Cowboys met een kabouterinstinct
Je kent ze vast ook. Snelle auto, gestroomlijnd pak, nieuwste smart Phone en vlotte babbel. Ze komen je bedrijf binnen. Soms tijdelijk, soms voor een langere periode. Ze nestelen zich nooit. En ze worden door alle personeelsleden met argusogen bekeken. In de wandelgangen wordt druk gespeculeerd: “Ja, wees maar op je hoede. Voor je het weet, zijn ze met jouw job ervan door.”. De cowboys van deze tijd. Weet je over wie ik het heb? Inderdaad, de ZZPer, de Zelfstandigen Zonder Personeel. Een groep waartoe ik ook behoor.
Het zelfstandig zijn, werd me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hadden een eigen zaak. Het laatste waaraan ikzelf dacht, was zelfstandig worden. Ja, we hadden het goed thuis. Maar ik zag ook de keerzijde: veel stress en onzekerheden. Na mijn studie ging ik aan de slag als bediende. Drie keer, drie jaar. Altijd op de afdeling marketing en communicatie. Van multinational naar kmo. Rode draad; er knaagde iets na ongeveer drie jaar. In chronologische volgorde: zin in een nieuwe uitdaging, een fusie en een oneerlijke baas. Kroop het bloed dan toch waar het niet gaan kon? Een steeds luidere stem schreeuwde om aandacht. Het was mijn innerlijke ‘ik’. In 2010 waagde ik de stap. Na een eerste Unizo bijeenkomst zette ik een globaal plan op papier. Ik stelde het voor aan mijn aller dierbaarsten. Mijn vader reageerde bezorgd, maar geloofde erin. Mijn man, ook zelfstandige, moest niet meer overtuigd worden. En onze dochter Nora, toen bijna drie jaar, oefende al op de bedrijfsnaam. We beklonken de plannen en ik brak met mijn laatste opdrachtgever.
We zijn nu vijf jaar verder. De stem in mijn hoofd is stil. Ik voel dat ik de juiste beslissing heb gemaakt. Als ik eerlijk ben, heb ik bijna nooit om werk verlegen gezeten. Er is een groeiende nood aan krachten die tijdelijk bijspringen. Vanaf mijn eerste jaar vond ik al vrij snel een evenwicht tussen het hebben van één grote opdrachtgever in combinatie met kleinere taken. Die laatsten werk ik van thuis uit. Voor grote opdrachtgevers werk ik altijd op kantoor, hun kantoor uiteraard. Meestal kom ik in een klein team terecht. Er zijn verschillende redenen waarom ik een lege stoel vul: zwangerschapsverlof, ziekte of een eenmalige opdracht. Nadat mijn taak helder is, ga ik aan de slag. Hierbij hou ik mij op de achtergrond. In het begin toch. Ik tast de collega’s af, luister naar hun gesprekken en meng me zelden. Ondertussen doe ik mijn werk. Ook tijdens de eerste vergaderingen hou ik me rustig en vertoon ik bijna ‘correct’ gedrag. Na een tijdje komen de vragen van teamleden. Er ontstaan gesprekken over het werk. En het ijs is gebroken. Ik voel het vertrouwen groeien, van hun naar mij en andersom. Langs hun kant voel ik vooral opluchting. Op de een of andere manier vormen personeelsleden zich een bepaald spookbeeld van dé ZZPer. En dat zorgt voor onrust in hun hoofd. Ik kan dat alleen wegnemen door simpelweg mezelf te blijven en beloftes na te komen.
Of ik goed verdien? Dat is een vraag die mij af en toe gesteld wordt. Ik denk dat alle zelfstandigen hetzelfde probleem delen: financiën. Als zelfstandige draag je zelf zorg voor nu én later. Daarbij volgen de kosten van ons sociaal systeem. Ja, ik worstel af en toe met rekeningen. Verzekeringen, pensioensparen, belastingen en sociale bijdragen. Het zijn maar een paar van mijn kopzorgen. Aangezien boekhouden niet mijn talent is, draag ik dit over aan mijn boekhouder. Maar ook zij stuurt elk kwartaal een rekening. Een andere uitdaging, dat mogelijk als nadeel wordt ervaren, is ‘flexibiliteit’. Je bent zelfstandig, dus opdrachtgevers verwachten ook dat je elke deadline haalt. Keer op keer. En dat voelt soms als koorddansen. Het komt voor dat ik, kort op elkaar, meerdere deadlines heb. Dan is het alles op alles zetten. ’s Nachts doorwerken en vroeg opstaan. Als het nodig is een paar dagen na elkaar. Maar gelukkig staat de boog niet altijd zo gespannen.
Als zelfstandige moet je jezelf blijven profileren. De wereld draait niet om jou. Maar de wereld heeft jou wel nodig. Dat is een dunne lijn. Misschien dat sommige zelfstandigen, uit een soort onzekerheid, zichzelf daarom een dun laagje vernis aanmeten. Zoals de cowboys. Maar de meesten lijken op mij. Ze staan dichtbij zichzelf en geven elke dag het beste. Mijn vader volgde de eerste jaren van mijn zelfstandig zijn intens op. Hij zei dat ik eigenlijk een soort kabouter was. En hij had zelfs een kaboutertheorie. De financiële crisis maakt dat bedrijven continue bezig zijn met de balans tussen vaste structuur en bijkomende kosten. De bijkomende kosten, dat zijn kabouters. Ze werken hard en vlijtig. Soms alleen, soms samen en altijd tijdelijk. Kabouters maken op hun beurt ook elke dag de balans op. De balans tussen werk en privé is essentieel voor mij. Ik werk vaak harder dan toen ik bediende was. Toch verdien ik netto niet meer. Mijn rijkdom zit in tijd. Af en toe bewust aanwezig kunnen zijn voor onze dochter. Haar van school halen bijvoorbeeld. Hand in hand naar huis lopen terwijl de verhalen van de dag uit haar mond stromen. Die momenten raken me. Dat zijn de momenten waarop ik besef dat ik al bij al een gelukkige kabouter ben. Ik vind het jammer dat sommige mensen een beperkt beeld hebben van ZZPers. Voor zij die enkel de cowboys zien, weet dat er in elke cowboy een kabouter schuilt.