Lezen

bezieling

wat er tussen de oren zit is voor ieder mens en dier hetzelfde een grijze brok merg, rillende chemische drilpudding van bloed, vloeistof en zenuwcellen die je kan bewaren op sterk water   wat volgt, kan je uit je evenwicht halen, want wat er tussen de oren zit is niet voor ieder mens en dier hetzelfde tegenspraak is nu eenmaal eigen aan deze mikrokosmos in het hart van het multiversum   in onze zwakheid geven we ons over aan de lichaamssappen verantwoordelijk voor ons humeur zo redeneerden de antieken reeds   enkele obscuranten draaiden de rollen om: de Geest creëert de materie luchten tranen immers niet op of wat te denken van de slappe lach de Romantici verheerlijkten de emotie   laten we het houden op de magie van zowel het gevoel als de rede het orakel van Delphi, de Pythia, die dampen van laurier opsnoof zou eerder oleander gebruikt hebben volgens de moderne medische wetenschap   zo ontaardt dit pseudo-gedicht dan ook in proza en ontstaat er weer een kloof die scheidt wat dan toch niet één was in het Oosten waar de zon eeuwig blijft rijzen verzetten ze zich tegen dit oneindig gesplits ze formuleren daar wel kernachtig maar hun ziel bevindt zich niet louter in de nucleus   ooit zeiden ze dat alles vloeit, dan weer dat alles constant is,  de ziel onsterfelijk en toch tussen de oren, soms zwevend boven het lichaam, als het even niet gelukt met dat lijf,   gaat dit alles ook op voor walrussen en narwals? de ziel die verhuist van vlees naar vlees van manatee naar Arawak van Inuit naar kariboe   vroeger keken ze naar de ingewanden van vogels om de toekomst te voorspellen zagen ze ook toen al plastic? of slechts de poëzie van waanideeën om controle te krijgen op het  Oncontroleerbare   Ook hier weer een keuze: geef je jezelf over of verzet je je tegen de draden die het lot voor jou weeft er is nog steeds geen antwoord op die vragen gevoelens zijn dan soms betrouwbaarder huilen naar de maan bij een onverteerbare verlieservaring tranen met tuiten én lachen van geluk bij de geboorte van een nieuw leven   alchemisten en mystici hebben een bedenkelijke reputatie in deze  postpostmoderne tijd waarin ChatGPT empathischer lijkt dan je therapeut of dokter laat staan je volksvertegenwoordiger   eindigt het ooit, dit tijdperk van chronische innovatie, deze kameleon die compulsief verkleurt, deze permanent vervellende wurgslang ook dit schrijven stopt niet het blijft doorgaan tussen onze oren weliswaar anders voor jou dan voor mij of is er toch meer kwantumverstrengeling dan gedacht? een universum van mekaar verwijderd en toch verbonden zijn er dan toch morfische velden en goden en magie   is het toch Bezieling,    ΚΑΖΑΝΤΖΙΔΗΣ ΣΤΕΛΙΟΣ - ΕΦΥΓΕ ΕΦΥΓΕ    

