Mijn zusje en haar meningokokken.
Meningokokken veroorzaken een bacteriële hersenvliesontsteking. Er zijn verschillende types. Maar het belangrijkste, het vieze beest is levensgevaarlijk. De meeste mensen hebben een voldoende weerstand tegen het monster. Een groot aantal mensen is drager van het beest, zonder er ziek van te worden. Een groot aantal mensen.. Een groot aantal mensen. Behalve mijn kleine zus.
‘Tijd om in bad te gaan!’ riep mama vanaf de overloop. Ik hoorde hoe het water tegen de bodem van het bad spatte. Ik ruimde de Barbiepoppen op zoals mama het wou. Gestructureerd. Alle poppen moesten netjes in de bak liggen, de kleertjes in het daar voor aangeduide doosje, de schoentjes in een ander doosje,… Ik wou zondag vooral niet nog eens met mama op mijn kamer zitten en alle bakjes sorteren. Toen alles netjes weg lag liep ik naar de badkamer. Julieke lag op het verzorgingskussen en haar steunhouder lag al klaar in bad. Het werd tijd dat we zo’n ding zouden kopen, want hoe graag ik mijn zusje ook zag, ze begon toch zwaarder te worden. Ik deed mijn kleren uit en gooide ze in de wasmand. Het water voelde heerlijk warm aan. Precies hoe ik en mijn zusje het graag wilden. ‘Mag Julieke erbij komen?’ vroeg mama. Ik knikte enthousiast. Ik en mijn zusje gingen al jaren samen in bad en toch vroeg mijn mama het nog steeds. Ik vroeg me af of ze dit deed voor mij of om Julieke te laten weten dat ze zo dadelijk onder het warme water werd gebracht. Toen Julieke in haar steun lag draaide ze haar hoofdje en begon ze te kraaien. Ik lachte met haar mee en spette wat water op haar. Met het badschuim maakte ik bij mezelf een baard en bij haar deed ik hetzelfde. Ook al kon Julieke niet praten, ze kirde enthousiast en ik wist dat ze het leuk vond. Beneden hoorde we de telefoon rinkelen. ‘Ik ga even opnemen Manon’ deelde mama mee en ze rende naar beneden. De deur stond op een kier en ik hoorde hoe mama de telefoon opnam. Ik keek naar mijn zusje. Zou ik? Na drie seconden na te denken besloot ik uit het bad te stappen en me al af te drogen. Ik deed mijn favoriete pyjama aan en kamde mijn haartjes. Ik had altijd al kort haar gehad, dus veel werk was het niet. Mijn blik ging naar mijn zusje. Zou ik? Tuurlijk, dacht ik bij mezelf. Ik nam een handdoek die ik met een wasknijper aan mijn pyjamabloesje hing. Vervolgens deed ik mijn mouwen omhoog. Ik had mama het iedere dag zien doen dus ik zou toch wel weten hoe het moest. Bovendien zou ik mama geholpen hebben, want die had altijd erg veel te doen. Ik zette mijn kleine handen onder de okseltjes en trok mijn zusje omhoog uit het bad. Gelukkig was het zorgkussen dichtbij en ik legde haar hierop. Ik begon haar kleine fragiele lichaampje af te drogen. Ik had geen idee hoe je een luier zou moeten aandoen… Ik dacht diep na hoe mama het deed. Toen ik de luier had aangedaan controleerde ik nog even of die goed zat. Daarna deed ik haar pyjama aan en kamde haar lange mooie haartjes en deed ze in en staartje. Op dat moment kwam mama de badkamer in gelopen. ‘Manon?’ vroeg mama onbegrijpend. Ik keek haar aan en ze zag dat ik Julieke had afgedroogd. ‘Is het gelukt?’ vroeg ze opgelucht. Ik knikte trots. ‘Goed gedaan van je meid’ en ze wreef over mijn korte bruine haartjes. ‘Heeft jouw grote zus jou uit bad gehaald?’ begon ze tegen Julieke. ‘Heb je zin om je zusje nog een yoghurtje te geven voor ze moet gaan slapen?’ vroeg mama. Ik knikte blij.
