennen was het meteen duidelijk dat ik alles zou doen voor haar. Voor mij was het allemaal echt, voor haar een spelletje.   Ze zit voor me op haar knieën. Veel te rustig voor de situatie. Ik daarentegen sta met bibberende benen en een trillende hand bijna te huilen van woede. Ja dit is een natte woede, een kwaadheid die ervoor zorgt dat je niet meer bij je zinnen bent. Je kunt aan alles aan mij zien dat dit niet is wat ik gewild had. Om op deze manier mijn leven te leiden. Ik heb het nooit gewild om voor één persoon zoveel misdaden te plegen, zoveel mensen de dood in te jagen en op deze manier mijn mentale gezondheid helemaal kwijt te spelen. In mijn traan weerspiegelen de vlammen van de psychiatrische instelling die ook weer door mijn toedoen helemaal vernietigd is. Net als alles wat ik had opgebouwd, heb ik ook dit naar de grond gewerkt om bij haar te kunnen zijn. Maar nu ben ik dichter bij haar dan ooit. Ik weet dat het beter is om de trekker over te halen, dan is het allemaal voorbij. Dan is zij uit mijn leven en hoef ik haar nooit meer te zien. Niet dat ik nog te lang te gaan heb hierna. Als de sirenes mij eindelijk bereiken, knallen ze me waarschijnlijk ter plekke overhoop.   Mijn vinger gaat nu écht naar de trekker. Ik ben er niet klaar voor, ik kan het niet. Mijn arm zakt en zij staat recht. Ze ziet het, ze ziet alles zoals ze dat altijd al heeft gedaan. Ze bespeelt me weer en veegt de traan van mijn  wang. Ze komt rustig dichterbij en laat haar rechterhand langzaam langs m’n wang naar mijn nek gaan. Met mijn linkerhand trek ik haar bekken tegen me aan. In een moment van absolute rust plaats ik m’n pistool tegen haar buik en op datzelfde moment kust ze me. De eerste kus die ik kreeg en meteen ook de laatste. Want dankzij die kus kon ik eindelijk schieten.

Sander Maertens
0 0