Kameraad 60
30 1

Proefondervindelijk

"Je kan er de klok op gelijk zetten", zegt B. We zitten op het terras met de Parijse terrastafeltjes. Hij ziet zijn naam liever niet in de gazet, daarom gebruik ik enkel de eerste letter van zijn voornaam. Je zou hem een soort van straat- of dagfilosoof kunnen noemen. Over het dagelijks leven heeft hij wonderbaarlijke inzichten.  “Met elke hittegolf zijn de gelovers en de niet-gelovers van de klimaatopwarming overal te horen. Waar ik me over verbaas, is dat ze een aantal duidelijke symptomen niet opmerken. Enerzijds zijn er ontegensprekelijke feiten zoals de gemiddelde temperaturen. Maar je moet ook naar het straatbeeld kijken. Zo zie je hier tegenwoordig ook mensen met een paraplu die hen schaduw moet geven.”  "Maar dat is niet het enige. Het valt op dat er alsmaar meer mensen een waaier gebruiken. Je kent die uit Oosterse films. Vroeger zag je die alleen bij verkleedpartijen. Nu hebben sommigen die standaard op zak. Dan heb je mensen die andere zaken gebruiken om zich koelte toe te wuiven. Op terrasjes zie je dat vaak. Ik heb er een studie over gemaakt."  "Een studie", zeg ik. "Toe maar." "Proefondervindelijk natuurlijk. Wat niet werkt is een krant. Dat is te slap om mee te wuiven. Ofwel moet je die dubbel vouwen. Een tijdschrift kan, maar het is afhankelijk van de grootte. Zoiets als Humo of Libelle gaat nog, maar kleinere magazines zijn beter.”  "Dan heb je nog de drankenkaarten. Gelamineerde papieren zijn te slap. Het beste is stevig karton, zoals deze kaart. Dat werkt perfect. Probeer maar eens”, zegt hij, waarna hij me de drankenkaart geeft. Het geeft inderdaad meteen verkoeling.  “Het ergste is de opkomst van QR-codes op terrastafeltjes. Hoe onpersoonlijk is dat. Het failliet van de verfrissende drankenkaart. Alhoewel, van zoiets lopen de rillingen over mijn rug”, lacht hij.  

Rudi Lavreysen
14 3

De dialectiek van de vrijheid: COBRA en de strijd om waardevorming

Mijn liefde voor deze avant-gardistische stroming ligt in eerste instantie niet zozeer in de inhoud van de werken, al beantwoordt die in esthetisch opzicht uiteraard wél aan mijn fascinatie. Wat mij vooral aantrekt, is mijn blijvende voorliefde voor mensen die de moed hebben zich te verzetten tegen het heersende patroon van hun culturele context. De mens in opstand. In dit geval gaat het om een schilderkunst die gelaagd is en waarin, onder de paradigmatische golven, een strijd woedt om waardevorming, een strijd die, zoals in alle culturele lagen, anticipeert op de vraagstukken van het actuele maatschappelijke landschap. Historisch gezien ontstond deze naoorlogse schilderstroming kort na de Tweede Wereldoorlog. Binnen de kunstgeschiedenis speelde op dat moment De Stijl nog een prominente rol als internationaal invloedrijke beweging van geometrische abstractie. Het verzet tegen deze streng gestructureerde opvatting van vormvrijheid kreeg in de COBRA-beweging een tegenbeeld: de vrijheid van het onmiddellijke. De vrije, kinderlijke sfeer van COBRA weerspiegelde een verzet tegen de alledaagse bureaucratische gelijndheid. De beweging speelde met de intensiteit van kleuren, liet deze samenvloeien met emotionaliteit en werd zo een kunststroming in opstand, een rebellie tegen haar bredere artistieke geboortegrond, volwassen geworden door haar overwinning op wat eraan voorafging. Juist dit maakt de stroming bijzonder intellectueel. Het esthetische aspect wekt bij mij zeker verwondering, maar is eerder een bijsmaak dan de kern. De essentie schuilt in de waarden die zij uitdraagt: waarden die culturele gevoeligheid oproepen en ons laten nadenken over de structuur van ons huidige bestaan. Zo is er bijvoorbeeld de vrijheid om te benoemen wat kunst eigenlijk definieert. Daarnaast stelt de stroming ook de intellectuele vraag naar het verschil tussen hoe wij kunst waarnemen en hoe wij kunst interpreteren. Een essentiële nuance ligt in de vrijheid van het kunstwaarnemen. Deze vrijheid loopt niet parallel aan de onbevangenheid die kinderen ervaren bij het schilderen. De wetende mens is -onder meer door de rede- beperkter dan het kind in het volledig realiseren van deze vrijheid. Precies dat maakt het voor de mens wezenlijk moeilijk om die existentiële ruimte te bereiken. Deze laissez-faire in de kunst getuigt niet enkel van creatieve durf, maar ook van de hoogmoed van elke kunstenaar om zich te verzetten tegen de drogreden dat de mens kunst slechts bedrijft als regressie naar de eigen jeugd. Vergeten we ook de complexe eenvoud niet van deze stroming, de knipoog naar de meergelaagdheid die zij met zich meebrengt. Het gebaar van vorm dat zij zich eigen maakt door radicaal en tegenstrijdig te zijn tegenover de tijdsgeest, die onmiskenbaar drukt op de waardevorming. Het maakt het beoefenen van kunst tot een hogere les: je strijdt tegen je eigen culturele liefde, of toch tegen de herinnering aan de kunst an sich.