1. Verenigd door sterftegeval
Hier zaten we dan. Als de situatie anders zou zijn zou ik moeten lachen met het feit dat heel de familie samen zou zitten. Wie had dat nog ooit gedacht? Mijn moeder en vader… In dezelfde kleine ruimte? Mijn grootvader langs moeders kant die een babbeltje slaat met mijn grootvader langs vaders kant? Mijn tantes allemaal samen. Mijn nichtjes en neven. Ik had best een grote familie als ik ze zo samen zag zitten. Vele van hen huilde en ik begreep niet goed waarom. Alles zou goed komen, dat wist ik gewoon. Ik voelde het. Julieke zou me niet verlaten, wij zouden samen blijven voor altijd. Als mama later oud wordt en niet meer voor mijn zusje kan zorgen, dan zal ik haar in huis nemen. Het zal me een barst kunnen schelen wat mijn toekomstige echtgenoot er van zou vinden. Ik zorgde nu al zes jaar lang voor mijn kleine zus, dat moest mijn echtgenoot er maar bij pakken.
Papa vroeg mij en mijn broer of we even buiten konden gaan wandelen. De buitenlucht zou me goed doen. Ik keek naar mama. Die liep net de kamer in waar ons zusje lag. We volgde papa naar buiten. Het ziekenhuis van Leuven was groot. Rondom lag er een klein parkje. De zon scheen en enkele studenten studeerde in het groene gras. We liepen met ons drietjes over het bruggetje waar we halt hielden. Enkele eenden kwaakte op het water. ‘Hoe gaat het met jullie?’ doorbrak papa de stilte. Mijn broertje haalde zijn schouders op, hij was nooit een grote prater geweest, maar ik zag de angst in zijn ogen. ‘Alles komt goed’ was alles wat ik wist uit te brengen. Papa keek me met medelijden aan. ‘Manon ik denk echt dat je rekening moet houden dat ons Julieke niet lang meer te leven heeft’. Ik keek weg. De eenden waren intussen verdwenen. ‘Kan het nog goed komen?’ vroeg Joren stil. Papa zuchtte. ‘Natuurlijk kan het nog goed komen’ antwoorde ik boos. ‘Het komt goed! Het loopt hier vol met artsen en deskundige, zij doen dit iedere dag, zij weten wat ze doen en ze redden onze zus’. Joren zweeg. Ik had niet zo boos moeten worden maar ik kon niet anders. Het leek wel alsof iedereen de hoop had opgegeven. ‘Ik denk dat onze kleine zus wacht om van iedereen afscheid te nemen’ kwam papa ertussen. ‘We zijn er toch allemaal?’ vroeg ik onbegrijpend. ‘Misschien wilt ze afscheid nemen van Geert’.
Ik had er altijd van gedroomd een groot gezin te hebben. Stiekem droomde ik ook van een zus met wie ik effectief kon spelen, zingen, dansen… Dingen die ik met Julieke niet kon doen. Sinds papa een nieuwe vriendin had was ons gezin wel erg groot geworden. Geert had twee dochters en een zoon. Bram was één jaar ouder dan mij. Veel last had ik niet met hem. Hij zat vaak van ’s morgens tot ’s avonds aan de computer of anders was hij weg. Papa had meer problemen met hem. Bram was vaak boos en sloeg dan alles in elkaar. Daar kon papa niet mee om. Lies was zestien. Ik keek op naar haar maar was tegelijkertijd ook bang van haar. Papa zei dat Bram gek was in zijn hoofd, maar ik had een vermoeden dat er met Lies meer aan de hand was. Britt was de jongste. Ze was twee jaar jonger dan mij en met haar ging ik het meest om. Ik kon makkelijk baas spelen over haar. Ik en mijn broer kwamen hier om de veertien dagen een weekend logeren. Papa woonde hier. Het was altijd een lange rit van drie kwartier. Alhoewel een groot gezin altijd mijn wens was, ik vond er niets aan om naar hier te komen. Maar als papa vrijdagavond ons kwam ophalen trok ik mijn meest vrolijke gezicht. Ik wou niet dat hij zich zorgen zou maken. Als hij gelukkig was met Geert, moesten wij dat ook zijn voor hen. Geert zelf was een lieve vrouw. Een beetje zwak in mijn ogen. De dingen die Bram en Lies tegen hun moeder zeiden zou ik nooit durven zeggen tegen die van mij. Het was zaterdag en morgen zouden we met z’n allen naar het park gaan. Ik hoopte dat het voor een betere sfeer zou zorgen hier in huis. Sinds enkele weken geleden was het bekend geworden dat Lies zwanger was. Samen met haar vriend, Tomas, zouden ze het kindje houden en hier komen wonen. Ik hoopte dat ik snel veertien zou worden en mocht kiezen waar ik in de weekends zou blijven. Als die baby hier was, wou ik absoluut niet meer naar hier komen. Ik zat op de computer te chatten met wat vrienden en Joren zat naar televisie te kijken. Zoals gewoonlijk at hij een appel. Ik had het opgegeven om te tellen hoeveel appels mijn broer per dag at. Lies kwam beneden en was razend. Ze maakte ruzie met Geert. Geert probeerde haar te kalmeren toen Lies weer naar boven wou lopen. Plots sloeg ze mijn broer in het gezicht. Binnenin knapte er iets in mij. Ik stond recht en wou op Lies vliegen want niemand raakte mijn broer aan! Papa hield me tegen. ‘Wordt rustig Manon’ zei hij. Lies brulde nog wat en liep naar boven. ‘Papa ik wil naar huis’.