Niels Lievens
4 0

Au Café de la paix (10) - Ministerie van oorlog

Een tweepersoonsbed waar je met z’n vijven in kan. Kamerhoge gordijnen en een balkon. Een bad met goudkleurige handvatten. Beneden een inkom als een stationshal, art- deco overal waar je kijkt. De trap naar de verdiepingen past in een TV-show van de jaren tachtig. Je kan er zowel links als rechts in avondkledij afdalen om elkaar beneden weer te ontmoeten.  U denkt misschien dat ik ferm boven mijn stand leef, maar voor 90 Euro per nacht slaap je in het laatste ‘palace hotel’ van Vichy, genoemd naar luxe- hotelier Joseph Aletti. Je krijgt er nog een gratis ‘apéritif de bienvenue’ bovenop. En toch las ik op Booking slechte reviews: het hotel heeft geen airco, het water in het zwembad is ijskoud. Die mensen hebben zeker de oorlog nog niet meegemaakt. Dat heeft dit hotel wel. En hoe. Het werd het oorlogsministerie tijdens het Vichy regime onder maarschalk Pétain. Aangezien Vichy een goed telefoonnetwerk had en rond de vierhonderd hotels telde - Napoleon III had het al opgewaardeerd als kuuroord - verkoos de Franse regering het stadje boven Clermont-Ferrand als zetel van de nieuwe ‘état français'. Het Vichy-regime collaboreerde en werkte actief mee aan de deportatie van Joden. Het was wachten op Macron voor een Franse president dat expliciet uitsprak. François Mitterand argumenteerde nog dat die 'état français' onder Pétain toch niet echt de Franse Republiek was.  Het interesseert me vooral hoe zulke regimes tot stand komen. Want eenmaal het spel op de wagen zit en de maatschappij in ‘goeden’ en ‘slechten’ uiteen valt, wordt het toch een pak minder interessant. In zijn boek ‘Vichy. Vérités et légendes’ schrijft historicus Claude Quétel dat er tussen 1919 en 1940 maar liefst 44 Franse regeringen waren. Politici gaven zich over aan een politique politicienne die de natie deprimeerde. De Britse journalist Alexander Werth noemde hen ‘ondernemers van de politiek’. Klinkt dat akelig bekend? En de slagzin van le maréchal Pétain, de tachtigjarige oorlogsveteraan van WOI die het Vichy-regime leidde? ‘Refaire la France’, vatte hij zijn vage visie samen. Make France great again. De waarden ‘Liberté, égalité, fraternité’ verving hij door ‘Travail, Famille, Patrie’. Hij was in 1940 zo geliefd dat de menigte hem op zondag kwam begroeten op de stoep van Hotel du Parc, zijn nieuwe woonst. De jodenster vond geen ingang in de ‘zone non-occupée’, schrijft Quétel nog. De Fransen moesten er niet van weten. En toen hen in 1942 ter ore kwam hoe duizenden joden vijf dagen in het wielerstadion Vélodrome d’hiver werden vastgehouden, zonder eten of sanitair, om vervolgens gedeporteerd te worden, maakten de Fransen zich langzaam los van Pétains propaganda. Die bewogenheid over menselijk leed, voorbij alle vooroordelen, doet denken aan de wereldwijde verontwaardiging over de honger in Gaza of over de uitwijzing van migranten in de VS. Quétel beschrijft hoe boeren Joden hielpen onderduiken en een Franse lerares duizenden ‘faux papiers’ van de deportatie redde. Al haalt hij ook de mythe van het ‘résistancialisme’ onderuit. Dat zowat elke Fransoos het verzet steunde, is een legende. Bij ‘la rafale’, de grootschalige razzia in de Vélodrome d’hiver in Parijs, hadden Franse gendarmes de touwtjes in handen. Wat spoorwegmaatschappij SNCF betreft, heeft Quétel maar weet van een machinist die weigerde om Joden naar de kampen te vervoeren. De andere medewerkers deden niet meer dan af en toe briefjes aan familieleden bezorgen die Joden hen vanuit de goederentrein toe stopten. Hoewel ik in een podcast hoorde dat de Vichyssois hun voorgeschiedenis beu zijn, kan je er een wandeling maken langs de meest markante plekken van het regime. In het Hôtel de Séville aan de Boulevard de Russie werkte François Mitterand voor la Légion des combattants, een soort geheime dienst die ‘antinationalen’ opspoorde, zoals communisten en gaullisten. Na enkele maanden spitst hij zich toe op de opvang van gerepatrieerde krijgsgevangenen. Het toeristisch kantoor van Vichy noemt Mitterand een ‘vichysto-résistant’. Een van de personen die voor de Franse Staat werkten, bepaalde waarden van de maarschalk deelden, én in het verzet zaten. In 1943 richtte Mittérand een verzetsgroep op met ex- krijgsgevangenen. Hoe mensen zich toen positioneerden en waar de waarheid precies lag, is complex om op een paar dagen te doorgronden. Dat Mitterand voor zijn inzet als ambtenaar van Vichy een onderscheiding kreeg, is hem later nog voor de voeten geworpen. Hij was niet de enige die achtervolgd werd door Vichy. Keizer Napoleon III werd er verraden door een hondje. De viervoeter van zijn minnares reageerde er net iets te enthousiast op de huisvriend van zijn bazinnetje. Dat ontging de keizerin niet. Woedend verliet ze Frankrijk en dumpte Vichy voor Schwalbach, een kuuroord in Duitsland. Na een tocht langs volzette restaurants op zaterdag beland ik in Paris-Vichy, en eet er uitstekende ‘maigre’ of ombervis in filodeeg. Het is al de derde keer op reis dat mijn gerecht in filodeeg werd verpakt, het is misschien een ding van een influencer. Ik reken af, draai de hoek om en stoot op ‘onze’ Albert, roi-soldat. In lange jas en laarzen, zoals hij zijn soldaten in de loopgraven vervoegde tijdens WOI. Vichy heeft blijkbaar een pacte d’amitié met Spa in België.  Zondagmiddag sta ik voor het soort dilemma van mensen die alleen nog maar vrede hebben gekend: breng ik nog een paar uur aan het zwembad door, of ga ik in de opera naar een concert met werk van Gershwin. ‘Summertime’, weet u nog wel. Gebouwd in 1902, laat de opera als eerste het rood en het goud achter zich. Het behang is oker- en ivoorkleurig, het plafond is een grote art-deco fresco van bloemen, pauwen, lieren en de gezichten van grote actrices zoals Sarah Bernhardt. De Belgische architect Lucien Woog mocht de Franse Charles Le Coeur assisteren bij het ontwerp. Om redenen die ik later nog zal toelichten, ga ik toch voor het zwembad. En hoe zit het eigenlijk met dat Café de la paix in Vichy? Het is te zeggen, over de brug in de wijk Bellerive-sur-Allier? Dicht, van 4 augustus tot 1 september. De oude menu’s staan nog in krijt op het uithangbord: lundi - saucisse lentilles, mardi - paupiette de veau, mercredi - lapin à la moutarde,… Hier eet je wat de pot schaft, en altijd aan 17 euro. Behalve op zaterdag, dan gaat de entrecôte-frites voor 18 euro over de toog.  De stamgasten vind ik terug in bar Haka, schuin tegenover Café de la paix. Een overwegend mannelijk publiek. Ik krijg moeilijk toegang, op een paar schunnige opmerkingen na. ‘Ik woon boven het Café de la paix, kom maar eens kijken, ik kan al niet wachten’.  Alleen een man uit La Reunion die tijdelijk weer in Vichy is wegens gezondheidsproblemen, praat even met me. Om zijn hand zit een windel. ‘Alcohol maakt mensen agressief. Met het Café de la paix willen de eigenaren de nadruk leggen op rust’, denkt hij. Zijn gelaat is wat verweerd, maar hij articuleert keurig en enthousiast. ‘Vichy is een tikje burgerlijk, daardoor loop je als vrouw ‘s avonds weinig risico’s’, legt hij me uit. ‘Overal hangen camera’s’ Zelf drinkt hij geen alcohol, maar iedereen in La Réunion rookt marihuana’, zegt hij. ‘Daar word je kalm van.’ Voor hij met zijn vriend naar de auto loopt, plukt hij nog een peukje uit de asbak.