Even later zaten we in de auto. Papa zat vooraan samen met Joren. Ik en mijn zus zaten vanachter. ‘Ik wil met jullie bespreken wat er net gebeurd is’. Ik rolde met mijn ogen. ‘Ik wil naar huis’ was het enige wat ik zei. ‘Dat gaat niet Manon, we moeten niet weggaan omdat Lies zo doet’. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik was dan misschien maar twaalf, toch wist ik dat het niet normaal was dat een vader bij zo’n gezin zou blijven als die net zijn zoon hadden geslagen zonder reden! Maar het was al snel duidelijk dat we niets te zeggen hadden. We keerde terug naar het huis. Ik sloot me samen met mijn broer op in de kamer en hoorde hoe papa ruzie maakte met Geert tot ’s avonds laat. Het was al donker buiten toen papa met ons terugreed naar Mechelen. We zouden bij bompa gaan slapen.
Toen we na dat weekend terug thuis kwamen bij mama zag die meteen dat er iets aan de hand was. Het was een tegenstrijdig gevoel. Moest ik niets zeggen? Als ik dit zou zeggen zou mama boos worden op papa en mochten we hem misschien nooit meer zien. Maar als ik zweeg moesten we terugkeren naar Brecht, naar het huis, naar Lies. Er gebeurde precies wat ik gedacht had toen ik het vertelde aan mama. Toen we in bed lagen hoorde ik haar bellen naar papa en ze schreeuwde.
Toen we terug boven kwamen op het verdiep waar mijn zusje lag was mama net een koffie aan het nemen. Ik zat weer met het tegenstrijdige gevoel. Moest ik haar zeggen wat papa’s plan was of moest ik zwijgen? Papa zou Geert morgen gaan halen dus misschien kon ik best nog even zwijgen. Er kwam een priester aangelopen. ‘Wat gaan we doen?’ vroeg ik aan mama. Ze volgde mijn blik. ‘We gaan een kleine bezinning doen voor je zusje’. Eindelijk, iemand die me geloofde. We zouden bidden dat het goed zou komen. De kamer was veel te klein voor onze familie. Toch vonden we allemaal een plekje. De priester begon te praten en al snel had ik door dat we niet gingen bidden voor hoop of genezing. We namen afscheid! Ik keek rond en zag hoe iedereen huilde. Zelfs vake, de vader van mijn mama, huilde. Ik begreep er niets van. Waarom geloofde niemand dat het goed zou komen?
Na de bezinning liep ik met tante Charlotte naar beneden. Zij was de meter van Julieke. ‘Manon, ik vind het zo spijtig. Het doet zo’n pijn dat ik nooit meer iets kan doen voor mijn petekind’.