Pons
0 0

I am the walrus (of verliefde mijmeringen)

'Love is where you find it.' Profetische woorden van James Baldwin, eenvoudig, niet moeilijk te begrijpen, voor een stuk trappen ze ook gewoon een open deur in. Want het is één van de clichés die het mysterie liefde omringen. 'Ge moet erop vallen.' Als je het zoekt, vind je het niet. Liefde is ook een woord dat alleen lading krijgt, betekenis, als je het kan uitpakken zoals een kado, of pellen als een vrucht. 'Show, don't tell.' Liefde is - misschien spijtig - vooral ook chemisch. De gekte, lentekolder (!), van de verliefdheid is wellicht een cocktail van dopamine en oxytocine. Wie herinnert zich nog de gloed van die eerste kus, de lippen die first contact maken? Er is een rechtstreekse lijn dan, die de zwaartekracht volgt, van je mond, naar je hart, naar je geslacht. Maar die echte verliefdheid is in de eerste plaats vooral teder, je wil seks eigenlijk uitstellen, je wil mekaar opeten, dat wel, in mekaars lijf kruipen, versmelten. En vooral, ook weer volgens James Baldwin, je maakt het maar een paar keer mee in je leven. Hopelijk kan je het op één hand tellen, want anders glijd je wellicht af naar de nymfomanie. Ben je eerder bezig met verliefd zijn op de verliefdheid zelf, of ben je eerder behaagziek, onzeker, niet in het reine met jezelf. Wat uiteraard niet onlogisch is, want we zijn sociale dieren, en die relaties zijn altijd onderhevig aan wat competitie, of zo lijkt het toch sinds Darwin.  Ik geloof dat liefde wel degelijk kan genezen, dat je onvolledig bent zonder de ander, de Ander, het Andere, ik denk dat het weer zo één van die kapitalistische illusies is, dat je je geluk zelf moet maken. We zijn meer dan productie-eenheden of 'menselijke grondstoffen'. Je hebt voor zover ik wetenschappelijk op de hoogte ben, nog altijd een eicel en een zaadcel nodig om een nieuw leven te maken. Als mens. Een soort heilige tweevuldigheid. 'Only love can break your heart.' Nog zo'n boutade, van Neil Young deze keer. Hoe onvolledig we ons soms ook voelen alleen, het risico op een gebroken hart, als we het erop wagen te duiken in die onbekende duistere, maar prachtige poel van de crush, de mysterieuze coup de foudre, zorgt er soms voor dat we eieren voor ons geld kiezen. Want de diepte (of ondiepte) van die gruwelijk aanlokkelijke poel is onpeilbaar. Het is totaal controleverlies, overgave, en daardoor bijna een religieuze, sacrale ervaring. En wie is daar nog goed in, in het profane Westen? Ik stel me er in ieder geval vragen bij, bij die eenzaamheid, die besmettelijk zou zijn naar 't schijnt. Zoveel vrijgezellen, zoveel mensen die alleen wonen, alsof we bezig zijn met een metamorfose om insectenzwermen te worden. Je hebt de queen bees, worker bees, soldier bees, ... Het verschil is dat we nog niet steriel zijn. Zowel de superrijken als de armen kunnen zich nog steeds voortplanten, al dan niet met gevoelens van elkaar graag zien, maar waar die kinderen zullen terechtkomen is koffiedik kijken. Je kan met een voorsprong beginnen aan het leven, een minderheid heeft hallucinante priviliges, maar evengoed kan het gigantisch mislopen. De dood als grote gelijkmaker betekent uiteraard niet dat we de sociale strijd voor een rechtvaardigere organisatie van onze maatschappijen moeten verwaarlozen. Ook dit is een kwestie van liefde. Elk leven is heilig en ieder kind verdient het graag gezien te worden, zoniet betaal je toch de prijs. Mens zijn betekent passie hebben, en één van die vreselijke expressies van gevoelens is wraakzucht. Ik denk dat het liedje van The Eurythmics wel klopt: 'The miracle of love, will take away the pain.' De woordkeuze is ook geslaagd, liefde is een mirakel, en een mirakel is onverklaarbaar. Wat zorgt ervoor dat iets 'marcheert'? Laten we nog eens smijten met een soort spreuk. Er is een Arabisch spreekwoord dat zegt dat het huwelijk is zoals een belegerde burcht. Zij die zich er binnenin bevinden, willen eruit. Zij die erbuiten zitten, willen erin. Gelukkig is er de roes voor de sleur, de routine, die allesomvattende, knetter makende fase van vlinders in de buik, geen honger hebben, balorig zijn, niet kunnen eten. Een moment dat je de tijd wou bevriezen omdat alles zich in een gloed bevindt. Een periode van opperste sensualiteit, je maakt je lippen nat met je eigen tong vooraleer je die lippen van de Ander beroert, en dan ga je nog een stapje verder in die intimiteit als de beide tongen een soort dans met mekaar aangaan. Een kort maar krachtig walsje, een trage, langzame bolero, een onbeheerste, atletische lindy-hop, of een aan elkaar spiegelende tango.  En dan de ogen, het naar mekaar kijken met die kitscherigste metafoor aller tijden, de spiegels van de ziel, de pupillen die zich verwijden of verkleinen, de kleur van het iris die wel nooit zomaar banaal blauw, bruin, groen of grijs is. Daar vind je onze enorme uniciteit als mens, nog poëtischer dan onze unieke vingerafdrukken. Geen mensenoog is gelijk! Mijn zwartharige vader had de donkerste ogen, bijna zwart in plaats van bruin, als steenkoolbriketten, angstaanjagend en onvoorspelbaar, mijn moeder had dan weer als blond meisje prachtige appelblauwzeegroene ogen, mysterieus en diep als de Atlantische Oceaan ter hoogte van de Golf van Biskaje, duizenden meters voor je de bodem bereikt. Laten we dit vertoog over de liefde en verliefdheid dan ook eindigen met een drievuldigheid. De liefde die uitmondt in nageslacht. Wat ik voel voor mijn dochter overstijgt 'zelfbehoud'. Al blijft het natuurlijk behoud van de 'genenpoel'. Voor een kind offer je jezelf op, op het altaar van het leven dat onmiskenbaar mysterieus is, en gespleten. Er is barmhartigheid omdat het leven meedogenloos is. Ik herinner mij de lichamen van mijn ouders na hun overlijden, de lege ogen, de omhulsels die verkillen. Ik geloof eerder dat ons bewustzijn een product is van onze hersenen. Met andere woorden, tot zover onze onsterfelijke ziel. En, toch ... Die lichamen zo zien liggen, bewegingloos, hun eigenheid was weg, hoe ze ooit bewogen, de zenuwachtigheid van mijn vader, het koppige doorzettingsvermogen van mijn moeder, de ziel was weg. Elders? Ergens hoop je er toch op. Dat het niet allemaal tevergeefs is. Een banaal, absurd einde dan maar, weer van een liedje: 'Life is what happens to you while you're busy making other plans.' Leefde die ook nog maar, John Lennon, desnoods alleen maar zijn ziel. P.S.: Hopelijk is liefde vooral ook niet dit: 'The reason you haven't felt it is because it doesn't exist. What you call love was invented by guys like me, to sell nylons. You're born alone and you die alone and this world just drops a bunch of rules on top of you to make you forget those facts. But I never forget. I'm living like there's no tomorrow, because there isn't one.' Een quote van Mad Man Don Draper. Gelukkig vloekt de zalige gloed van de verliefdheid en de onbaatzuchtige liefde voor een kind of een huisdier met zoveel cynisme. Nee, dan toch maar Baldwin! Dit is de volledige quote van het begin: 'Nobody - no man or no woman - is precisely what they think they are ... love is where you find it. And it is a terrifying thing, love. It's the only human possibility but it's terrifying. What happens when you can't love anybody, you're dangerous. You have no way of learning humility. No way of learning other people suffer. And no way of learning how to use your suffering, and theirs, to get from one place to another.' The Beatles "I Am The Walrus" (1967)