Die middag at ik samen met mijn broer, neven en nichten frietjes in de cafetaria. We lachten en maakte plezier. Ik voelde me voor het eerst sinds lang terug kind en ik voelde geen schuldgevoel om het plezier dat ik beleefde. Het zou goed komen met mijn zusje. Het zou niet lang duren voor de dokters zouden zeggen dat we Julieke weer naar huis mochten nemen. Na de heerlijke fritten liep ik naar de kamer van mijn zusje, samen met mijn broer en oma. De dokters hadden mama de toestemming gegeven om Julieke op haar schoot te nemen. De blik in mijn mama zat vol liefde en een grote dosis verdriet. Ik was jaloers. Niet op de blik in haar ogen tegenover mijn zus, maar dat zij Julieke op haar schoot mocht nemen en ik niet. De inspanning was te zwaar voor Julieke en de draden rond haar kleine gezichtje maakte het er niet makkelijker op. ’s Avonds toen ik thuis kwam zat ik op mijn grote bed en staarde naar het hoekje van de kamer waar het bedje van Julieke lag. De roze beddenhoes en lakens van Kabouter Kwebbel waren netjes opgedekt voor haar thuiskomt. Een thuiskomt die nooit zou plaatsvinden, volgens de dokter althans. Mijn gsm maakte een trillend geluid. Ik las het berichtje van Eva, mijn beste vriendin die nu op skivakantie was. Ze zei dat ze liever bij me was gebleven. Ik glimlachte naar het scherm en typte snel mijn antwoord.
Maak je geen zorgen hoor, alles komt goed. Amuseer jij je nu maar gewoon daar in de bergen’.
Daarna viel ik in een diepe slaap, weg van alle zorgen, weg van alle pijn.
De zon scheen heerlijk op mijn witte huid. Ik keek al uit naar de paasvakantie. Nog een half dagje school en eindelijk twee weken vakantie. We hadden net ons rapport gekregen. Ik had drie buizen, maar niets nam dit vrolijke gevoel weg. Vandaag zou mijn zusje thuiskomen na een weekje ziekenhuis. Ik zat samen met wat vrienden op één van de bankjes op de speelplaats. We lachte en plande fijne uitstapjes die we zouden maken in de paasvakantie. ‘Gaat je mama niet boos zijn voor je rapport?’ vroeg Nena. Zij was naast Eva ook één van mijn beste vriendinnen. ‘Ik denk het niet, ze zal vast blij zijn dat Julieke vandaag thuis komt’ lachte ik en nipte van mijn blikje Cola. Iedereen wist hoe streng mama kon zijn als ik een buis had. Ik werd dan gestraft en had een week huisarrest. Een ding was zeker, ze zou me niet kunnen thuis laten van de skivakantie die we met school zouden maken. Vanavond zouden we met de bus richting Italië vertrekken. Het zou niet alleen mijn eerste skivakantie worden maar ook mijn eerste reis naar het buitenland. Ik keek er al maanden naar uit en telde de dagen af. Eindelijk was het vanavond zo ver. Ik en Eva zouden samen met twee andere meisjes een kamer delen. ‘Vandaag is de gelukkigste dag van mijn leven’ lachte ik. Op de speelplaats was het druk. Eva kwam naar het bankje toegelopen. ‘Manon ze riepen je naam af uit de luidsprekers’. ‘Dat is vast die andere’ antwoorde ik. Toevallig zat ik op school met een naamgenoot van me. Dezelfde voor- en achternaam en net hetzelfde geschreven. Het gebeurde wel eens dat we elkanders schoolrekening thuis kregen. ‘Zou je toch niet eens gaan kijken?’ stelde Eva voor. Ik stak mijn arm rond die van haar en we liepen samen naar het onthaal. ‘Manon je grootmoeder heeft gebeld en je moet naar huis gaan’. Ik voelde hoe Eva me steviger vast nam en hoe ik me steeds zwakker begon te voelen. Mijn hersens hadden al snel de link gemaakt dat er iets mis was, er was iets met mijn zus. ‘Wat is er gebeurd?’ kreeg ik nog net gezegd. ‘Dat weten we niet’ zei de man achter het onthaal. ‘Ik ga met je mee om de poort open te doen van de fietsenstalling. Waar is je boekentas?’ Mijn hersens begonnen verschillende scenario’s te maken in mijn hoofd. Er was iets met mijn zus. ‘Die staat in de klas’ antwoorde Eva in mijn plaats. In de verte hoorde ik hoe de man voorstelde dat Eva mee naar de klas zou gaan. De drukte van de speelplaats deed er niet meer toe. ‘Luister eens’ haalde Eva me uit mijn gedachten. ‘Misschien is er niets aan de hand?’ probeerde ze me te kalmeren. ‘Niets aan de hand?’ herhaalde ik. ‘Eva ik moet naar mijn oma gaan, er is iets. Waarom moet ik anders zo snel mogelijk daar zijn?’ Eva liep nog mee naar de fietsenstalling. De man van het onthaal legde zijn hand op mijn fietsstuur. ‘Rijdt voorzichtig naar huis’. Ik zag het medelijden in zijn ogen. Hij wist meer.
De weg van school naar oma duurde tien minuutjes. Vandaag waren dat er vijf. Ik ademde nog diep in voor ik binnenliep. ‘Manon?’ hoorde ik vanachter. Ik deed de voordeur open met de sleutel en liep naar de keuken. Mijn broer zat al aan tafel. Moeke, zo noemde we haar, liep heen en weer en vulde wat zakken. ‘Vake zal zo dadelijk thuis komen en dan vertrekken we naar het ziekenhuis’. Dat was het enigste wat ze zei. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ik bang. ‘Dat weet ik zelf niet’. Ze loog. Mijn broer speelde met zijn Gameboy en ik staarde wat uit het raam. Het leek wel uren te duren voor vake thuis kwam, maar in de realiteit liep hij na enkele minuten al binnen. ‘We zijn weg’ zei hij gehaast. In de auto was het stil, niemand zei een woord. Het was warm dus draaide ik mijn raampje omlaag. Leuven was een eindje van bij moeke en vake’s huis. Toen we aankwamen bij het ziekenhuis stond papa buiten aan de ingang te wachten. Hij begroette moeke en vake en die begroete hem terug. Ik schoot bijna in de lach van het vreemde tafereel. Moeke had nooit een goed woord te zeggen over mijn papa. Toen verdwenen ze naar binnen. Papa ging op zijn hurken zitten. ‘Ik moet jullie iets vertellen over ons zus’ begon hij. ‘Julieke heeft niet lang meer te leven’. Hoe vaak hadden de dokters gezegd dat mijn zus niet lang zou leven? Hoe vaak hadden ze gezegd dat we er rekening moesten mee houden dat ze maar zes zou worden? Ze was er negen. We hadden haar negende verjaardag vorige maand nog gevierd. Hoe vaak ze ons hadden gezegd dat er ooit een dag zou komen dat we afscheid moesten nemen van Julieke , ik voelde me verlaten, gekwetst en boos. Ze hadden het gezegd en ik had het daarstraks geweten toen ik op school naar huis werd gestuurd. Maar zelfs nu ik de woorden hoorde van papa was het een klap in mijn gezicht. ‘We gaan naar boven, heel de familie is hier’.
Het was Paasmaandag. In Leest was er een grote braderij te doen, dus zelfs rondom Mechelen was het druk. Vandaag zou papa zijn ex - vriendin, Geert meebrengen naar het ziekenhuis. Ik zag al op tegen dat moment. ’s Morgens was het rustig in het ziekenhuis. Sommige van de familie waren nog onderweg. Vake zat een krant te lezen, moeke babbelde met mijn jongere neefje en mama was bij mijn zusje. Tegen de middag kwam papa aan met Geert aan z’n zijde. Mama werd boos en begon te brullen dat zij hier niet welkom was. Moeke kwam tussen beide en zij dat ze dit buiten moesten gaan uitvechten, niet in de buurt van Julieke. Maar papa begon te vloeken en liep weg. Ik had geen behoefte om hem achter na te gaan. Ik liep de kamer van Julieke binnen samen met mama en mijn broer. Ik en mijn broer gingen elk aan een kant staan. Hij links, ik rechts. Mama stond achter het bed een streelde de kleine fragiele voetjes. Ik wreef over het handje van mijn zus zoals ik altijd had gedaan. Met mijn andere hand maakte ik cirkels rond haar oogjes. Hier had ze altijd van genoten. En op dat moment begon de machine naast haar een vreselijk geluid te maken. Een geluid dat mijn hart door twee scheurde. De tijd stond stil. De verpleegster kwam binnen kijken en zei dat ze de dokter ging halen. Maar geen van ons drie reageerde. Mijn broer hield zijn vingers rond Julieke’s hand, ik bleef strelen en mama liet haar voetjes niet los. De dokter kwam binnen en bestudeerde het apparaat. ‘Het spijt me’ begon hij. ‘Ze is zonet overleden’.