Kameraad 60
35 1

Donderdag, 25 maart 2025 - 9u50

De regen tikte luid tegen de voorruit van de oude Toyota Corolla. Vol ongeloof staarde de chauffeur naar de verlaten, grijze parking voor hem. Hoe lang hij daar al zat? Geen idee.  Zijn hand ging automatisch naar zijn zakken, maar hij had geen sigaretten meer. In plaats daarvan voelde hij de brief in zijn rechterjaszak. Traag trok hij het papier tevoorschijn en las voor de duizendste keer de koude boodschap. ‘Het spijt ons te moeten meedelen, dat in deze tijden van herstructurering…’ De woorden galmden door zijn hoofd. ‘...de geleverde prestaties werden de laatste tijd door de leidinggevende als ondermaats beschouwd…’  Ondermaats? Wat dacht die trut wel? Avonden en weekends had hij gezwoegd en gewerkt om haar te helpen. En wat kreeg hij in ruil, een pover bedankje en een schop onder zijn kont. Buitengezet. Weggewerkt. Na 20 jaar van onvoorwaardelijke trouw en dienst, van elke dag op tijd komen, van elke deadline halen… was hij net als oud huisvuil aan de kant gezet. Het was echter meer dan het verlies van zijn job. Het was het verlies van alles waar hij zich zijn hele leven voor had ingezet. Zoveel had hij opgeofferd. Maar er was hier geen toekomst meer voor hem. Waar wel? Zijn vrouw had hem al vaker aangekeken alsof ze het ook allemaal niet meer wist. De kinderen? Die waren te druk bezig met hun eigen leven. Hij zuchtte en gooide het verfrommelde papier op de stoel naast hem. Hij nam het stuur van de wagen zo hard vast dat zijn knokkels wit kleurden.  Zijn nagels drongen diep in zijn handpalmen. Nog nooit had hij zich zo vernederd gevoeld. Langzaam liet hij zijn hoofd rusten tussen zijn handen op het stuurwiel. Hij had het al vreemd gevonden toen ze aan zijn bureau kwam staan, met die triomfantelijke blik in haar ogen. Het serpent zocht al langer een reden om hem te lozen.  Ze had niet eens de moeite genomen om zijn afdanking onder vier ogen te regelen. Nee, het schouwspel moest voor de ogen van de volledige afdeling worden opgevoerd.  Harde werkers hebben niets te vrezen. De slagzin van zijn vader klonk nu hol en nutteloos. Wat een rotadvies. ‘Het is niets persoonlijks,‘ had ze nog gezegd. ‘Het zijn de omstandigheden, we moeten bezuinigen.’ De blik in haar ogen had echter gestraald van voldoening. Het spottende glimlachje op haar fijne lippen had hem verschrikkelijk gestoord. Niets persoonlijks? Alsof het minder pijn deed omdat het niet persoonlijk was. Hij deed de zonneklep naar beneden en keek naar de foto die aan de achterkant was vastgemaakt.  ‘Esmee…’ fluisterde hij zachtjes.  Even verscheen er een kleine, meewarige glimlach op zijn gezicht. Hij kuste twee vingers en drukte die zachtjes op de foto. Bruut draaide hij de sleutel om in het contact en startte de wagen. Na een paar keer tegenpruttelen sloeg de motor aan. Het trillen van het stuur in zijn handen en het lage gebrom van de motor hadden een merkwaardig rustgevend effect.  De radio sprong aan en een of ander oppervlakkig popnummer, over liefde of vrijheid of een combinatie van beide, vulde de ruimte. Een hoop onzin dus. Hij draaide het volume naar beneden. Het kon hem niet schelen. Niets kon hem nu nog schelen. Hij haalde diep adem, zette de ruitenwissers aan, keek vluchtig in de achteruitkijkspiegel en reed langzaam de parkeerplaats uit en de straat op. Op dit uur waren de meeste mensen nog aan het werk, dus veel verkeer was er niet. Traag tufte hij verder over de verlaten weg. Een grijze muis in een grijze, natte wereld. 

bramds
0 0